Niet zo lang geleden is in Nederland een onderzoek uitgevoerd onder mensen die van geslacht veranderd zijn. De uitkomst was niet om erg vrolijk van te worden. Ik kan me de details zo niet herinneren en ik heb even geen zin om het op te zoeken.
Maar toen de uitkomst van dat onderzoek werd gepubliceerd, dacht ik dingen als: "niet iedereen heeft hieraan deelgenomen, hoor." En ik bedacht dat mensen die hun geslacht aan hebben laten passen en daarna een succesvol leven zijn gaan leiden, doorgaans 'onzichtbaar' worden. Je hoort immers bijna alleen maar de trieste verhalen en zelden of nooit het verhaal van mensen die gewoon tevreden zijn.
Toch loop ik er nu zelf tegenaan. Ik dreig vast te lopen. Volgens mij is het vooral een gevolg van jarenlang, eigenlijk een heel leven, 'doen alsof', en dan vooral pretenderen dat je iets bent wat je zelf niet eens wil kennen. Diep in mijn hart vond ik mezelf vies en lelijk. Dat gevoel was zo permanent aanwezig dat ik het zelf niet eens merkte. Het was er gewoon, net als de lucht die je inademt en het water wat je drinkt. Ik merkte pas hoe het mijn leven beïnvloedde toen het een keer wegviel, samen met 'dat ding' waar ik mijn plas mee deed.
Maar dat gevoel van vies & lelijk heeft blijkbaar z'n sporen nagelaten. Ik kan het niet precies benoemen. Misschien is het nu zo moeilijk omdat het gevoel van mooi en trots er (nog) niet voor in de plaats is gekomen, want de twijfel en onmacht willen maar niet weg.
Ik weet nog steeds niet hoe ik mezelf mag laten zien. Als het nodig is om grenzen te stellen of knopen door te hakken. Als het nodig is om anderen te laten weten wat ik kan en wat ik wil, snap ik stomweg niet waar het over gaat (leg aan een goudvis uit hoe je de vierdaagse loopt). Mijn virtuele mond loopt vol met tanden en de vraag die gesteld was, klinkt alsof hij gesteld werd in Oud-Gotisch.
Schiet mij maar lek, ik kan er niks mee. En hoe harder ik probeer te begrijpen wat ik zou kunnen doen, hoe harder ik weg wil rennen en huilend onder de grond kruipen.
Het is alsof ik op de school des levens het semester 'Het vormen van de Ruggengraat' volkomen gemist heb.
Natuurlijk wil ik dat stuk heel graag inhalen. Dat ik ooit als vrouw moest gaan leven wist ik al in mijn kleutertijd. Hoe er van mijn mannenlijf iets vrouwelijks gemaakt zou gaan worden, wist ik al op mijn elfde.
Maar hoe ik zo mooi en sterk en vol levenskracht kunt worden als Eliza die met haar kindje over de ijsschotsen naar haar vrijheid vlucht, of als Grietje die heel listig de Heks overwint, en zo zichzelf en haar broertje verlost, dat weet ik echt niet.
Voor mij is er het gevoel dat er geen enkele ijsschots bestaat die mij kan dragen, of dat Hansje samenspant met de heks om de zorgen dat ik word opgesloten in de brandende oven.
Zelfs optimistisch op mezelf inpraten werkt niet:
"Je moet erin groeien, het gaat niet van de ene op de andere dag", krijgt als tegen opmerking: "Ik ben al vijftig, dan groei je niet meer!"
"Maar we leven in een mannenwereld. Mannen hoeven alleen maar vrienden te verzamelen om iets te bereiken, vrouwen moeten voortdurend vijanden overwinnen om verder te komen. Je was gewend om als man te mogen bestaan, nu merk je wat het verschil tussen de seksen werkelijk inhoudt."
Zijn alle vrouwen die succes hebben ook hun eigen vijand? Hebben mannen het dan nooit enorm moeilijk?
Schrijf het van je af, zeggen ze. Mopper het eruit, zeg ik zelf wel eens. Morgen schijnt de zon weer en anders volgende week welk ergens.
Of de zeven jaren die het duurt om psychisch en sociaal m'n draai te vinden in mijn leven als vrouw?
Maar het blijft soms best moeilijk....
vrijdag 6 september 2013
woensdag 28 augustus 2013
Waar haal ik het vandaan?
Telkens duikt in de wereld om me heen weer zo'n discussie op over 'achtergrond'.
Wie ben je en hoe komt dat?
Volgens mij spreekt het voor zich dat iedereen die dit leest in elk geval 'een mens' is.
Maar dan begint het, want waarom zit je dit nu te lezen? Wat zorgt ervoor dat je dit kan lezen en waarom wil je dit lezen?
Zit het in je aard of in je opvoeding?
Is het genetisch, biologisch of sociaal bepaald? Heb je een eigen wil? Wil je een eigen wil hebben, of denk je alleen maar dat je een vrije wil zou willen?
Mij boeit deze vraag vooral doordat ik zelf heel lang heb geworsteld met de vraag of ik wilde zijn wie ik was en dat uiteindelijk niet kon. Omdat ik nog niet dood wilde, heb ik gedaan wat ik kon om zoveel mogelijk te worden wat ik wel kan zijn.
Sindsdien durf ik me allerlei dingen af te vragen over aanleg versus opvoeding. Of wilde ik dat altijd al?
Het meest spannende is misschien wel, dat ik steeds meer leer, maar steeds minder weet over het onderwerp. De vragen worden steeds complexer en de antwoorden steeds ongrijpbaarder.
Ik weet inmiddels wel dat psychologie een ontzettend spannende wetenschap is.
Zodoende durf ik mezelf nu de vraag te stellen of ik wel of niet in staat ben om de Psyche ooit te begrijpen, want ik zie de wereld door mijn ogen, niet door die van een ander. Ik hoor met mijn oren, niet met die van een ander en ik denk met mijn hoofd, niet met andermans hoofd.
Ik leg de dingen uit op mijn manier. Hoe weet ik of die manier aansluit op de 'universele waarheid'?
Wat heeft mij gevormd? Hoe sterk ben ik daardoor gekleurd? Hoe ontdek ik wat mijn gedrag bepaalt? En hoe weet ik of die ontdekking dan weer klopt? Is het dan een oordeel of een bevinding?
Wat kan de wereld om me heen mij leren over mezelf?
Of moet ik domweg mezelf tegenkomen om mezelf te leren kennen... ?
Waar haal ik het allemaal vandaan?
Maar ik vind het ontzettend leuk :-)
Wie ben je en hoe komt dat?
Volgens mij spreekt het voor zich dat iedereen die dit leest in elk geval 'een mens' is.
Maar dan begint het, want waarom zit je dit nu te lezen? Wat zorgt ervoor dat je dit kan lezen en waarom wil je dit lezen?
Zit het in je aard of in je opvoeding?
Is het genetisch, biologisch of sociaal bepaald? Heb je een eigen wil? Wil je een eigen wil hebben, of denk je alleen maar dat je een vrije wil zou willen?
Mij boeit deze vraag vooral doordat ik zelf heel lang heb geworsteld met de vraag of ik wilde zijn wie ik was en dat uiteindelijk niet kon. Omdat ik nog niet dood wilde, heb ik gedaan wat ik kon om zoveel mogelijk te worden wat ik wel kan zijn.
Sindsdien durf ik me allerlei dingen af te vragen over aanleg versus opvoeding. Of wilde ik dat altijd al?
Het meest spannende is misschien wel, dat ik steeds meer leer, maar steeds minder weet over het onderwerp. De vragen worden steeds complexer en de antwoorden steeds ongrijpbaarder.
Ik weet inmiddels wel dat psychologie een ontzettend spannende wetenschap is.
Zodoende durf ik mezelf nu de vraag te stellen of ik wel of niet in staat ben om de Psyche ooit te begrijpen, want ik zie de wereld door mijn ogen, niet door die van een ander. Ik hoor met mijn oren, niet met die van een ander en ik denk met mijn hoofd, niet met andermans hoofd.
Ik leg de dingen uit op mijn manier. Hoe weet ik of die manier aansluit op de 'universele waarheid'?
Wat heeft mij gevormd? Hoe sterk ben ik daardoor gekleurd? Hoe ontdek ik wat mijn gedrag bepaalt? En hoe weet ik of die ontdekking dan weer klopt? Is het dan een oordeel of een bevinding?
Wat kan de wereld om me heen mij leren over mezelf?
Of moet ik domweg mezelf tegenkomen om mezelf te leren kennen... ?
Waar haal ik het allemaal vandaan?
Maar ik vind het ontzettend leuk :-)
dinsdag 27 augustus 2013
Winterburn of Gibson?
Mijn bloedgroep is B positief. Op z'n Engels is dat:
Be Positive.
Zo'n bloedgroep is als een knoop in je zakdoek, dunkt mij.
Zeker wanneer je geneigd bent om bij alles wat je onderneemt of op je neemt te twijfelen en te veronderstellen dat het vast beter kan, mits iemand anders het een en ander op zich neemt.
Die neiging heb ik heel sterk. Soms zelfs zo sterk dat ik nauwelijks in staat ben om te kunnen zien dat het echt fout gaat.
Niet alles wat tegenzit komt door mij. Er zijn zelfs dingen die heel goed gaan dankzij mij.
Ik heb het in mijn bloed, zogezegd.
Maar dat neemt niet weg dat ik onlangs hard op weg was om weer in dezelfde diepe kuil te duikelen waar ik tien jaar geleden ook al eens in ben gedonderd.
Ik noem het bewust een Diepe Kuil, want het woordje 'Put' is echt veel te klein voor de situatie van toen.
Het ergste vond ik nog dat ik na heel wat jaren van pijn en afzien er weer ongeveer net zo ellendig aan toe was als toen de pijn en het afzien serieus op gang kwam.
Gelukkig heb ik mijn bloedgroep altijd bij me: B positief, Be Positive.
Gelukkig stikt het op internet van de knopen in je zakdoek. Digitale tegeltjes waarmee je het bord voor je kop redelijk kunt proberen te verdoezelen.
Het is dan weer jammer dat er weinig moeite gedaan wordt om het citaat goed weer te geven, of de juiste bron te vermelden.
Was het Winterburn of Gibson die zei:
"
Be Positive.
Zo'n bloedgroep is als een knoop in je zakdoek, dunkt mij.
Zeker wanneer je geneigd bent om bij alles wat je onderneemt of op je neemt te twijfelen en te veronderstellen dat het vast beter kan, mits iemand anders het een en ander op zich neemt.
Die neiging heb ik heel sterk. Soms zelfs zo sterk dat ik nauwelijks in staat ben om te kunnen zien dat het echt fout gaat.
Niet alles wat tegenzit komt door mij. Er zijn zelfs dingen die heel goed gaan dankzij mij.
Ik heb het in mijn bloed, zogezegd.
Maar dat neemt niet weg dat ik onlangs hard op weg was om weer in dezelfde diepe kuil te duikelen waar ik tien jaar geleden ook al eens in ben gedonderd.
Ik noem het bewust een Diepe Kuil, want het woordje 'Put' is echt veel te klein voor de situatie van toen.
Het ergste vond ik nog dat ik na heel wat jaren van pijn en afzien er weer ongeveer net zo ellendig aan toe was als toen de pijn en het afzien serieus op gang kwam.
Gelukkig heb ik mijn bloedgroep altijd bij me: B positief, Be Positive.
Gelukkig stikt het op internet van de knopen in je zakdoek. Digitale tegeltjes waarmee je het bord voor je kop redelijk kunt proberen te verdoezelen.
Het is dan weer jammer dat er weinig moeite gedaan wordt om het citaat goed weer te geven, of de juiste bron te vermelden.
Was het Winterburn of Gibson die zei:
“Before you diagnose yourself with depression or low self-esteem, first make sure that you are not, in fact, just surrounded by assholes.”
Maar voor mij was de bron niet zo belangrijk. Dit heeft me vooral aan het denken gezet over mijn omgeving.
Eerlijk gezegd werd ik erg ongelukkig door anderen en niet door mezelf.
Misschien voelen 'anderen' zich nu heel erg aangesproken, dat kan, dat gebeurt.
Misschien voelen 'anderen' zich nu heel erg aangesproken, dat kan, dat gebeurt.
Ik vind het vooral knap van mezelf dat ik nou eindelijk eens een keer niet alleen maar vind dat ik 'het' gedaan heb.
Maar nou moet ik wel wat anders doen. Eigenlijk iets wat ik al dertig jaar in stilte tegen mensen zeg die klagen over hun werk of ongelukkig zijn met hun leven.
Daar wordt ook over gekibbeld op internet, want van wie is deze quote en hoe luidt hij oorspronkelijk?
" If you don't like how things are, change it! You're not a tree."
"You’re not a tree! If you don’t like where you are – change it!"
Maar het gaat niet om de vorm, het gaat om de inhoud.
Dus nou kan ik er niet omheen. Ik moet mijn stoute schoenen van zolder halen en gaan!
En mocht jij je schuldig voelen omdat jij jezelf herkent in de assholes hierboven....
Wees vooral blij dat je binnenkort niet meer tegen mijn chagrijnige gezicht aan zit te kijken.
In feite gaan we er allemaal op vooruit.
Ook de niet-assholes in mijn netwerk zullen me vrolijker zien worden.
Samen blij is dubbelblij!
(die laatste verzon ik zelf. Stom he!)
woensdag 21 augustus 2013
Feest !
Vandaag zat ik in mijn werkkamer (knutselhut) weer eens ouderwets dingen met een computer te doen die totaal onnodig zijn. Soms moet dat gewoon. Andere mensen vreten een bakkerswinkel leeg, of kopen een vracht overbodigheid.
Ik installeer weer eens een onhandig besturingssysteem.
Omdat computerij zo is ingericht dat je vooral vaak en lang moet wachten, zat ik naar mijn boekenkast te kijken, eigenlijk met het idee om te zien welke boeken ik weg kan geven, want ik heb niet zoveel ruimte en sinds ik een e-reader heb, zijn een aantal titels dubbel.
Het is niet zo dat ik niet van boeken hou. Ik vind boeken hele bijzondere dingen. Ik hou van mooi papier en karton en letters, daarom kan ik nooit voorbij die winkel met die dummies lopen en ik moet me altijd inhouden want ik wil ze hebben-hebben-hebben.....
Vandaag ontdekte ik dat ik lang geleden weleens een dummie gekocht heb. Ik kan me echt niet herinneren dat ik dat gedaan heb, maar ik vond 'm in mijn kast, dus het zal wel.
Ik ben er ook in gaan schrijven, in de zomer van 2008.
Daar ben ik onbeschrijfelijk blij mee, want dat was een hele bijzondere periode in mijn leven.
Ik heb een maand of vier een dagboek bijgehouden. Er gebeurde die zomer niet heel veel, maar het was van enorme betekenis voor mij en voor de mensen die dichtbij me staan.
Omdat ik nu nog maar net terug gelezen heb wat ik vijf jaar geleden heb opgeschreven, lukt het me niet om samen te vatten wat er toen is gebeurd. Hoe ik me daaronder voelde en wat ik er achteraf in zie.
Maar ik ben diep onder de indruk van mijn eigen geschiedenis.
Op de dag dat ik dit boek terug vond, was het namelijk precies vijf jaar geleden dat ik officieel begon met mijn geslachtsaanpassing.
Een feestdag, een jubileum, een gedenkdag.
Ik wist niet hoe ik deze dag het best kan vieren.
Voor Groot Feest heb ik geen geld en andere uitbundige toestanden lijken niet meer te passen.
Nu deze dag voorbij is, denk ik dat ik 'toevallig' een goede manier heb gevonden.
Ik heb de hele dag in mijn badjas gelopen, lekker onverzorgd. Ik heb slecht voor mezelf gezorgd -omdat het kan- (wel goed voor de poes gezorgd) en het grootste deel van de dag zitten verprutsen met die domme computer.
Vroeger heb ik ook aardig wat dagen verprutst met computers. Een volkomen zinloos bestaan, maar beter dan drugs of alcohol.
De komende dagen ga ik niet alleen mijn boeken kast organiseren. Ik ga ook alle zinloze computerrommel opruimen. Ik weet nu zeker dat ik daar geen behoefte meer aan heb.
Zo'n onhandig besturingssysteem is bijna net zo erg als een verkeerd lichaam.
Ik ben blij dat ik het niet meer heb.
Het heeft een hoop getob gekost, maar ik ben ongelofelijk blij dat ik vandaag (be)leef.
Volgens mij heb ik me vandaag voor het eerst van mijn leven Trots op Mezelf gevoeld.
Geweldig gevoel!
Daar kan geen feest tegenop.
Ik installeer weer eens een onhandig besturingssysteem.
Omdat computerij zo is ingericht dat je vooral vaak en lang moet wachten, zat ik naar mijn boekenkast te kijken, eigenlijk met het idee om te zien welke boeken ik weg kan geven, want ik heb niet zoveel ruimte en sinds ik een e-reader heb, zijn een aantal titels dubbel.
Het is niet zo dat ik niet van boeken hou. Ik vind boeken hele bijzondere dingen. Ik hou van mooi papier en karton en letters, daarom kan ik nooit voorbij die winkel met die dummies lopen en ik moet me altijd inhouden want ik wil ze hebben-hebben-hebben.....
Vandaag ontdekte ik dat ik lang geleden weleens een dummie gekocht heb. Ik kan me echt niet herinneren dat ik dat gedaan heb, maar ik vond 'm in mijn kast, dus het zal wel.
Ik ben er ook in gaan schrijven, in de zomer van 2008.
Daar ben ik onbeschrijfelijk blij mee, want dat was een hele bijzondere periode in mijn leven.
Ik heb een maand of vier een dagboek bijgehouden. Er gebeurde die zomer niet heel veel, maar het was van enorme betekenis voor mij en voor de mensen die dichtbij me staan.
Omdat ik nu nog maar net terug gelezen heb wat ik vijf jaar geleden heb opgeschreven, lukt het me niet om samen te vatten wat er toen is gebeurd. Hoe ik me daaronder voelde en wat ik er achteraf in zie.
Maar ik ben diep onder de indruk van mijn eigen geschiedenis.
Op de dag dat ik dit boek terug vond, was het namelijk precies vijf jaar geleden dat ik officieel begon met mijn geslachtsaanpassing.
Een feestdag, een jubileum, een gedenkdag.
Ik wist niet hoe ik deze dag het best kan vieren.
Voor Groot Feest heb ik geen geld en andere uitbundige toestanden lijken niet meer te passen.
Nu deze dag voorbij is, denk ik dat ik 'toevallig' een goede manier heb gevonden.
Ik heb de hele dag in mijn badjas gelopen, lekker onverzorgd. Ik heb slecht voor mezelf gezorgd -omdat het kan- (wel goed voor de poes gezorgd) en het grootste deel van de dag zitten verprutsen met die domme computer.
Vroeger heb ik ook aardig wat dagen verprutst met computers. Een volkomen zinloos bestaan, maar beter dan drugs of alcohol.
De komende dagen ga ik niet alleen mijn boeken kast organiseren. Ik ga ook alle zinloze computerrommel opruimen. Ik weet nu zeker dat ik daar geen behoefte meer aan heb.
Zo'n onhandig besturingssysteem is bijna net zo erg als een verkeerd lichaam.
Ik ben blij dat ik het niet meer heb.
Het heeft een hoop getob gekost, maar ik ben ongelofelijk blij dat ik vandaag (be)leef.
Volgens mij heb ik me vandaag voor het eerst van mijn leven Trots op Mezelf gevoeld.
Geweldig gevoel!
Daar kan geen feest tegenop.
dinsdag 20 augustus 2013
Spijt??
Vorige week zei iemand iets tegen mij waar ik toch even helemaal sprakeloos van werd.
Er schijnen namelijk geruchten over mij rond te gaan.
Met name het gerucht dat ik spijt zou hebben van mijn geslachtsaanpassing.
Daar heb ik toch wel een dag of twee mee in mijn hoofd gelopen.
Hoe komen 'ze' erbij??????
Heb ik iets gezegd wat zou kunnen suggereren dat ik liever een mannetje was gebleven?
Of heb ik ergens over gesproken met iemand wat misschien heel ergens anders over ging, maar waar voor een slecht verstaander uitgelegd zou kunnen worden als... ??
Het gekste van alles is, dat dit gerucht van mensen schijnt te komen die ik echt wijzer mag achten.
Of ben ik dan weer veel te coulant tegenover mensen die in feite gewoon als mongolen behandeld dienen te worden?
Voorlopig kan ik dit gerucht niet onderzoeken want zolang mijn vakantie duurt, kom ik niet op plekken waar dit beweerd wordt. En ik heb ook echt geen behoefte om daarheen te gaan. Ik heb niet voor niks vakantie.
(ook al is het 'maar' vrijwilligerswerk)
Als er één ding in mijn leven is waar ik pertinent geen spijt van heb, is het mijn geslachtsaanpassing.
Niet zolang geleden heb ik nota bene mijn huidige leven voor wat betreft 'gendergedoe' uitgebreid geëvalueerd.
(da's gewoon een moeilijke manier om te zeggen dat ik het leuk vind om mezelf te bekijken)
Tot mijn eigen tevredenheid kan ik vaststellen dat ik tegenwoordig erg lekker in mijn vel zit. Eerlijk gezegd vind ik het zelfs een beetje te.
Vroeger was ik nog wel eens heel uitgebreid aan het tutten. Dat is helemaal over. Vroeger kon ik eindeloos bezig zijn met -stilletjes- te onderzoeken hoe vrouwen praten, bewegen, reageren, kijken en wat er in hun doen en laten veranderd wanneer ze weten dat niemand op haar let in vergelijking tot momenten dat ze zich heel bewust zijn van mensen in hun omgeving.
Daar houd ik me tegenwoordig vrijwel niet meer mee bezig, hooguit als ik een dag heb waarop meer dan twee idioten mij 'meneren'. Maar dat is dan eigenlijk heel logisch, want op zulke dagen word ik tenslotte nogal bruut gewezen op de aard van mijn persoonlijke presentatie, die kennelijk nogal onvrouwelijk is.
Maar toch doe ik over het algemeen niet zo heel veel moeite om mijn doen en laten te veranderen, beter gezegd: te vervrouwelijken.
Ik ben ook niet heel erg in de weer met make-up, ik verdiep me niet uitvoerig in mode, ik doe niet aan bewegingslessen en ik ben zelden bezig met stemoefeningen.
Ik zit gewoon lekker in mijn vel -punt-.
Juist dat lekker in mijn vel zitten, zette mij aan het denken.
In de afgelopen jaren is de term 'transseksueel' een beetje in de verdrukking aan het raken.
Die term wordt vervangen door het woord 'Transgender', in het engels: 'Transgendered'.
Zover ik kan zien, heeft dat twee redenen. Ten eerste heeft het woord transseksueel een erg lichamelijke klank, met name de tweede lettergreep brengt te veel mensen op de gedachte dat transvrouwen zich 'om laten bouwen' vanwege pornografische intenties.
Een tweede reden is de hiërarchie die kennelijk in transenland bestaat. Aan de top staan mensen die helemaal veranderen; de Transseksuelen. .
Daaronder komen de transgenders. Dat zijn mensen die tussen de geslachten in willen leven. Ze willen geen man en geen vrouw zijn, of juist allebei tegelijk. Zij gebruiken ook de term 'Het derde geslacht'
Weer een treetje lager komen de travestieten. Dat zijn mensen die af en toe een hele sterke drang hebben om van geslachtsrol te wisselen.
Dit is een tamelijk ongenuanceerde indeling, maar naar mijn ervaring klopt dit heel goed. Ik richt me dan vooral op het innerlijk geslachtsbewustzijn van deze mensen of zoals de psychologen het noemen: Hun genderidentiteit.
Er is een vrij sterke beweging die vindt dat dit allemaal één pot nat is; alles van hetzelfde laken een pak. Die beweging zijn niet mijn vrienden. Voor mijn gevoel ontnemen ze mij het recht om vrouw te zijn en in hun argumenten voel ik steeds een onuitgesproken verwijt wat zegt dat ik een aansteller ben omdat ik vond dat ik van geslacht moest veranderen.
Maar zij winnen terrein, want ik hoor nog maar zelden de termen 'transseksueel' of 'travestie'.
Buiten dat politieke gedreutel, ben ik toch gaan twijfelen want waar ik een paar jaar geleden nog liever dood zou gaan dan te moeten leven als man, vraag ik me nu weleens af, of ik door de operatie misschien transgender ben geworden.
Vroeger vond ik elk mannelijk detail aan mijn lijf ronduit onsmakelijk. Ik zal je de waslijst besparen, maar ik zag in de spiegel altijd een broer van mijn broers, maar nooit 'ik'.
De laatste tijd denk ik heel vaak als ik weer ergens een donkere haar vind die de stroomlijn van mijn lijf onderbreekt: ".. Ach..."
Of als mijn spiegelbeeld een tamelijk mannelijke botstructuur toont: "Nou en?"
En op momenten dat ik iets zeg wat een vrouw nooit zou zeggen vind ik het eigenlijk juist leuk.
Nu ik dit zo opschrijf en nog eens over lees, zie ik dat ik helemaal niet transgender ben. Ik heb gewoon de verkeerde opvoeding gehad en kennelijk had ik in mijn tienerjaren niet het soort vriendinnen wat me op tijd corrigeerde en waaraan ik mijn eigen tekortkomingen af kon meten.
Misschien draai ik nog bij als ik een leuke man leer kennen.
Maar ik heb nergens spijt van, ook niet van een operatie.
Welke operatie ook weer?
Ik weet dat er jarenlang iets tussen m'n benen heeft gezwabberd. De theorie bevestigt dat, maar in de praktijk kan ik me er niks van herinneren.
Voor mijn gevoel heeft er nooit een bobbel in mijn broek gezeten.
Als mensen denken dat ik spijt zou kunnen hebben van 'de' operatie, kunnen ze zichzelf evengoed afvragen of ik er misschien spijt van heb dat ik mijn vleugels af heb laten knippen......
Het is gewoon een gestoorde gedachte.
Of was het geen droom,
kon ik vroeger echt vliegen?
Wauw!
Er schijnen namelijk geruchten over mij rond te gaan.
Met name het gerucht dat ik spijt zou hebben van mijn geslachtsaanpassing.
Daar heb ik toch wel een dag of twee mee in mijn hoofd gelopen.
Hoe komen 'ze' erbij??????
Heb ik iets gezegd wat zou kunnen suggereren dat ik liever een mannetje was gebleven?
Of heb ik ergens over gesproken met iemand wat misschien heel ergens anders over ging, maar waar voor een slecht verstaander uitgelegd zou kunnen worden als... ??
Het gekste van alles is, dat dit gerucht van mensen schijnt te komen die ik echt wijzer mag achten.
Of ben ik dan weer veel te coulant tegenover mensen die in feite gewoon als mongolen behandeld dienen te worden?
Voorlopig kan ik dit gerucht niet onderzoeken want zolang mijn vakantie duurt, kom ik niet op plekken waar dit beweerd wordt. En ik heb ook echt geen behoefte om daarheen te gaan. Ik heb niet voor niks vakantie.
(ook al is het 'maar' vrijwilligerswerk)
Als er één ding in mijn leven is waar ik pertinent geen spijt van heb, is het mijn geslachtsaanpassing.
Niet zolang geleden heb ik nota bene mijn huidige leven voor wat betreft 'gendergedoe' uitgebreid geëvalueerd.
(da's gewoon een moeilijke manier om te zeggen dat ik het leuk vind om mezelf te bekijken)
Tot mijn eigen tevredenheid kan ik vaststellen dat ik tegenwoordig erg lekker in mijn vel zit. Eerlijk gezegd vind ik het zelfs een beetje te.
Vroeger was ik nog wel eens heel uitgebreid aan het tutten. Dat is helemaal over. Vroeger kon ik eindeloos bezig zijn met -stilletjes- te onderzoeken hoe vrouwen praten, bewegen, reageren, kijken en wat er in hun doen en laten veranderd wanneer ze weten dat niemand op haar let in vergelijking tot momenten dat ze zich heel bewust zijn van mensen in hun omgeving.
Daar houd ik me tegenwoordig vrijwel niet meer mee bezig, hooguit als ik een dag heb waarop meer dan twee idioten mij 'meneren'. Maar dat is dan eigenlijk heel logisch, want op zulke dagen word ik tenslotte nogal bruut gewezen op de aard van mijn persoonlijke presentatie, die kennelijk nogal onvrouwelijk is.
Maar toch doe ik over het algemeen niet zo heel veel moeite om mijn doen en laten te veranderen, beter gezegd: te vervrouwelijken.
Ik ben ook niet heel erg in de weer met make-up, ik verdiep me niet uitvoerig in mode, ik doe niet aan bewegingslessen en ik ben zelden bezig met stemoefeningen.
Ik zit gewoon lekker in mijn vel -punt-.
Juist dat lekker in mijn vel zitten, zette mij aan het denken.
In de afgelopen jaren is de term 'transseksueel' een beetje in de verdrukking aan het raken.
Die term wordt vervangen door het woord 'Transgender', in het engels: 'Transgendered'.
Zover ik kan zien, heeft dat twee redenen. Ten eerste heeft het woord transseksueel een erg lichamelijke klank, met name de tweede lettergreep brengt te veel mensen op de gedachte dat transvrouwen zich 'om laten bouwen' vanwege pornografische intenties.
Een tweede reden is de hiërarchie die kennelijk in transenland bestaat. Aan de top staan mensen die helemaal veranderen; de Transseksuelen. .
Daaronder komen de transgenders. Dat zijn mensen die tussen de geslachten in willen leven. Ze willen geen man en geen vrouw zijn, of juist allebei tegelijk. Zij gebruiken ook de term 'Het derde geslacht'
Weer een treetje lager komen de travestieten. Dat zijn mensen die af en toe een hele sterke drang hebben om van geslachtsrol te wisselen.
Dit is een tamelijk ongenuanceerde indeling, maar naar mijn ervaring klopt dit heel goed. Ik richt me dan vooral op het innerlijk geslachtsbewustzijn van deze mensen of zoals de psychologen het noemen: Hun genderidentiteit.
Er is een vrij sterke beweging die vindt dat dit allemaal één pot nat is; alles van hetzelfde laken een pak. Die beweging zijn niet mijn vrienden. Voor mijn gevoel ontnemen ze mij het recht om vrouw te zijn en in hun argumenten voel ik steeds een onuitgesproken verwijt wat zegt dat ik een aansteller ben omdat ik vond dat ik van geslacht moest veranderen.
Maar zij winnen terrein, want ik hoor nog maar zelden de termen 'transseksueel' of 'travestie'.
Buiten dat politieke gedreutel, ben ik toch gaan twijfelen want waar ik een paar jaar geleden nog liever dood zou gaan dan te moeten leven als man, vraag ik me nu weleens af, of ik door de operatie misschien transgender ben geworden.
Vroeger vond ik elk mannelijk detail aan mijn lijf ronduit onsmakelijk. Ik zal je de waslijst besparen, maar ik zag in de spiegel altijd een broer van mijn broers, maar nooit 'ik'.
De laatste tijd denk ik heel vaak als ik weer ergens een donkere haar vind die de stroomlijn van mijn lijf onderbreekt: ".. Ach..."
Of als mijn spiegelbeeld een tamelijk mannelijke botstructuur toont: "Nou en?"
En op momenten dat ik iets zeg wat een vrouw nooit zou zeggen vind ik het eigenlijk juist leuk.
Nu ik dit zo opschrijf en nog eens over lees, zie ik dat ik helemaal niet transgender ben. Ik heb gewoon de verkeerde opvoeding gehad en kennelijk had ik in mijn tienerjaren niet het soort vriendinnen wat me op tijd corrigeerde en waaraan ik mijn eigen tekortkomingen af kon meten.
Misschien draai ik nog bij als ik een leuke man leer kennen.
Maar ik heb nergens spijt van, ook niet van een operatie.
Welke operatie ook weer?
Ik weet dat er jarenlang iets tussen m'n benen heeft gezwabberd. De theorie bevestigt dat, maar in de praktijk kan ik me er niks van herinneren.
Voor mijn gevoel heeft er nooit een bobbel in mijn broek gezeten.
Als mensen denken dat ik spijt zou kunnen hebben van 'de' operatie, kunnen ze zichzelf evengoed afvragen of ik er misschien spijt van heb dat ik mijn vleugels af heb laten knippen......
Het is gewoon een gestoorde gedachte.
Of was het geen droom,
kon ik vroeger echt vliegen?
Wauw!
zondag 11 augustus 2013
Ervaring & werk & ervaring
Het is bijna vakantie, ik verheug me er ontzettend op, ik ben er heel erg aan toe en nee, ik blijf gewoon thuis.
Sinds mijn vorige vakantie heeft het millennium gewisseld en zijn er nog een paar dingen gebeurd die ik niet allemaal ga noemen.
Laat ik in het kort het afgelopen jaar eens opsommen. En dan alleen mijn eigen bezigheden.
In het afgelopen jaar ben ik opgeleid om les te gaan geven, ik heb zes vrijwilligersbanen gehad en met sommige ben ik nog bezig. Ik heb een operatie ondergaan, ik heb twee ongelukken gehad, van één ben ik nog aan het revalideren. Ik ben verhuisd en in mijn nieuwe huis heb ik een poos onderdak geboden aan een dierbare die dat nodig had. Al die dingen hebben best veel tijd en energie gekost. Knap van mezelf dat ik alles heb doorstaan zonder vakantie, al zeg ik het zelf.
Maar wat dit alles uiteindelijk heel zwaar maakt, zijn de dingen die ik doe op basis van 'ervaringswerk'.
Eigenlijk doe ik dat voor een groot deel op goed geluk. Ik heb een wonderlijk leven mogen leiden. Daarin heb ik dingen gedaan en ben ik kind aan huis geweest op plekken waar ik met terugwerkende kracht stil van word. Maar ik heb ook dingen beleefd die ik nooit meer mee wil maken. Ik ga nog liever dood.
Juist die tweede categorie is de basis voor mijn ervaringswerk. Behalve die basis heb ik niet veel wat ik kan gebruiken. Al doende leert men, luidt het spreekwoord. In het afgelopen jaar heb ik me half gek geleerd.
In mijn vorig leven heb ik mogen meemaken hoe natte vingers, slimme vondsten en veel vallen en opstaan tot hele indrukwekkende resultaten heeft kunnen leiden, maar sinds de die resultaten zijn verfijnd met behulp van concrete kennis, gericht onderzoek en brede wetenschappelijke inzichten, weet je soms letterlijk niet meer wat je meemaakt. Het is ongelofelijk wat tegenwoordig mogelijk blijkt.
In dat vorig leven was het overigens erg leuk om dingen uit te proberen en 'on the fly' te onderzoeken. Er waren altijd mensen in mijn omgeving die mee wilden denken, net zo hard bezig waren om nieuwe dingen te onderzoeken en vooral veel anderen wilden betrekken in het plezier wat we aan ons werk beleefden.
Hard werken was zelden een punt omdat de sfeer zo goed was.
Nu is dat anders. Vroeger werkte ik op plekken waar de mensen opgetogen en nieuwsgierig naartoe kwamen. Nu werk ik op plekken waar mensen moe en terneergeslagen heen gaan. Ik ken deze plekken van binnenuit. We lachen wel. We lachen om de ellende te vergeten. Dat is een heel ander soort lachen dan de uiting van plezier en levensvreugde die ik lang geleden dagelijks beleefde.
Mijn levensvreugde heeft het regelmatig zwaar te verduren. Bij momenten vraag ik me af of dit werk wel is wat ik wil. Gelukkig leer ik ervan. Met name dingen over mezelf. Dat lucht dan weer op, want de pret van vroeger werd vaak gedrukt doordat ik niet goed wist wat ik met mezelf aan moest.
Daar lag 'het' allemaal aan, weet ik nu. Ik ben opgevoed om ongelukkig te zijn. Dat is niet expres gebeurd. Mijn ouders waren ook zo opgevoed en in hun tijd bestond het niet dat je twijfelde aan je eigen opvoeding.
Zulke dingen leer ik nu dus. En dat mag ik nu op één of andere manier gebruiken in mijn werk. Welke manier de juiste is vind ik in niet een boekje terug. Ik weet niet of die boekjes wel bestaan. Veel boekjes op dit gebied stammen uit de tijd waarin mensen geen vragen stelden over opvoeding of over pedagogiek. Daardoor is het erg moeilijk om te herstellen wanneer je ziek bent. Verzorgers, verplegers en hulpverleners hebben heel lang heel veel geleerd over ziek, zwak en hulpeloos zijn. Verder hoefden ze vroeger niks te leren. Een ziekenzorger noemt zichzelf geen beter-zorger, toch?
Al die kennis die ik hier ophoest, rommelt in mijn binnenste. Ik weet niet of ik me er vrolijk bij kan voelen.
Misschien is dat gevoel al een basis om vooral door te gaan, want zodra ik vrolijk word binnen dit werk, gebeurt er waarschijnlijk iets erg prettigs in het wereldje van vermoeide, neerslachtige mensen.
Maar nu eerst vakantie.
Joepie !
Sinds mijn vorige vakantie heeft het millennium gewisseld en zijn er nog een paar dingen gebeurd die ik niet allemaal ga noemen.
Laat ik in het kort het afgelopen jaar eens opsommen. En dan alleen mijn eigen bezigheden.
In het afgelopen jaar ben ik opgeleid om les te gaan geven, ik heb zes vrijwilligersbanen gehad en met sommige ben ik nog bezig. Ik heb een operatie ondergaan, ik heb twee ongelukken gehad, van één ben ik nog aan het revalideren. Ik ben verhuisd en in mijn nieuwe huis heb ik een poos onderdak geboden aan een dierbare die dat nodig had. Al die dingen hebben best veel tijd en energie gekost. Knap van mezelf dat ik alles heb doorstaan zonder vakantie, al zeg ik het zelf.
Maar wat dit alles uiteindelijk heel zwaar maakt, zijn de dingen die ik doe op basis van 'ervaringswerk'.
Eigenlijk doe ik dat voor een groot deel op goed geluk. Ik heb een wonderlijk leven mogen leiden. Daarin heb ik dingen gedaan en ben ik kind aan huis geweest op plekken waar ik met terugwerkende kracht stil van word. Maar ik heb ook dingen beleefd die ik nooit meer mee wil maken. Ik ga nog liever dood.
Juist die tweede categorie is de basis voor mijn ervaringswerk. Behalve die basis heb ik niet veel wat ik kan gebruiken. Al doende leert men, luidt het spreekwoord. In het afgelopen jaar heb ik me half gek geleerd.
In mijn vorig leven heb ik mogen meemaken hoe natte vingers, slimme vondsten en veel vallen en opstaan tot hele indrukwekkende resultaten heeft kunnen leiden, maar sinds de die resultaten zijn verfijnd met behulp van concrete kennis, gericht onderzoek en brede wetenschappelijke inzichten, weet je soms letterlijk niet meer wat je meemaakt. Het is ongelofelijk wat tegenwoordig mogelijk blijkt.
In dat vorig leven was het overigens erg leuk om dingen uit te proberen en 'on the fly' te onderzoeken. Er waren altijd mensen in mijn omgeving die mee wilden denken, net zo hard bezig waren om nieuwe dingen te onderzoeken en vooral veel anderen wilden betrekken in het plezier wat we aan ons werk beleefden.
Hard werken was zelden een punt omdat de sfeer zo goed was.
Nu is dat anders. Vroeger werkte ik op plekken waar de mensen opgetogen en nieuwsgierig naartoe kwamen. Nu werk ik op plekken waar mensen moe en terneergeslagen heen gaan. Ik ken deze plekken van binnenuit. We lachen wel. We lachen om de ellende te vergeten. Dat is een heel ander soort lachen dan de uiting van plezier en levensvreugde die ik lang geleden dagelijks beleefde.
Mijn levensvreugde heeft het regelmatig zwaar te verduren. Bij momenten vraag ik me af of dit werk wel is wat ik wil. Gelukkig leer ik ervan. Met name dingen over mezelf. Dat lucht dan weer op, want de pret van vroeger werd vaak gedrukt doordat ik niet goed wist wat ik met mezelf aan moest.
Daar lag 'het' allemaal aan, weet ik nu. Ik ben opgevoed om ongelukkig te zijn. Dat is niet expres gebeurd. Mijn ouders waren ook zo opgevoed en in hun tijd bestond het niet dat je twijfelde aan je eigen opvoeding.
Zulke dingen leer ik nu dus. En dat mag ik nu op één of andere manier gebruiken in mijn werk. Welke manier de juiste is vind ik in niet een boekje terug. Ik weet niet of die boekjes wel bestaan. Veel boekjes op dit gebied stammen uit de tijd waarin mensen geen vragen stelden over opvoeding of over pedagogiek. Daardoor is het erg moeilijk om te herstellen wanneer je ziek bent. Verzorgers, verplegers en hulpverleners hebben heel lang heel veel geleerd over ziek, zwak en hulpeloos zijn. Verder hoefden ze vroeger niks te leren. Een ziekenzorger noemt zichzelf geen beter-zorger, toch?
Al die kennis die ik hier ophoest, rommelt in mijn binnenste. Ik weet niet of ik me er vrolijk bij kan voelen.
Misschien is dat gevoel al een basis om vooral door te gaan, want zodra ik vrolijk word binnen dit werk, gebeurt er waarschijnlijk iets erg prettigs in het wereldje van vermoeide, neerslachtige mensen.
Maar nu eerst vakantie.
Joepie !
zaterdag 10 augustus 2013
Uit het stof
Hmmmmmmjah.....
Ik merk dat m'n blogske nog steeds leeft.
Zelf doe ik er niet veel aan, maar anderen bekijken het nog steeds regelmatig.
Misschien zijn die anderen toch wel beetje nieuwsgierig hoe 't met me is?
V'ruit dan maar.
Ga ik toch maar weer nu en dan iets blogposten.
Ik weet nog niet wat ik ga vertellen, misschien alleen maar suffe dingen:
Boekbesprekingen en recepten.
Of dingen die ik zie op TV.
Alsof de rest van de mensen dat niet zelf al had gelezen, gekookt of gezien?
Of gewoon zeggen hoe het gaat.
Vandaag pyjamadag.
Het is al halfvijf 's middags en ik zit nog in m'n ochtendjas met de laptop op schoot.
Alsof het niks is.
Alsof het vakantie is.
Dat dan weer wel en nog grijs weer ook.
V'ruit dan maar.
Ik merk dat m'n blogske nog steeds leeft.
Zelf doe ik er niet veel aan, maar anderen bekijken het nog steeds regelmatig.
Misschien zijn die anderen toch wel beetje nieuwsgierig hoe 't met me is?
V'ruit dan maar.
Ga ik toch maar weer nu en dan iets blogposten.
Ik weet nog niet wat ik ga vertellen, misschien alleen maar suffe dingen:
Boekbesprekingen en recepten.
Of dingen die ik zie op TV.
Alsof de rest van de mensen dat niet zelf al had gelezen, gekookt of gezien?
Of gewoon zeggen hoe het gaat.
Vandaag pyjamadag.
Het is al halfvijf 's middags en ik zit nog in m'n ochtendjas met de laptop op schoot.
Alsof het niks is.
Alsof het vakantie is.
Dat dan weer wel en nog grijs weer ook.
V'ruit dan maar.
Abonneren op:
Posts (Atom)