maandag 8 november 2010

Regen en Zonneschijn

Regen en zonneschijn wisselen elkaar af. Dat heb ik weleens horen zeggen. Jullie misschien ook, in een andere vorm waarschijnlijk, maar dat maakt niet uit.
Welk van de twee het vervelendst is, valt niet altijd met zekerheid te zeggen. Dat ligt aan... euhm... Dingen... Zaken... Toestanden en gedoe.

Mijn verdrietige bui is over. Dat werd ook hoog tijd: Drie weken malaise is best hard werken om doorheen te komen. Waar dat nou precies door kwam? Misschien de tijd van het jaar, dit is het jaargetijde waarin mijn vader stierf en afgelopen weekend zou een man met wie ik vrij intensief ben opgetrokken 64 jaar geworden zijn. Hij is een paar jaar geleden nogal dramatisch aan zijn einde gekomen.
Misschien dat ik dan toch onbewust en ongewild in het gevoel van verlies ben gevallen. Door dat gevoel raakte er iets van slag wat hormonen betreft en voor ik het wist zat ik vreselijk droevig te wezen met een snoet vol pukkels op de koop toe.

De betere bui duurt alweer een week. Ik heb in die week behoorlijk veel dingen gehoord en geleerd. Het was eigenlijk een hele wonderlijke week. Zo'n week waarna je tegen jezelf zegt: "Ik ben gegroeid!"
Misschien zou ik iedereen die iets heeft bijgedragen moeten bedanken, maar zouden al die mensen snappen wat er aan de hand is?

Ach laat ik de grote lijn gewoon volgen en iedereen die dit leest of dit kent van horen zeggen gewoon bedanken.

"Bedankt allemaal! Ik ben heel blij met jullie! Ja, jullie allemaal! Dikke kus van mij, jullie zijn lief!"

Asjeblieft...

vrijdag 5 november 2010

Spannende dingen....

Maandag werd er dus een nieuwe combiketel in mijn hutje geplaatst. Voor de verwarming lijkt het niet zo veel uit te maken. Dat weet ik niet precies, want volgens mij heb ik nogal kouwelijke buren. De thermometer in mijn huiskamer heeft zolang ik hier woon altijd een temperatuur aangegeven van minstens 19 graden, ook als mijn verwarming uit stond in de winter Eerst dacht ik nog dat de thermostaat stuk was, maar bij de nieuwe ketel hoort een nieuwe, digitale, thermostaat en die geeft ook altijd meer dan 19 graden aan, ook als mijn verwarming uit staat en het buiten een graad of zes is.

Maar het verschil in warmwater is onvoorstelbaar!
Met de vorige ketel had ik alleen maar keus tussen koud en 'heet met dodelijke kracht'. Soms lukte het om een iets minder levensgevaarlijke straal uit dat monster te halen, maar dat was uitzonderlijk. Na drie keer heel erg klagen bij de huisbaas heeft een vriendelijke waterkundige me een hele mooie douchekop gegeven en sindsdien had ik niet meer de neiging om in paniek weg te rennen zodra de douche warm werd, maar echt comfortabel was het nog steeds niet.
Nu heb ik dus een douche die ik aangenaam zachtjes lauwwarm over me heen kan laten sprinkelen. Ik moet er bijna weer aan wennen.

Een ander wonder is dat ik nu in 3 tellen heet water uit de kraan heb. In de douche, maar ook in de keuken. In de tijd dat ik hier woon heb ik volgens mij het meeste water verbruikt met wachten op warm water. Ik begon me daar best schuldig over te voelen: Zo ontzettend veel prachtig schoon, helder water zomaar weg laten stromen? Dat kan toch niet?
Daarom maakte ik mijn afwaswater heet in de waterkoker. Het duurde niet eens zo erg veel langer en ik gooide veel minder schoon water ongebruikt weg. Mijn waterkoker was een plastic geval wat ik een halfjaar geleden voor twee euro bij de kringloop had gevonden. Toen zag het er al niet erg fris uit, maar zonder geld kun je je geen eisen veroorloven, dus ik deed het ermee. Ik kookte er mijn theewater mee en soms een kopje bouillon, maar de ingebrande kalk van de waterkoker was toch wel te proeven en ontkalken leek er uiteindelijk meer kwaad dan goed aan te doen.
Door zuinig te leven en een beetje mazzel lukt het me weleens om wat centjes over te houden en een week of wat geleden durfde ik al eens in de winkels en op internet te gaan snuffelen voor een hele hagelnieuwe waterkoker.Niet van harte, want de ouwe deed het immers nog, ondanks z'n verkalkte voorkomen.
Waterkokers kunnen dúúr zijn, sommige kosten meer dan 100 euro!!!!

Maar voor minder dan 20 euro is er ook al aardig wat keus, maar die zijn bijna allemaal van plastic en dat wilde ik toch liever niet, want zo intensief als ik 'm zou gaan gebruiken, zou het ding al snel weer helemaal geel en vies zijn van de ingebrande kalk.
Maar nu kan ik zonder schuldgevoel mijn afwaswater uit de kraan tappen. In drie tellen is het heet! Nu zal een nieuwe waterkoker alleen maar een theewatertje of een kopje hete bouillon hoeven te koken. Het idee van een nieuwe waterkoker was opeens een goed plan! Prompt zag ik op internet een leuk, roestvrijstalen waterkokertje bij een electronicagigant hier in de buurt voor net geen twee tientjes. Precies goed voor mij! Ik heb toch nog een dag of wat zitten twijfelen, maar dat vieze, vergeelde plastic ding is ècht góór!

Dus vanmiddag ben ik naar die winkel gefietst en heel trots en parmantig heb ik mijn nieuwe waterkokertje uit het schap gepakt. Helemaal blij liep ik in de richting van de kassa en toen kwam ik langs de computerhoek.
Daar stonden ook Printers. Heel Veel Printers. Ik ging er toch maar even kijken, want ik had me voorgenomen om ooit weer eens een printer te kopen. Ik had er eerder al één, maar die heb ik aan iemand gegeven die er destijds dringend een moest hebben.

Printers zijn eigenlijk helemaal niet duur meer tegenwoordig. Je hebt ze al met een scanner en een beeldschermpje en een kaartlezer erin voor nog geen zestig euro!
Ik was helemaal verbaasd!
En voor nog eens tien euro meer kun je draadloos printen!
Ik was verbijsterd!
En veel keus!!

Dus ik heb printers staan bekijken tot ik er draaierig van werd. Ik bedacht me dat ik voor mijn studie en voor mijn verhalen toch eigenlijk niet zonder printer kon. Ik bedacht me dat ik me altijd wel erg onbeholpen voelde als ik een officiële brief zat te schrijven met een balpen op lijntjespapier. Ik bedacht me dat ik in het afgelopen jaar erg goed heb leren tiepen op de computer. Ik bedacht me dat dat printen bij de bibliotheek op de duur toch ook niet goedkoop is. Ik bedacht van alles en ik bedacht me dat ik nog een beetje méér geld op mijn rekening had dan ik gewend ben.......

En nou heb ik een dus een gloednieuwe printer die ook kan scannen. Eentje met een draad, zonder kaartlezer en er zit geen schermpje in, maar hij maakt keurige drukwerkjes, dus ik denk wel dat 'ie goed is.

Of hoop ik dat? Want het is best een wiebelig plastic geval.
Voor mijn doen was het best veel geld, hoor.
Dus als het nou niet de allerbeste voor z'n prijs is? Dat is toch zonde van mijn centjes.
Als 't ie volgende week al stukgaat, dan moet 'ie gerepareerd worden, dus heb ik toch weer géén printer en wordt 'ie dan wel helemaal goed gemaakt?
Wat een kopzorgen geeft zo'n printer, ik word er helemaal ongedurig van...

Kopje thee dan maar, dan word ik misschien weer wat rustiger.

Hmmmmm.... De thee is vandaag wel heel erg lekker.....!

donderdag 4 november 2010

Wat zal ik eens met mij gaan doen?

Mijn leven is er een van grote en kleien wonderen. Eigenlijk meer dan ik aan kan, lijkt het soms.
Vanavond bedacht ik me dat mijn mijn naam toch wel toepasselijk is: Carine, Catharina, Cat.
Het heet immers dat een kat negen levens heeft. Met een beetje goede wil, tel ik er nu vier. Ik ben nu met mijn vierde leven bezig, of zijn het er al meer?

In als die levens komt in elk geval één ding overeen. Als mensen me vragen wat ik wil gaan doen haal ik mijn schouders op en zeg ik: "Dat weet ik niet".
Welk beroep past bij mij?
"Dat weet ik ook niet".
Wat vind ik leuk om te doen?
"Alles, als het maar op een leuke manier gebeurt". Behalve voetballen en luisteren naar Jan Smit. Da's echt nooit leuk.

Dus wat wil ik nu gaan doen? hoe zal ik mijn geld voortaan gaan verdienen, hoe maak ik me nuttig en verdienstelijk tussen nu en mijn pensioen?

Dat laatste is het makkelijkst te beantwoorden: Ik ga niet met pensioen. Zodra mijn roeping me vindt, zal ik altijd door blijven gaan tot ik moet stoppen omdat ik over mag naar het hiernamaals, of hiernaniets. da's een kwestie van opvatting, of van moed.
Vanmiddag fietste ik over het dorp met de hevige herfstwind om mijn oren en voor het eerst in veel te lang was ik helemaal los van mijn eigen getob en onbegrip tussen anderen en mij. Even dat heerlijke vrije gevoel dat ik in mijn eentje lekker mijn eigen leven leef. Geen stemmen van anderen die mij proberen te overtuigen van dingen die ze zelf vaak niet eens kennen.
Er was opeens allemaal Ik! - Punt!

Opeens wist ik het. Op dit moment in dit leven is alles wat ik wil: Mijn verhalen schrijven.
Al het andere komt daarna. Vanmorgen had ik nog 14 verhalen in mijn hoofd, inmiddels zijn het er 15 geworden. Ik raak steeds verder achterop. Tijd om er echt wat mee te doen.
Of mijn verhalen de vervulling gaan worden van de tijd die komen gaat, weet ik niet. Volgens de wetten van het leven kan nog steeds van het één het ander komen. Ik zit er niet mee. Ik ben vandaag al dolblij dat ik voor het eerst in mijn leven helemaal zelf, alleen, zonder advies, zonder goedbedoelde druk van anderen bedacht, ontdekt, vastgesteld dat ik een weg heb om te gaan.

Schrijver....
Wordt dat mijn vijfde leven, of zie ik er één over het hoofd.

Wat geeft het ook. Ik wens iedereen veel leesplezier

XX

woensdag 3 november 2010

Soort van verliefd.. ?

Soms zou je als mens met al je nukken en luimen, je te snelle oordelen, vooroordelen en te weinig tijd om even stil te staan en beter te kijken en te luisteren, willen dat er iets bestond waardoor je dat muurtje niet meer had.
Harry Mulish was in mijn ogen altijd min of meer het prototype betweterige intellectueel. Die pijp, die bril, die lichaamshouding. Daarbij zijn accent en zijn kennelijk ongenaakbare zelfverzekerdheid lieten hem op radio en TV niet altijd als een erg menselijke mens overkomen.

Vanavond zag ik op internet een interview met hem terug wat twee jaar geleden is opgenomen. Een gedeelte in zijn geboortehuis, nog een stuk in het huis waar hij daarna woonde en de rest in zijn laatste woning in Amsterdam.
Met aandachtig kijken en luisteren kwam ik erachter dat Mulish een heel warm mens was. Niks arrogant. Ook niet betweterig, maar erudiet. Tot mijn verrassing heeft hij niet eens een middelbare schooldiploma.
Hij was iemand met een subtiele, diepgaande humor. Iemand met een benijdenswaardig vermogen om het leven te kunnen beleven zoals het zich aandient en pas later vol verwondering te bedenken dat hetgeen gebeurd was eigenlijk heel bijzonder was, zó bijzonder dat hij er prachtige verhalen uit heeft geput.

Het interview was twee jaar voor zijn dood, maar toen al liet hij zien dat het leven wat hem gegeven was, al een eind gevorderd was met het laatste hoofdstuk. Hij was nog niet ziek, nog helder van geest, maar als het boek uit is, is het uit. Dan mag het dichtgeslagen worden en opgeborgen. Misschien wil je nog één keer de kaft strelen, als om het boek te bedanken voor wat het je gaf. Daarna staat het in de kast. Een boek tussen de boeken en als je ogen later nog eens langs de rug glijden zal je even vervallen in een mijmering of alleen een glimlach en je bent blij dat zoiets in je leven heeft mogen bestaan.

Moet ik Harry nu bedanken? Of mag ik gewoon stilletjes blij zijn omdat hij Harry Mulish was........


Ik ben ook blij met de mensen om me heen. Maar het kost me moeite om de brug te slaan tussen vroeger en nu. Ik kan niet verdergaan waar ik met oude vrienden gebleven was, en ik weet niet of het hen lukt om nieuwe vrienden met hen te worden. Ik weet niet precies hoeveel er nu anders is of wat zij als anders zullen ervaren dan toen, dus ik weet ook niet wat ik moet zeggen als ik ze weer zal ontmoeten. Kan ik de draad nog oppakken of valt er geen touw aan vast te knopen?
"Gewoon proberen," zeggen ze, maar wat is gewoon en hoe vaak mag ik proberen? Ik zucht zo diep als ik kan en ik vermoed, zover ik mezelf ken, dat er vast een dag komt waarop ik plotseling en heel onhandig over deze enorme drempel heen klim om er daarna achter te komen dat er eigenlijk niks aan de hand was.

Vandaag komt het er niet meer van.
Morgen dan?

Of later....

donderdag 28 oktober 2010

Beetje Triest

Stel:
Je hebt AIDS of kanker. Of je kind gaat zomaar dood. Of je partner is door een wrede ziekte langzaam dood aan het gaan. Het kan ook gebeuren dat iemand die heel dichtbij je staat heel erg geestesziek is.

Ja, gruwelijk, niet. Je wil er niet aan denken. Nee, echt: Je wil er niks van weten...... Bah!

Eigenlijk zouden we er allemaal heel veel van moeten weten. Niet dat ik alle mensen iets ergs toe wens, integendeel. Maar we zouden best wat meer betrokken mogen zijn. Niet zo schichtig doen alsof alle narigheid die ik net noem besmettelijk is. Ziek zijn is geen straf van God en het is geen Zonde als je een naaste die lijdt wat aandacht en begrip geeft.

Wonderlijk, toch: Half Nederland zit vaak genoeg voor de televisie toe te kijken hoe zwaar iemand die ze helemaal niet kennen het heeft. Misschien maken ze een centje over op een goede-doelen rekening, of ze kunnen een keertje de slaap niet zo makkelijk vatten, want 'het is toch wat'.

Maar wie snapt nou echt hoe moeilijk het soms is om te leven met Groot Leed? Ja, goed: de mensen die er mee zitten of vlakbij staan, maar als het je niet treft, raakt het je ook niet. Dat weet ik eerlijk gezegd ook uit eigen ervaring. Jullie toch ook?

Maar in het afgelopen jaar heb ik de andere kant beter leren kennen. Het werk wat ik doe voor Stichting Alzheimer Nederland, heeft niet direct met de ziekte, de patiënten of hun naasten te maken, maar door te zien en te horen weet ik inmiddels een beetje wat het is en wat het doet met mensen.
Ik ken mensen die een familielid hebben wat geestesziek is, zo erg dat ze nooit meer 'beter' wordt. Hoe wreed om te zien dat een dierbare opeens een vreemde kan zijn, de weg naar haar eigen hart opeens kwijt is. Hoe moeilijk om daarmee om te gaan of zelfs mee te leven.
Ik hoor en lees verhalen van mensen die zomaar pardoes hun kind, hun man of de liefde van hun leven verliezen aan de dood. Hoe ze vechten met een verdriet wat groter is dan zijzelf.

En hoe de wereld naar ze kijkt en onhandig mompelt dat het uiteindelijk allemaal wel goed komt.
Naast het verdriet wat je al hebt, krijg je de eenzaamheid erbij, want je zeurt teveel of je treurt te lang.
En we zien je nooit meer op een feest? Geef je nog wel om je vrienden, je familie, de buren?

Geven hullie wel om mij?
Want als ik weer eens zo hard heb gehuild dat mijn lijf er pijn van doet, kan ik ze wel bellen, maar hebben ze geen tijd. Of ze hebben als zo vaak gezegd dat ik flink moet zijn, dat anderen zich er toch ook mee redden?

Het gaat vandaag en gisteren en de hele maand eigenlijk, of beter gezegd: Mijn hele leven al, niet zo lekker met me. Soms heb ik daar behoorlijk last van. Dan mis ik de mensen die ooit beloofden dat ze 'er' voor me zouden zijn. Ze zijn er niet. Ze hebben het te druk met niet willen weten. Ze houden liever afstand, want misschien worden ze geraakt door iets wat niet in de planning past.
Of ze zijn het gewoon vergeten.

Zo, dat lucht al een beetje op.
een beetje.

dinsdag 26 oktober 2010

De lol van laminaat en ander burengerucht

sinds kerstmis 2009 woon ik in een knus klein appartementje vrijwel aan de rand van Prinsenbeek. Voor mij is dit een volmaakt plekje om thuis te leren komen in mijn eigen leven. Over dat leven ben ik inmiddels gaan schrijven in de hoop dat er een paar boeken van gemaakt mogen worden. Meer dan één, want mijn leven loopt langs meerdere lijnen.
Het werken aan die boeken zal ook een oorzaak zijn waardoor ik soms wat minder tijd en aandacht neem voor mijn blog. Soms is het namelijk een heel boeiend avontuur om je eigen leven opnieuw mee te maken, zeker als het op een open en vrijblijvende manier is. Eigenlijk alsof je het allemaal nog eens rustig na leest.

Overigens is dit appartement meteen een goede plek om te schrijven. Er heerst hier rust zonder dat ik me verlaten voel. Ik woon op de begane grond, dus de mensen op straat zijn mensen in mijn blikveld. Schrijven die je alleen, maar zoals het hier gaat is het zeker niet eenzaam.

Het complex is 15 jaar geleden gebouwd. Het heeft bijna alle bouwkundige fouten die ijverige energiebezuinigers destijds plachten te maken, maar dat geeft zo'n bijna-nieuwbouwgeval toch weer het cachet van iets ouds.
Waar bouwers ook grote moeite mee blijken te hebben is akoestiek. Ik heb nog nooit een betonnen muziek instrument gehoord en ik verwacht ook niet dat er zoiets bestaat. Beton kan namelijk helemaal niet met geluid overweg. Beton heeft geen zin om te klinken. Als ik op de muur klop, hoor ik eigenlijk niks, alleen maar de 'klop', maar niet de muur. De buren horen mijn 'klop' net zo hard als ik zelf. Beton wil het geluid graag zo snel mogelijk kwijt, dus beton geeft elk gerucht onverdroten door.

Dus in deze tijden van laminaat, wat ook nauwelijks geluid dempt, heeft beton het druk met geluid doorgeven.
Overal worden vloeren kamerbreed van gelamineerd namaakhout voorzien en iedereen die niet op sokken door zijn huisje sluipt, is hoorbaar aanwezig.

Hier in deze flat, heeft het laminaat juist een gunstig effekt. Wij zijn ons allemaal zo vreselijk bewust van de gehorigheid van onze woningen, dat we leven als muizen, zo stil.
Okee, soms moet buurman 13 wat energie kwijt en dan dreunt er een uur lang moderne dansmuziek door het gebouw. Of hij van 23 is in een slechte bui en dan speelt hij ook zulk soort muziek, nog harder dan die van 13. Maar dat zijn momenten. Geen dagenlang doordreinende overlast en al helemaal geen nachtenlang ongerief. Buurman 15 heeft een paar keer de fout gemaakt met een vriend een lange avond door te halen, inclusief pizzabezorgers die na 02:00uur op de verkeerde bel stonden te drukken.
Er was weinig voor nodig om hem uit te leggen dat we allemaal het recht hebben op een eigen leven en dat niemand daar iets over zal zeggen, zolang je er een ander niet mee lastig valt.

Het is dus wondermooi wonen hier. Ik durf zelfs te beweren dat dit voor het eerst van mijn leven is dat ik me vredig, veilig en zielsgelukkig voel in het hutje waar ik woon.

Of ben ik dood en is dit de hemel?
Dat zal toch niet....

zaterdag 23 oktober 2010

Foto van mij

Waarom zou je een punt maken van wel/niet foto? Of -wat eigenlijk nog erger is dan geen foto- een plaatje waar je zelf niet of niet herkenbaar opstaat?
Ik zal de mensen die niet met hun snoet herkenbaar op internet willen, echt niet afvallen of veroordelen. Er zijn meer dan veel redenen om niet herkend te willen worden. Ik vind het nu opeens ook heel spannend om mijn gezicht zomaar overal te uploaden. Schaam ik me voor mezelf of ben ik verlegen of bang van mensen?
Zou allemaal kunnen, toch.

Ik denk dat mijn probleem is dat ik moet leren hoe ik om moet gaan met 'gezien worden'.
Het grootste deel van mijn leven was ik als een schildpadje. Bij alles wat me leek te belagen trok ik mijn koppie en mijn pootjes in om zo te wachten tot de narigheid vanzelf overging. Ook als ik het idee had dat ik anderen tijdens bezigheden die voor hun belangrijk waren, in de weg liep, spring ik als een haas opzij, want wie was ik om invloed te durven hebben op andermans leven?

Waanideeën? Misschien wel. In zekere zin heeft het toch wel gewerkt: Ik leef nog en ik word niet gezocht door de arm der wet wegens ernstig kwaad wat ik ergens aangesticht zou hebben.
Tuurlijk zijn er dingen in mijn leven die veel mooier, grootser en indrukwekkender geworden zouden kunnen zijn als ik eens vaker ergens een voet tussen de deur had gezet, mijn mond open gedaan, boos geworden, "Ik wil dat!", of: "Ik wil dat niet!" had geroepen, maar ik heb me voorgenomen om geen "Wat als...!" te roepen. Spijt? wat heb je eraan. Het is beter om te zorgen dat je spijt de baas wordt.

O, wat klink ik weer makkelijk en keukenmeiden-filosofies, maar het is volgens mij, geen slecht standpunt, wel met de kanttekening dat ik geen schildpadje meer wil zijn. Ik hou van mensen, ik heb ze graag om me heen.
Niet iedereen is altijd even prettig gezelschap. Voor sommigen is dat hun werk, bij anderen het karakter. Schildpadjes houden daar nooit van. Ik ben nu bezig om te wennen aan een leven wat geleefd mag worden, waar zichtbaar durven zijn betekent dat ik moet leren niet bang te zijn, dat ik moet leren mijn eigen Grote Broer of Grote Zus te zijn.

Geen schildpadje meer zijn.
Schildpadjes eindigen vroeger of later in de soep.
Dat heb ik nu wel gehad, geloof ik.