zaterdag 27 oktober 2012

Soms loopt het heel anders

Vorige week was ik nog heel blij met het idee dat ik nu helemaal klaar zou zijn met ‘ombouwen’, maar die blijdschap mag ik nog een weekje of twee uitstellen.

Misschien hangt het in de lucht, is het mijn karma, of gewoon een tegenvaller of gewoon iets waar een gemiddelde sterveling niet zoveel invloed op heeft. In elk geval is het deze week al twee keer gebeurd dat iets gewoon niet gebeurd is. Eerst was er woensdag een training. Tot mijn eigen vreugde was de reis erheen een vlekkeloze onderneming. Alle bussen en treinen reden braaf op tijd, mijn chipkaart gaf geen problemen en , nouja, het was gewoon geweldig!

Maar de cursisten lieten het ruimschoots afweten….. Dus was het beter om dan de cursus maar af te lasten. Jammer, maar niet erg. Nu kon ik me tenminste nog in alle rust en vrede voorbereiden op de operatie die voor donderdag gepland was.

En donderdag was ik er helemaal klaar voor. Ook die reis verliep geweldig. Ik had een lift naar Amsterdam tot vrijwel voor de deur van het ziekenhuis en ik was daar meer dan ruim op tijd: Al voor 8 uur terwijl ik me pas om half elf hoefde te melden op de afdeling.

Ik heb nog rustig een kopje thee gedronken en een beetje zitten dutten in de kantine bij de ingang van de poli en ik kwam helemaal kalm en mentaal hartstikke klaar voor de operatie aan op de afdeling. Na de intake en de bloeddrukmeting kreeg ik een bedje toegewezen en daar kroop ik in. Ik heb niet meer geslapen want ik had een hele gezellige kamergenote en dus deden we babbelen.

De planning was dat ik om ongeveer halftwee geopereerd zou gaan worden. De dokter kwam rond elf uur aan mijn bed, samen met de zaalarts en een anesthesist en nog iemand om even te vertellen wat me te wachten stond. Bij dat gesprekje liet de dokter weten dat het waarschijnlijk wat later zou worden.

Geen probleem, want ik had verder toch geen plannen. De zuster kwam ook nog langs met een kalmerend pilletje. Kwestie van protocol, volgens mij geen noodzaak, en daarna nog babbelen en wachten.

Het werd één uur, halftwee, kwart voor twee en om twee uur zei ik voor de grap dat er nu maar eens wat moest gebeuren, anders wilde wel heel graag wat eten.

Misschien was dat een grapje te veel. Ik had namelijk al eerder een paar bijdehante opmerkingen gemaakt en soms vergeet ik dat mijn grapjes vaak erg serieus lijken. Misschien had de dokter begrepen dat ik echt heel erg tegen de operatie op zag en misschien geloofden ze ook dat ik niet helemaal goed had begrepen wat voor ingreep me te wachten stond, in elk geval stond om een paar minuten over twee de dokter met de zaalarts en de anesthesist en de assistent aan mijn bed om te vertellen dat de operatie niet door kon gaan. Iets met andere ingrepen die uitliepen en een besluit van hogerhand om ‘mij’ dan maar te schrappen voor die dag.

Misschien kwam het door het kalmerende pilletje, maar ik nam het heel sportief op. Ik kreeg een lunch en ik was vrij om te gaan. Om iets over vier stond ik weer bij de auto waar ik mee was gelift naar Amsterdam, klaar om terug naar huis te gaan.

Vrijdag sliep ik uit en daarna wilde ik lekker op het gemak allerlei dingetjes in miojn huisje gaan doen die ik nog steeds moest doen, maar waar ik nog niet aan toe was gekomen. Maar het ging heel slecht, eigenlijk. Misschien was ik gewoon heel moe vanwege de drukke weken die ik nu achter de rug heb. Misschien was het de teleurstelling vanwege de operastie die niet door was gegaan of misschien was het de uitwerking van het kalmerende pilletje, maar ik had best een rotdag. De klusjes die ik deed lukten niet, mijn humeur was beneden nul en aan het eind van de middag kon ik alleen nog maar huilen.

Ik vond het echt heel erg dat dfe operatie niet was doorgegaan, dat ik nog niet klaar was met het hele verhaal. ik weet heel goed dat dingen niet altijd lopen zoals je hoopt, ik weet ook dat het niet helpt om boos te worden om dingen waar je geen invloed op hebt, ik weet ook dat het geen zin heeft om te treuren om dingen die gebeurd zijn maar ik weet ook dat teleurstelling best pijn kan doen.

Maar dat was gisteren. Vandaag is een nieuwe dag. Vandaag wachten andere dingen die ik kan doen en laten. Het is mooi weer en ikmoet nog even bij deze en gene op bezoek, dus lekker buitenspelen.

En de dokter heeft plechtig beloofd dat ik over twee weken de allereerste ben op het lijstje, dus dan moet het echt gaan gebeuren, dan mag ik echt een punt zetten achter het gedoe.

Ik kan het bijna niet geloven……

zondag 21 oktober 2012

Rock’n’Roll is not a gender-issue

Gisteravond zag ik op televisie een programma over Paradiso, voor niet Nederlanders en niet-Poptempeliers: The Paradiso Club in Amsterdam.

Toen ik de beelden zag kreeg ik een gevoel wat misschien nog het meeste lijkt op het gevoel wat jij, argeloze lezer, misschien krijgt als je de het huis van je beste vriendje of vriendinnetje binnenstapt.

Paradiso is één van die plekjes in Nederland waar ik meer dan ééns geweest ben en eigenlijk nooit door de voordeur naar binnen ben gegaan. Weet je hoe cool dat is? Of is het gewoon rock’n’roll?

Eigenlijk had ik geen tijd om naar dat programma te kijken, want toen ik gisteren naar huis wilde gaan vanuit mijn (vrijwilligers-)werk op het BredaPhoto festival, stond mijn fiets met een lekke band. gelukkig was één keer oppompen precies genoeg om gewoon naar huis te kunnen fietsen. God zij dank… Want het is best lang lopen van Breda-Centrum naar Made.

Vandaag moest ik ook weer werken, dus mijn fietsje kon maar beter in orde zijn. Zodoende ben ik gisteravond na dat programma over Paradiso nog maar op zoek gegaan naar de bandenplakspullen en ik heb mijn fietsje in de kou en het donker gerepareerd.

De bandenplakspullen hebben nog steeds geen vaste plek, want ik zit nog half-half in mijn verhuizing. Eigenlijk gekkenwerk, bedacht ik me gisteravond weer eens: Ik heb geen betaald werk, maar ik werk momenteel zeven dagen per week omdat ik vier vrijwilligersbanen heb. Ik ben drie weken geleden verhuisd en ik heb mijn kasten nog niet eens ingericht, ik loop nog steeds eindeloos te zoeken naar allerlei spulletjes en ik ben eigenlijk elke dag zodra ik tijd heb om de boel te gaan ordenen te moe om daar echt aan te beginnen.

En toen ik gisteren de artiesten in die documentaire hoorde praten over het leven ‘on the road’, kwam ik opeens weer thuis. Mijn leven in de afgelopen weken heeft niet weinig weg van een toertje met een bandje.

En dat heeft wel wat….

En vandaag zag ik op feesboek een foto van een bandje wat ik zo’n beetje persoonlijk ken. Die foto was gisteren genomen in een poptempel ergens in het land. Zou ik nog –of weer-  met zo’n bandje op pad kunnen en willen gaan? Zou het mij lukken om de vrouwelijke versie van een roadie te kunnen zijn?

Ik heb dat werk, dat leven, de afgelopen vijf jaar op afstand gehouden omdat ik dacht dat het publiek raar tegen me zou gaan doen. Hoe kan ik zoiets weten als ik het nooit heb meegemaakt, maar toch dacht ik het. Nu begin ik te begrijpen dat ik vooral onzeker ben over mijn eigen attitude.

Vroeger was rock’n’roll immers makkelijk: Eén keer per maand een schone broek, één keer per week een schoon t-shirt en… raad maar naar de rest…

Kei-stoer en zo zijn roadies nou eenmaal….

Meisjes-roadies zijn toch in de eerste plaats meisjes. En meisje-zijn is toch anders dan roadie zijn. Dat heb ik al lang geleden geleerd. Ik heb allebei die dingen ook al een poosje geoefend, maar ik heb het nog nooit tegelijkertijd gedaan.

Ik dacht altijd dat ik er vast niks van zou bakken, dat het bij mij toch of-of zou gaan worden, maar nu denk ik toch wel dat het moet kunnen.

Maar ik ben geen Groupie!