Zal ik weer eens naar de kerk gaan? Het Roomse Brabant in oude glorie doen herleven......
Natuurlijk niet. Die tijd heb ik gehad. De kerk... Neuh... lamaar...
Zondag is wel een dag om in ere te houden. Lekker rustig. Lekker je kater wegslapen of gewoon kalmpjes aan doen. Er is al zoveel drukte op de wereld, laten we dan maar eens één dag per week de stilte de ruimte geven.
Wat klink ik ouwerwets, zeg! Maar het is toch geen grapje. Een dorpeling als ik, is op rust gesteld. En zo is het!
En ik vul mijn rust dan graag met oeverloze bezigheden als 'bespiegelen'. Lekker de dingen overdenken en overal een diepere betekenis achter zoeken.. Ehm.. Zal ik toch maar weer eens naar de kerk gaan???
Maar een blogje in elkaar zetten moet toch kunnen, vind ik. Zeker na een week als deze. Weet je dattie maar liefst zeven dagen heeft geduurd? Errug, hè? En elke dag is er van alles gebeurd, echt een heleboel, maar dat kun je vast wel lezen in de krant ofzo.
Ik heb deze week, 's nachts, gedroomd en een deel van mijn dromen heb ik onthouden. Het was best lang geleden sinds ik mijn dromen onthield. Het leek wel of ik helemaal niet droomde en misschien was dat ook wel, want ik heb al met al toch een hele poos niet behoorlijk kunnen slapen en dromen doe je nou eenmaal in je slaap. Kennelijk slaap ik dus ook weer goed. Heerlijk is dat!
Maar ik droomde over het herstel van mijn operatie, het ging helemaal niet goed en daarom besloot ik om me weer te melden bij het ziekenhuis. Ik ging er lopend naartoe en natuurlijk verdwaalde ik. Uiteindelijk kwam ik terecht bij een dtel hele aardige mensen die in een heel oud huis op de bovenetage woonden. Ik mocht daar blijven logeren want het was al laat en ik was erg moe. Toen ik me uitkleedde, zag ik tot mijn grote verrassing dat alles prachtig genezen was!
Dat zijn leuke dromen, vind ik....
In een andere droom was er een man hevig geïnteresseerd in mij. Met deze man had ik nog op de lagere school gezeten, maar ik wist niet of hij me had herkend. Op zich was hij erg aardig, maar ook heel opdringerig. Dat laatste kwam omdat hij cocaïne had gebruikt. Ik probeerde bij hem uit de buurt te komen, maar dat lukte niet. Op het laatst was ik aan het rennen met hem achter me aan. Hij genoot zichtbaar van de inspanning en hij was er trots op dat hij me moeiteloos bij kon houden.
Uiteindelijk wist ik hem van me af te schudden doordat ik de tuin van het huis waar ik ben opgegroeid in vluchtte.
Het huis en de tuin waren heel erg veranderd, maar ik voelde me er geen vreemde.
Dat was het ongeveer. De laatste droom vond ik best interessant omdat ik echt niet weet wat ik zou doen als een man mij leuk blijkt te vinden.
Hard weghollen, denk ik?
Maar ik zag deze week ook foto's van een bruidsmodeshow en daar werd ik toch wel een beetje week van in de knieën. Al die mooie jurken. ik begon er zelfs helemaal van te zwijmelen, maar mijn fantasie kwam niet veel verder dan 'ik in zo'n jurk', met niet iemand naast me.
De man van mijn dromen weet kennelijk niet waar ik me verstopt heb.
Misschien wil hij graag in de kerk trouwen.
Gewoon voor het mooi.........
zondag 13 november 2011
dinsdag 8 november 2011
Het romantische leven in en om Prinsenbeek
Mijn huisje is niet groot, maar het is goed voor mij en mijn kat met z'n tweetjes. Iedereen die hier voor het eerst binnenkomt vind het gezellig en kleurrijk. Mijn woonkamer is bijna als een serre vanwege de grote openslaande tuindeuren aan de straatkant. Ik heb ook nog een voortuin, dus de straat hindert niet en het is niet gewoon een straat. Ik woon aan een hofje, dus de overburen wonen bijna 100 meter van me af en tussen ons in ligt een groot gasveld waarop speeltoestellen staan en het is omringd door bomen.
Rond half twee draait de zon bij me naar binnen, dus op een nevelige herfstdag als vandaag komt er een gouden gloed over de dingen.
Ik zit hier rustig in mijn stoel. De radio speelt een pianoconcert en poes ligt op de bank te slapen. Zover ik weet ben ik de enige in de flat die thuis is, dus het heerlijk stil om me heen. Ik ben een beetje slaperig van de lunch.
Vandaag is een heerlijke dag om de tijd even stil te zetten. Ik zou nu graag ergens in een bos lopen dwalen. Niet ver hiervandaan weet ik veel plekjes die gemaakt lijken voor de herfst en omdat de herfst nu eenmaal het jaargetijde is wat voor mij het meest sprookjesachtig is, ga ik op dagen als vandaag heel graag naar die plekken.
Soms gebeuren er op dit soort dagen heel bijzondere dingen op dat soort plekken.
Twee jaar geleden was ik bijvoorbeeld een beetje rond aan het zwerven, ergens in het buitengebied van Breda, toen ik opeens bijna over een kabouter struikelde.
"Eej, nondedju. Kikte gij es uit waar ge lôpt", brulde het schepseltje in een taal die heel veel weg heeft van plat Brabants. Ik keek naar beneden en ik schrok. Wat een sjachrijnig smoelwerk, zeg!
Dat zei ik ook tegen hem en hij knikte: "Kwittet".
Daarop nodigde hij me uit om naast hem op een boomstronk te gaan zitten.
"K zallet 'oe vertelle, hoe dagget komt da'k zonne rotkop 'eb".
Hij bood me een homp kaboutercake aan en begon te vertellen.
Ik zal niet woordelijk herhalen wat hij allemaal vertelde, dat verstaat immers geen mens, alleen kabouters en Brabanders. Het kwam er op neer dat hij al meer dan een eeuw aan heeft moeten horen wat de mensen zoal over kabouters beweren en dat trok hij zich heel erg aan. Hij kwam met een eindeloze opsomming van dingen die ik soms wel en vaak niet te horen heb gekregen over kabouters en alles wat hij noemde werd door hemzelf weerlegd.
Ik was met stomheid geslagen over zoveel zelfkennis en de immense eigendunk van het miezerige kereltje.
En hij ging maar door en door en door. Op zeker moment kon ik er niet meer tegen en ik onderbrak hem met de vraag wie al die nare dingen over kabouters dan wel niet liepen te beweren. Hij keek me twee minuten zwijgend aan, bod me nog een stuk kaboutercake aan en hij begon de hele lijst opnieuw af te draaien, maar nu met vermelding van de bron erbij.
Ik heb het gelaten over me heen laten komen. Hij onderbrak zijn geratel slechts één keer en dat was om zijn denneappellantaarn aan te steken, want het werd donker.
Toen hij eindelijk was uitgekletst keek hij me grimmig aan. Zijn smoel zag er bij het lantaarnlicht uit als een verminkte aardappel met twee glimmende knopen erin.
"Wa vinde gij d'rvan?", vroeg hij dreigend.
"Waarvan?"
"Van K'bouters; Van mijn!" riep hij dreigend.
"Je kletst te veel en je stinkt. Ik ben er misselijk van!"
Het ontschoot me, ik dacht er niet bij na maar het was het eerste wat in me opkwam. En het was waar. Die vieze kabouter stonk als de pest. Bah!
"Nonde-nonde-nonde-dedjuu!", riep de kabouter en ik bedacht me dat ik misschien ook nog kon zeggen hoe lelijk hij was en dat hij een afschuwelijk taalgebruik had, maar dat hoefde eigenlijk niet eens.
Hij keek me met hele grote ogen aan. Ze glansden als natte poep bij het licht van de denneappellantaarn.
"De he'k no'nooit gehôôrd", zei hij mat. "Heb je dat echt nog nooit gehoord?", vroeg ik. Hij schudde zijn lelijke aardappelkop. Ik bezwoer hem dat het echt zo was en ik vertelde er meteen bij hoe ik lelijk hij was en hoe afschuwelijk zijn taalgebruik. Ik dacht er nog even over om iets te zeggen over slechte adem, maar die kon ik niet ruiken, zijn lijfgeur overstemde namelijk alle andere geuren, ook mijn eigen luchtjes.
De kabouter schraapte zijn keel en sprak, dit keer in beschaafd Nederlands en met een stemgeluid waarmee hij moeiteloos het 8 uurjournaal zou kunnen presenteren:
"Welnu, dan lijkt het mij het beste dat ik zo spoedig mogelijk vertrek richting Pakistan. Hopelijk tref ik daar lieden die me een opleiding bij de al Quaida beweging aan bieden. Het lijkt me heerlijk om met een gordel van dynamiet om mijn middel ergens in het openbaar een laatste krachtige daad te verrichten".
"O, als zelfmoordterrorist?", vroeg ik.
"Nee", zei hij. "Als stinkbom!"
Rond half twee draait de zon bij me naar binnen, dus op een nevelige herfstdag als vandaag komt er een gouden gloed over de dingen.
Ik zit hier rustig in mijn stoel. De radio speelt een pianoconcert en poes ligt op de bank te slapen. Zover ik weet ben ik de enige in de flat die thuis is, dus het heerlijk stil om me heen. Ik ben een beetje slaperig van de lunch.
Vandaag is een heerlijke dag om de tijd even stil te zetten. Ik zou nu graag ergens in een bos lopen dwalen. Niet ver hiervandaan weet ik veel plekjes die gemaakt lijken voor de herfst en omdat de herfst nu eenmaal het jaargetijde is wat voor mij het meest sprookjesachtig is, ga ik op dagen als vandaag heel graag naar die plekken.
Soms gebeuren er op dit soort dagen heel bijzondere dingen op dat soort plekken.
Twee jaar geleden was ik bijvoorbeeld een beetje rond aan het zwerven, ergens in het buitengebied van Breda, toen ik opeens bijna over een kabouter struikelde.
"Eej, nondedju. Kikte gij es uit waar ge lôpt", brulde het schepseltje in een taal die heel veel weg heeft van plat Brabants. Ik keek naar beneden en ik schrok. Wat een sjachrijnig smoelwerk, zeg!
Dat zei ik ook tegen hem en hij knikte: "Kwittet".
Daarop nodigde hij me uit om naast hem op een boomstronk te gaan zitten.
"K zallet 'oe vertelle, hoe dagget komt da'k zonne rotkop 'eb".
Hij bood me een homp kaboutercake aan en begon te vertellen.
Ik zal niet woordelijk herhalen wat hij allemaal vertelde, dat verstaat immers geen mens, alleen kabouters en Brabanders. Het kwam er op neer dat hij al meer dan een eeuw aan heeft moeten horen wat de mensen zoal over kabouters beweren en dat trok hij zich heel erg aan. Hij kwam met een eindeloze opsomming van dingen die ik soms wel en vaak niet te horen heb gekregen over kabouters en alles wat hij noemde werd door hemzelf weerlegd.
Ik was met stomheid geslagen over zoveel zelfkennis en de immense eigendunk van het miezerige kereltje.
En hij ging maar door en door en door. Op zeker moment kon ik er niet meer tegen en ik onderbrak hem met de vraag wie al die nare dingen over kabouters dan wel niet liepen te beweren. Hij keek me twee minuten zwijgend aan, bod me nog een stuk kaboutercake aan en hij begon de hele lijst opnieuw af te draaien, maar nu met vermelding van de bron erbij.
Ik heb het gelaten over me heen laten komen. Hij onderbrak zijn geratel slechts één keer en dat was om zijn denneappellantaarn aan te steken, want het werd donker.
Toen hij eindelijk was uitgekletst keek hij me grimmig aan. Zijn smoel zag er bij het lantaarnlicht uit als een verminkte aardappel met twee glimmende knopen erin.
"Wa vinde gij d'rvan?", vroeg hij dreigend.
"Waarvan?"
"Van K'bouters; Van mijn!" riep hij dreigend.
"Je kletst te veel en je stinkt. Ik ben er misselijk van!"
Het ontschoot me, ik dacht er niet bij na maar het was het eerste wat in me opkwam. En het was waar. Die vieze kabouter stonk als de pest. Bah!
"Nonde-nonde-nonde-dedjuu!", riep de kabouter en ik bedacht me dat ik misschien ook nog kon zeggen hoe lelijk hij was en dat hij een afschuwelijk taalgebruik had, maar dat hoefde eigenlijk niet eens.
Hij keek me met hele grote ogen aan. Ze glansden als natte poep bij het licht van de denneappellantaarn.
"De he'k no'nooit gehôôrd", zei hij mat. "Heb je dat echt nog nooit gehoord?", vroeg ik. Hij schudde zijn lelijke aardappelkop. Ik bezwoer hem dat het echt zo was en ik vertelde er meteen bij hoe ik lelijk hij was en hoe afschuwelijk zijn taalgebruik. Ik dacht er nog even over om iets te zeggen over slechte adem, maar die kon ik niet ruiken, zijn lijfgeur overstemde namelijk alle andere geuren, ook mijn eigen luchtjes.
De kabouter schraapte zijn keel en sprak, dit keer in beschaafd Nederlands en met een stemgeluid waarmee hij moeiteloos het 8 uurjournaal zou kunnen presenteren:
"Welnu, dan lijkt het mij het beste dat ik zo spoedig mogelijk vertrek richting Pakistan. Hopelijk tref ik daar lieden die me een opleiding bij de al Quaida beweging aan bieden. Het lijkt me heerlijk om met een gordel van dynamiet om mijn middel ergens in het openbaar een laatste krachtige daad te verrichten".
"O, als zelfmoordterrorist?", vroeg ik.
"Nee", zei hij. "Als stinkbom!"
zondag 6 november 2011
Is het alweer een maand?
Op 4 oktober heeft de dokter mijn lijf aangepast aan wat ik werkelijk ben. Dat is alweer een maand geleden.
Er is in die maand een heleboel gebeurd in de wereld, maar ik deed niet mee want ik was aan het herstellen van een zware operatie.
Ik weet niet hoe zwaar de operatie was, want ik sliep terwijl de dokter bezig was. Ik weet wel dat het daarna geen feest was, zeker de eerste twee weken niet. Het gaat nu beter, maar ik ben nog steeds niet in mijn oude vorm en degenen die het weten kunnen, zeggen dat het nog wel een jaar kan duren eer ik er weer helemaal bovenop ben.
Nee, niet blij mee. Misschien valt deze periode me vooral tegen omdat ik er geen rekening mee heb gehouden. Ik had me er op ingesteld dat ik een poosje kalm aan zou moeten doen en daarna met frisse moed verder bouwen aan een nieuw leven. Ik had helemaal niet bedacht dat ik zo vreselijk onderuit zou gaan door de operatie en al helemaal niet dat ik geestelijk ook even bijna geen grip meer op mezelf zou hebben.
Iemand heeft een hele tijd gelede al tegen me gezegd dat in de nasleep van deze operatie dingen met me zouden gaan gebeuren waar ik van te voren geen benul van had. Het herstel was er dus één. Het is heel gek om nu vast te stellen dat ik graag mijn leven op wil pakken, maar dat ik helemaal niet weet of ik daar al sterk genoeg voor ben. Ik bedacht me vanmorgen dat ik in de afgelopen maand min of meer vervreemd ben van mijn eigen plekje in de wereld.
De komende week lijkt het me dus een goed plan om mijn huisje een grote beurt te geven. Ik weet iet of ik het voor elkaar krijg, want ik ben immers nog steeds herstellende, maar wat zal het fijn zijn als ik me mijn hutje opnieuw eigen heb gemaakt. Daarnaast moet ik ook weer een ritme vinden, want nu doe ik allerlei dingen wel min of meer op vaste tijden, maar niet uit overtuiging, zal ik maar zeggen.
Veel meer zit er nog niet in. Ik moet mezelf niet te veel opleggen anders sla ik dicht, merk ik.
Als ik eind deze week weer bij ben met mijn huishoudentje, zit er misschien een fijne beloning aan vast.
Mijn zus komt namelijk mantelzorgen op zondag. Als er dan voor haar niks te doen valt in mijn huisje....
Gaan we heerlijk buitenspelen. Een wandeling in het bos zou fantastisch zijn !!!
Er is in die maand een heleboel gebeurd in de wereld, maar ik deed niet mee want ik was aan het herstellen van een zware operatie.
Ik weet niet hoe zwaar de operatie was, want ik sliep terwijl de dokter bezig was. Ik weet wel dat het daarna geen feest was, zeker de eerste twee weken niet. Het gaat nu beter, maar ik ben nog steeds niet in mijn oude vorm en degenen die het weten kunnen, zeggen dat het nog wel een jaar kan duren eer ik er weer helemaal bovenop ben.
Nee, niet blij mee. Misschien valt deze periode me vooral tegen omdat ik er geen rekening mee heb gehouden. Ik had me er op ingesteld dat ik een poosje kalm aan zou moeten doen en daarna met frisse moed verder bouwen aan een nieuw leven. Ik had helemaal niet bedacht dat ik zo vreselijk onderuit zou gaan door de operatie en al helemaal niet dat ik geestelijk ook even bijna geen grip meer op mezelf zou hebben.
Iemand heeft een hele tijd gelede al tegen me gezegd dat in de nasleep van deze operatie dingen met me zouden gaan gebeuren waar ik van te voren geen benul van had. Het herstel was er dus één. Het is heel gek om nu vast te stellen dat ik graag mijn leven op wil pakken, maar dat ik helemaal niet weet of ik daar al sterk genoeg voor ben. Ik bedacht me vanmorgen dat ik in de afgelopen maand min of meer vervreemd ben van mijn eigen plekje in de wereld.
De komende week lijkt het me dus een goed plan om mijn huisje een grote beurt te geven. Ik weet iet of ik het voor elkaar krijg, want ik ben immers nog steeds herstellende, maar wat zal het fijn zijn als ik me mijn hutje opnieuw eigen heb gemaakt. Daarnaast moet ik ook weer een ritme vinden, want nu doe ik allerlei dingen wel min of meer op vaste tijden, maar niet uit overtuiging, zal ik maar zeggen.
Veel meer zit er nog niet in. Ik moet mezelf niet te veel opleggen anders sla ik dicht, merk ik.
Als ik eind deze week weer bij ben met mijn huishoudentje, zit er misschien een fijne beloning aan vast.
Mijn zus komt namelijk mantelzorgen op zondag. Als er dan voor haar niks te doen valt in mijn huisje....
Gaan we heerlijk buitenspelen. Een wandeling in het bos zou fantastisch zijn !!!
woensdag 2 november 2011
Waar ik geboren en getogen ben...
Nee, ik ben niet per ongeluk of uit nostalgie of depressie teruggedoken in mijn herinnering. Er zou een boek komen, weet je nog?
En ergens ligt het begin van mijn verhaal. Niet vreemd om dan terug te gaan in de tijd en zodoende steeds dieper in je herinnering te graven, steeds meer details te zien opdoemen en gaandeweg te beseffen dat ik eigenlijk helemaal geen slechte jeugd heb gehad. Ik hield van mijn dorpje. Ik weet niet of het ooit een mooi dorp is geweest. Er kwamen nooit toeristen om bewonderend rond te kijken en souvenirs te kopen en daar ben ik niet rouwig om.
Mijn tijd daar waren de zestiger en zeventiger jaren. In het begin hadden we geen televisie en geen auto, zelfs geen telefoon. Internet bestond zelfs nog niet in de verbeelding van welke sterveling dan ook We hadden heel veel rust maar ik kwam as kind toch vaak tijd tekort om alles te doen wat ik steeds wilde doen. Misschien had het er ook mee te maken dat ik me prima kon vermaken met niks. Gewoon lekker dagdromen op een goed plekje in de zon of voor de kachel. Ik leek soms wel een kat.
Maar ik kon ook heel actief zijn. Hele dagen druk in de weer om mijn fantasietjes uit te voeren in papier en karton, later in hout of gewoon dingen maken met hetgeen voorhanden was. Op mooie dagen waren altijd wel ergens kinderen buiten aan het spelen en met een keertje vriendelijk vragen mocht ik best meedoen. Niet dat ik dat altijd nodig vond. Ik kon de wereld ook best in mijn eentje verkennen. Te voet of op de fiets, dichtbij huis of wat verder weg maakte niet uit. Buitenzijn was heerlijk. Zon, wind of regen deed er niet toe. Het gras had elke dag een andere tint groen en als de wind ermee speelde, veranderde het groen elk moment. Prachtig was dat.
Het dorp was omringd door weilanden. Ik groeide op in een groene zee met aan de horizon de Biesbosch en de weg naar Rotterdam. Het dorp was een eiland vol huizen en mensen. We waren verbonden met elkaar omdat we dorpsgenoten waren en dat was heel wat.
Mijn vader kende iedereen en iedereen kende mijn vader en ik was reuzetrots op hem. Hij nam me weleens mee op de fiets en later op de brommer, zodat ik ook een glimp van zijn wereld kon zien. Wat was dat spannend! Grote Mensen die GroteMensendingen deden. Zou ik dat later ook gaan doen?
Ik had er niet veel vriendjes en nog veel minder vijanden, maar het was goed zo. Onze fantasie ging een heel kinderleven mee en daar hebben we gretig uit geput. Zelfs nu heb ik nog weleens het gevoel dat ik mijn kindertijd nog steeds niet heb afgemaakt. Daarom vind ik het helemaal niet erg om mijn herinneringen aan die tijd nu en dan naar hartelust op te halen, om de zon weer op het zand in de achtertuin te voelen branden. Om weer in gedachten over het dorp te lopen, soms in optocht achter Sinterklaas aan of met een lampion. heel vaak ook alleen of met een vriendje, benieuwd naar gebeurtenissen die zomaar ergens op konden duiken. Dan loop ik weer één van de winkeltjes binnen om kauwgomballen voor 1 cent te kopen, of stiekeme sigaretten. Ik ga hier of daar nog eens kijken of ik een cadeautje kan vinden voor een verjaardag. Het was gewoon spannend om bij de smid of de fietsenmaker binnen te gluren en bij de slager stonden griezelige tonnen met slachtafval op het erf.
En nu ben ik nog niet eens aan de details toegekomen, die houd ik lekker voor mezelf. Anders wordt dit een veel te lange blog
En ergens ligt het begin van mijn verhaal. Niet vreemd om dan terug te gaan in de tijd en zodoende steeds dieper in je herinnering te graven, steeds meer details te zien opdoemen en gaandeweg te beseffen dat ik eigenlijk helemaal geen slechte jeugd heb gehad. Ik hield van mijn dorpje. Ik weet niet of het ooit een mooi dorp is geweest. Er kwamen nooit toeristen om bewonderend rond te kijken en souvenirs te kopen en daar ben ik niet rouwig om.
Mijn tijd daar waren de zestiger en zeventiger jaren. In het begin hadden we geen televisie en geen auto, zelfs geen telefoon. Internet bestond zelfs nog niet in de verbeelding van welke sterveling dan ook We hadden heel veel rust maar ik kwam as kind toch vaak tijd tekort om alles te doen wat ik steeds wilde doen. Misschien had het er ook mee te maken dat ik me prima kon vermaken met niks. Gewoon lekker dagdromen op een goed plekje in de zon of voor de kachel. Ik leek soms wel een kat.
Maar ik kon ook heel actief zijn. Hele dagen druk in de weer om mijn fantasietjes uit te voeren in papier en karton, later in hout of gewoon dingen maken met hetgeen voorhanden was. Op mooie dagen waren altijd wel ergens kinderen buiten aan het spelen en met een keertje vriendelijk vragen mocht ik best meedoen. Niet dat ik dat altijd nodig vond. Ik kon de wereld ook best in mijn eentje verkennen. Te voet of op de fiets, dichtbij huis of wat verder weg maakte niet uit. Buitenzijn was heerlijk. Zon, wind of regen deed er niet toe. Het gras had elke dag een andere tint groen en als de wind ermee speelde, veranderde het groen elk moment. Prachtig was dat.
Het dorp was omringd door weilanden. Ik groeide op in een groene zee met aan de horizon de Biesbosch en de weg naar Rotterdam. Het dorp was een eiland vol huizen en mensen. We waren verbonden met elkaar omdat we dorpsgenoten waren en dat was heel wat.
Mijn vader kende iedereen en iedereen kende mijn vader en ik was reuzetrots op hem. Hij nam me weleens mee op de fiets en later op de brommer, zodat ik ook een glimp van zijn wereld kon zien. Wat was dat spannend! Grote Mensen die GroteMensendingen deden. Zou ik dat later ook gaan doen?
Ik had er niet veel vriendjes en nog veel minder vijanden, maar het was goed zo. Onze fantasie ging een heel kinderleven mee en daar hebben we gretig uit geput. Zelfs nu heb ik nog weleens het gevoel dat ik mijn kindertijd nog steeds niet heb afgemaakt. Daarom vind ik het helemaal niet erg om mijn herinneringen aan die tijd nu en dan naar hartelust op te halen, om de zon weer op het zand in de achtertuin te voelen branden. Om weer in gedachten over het dorp te lopen, soms in optocht achter Sinterklaas aan of met een lampion. heel vaak ook alleen of met een vriendje, benieuwd naar gebeurtenissen die zomaar ergens op konden duiken. Dan loop ik weer één van de winkeltjes binnen om kauwgomballen voor 1 cent te kopen, of stiekeme sigaretten. Ik ga hier of daar nog eens kijken of ik een cadeautje kan vinden voor een verjaardag. Het was gewoon spannend om bij de smid of de fietsenmaker binnen te gluren en bij de slager stonden griezelige tonnen met slachtafval op het erf.
En nu ben ik nog niet eens aan de details toegekomen, die houd ik lekker voor mezelf. Anders wordt dit een veel te lange blog
dinsdag 1 november 2011
mijn verhaal, (hoe) vertel ik het aan jullie?
Al heel veel jaren geleden heb ik besloten om mijn verhaal op te schrijven. Eerst was het weinig meer dan een therapeutische bezigheid, maar dan anders. Ik wilde verklaren waarom ik me zo vreselijk mislukt in het leven voelde, maar dan wel een verklaring vanuit het hoofd, niet vanuit het hart want eigenlijk wist ik altijd al wat me dwarszat.
Dus het werd niks, want alles was doodlopend gebabbel.
Later, toen ik eindelijk durfde te bekennen waarom ik geen greep had op mijn leven, ben ik opnieuw begonnen, maar toen was mijn schrijfsel pure travestie. Ik probeerde een masker te fabrieken om me lacherig achter te verschuilen en op moeilijke vragen te kunnen antwoorden dat men mijn boek maar eens moest lezen, gevoelgd door lacherige koetjes en kalfjes.
Weer later drong het tot me door dat ik eigenlijk pas echt een lekker lopend verhaal kan componeren als ik weet wat het begin is en wat het midden is en vooral waar en wanneer het eindigt.
"En ze leefde nog lang en gelukkig...", waarschijnlijk een variant daarop.
Misschien is vandaag wel de dag die ik ga beschrijven op de laatste bladzijde van mijn boek.
Zie mij zitten: Huilend achter dit computertje. Buiten vallen de bladeren van de bomen, de zon schijnt niet. Het is niet koud, maar je voelt ook geen echte aangename warmte. November is net begonnen, dus in de komende week zou Herman jarig zijn en we herdenken de sterfdag van mijn vader.....
Wat ik al heel lang vast heb staan voor mijn boek is een titel: "Ik kan wel janken, maar ik weet niet waarom".
En zo is het.
Vanavond krijg ik bezoek. Mijn buurvrouwen komen op de koffie. Ik weet dat er elke dag buurvrouwen bij elkaar op de koffie komen, maar ik neem aan dat jullie begrijpen dat dit toch wel heel speciaal is.
Ze zullen vast van alles willen weten over mij, over mijn leven. Misschien zit ik heel de avond te vertellen over mijn verleden en hoe ik dat probeer te overwinnen, maar dat is theorie.
In de praktijk wordt dit voor het eerst van mijn leven 'meiden onder elkaar - zonder meer'.
Althans, dat denk ik.
En dat is moeilijk. Zij hebben kinderen en ik ook. Maar ik heb ze niet zelf gebaard. Zij zijn verliefd, verloofd, getrouwd met hun man en ik was een leven lang bang van alles wat man is, want omdat ik mijn eigen mannenlijf zo intens verafschuwde vond ik alles wat mannelijk was... eng.
En uit het één volgde steeds het ander, vooral een leven wat te gek was voor woorden. En toch wil ik niet op zoek gaan naar mensen die het ook allemaal beleefd hebben. Ik wil loskomen van dat alles. Ik wil het leven kennen wat ik nooit gekend heb. Mezelf een 'mindset' aanmeten van huisje-boompje-beestje, net als mijn buurvrouwen. Bij de meiden spieken om hun leven na te doen en hopelijk begrijp ik dan wel wat ik doe. Man-zijn begrijp ik niet, dat weet ik heel zeker, maar ik heb me toch heel veel dingen eigen gemaakt in die tijd. Zal dat erg in de weg gaan zitten?
Ik hoop dat deze dag de laatste scene uit mijn boek wordt. Het kladje in mijn hoofd zegt iets over 'eindelijk thuiskomen' en 'berusten in de toekomst'.
Als dat zo is, zit ik vanaf morgen achter de tekstverwerker om te beschrijven hoe het is om een leven lang een leugen te zijn.
Ik zit nu weer te janken, maar ik geloof dat ik eindelijk begin te begrijpen waarom.
Dus het werd niks, want alles was doodlopend gebabbel.
Later, toen ik eindelijk durfde te bekennen waarom ik geen greep had op mijn leven, ben ik opnieuw begonnen, maar toen was mijn schrijfsel pure travestie. Ik probeerde een masker te fabrieken om me lacherig achter te verschuilen en op moeilijke vragen te kunnen antwoorden dat men mijn boek maar eens moest lezen, gevoelgd door lacherige koetjes en kalfjes.
Weer later drong het tot me door dat ik eigenlijk pas echt een lekker lopend verhaal kan componeren als ik weet wat het begin is en wat het midden is en vooral waar en wanneer het eindigt.
"En ze leefde nog lang en gelukkig...", waarschijnlijk een variant daarop.
Misschien is vandaag wel de dag die ik ga beschrijven op de laatste bladzijde van mijn boek.
Zie mij zitten: Huilend achter dit computertje. Buiten vallen de bladeren van de bomen, de zon schijnt niet. Het is niet koud, maar je voelt ook geen echte aangename warmte. November is net begonnen, dus in de komende week zou Herman jarig zijn en we herdenken de sterfdag van mijn vader.....
Wat ik al heel lang vast heb staan voor mijn boek is een titel: "Ik kan wel janken, maar ik weet niet waarom".
En zo is het.
Vanavond krijg ik bezoek. Mijn buurvrouwen komen op de koffie. Ik weet dat er elke dag buurvrouwen bij elkaar op de koffie komen, maar ik neem aan dat jullie begrijpen dat dit toch wel heel speciaal is.
Ze zullen vast van alles willen weten over mij, over mijn leven. Misschien zit ik heel de avond te vertellen over mijn verleden en hoe ik dat probeer te overwinnen, maar dat is theorie.
In de praktijk wordt dit voor het eerst van mijn leven 'meiden onder elkaar - zonder meer'.
Althans, dat denk ik.
En dat is moeilijk. Zij hebben kinderen en ik ook. Maar ik heb ze niet zelf gebaard. Zij zijn verliefd, verloofd, getrouwd met hun man en ik was een leven lang bang van alles wat man is, want omdat ik mijn eigen mannenlijf zo intens verafschuwde vond ik alles wat mannelijk was... eng.
En uit het één volgde steeds het ander, vooral een leven wat te gek was voor woorden. En toch wil ik niet op zoek gaan naar mensen die het ook allemaal beleefd hebben. Ik wil loskomen van dat alles. Ik wil het leven kennen wat ik nooit gekend heb. Mezelf een 'mindset' aanmeten van huisje-boompje-beestje, net als mijn buurvrouwen. Bij de meiden spieken om hun leven na te doen en hopelijk begrijp ik dan wel wat ik doe. Man-zijn begrijp ik niet, dat weet ik heel zeker, maar ik heb me toch heel veel dingen eigen gemaakt in die tijd. Zal dat erg in de weg gaan zitten?
Ik hoop dat deze dag de laatste scene uit mijn boek wordt. Het kladje in mijn hoofd zegt iets over 'eindelijk thuiskomen' en 'berusten in de toekomst'.
Als dat zo is, zit ik vanaf morgen achter de tekstverwerker om te beschrijven hoe het is om een leven lang een leugen te zijn.
Ik zit nu weer te janken, maar ik geloof dat ik eindelijk begin te begrijpen waarom.
maandag 31 oktober 2011
Vrolijk Kerstfeest!!!
Nee, ik ben nog niet klaar voor kerst, maar ik leef er wel intens naartoe.
Niet in de laatste plaats omdat ik hoop dat ik rond die tijd fit genoeg ben om een hele dag lekker in de weer te kunnen zijn zonder dat ik vlekken voor mijn ogen krijg en telkens sta te tollen op mijn benen. Ook niet alleen maar omdat het nieuwe iets daar beneden aan mijn lijf me dan hopelijk wat meer eigen is zodat ik niet steeds het idee heb dat ik per ongeluk op een speeltje van de kat ben gaan zitten, of dat het steeds voelt of ik een veel te strakke string aan heb.
Er is meer. Dat gevoel wat je soms zomaar met kerst kunt hebben en wat eigenlijk net zo goed op elke dag van het jaar op kan komen zetten, maar dan toch niet is zoals het met Kerst is.
Het is heel veel kerstmissen geleden sinds ik dat had en dat komt dan weer omdat ik nooit kerst-klaar was met kerst. Nooit is veel gezegd. Het is wel eens eerder gebeurd, ik geloof toen ik een jaar of zes was. Toen was ik namelijk heel ziek vlak voor kerst. Eén of andere griep. Ja dat waren nog eens tijden: Toen stak er nog wel eens een echte griep op en we ondergingen het gewoon in de hoop dat je met genoeg mazzel de boel wel zou overleven. Maar ik had het flink te pakken. De herinnering is te ver en te vaag om nog te weten hoe ernstig ziek ik ben geweest. Volgens mij heb ik destijds wel even om de hoek mogen kijken in dat magische gebied tussen leven en dood. Ik voelde me in elk geval heel wonderlijk toen. Alsof de tijd heel langzaam ging.
Misschien kan ik dit jaar weer met zo'n soort gevoel kerst vieren. Ik heb namelijk net weer om één of ander hoekje mogen kijken en ik heb zin om daar eens stilletjes over te mijmeren in een sfeer die dat helemaal toe laat.
Ik heb ook zin om mezelf helemaal op te doffen zoals ik al zoveel jaren stiekem heb gewild, maar niet kon en niet durfde omdat ik me met zoveel toewijding vast klampte aan mijn mannenrol.
Ik wil graag een jurk, een hele mooie jurk, niet over the top, maar ingetogen mooi, helemaal kerst, helemaal Mij, helemaal heerlijk genoeg om te zorgen dat ik er kriebels van krijg in mijn buik.
Ik wil me opmaken zoals ik normaal nooit zou durven, maar wel mooi, natuurlijk. Ook wat fraais met mijn haar en een sprookjesachtig geurtje om het af te maken.
Als ik eraan denk, word ik er alvast verlegen van. Heerlijk is dat!
En dan een huis vol groen en glitters en lampjes. Een vanillezoete geur die de winterse kou buiten houdt. Muziek vol klingelende klokjes en tingelende belletjes zachtjes op de achtergrond..........
Maar dat toch geen twee dagen lang en niks anders dan dat?
Hoe lang duurt het voor je jurk gaat kreuken, je make-up wat wazig en streperig wordt. Hoeveel vanillezoete geur en klingelend getingel kun je verdragen eer je er misselijk van wordt?
Nee, ik geloof dat dit een beetje over the top gaat. Laat ik het anders doen. Ik wil mezelf wel zo mooi mogelijk maken: een kerstengel in stemmig zwart, en ik wil Stralen. Een kerstster die je zomaar op straat tegen komt. De rest mag best wat minder: Doe maar gewoon, we zijn al gek genoeg.
Zal ik ook naar de kerk gaan? Ik verwacht niet dat ik God daar nog tegen ga komen, maar wel een boel mensen en ik ben gewoon benieuwd wat de mensen van mij als kerstengel-ster zullen vinden...
Maar ijdel ben ik niet.
Toch?
Niet in de laatste plaats omdat ik hoop dat ik rond die tijd fit genoeg ben om een hele dag lekker in de weer te kunnen zijn zonder dat ik vlekken voor mijn ogen krijg en telkens sta te tollen op mijn benen. Ook niet alleen maar omdat het nieuwe iets daar beneden aan mijn lijf me dan hopelijk wat meer eigen is zodat ik niet steeds het idee heb dat ik per ongeluk op een speeltje van de kat ben gaan zitten, of dat het steeds voelt of ik een veel te strakke string aan heb.
Er is meer. Dat gevoel wat je soms zomaar met kerst kunt hebben en wat eigenlijk net zo goed op elke dag van het jaar op kan komen zetten, maar dan toch niet is zoals het met Kerst is.
Het is heel veel kerstmissen geleden sinds ik dat had en dat komt dan weer omdat ik nooit kerst-klaar was met kerst. Nooit is veel gezegd. Het is wel eens eerder gebeurd, ik geloof toen ik een jaar of zes was. Toen was ik namelijk heel ziek vlak voor kerst. Eén of andere griep. Ja dat waren nog eens tijden: Toen stak er nog wel eens een echte griep op en we ondergingen het gewoon in de hoop dat je met genoeg mazzel de boel wel zou overleven. Maar ik had het flink te pakken. De herinnering is te ver en te vaag om nog te weten hoe ernstig ziek ik ben geweest. Volgens mij heb ik destijds wel even om de hoek mogen kijken in dat magische gebied tussen leven en dood. Ik voelde me in elk geval heel wonderlijk toen. Alsof de tijd heel langzaam ging.
Misschien kan ik dit jaar weer met zo'n soort gevoel kerst vieren. Ik heb namelijk net weer om één of ander hoekje mogen kijken en ik heb zin om daar eens stilletjes over te mijmeren in een sfeer die dat helemaal toe laat.
Ik heb ook zin om mezelf helemaal op te doffen zoals ik al zoveel jaren stiekem heb gewild, maar niet kon en niet durfde omdat ik me met zoveel toewijding vast klampte aan mijn mannenrol.
Ik wil graag een jurk, een hele mooie jurk, niet over the top, maar ingetogen mooi, helemaal kerst, helemaal Mij, helemaal heerlijk genoeg om te zorgen dat ik er kriebels van krijg in mijn buik.
Ik wil me opmaken zoals ik normaal nooit zou durven, maar wel mooi, natuurlijk. Ook wat fraais met mijn haar en een sprookjesachtig geurtje om het af te maken.
Als ik eraan denk, word ik er alvast verlegen van. Heerlijk is dat!
En dan een huis vol groen en glitters en lampjes. Een vanillezoete geur die de winterse kou buiten houdt. Muziek vol klingelende klokjes en tingelende belletjes zachtjes op de achtergrond..........
Maar dat toch geen twee dagen lang en niks anders dan dat?
Hoe lang duurt het voor je jurk gaat kreuken, je make-up wat wazig en streperig wordt. Hoeveel vanillezoete geur en klingelend getingel kun je verdragen eer je er misselijk van wordt?
Nee, ik geloof dat dit een beetje over the top gaat. Laat ik het anders doen. Ik wil mezelf wel zo mooi mogelijk maken: een kerstengel in stemmig zwart, en ik wil Stralen. Een kerstster die je zomaar op straat tegen komt. De rest mag best wat minder: Doe maar gewoon, we zijn al gek genoeg.
Zal ik ook naar de kerk gaan? Ik verwacht niet dat ik God daar nog tegen ga komen, maar wel een boel mensen en ik ben gewoon benieuwd wat de mensen van mij als kerstengel-ster zullen vinden...
Maar ijdel ben ik niet.
Toch?
vrijdag 28 oktober 2011
Digitalië
Mijn werk was ooit iets met veel knoppen en nog veel meer mensen. Het beviel goed en ik geloof dat het ook wel bij me paste. Voor dat laatste zou ik als bewijs aan kunnen dragen dat het zo onwaarschijnlijk makkelijk was om op te klimmen van obscure (gelegenheids-)bandjes in kraakpanden naar de grootste venues met gevestigde acts in den lande.
een logische stap verder zou zijn: Het buitenland, maar ergens liep ik vast. Niet in de muziek, maar in het leven wat ik mezelf voor probeerde te liegen.
Nu kijk ik wel eens op facebook en andere webstekken naar mijn collega's uit die tijd. Toen waren we allemaal Grote Jongens die een stempel op de wereld zouden gaan drukken en we keken onze ogen uit als één van de anderen weer iets kon, deed of maakte wat weer een treetje hoger of moeilijker was. We groeiden samen op, zal ik maar zeggen.
In mijn generatie zitten nu de ouwe rotten die de hele wereld over zwerven. Ik zie ze op foto's staan in verre woestijnen, naast immense watervallen. Ik zie ze werken in 'venues' waar duizenden mensen aan publiek in passen.. Soms binnen, even vaak openlucht. Ik zie publiek in exotische kleding. Op de achtergrond staan borden, beschreven in talen die voor mij onleesbaar zijn.
Mijn generatie werkt met apparatuur waarvan ik het bestaan wel ken, maar de werking zeker niet in de vingers heb. In mijn tijd was een knop en knop die deed wat ernaast stond vermeld en een heleboel knoppen samen waren een mengtafel. Mengtafels bestaan niet meer; het zijn nu 'control surfaces' met beeldschermen en encoders. termen als 'Menu' en 'Layer' zijn het vak ingeslopen. Getrainde oren vinden steeds meer en vaker steun in verfijnde computermetingen.
Maar het gaat nog steeds om de muziek, zeg ik bij mezelf. Zou ik ze nog in kunnen halen, deze mannen waar ik op een bijzondere manier van hou -ze zijn immers van een soort waar ik me heel erg bij thuis kon voelen-.
Ik denk het wel, maar niet het hele eind. Maar tot waar dan wel, en hoe? Want uiteindelijk ben ik toch echt een vrouw en 'een wijf achter de knoppen' is heel zeldzaam.
Ik merk dat de interesse van een vrouw waar het gaat om technische toestanden, heel anders is dan die van een man. Vrouwen hebben werkelijk 'andere ogen' als het gaat om ijzer, staal en elektriek.
Dus ik kijk naar mijn collega's van toen, geniet van hun foto's en ik droom weg in de herkenning van wat ooit ook mijn wereld was. Soms heb ik heimwee, echt waar. Maar waar verlang ik nou precies naar?
Ik denk de sfeer van de tovenarij, want uiteindelijk is het magisch om een show neer te zetten. Soms zijn ze meerdere dagen in de weer om een sportarena om te toveren in een muziektheater. Honderden mensen die eensgezind de handen uit de mouwen steken, apetrots op hun eigen stuk vakbekwaamheid. Professionaliteit uit liefde. Gedereven om het meeste van je wek onzichtbaar te maken, want hoevelen in het publiek zullen ooit zien dat er vele, vele meters staal en aluminium achter het zwarte doek zitten.W ie weet hoeveel kilometers koperdraad er dagelijks 'on tour' zijn met al die bands die van hier naar daar hoppen?
Ik denk daaraan met een glimlach. Ik zie ze weer zitten in een hok wat 'catering' heet. Stilletjes geurend naar zweet en luidkeels lachend om het leven wat ze hebben gekozen. Elkaar goedmoedig grappend en grollend aansprekend op elkaars vergissingen en misverstanden. Geen gemopper, want we zullen het niet zwaarder maken dan het al is.
Ik probeer me opnieuw een plek te fantaseren tussen deze ruwe bolsters met o, zo blanke pitten. Grote, grove knuffelberen met, als het erop aan komt, behoorlijk scherpe tanden. Zou het me in één keer lukken om van die oude waar-geworden jongensdroom een vrouwen versie te kunnen maken?
De uitdaging kriebelt achter mijn navel. Ik hoor de portofoon al kraken in mijn rechteroor, al kan ik nu nog niet verstaan wie me oproept.
Zal ik gaan werken in digitalië, met beeldschermen, encoders en meetcomputers iets doen met het geluid, of loop ik rond door de venue, eindeloos lopen en praten, overlegen en organiseren, met het productieschema in de hand. Mijn enkels moe en gezwollen wanneer het publiek binnenstroomt. Even toezien, met een glimlach op mijn lippen, hoe de driftige bedrijvigheid van die dag, omslaat in gespannen concentratie, want de show gaat zo beginnen en het moet (weer) perfect zijn.
En tijdens de show? Soms is het heerlijk om op dat ene plekje te staan en het geluid te manipuleren. Fijnslijpen tot de klank helemaal mooi is. dingetjes benadrukken, niet voor mezelf, maar om het publiek een gevoel te geven dat deze avond heel erg de moeite waard was........
Maar het kan net zo mooi zijn om rond te lopen, toe te zien dat alles rondom het podium en in de venue goed gaat. Zorgen dat het publiek veilig en verzorgd is. Zijn de nooduitgangen vrij? lopen de toiletten goed door? zijn er mensen binnen die rottigheid uit willen halen? Is de brandweer wakker en staat de ambulance op zijn plek? Is er veel gedrang bij de bar? Ligt er rommel rond de bonnenautomaat? Zoveel zaken die aandacht vragen en iemand moet die aandacht eraan besteden.
Laat ik het zaallicht maar weer aansteken. Mijn tijd komt vast wel weer, want het blijft trekken. Nu zit ik thuis en daar heb ik het nu druk genoeg mee. het is tijd om te lunchen. Vanmiddag wil ik een klein blokje om, dat is voor vandaag al een Groot Avontuur. Kleine stapjes want ik ben pas ziek geweest.
Het kan vanaf nu alleen maar beter worden.
een logische stap verder zou zijn: Het buitenland, maar ergens liep ik vast. Niet in de muziek, maar in het leven wat ik mezelf voor probeerde te liegen.
Nu kijk ik wel eens op facebook en andere webstekken naar mijn collega's uit die tijd. Toen waren we allemaal Grote Jongens die een stempel op de wereld zouden gaan drukken en we keken onze ogen uit als één van de anderen weer iets kon, deed of maakte wat weer een treetje hoger of moeilijker was. We groeiden samen op, zal ik maar zeggen.
In mijn generatie zitten nu de ouwe rotten die de hele wereld over zwerven. Ik zie ze op foto's staan in verre woestijnen, naast immense watervallen. Ik zie ze werken in 'venues' waar duizenden mensen aan publiek in passen.. Soms binnen, even vaak openlucht. Ik zie publiek in exotische kleding. Op de achtergrond staan borden, beschreven in talen die voor mij onleesbaar zijn.
Mijn generatie werkt met apparatuur waarvan ik het bestaan wel ken, maar de werking zeker niet in de vingers heb. In mijn tijd was een knop en knop die deed wat ernaast stond vermeld en een heleboel knoppen samen waren een mengtafel. Mengtafels bestaan niet meer; het zijn nu 'control surfaces' met beeldschermen en encoders. termen als 'Menu' en 'Layer' zijn het vak ingeslopen. Getrainde oren vinden steeds meer en vaker steun in verfijnde computermetingen.
Maar het gaat nog steeds om de muziek, zeg ik bij mezelf. Zou ik ze nog in kunnen halen, deze mannen waar ik op een bijzondere manier van hou -ze zijn immers van een soort waar ik me heel erg bij thuis kon voelen-.
Ik denk het wel, maar niet het hele eind. Maar tot waar dan wel, en hoe? Want uiteindelijk ben ik toch echt een vrouw en 'een wijf achter de knoppen' is heel zeldzaam.
Ik merk dat de interesse van een vrouw waar het gaat om technische toestanden, heel anders is dan die van een man. Vrouwen hebben werkelijk 'andere ogen' als het gaat om ijzer, staal en elektriek.
Dus ik kijk naar mijn collega's van toen, geniet van hun foto's en ik droom weg in de herkenning van wat ooit ook mijn wereld was. Soms heb ik heimwee, echt waar. Maar waar verlang ik nou precies naar?
Ik denk de sfeer van de tovenarij, want uiteindelijk is het magisch om een show neer te zetten. Soms zijn ze meerdere dagen in de weer om een sportarena om te toveren in een muziektheater. Honderden mensen die eensgezind de handen uit de mouwen steken, apetrots op hun eigen stuk vakbekwaamheid. Professionaliteit uit liefde. Gedereven om het meeste van je wek onzichtbaar te maken, want hoevelen in het publiek zullen ooit zien dat er vele, vele meters staal en aluminium achter het zwarte doek zitten.W ie weet hoeveel kilometers koperdraad er dagelijks 'on tour' zijn met al die bands die van hier naar daar hoppen?
Ik denk daaraan met een glimlach. Ik zie ze weer zitten in een hok wat 'catering' heet. Stilletjes geurend naar zweet en luidkeels lachend om het leven wat ze hebben gekozen. Elkaar goedmoedig grappend en grollend aansprekend op elkaars vergissingen en misverstanden. Geen gemopper, want we zullen het niet zwaarder maken dan het al is.
Ik probeer me opnieuw een plek te fantaseren tussen deze ruwe bolsters met o, zo blanke pitten. Grote, grove knuffelberen met, als het erop aan komt, behoorlijk scherpe tanden. Zou het me in één keer lukken om van die oude waar-geworden jongensdroom een vrouwen versie te kunnen maken?
De uitdaging kriebelt achter mijn navel. Ik hoor de portofoon al kraken in mijn rechteroor, al kan ik nu nog niet verstaan wie me oproept.
Zal ik gaan werken in digitalië, met beeldschermen, encoders en meetcomputers iets doen met het geluid, of loop ik rond door de venue, eindeloos lopen en praten, overlegen en organiseren, met het productieschema in de hand. Mijn enkels moe en gezwollen wanneer het publiek binnenstroomt. Even toezien, met een glimlach op mijn lippen, hoe de driftige bedrijvigheid van die dag, omslaat in gespannen concentratie, want de show gaat zo beginnen en het moet (weer) perfect zijn.
En tijdens de show? Soms is het heerlijk om op dat ene plekje te staan en het geluid te manipuleren. Fijnslijpen tot de klank helemaal mooi is. dingetjes benadrukken, niet voor mezelf, maar om het publiek een gevoel te geven dat deze avond heel erg de moeite waard was........
Maar het kan net zo mooi zijn om rond te lopen, toe te zien dat alles rondom het podium en in de venue goed gaat. Zorgen dat het publiek veilig en verzorgd is. Zijn de nooduitgangen vrij? lopen de toiletten goed door? zijn er mensen binnen die rottigheid uit willen halen? Is de brandweer wakker en staat de ambulance op zijn plek? Is er veel gedrang bij de bar? Ligt er rommel rond de bonnenautomaat? Zoveel zaken die aandacht vragen en iemand moet die aandacht eraan besteden.
Laat ik het zaallicht maar weer aansteken. Mijn tijd komt vast wel weer, want het blijft trekken. Nu zit ik thuis en daar heb ik het nu druk genoeg mee. het is tijd om te lunchen. Vanmiddag wil ik een klein blokje om, dat is voor vandaag al een Groot Avontuur. Kleine stapjes want ik ben pas ziek geweest.
Het kan vanaf nu alleen maar beter worden.
Abonneren op:
Posts (Atom)