Nee, ik ben nog niet klaar voor kerst, maar ik leef er wel intens naartoe.
Niet in de laatste plaats omdat ik hoop dat ik rond die tijd fit genoeg ben om een hele dag lekker in de weer te kunnen zijn zonder dat ik vlekken voor mijn ogen krijg en telkens sta te tollen op mijn benen. Ook niet alleen maar omdat het nieuwe iets daar beneden aan mijn lijf me dan hopelijk wat meer eigen is zodat ik niet steeds het idee heb dat ik per ongeluk op een speeltje van de kat ben gaan zitten, of dat het steeds voelt of ik een veel te strakke string aan heb.
Er is meer. Dat gevoel wat je soms zomaar met kerst kunt hebben en wat eigenlijk net zo goed op elke dag van het jaar op kan komen zetten, maar dan toch niet is zoals het met Kerst is.
Het is heel veel kerstmissen geleden sinds ik dat had en dat komt dan weer omdat ik nooit kerst-klaar was met kerst. Nooit is veel gezegd. Het is wel eens eerder gebeurd, ik geloof toen ik een jaar of zes was. Toen was ik namelijk heel ziek vlak voor kerst. Eén of andere griep. Ja dat waren nog eens tijden: Toen stak er nog wel eens een echte griep op en we ondergingen het gewoon in de hoop dat je met genoeg mazzel de boel wel zou overleven. Maar ik had het flink te pakken. De herinnering is te ver en te vaag om nog te weten hoe ernstig ziek ik ben geweest. Volgens mij heb ik destijds wel even om de hoek mogen kijken in dat magische gebied tussen leven en dood. Ik voelde me in elk geval heel wonderlijk toen. Alsof de tijd heel langzaam ging.
Misschien kan ik dit jaar weer met zo'n soort gevoel kerst vieren. Ik heb namelijk net weer om één of ander hoekje mogen kijken en ik heb zin om daar eens stilletjes over te mijmeren in een sfeer die dat helemaal toe laat.
Ik heb ook zin om mezelf helemaal op te doffen zoals ik al zoveel jaren stiekem heb gewild, maar niet kon en niet durfde omdat ik me met zoveel toewijding vast klampte aan mijn mannenrol.
Ik wil graag een jurk, een hele mooie jurk, niet over the top, maar ingetogen mooi, helemaal kerst, helemaal Mij, helemaal heerlijk genoeg om te zorgen dat ik er kriebels van krijg in mijn buik.
Ik wil me opmaken zoals ik normaal nooit zou durven, maar wel mooi, natuurlijk. Ook wat fraais met mijn haar en een sprookjesachtig geurtje om het af te maken.
Als ik eraan denk, word ik er alvast verlegen van. Heerlijk is dat!
En dan een huis vol groen en glitters en lampjes. Een vanillezoete geur die de winterse kou buiten houdt. Muziek vol klingelende klokjes en tingelende belletjes zachtjes op de achtergrond..........
Maar dat toch geen twee dagen lang en niks anders dan dat?
Hoe lang duurt het voor je jurk gaat kreuken, je make-up wat wazig en streperig wordt. Hoeveel vanillezoete geur en klingelend getingel kun je verdragen eer je er misselijk van wordt?
Nee, ik geloof dat dit een beetje over the top gaat. Laat ik het anders doen. Ik wil mezelf wel zo mooi mogelijk maken: een kerstengel in stemmig zwart, en ik wil Stralen. Een kerstster die je zomaar op straat tegen komt. De rest mag best wat minder: Doe maar gewoon, we zijn al gek genoeg.
Zal ik ook naar de kerk gaan? Ik verwacht niet dat ik God daar nog tegen ga komen, maar wel een boel mensen en ik ben gewoon benieuwd wat de mensen van mij als kerstengel-ster zullen vinden...
Maar ijdel ben ik niet.
Toch?
maandag 31 oktober 2011
vrijdag 28 oktober 2011
Digitalië
Mijn werk was ooit iets met veel knoppen en nog veel meer mensen. Het beviel goed en ik geloof dat het ook wel bij me paste. Voor dat laatste zou ik als bewijs aan kunnen dragen dat het zo onwaarschijnlijk makkelijk was om op te klimmen van obscure (gelegenheids-)bandjes in kraakpanden naar de grootste venues met gevestigde acts in den lande.
een logische stap verder zou zijn: Het buitenland, maar ergens liep ik vast. Niet in de muziek, maar in het leven wat ik mezelf voor probeerde te liegen.
Nu kijk ik wel eens op facebook en andere webstekken naar mijn collega's uit die tijd. Toen waren we allemaal Grote Jongens die een stempel op de wereld zouden gaan drukken en we keken onze ogen uit als één van de anderen weer iets kon, deed of maakte wat weer een treetje hoger of moeilijker was. We groeiden samen op, zal ik maar zeggen.
In mijn generatie zitten nu de ouwe rotten die de hele wereld over zwerven. Ik zie ze op foto's staan in verre woestijnen, naast immense watervallen. Ik zie ze werken in 'venues' waar duizenden mensen aan publiek in passen.. Soms binnen, even vaak openlucht. Ik zie publiek in exotische kleding. Op de achtergrond staan borden, beschreven in talen die voor mij onleesbaar zijn.
Mijn generatie werkt met apparatuur waarvan ik het bestaan wel ken, maar de werking zeker niet in de vingers heb. In mijn tijd was een knop en knop die deed wat ernaast stond vermeld en een heleboel knoppen samen waren een mengtafel. Mengtafels bestaan niet meer; het zijn nu 'control surfaces' met beeldschermen en encoders. termen als 'Menu' en 'Layer' zijn het vak ingeslopen. Getrainde oren vinden steeds meer en vaker steun in verfijnde computermetingen.
Maar het gaat nog steeds om de muziek, zeg ik bij mezelf. Zou ik ze nog in kunnen halen, deze mannen waar ik op een bijzondere manier van hou -ze zijn immers van een soort waar ik me heel erg bij thuis kon voelen-.
Ik denk het wel, maar niet het hele eind. Maar tot waar dan wel, en hoe? Want uiteindelijk ben ik toch echt een vrouw en 'een wijf achter de knoppen' is heel zeldzaam.
Ik merk dat de interesse van een vrouw waar het gaat om technische toestanden, heel anders is dan die van een man. Vrouwen hebben werkelijk 'andere ogen' als het gaat om ijzer, staal en elektriek.
Dus ik kijk naar mijn collega's van toen, geniet van hun foto's en ik droom weg in de herkenning van wat ooit ook mijn wereld was. Soms heb ik heimwee, echt waar. Maar waar verlang ik nou precies naar?
Ik denk de sfeer van de tovenarij, want uiteindelijk is het magisch om een show neer te zetten. Soms zijn ze meerdere dagen in de weer om een sportarena om te toveren in een muziektheater. Honderden mensen die eensgezind de handen uit de mouwen steken, apetrots op hun eigen stuk vakbekwaamheid. Professionaliteit uit liefde. Gedereven om het meeste van je wek onzichtbaar te maken, want hoevelen in het publiek zullen ooit zien dat er vele, vele meters staal en aluminium achter het zwarte doek zitten.W ie weet hoeveel kilometers koperdraad er dagelijks 'on tour' zijn met al die bands die van hier naar daar hoppen?
Ik denk daaraan met een glimlach. Ik zie ze weer zitten in een hok wat 'catering' heet. Stilletjes geurend naar zweet en luidkeels lachend om het leven wat ze hebben gekozen. Elkaar goedmoedig grappend en grollend aansprekend op elkaars vergissingen en misverstanden. Geen gemopper, want we zullen het niet zwaarder maken dan het al is.
Ik probeer me opnieuw een plek te fantaseren tussen deze ruwe bolsters met o, zo blanke pitten. Grote, grove knuffelberen met, als het erop aan komt, behoorlijk scherpe tanden. Zou het me in één keer lukken om van die oude waar-geworden jongensdroom een vrouwen versie te kunnen maken?
De uitdaging kriebelt achter mijn navel. Ik hoor de portofoon al kraken in mijn rechteroor, al kan ik nu nog niet verstaan wie me oproept.
Zal ik gaan werken in digitalië, met beeldschermen, encoders en meetcomputers iets doen met het geluid, of loop ik rond door de venue, eindeloos lopen en praten, overlegen en organiseren, met het productieschema in de hand. Mijn enkels moe en gezwollen wanneer het publiek binnenstroomt. Even toezien, met een glimlach op mijn lippen, hoe de driftige bedrijvigheid van die dag, omslaat in gespannen concentratie, want de show gaat zo beginnen en het moet (weer) perfect zijn.
En tijdens de show? Soms is het heerlijk om op dat ene plekje te staan en het geluid te manipuleren. Fijnslijpen tot de klank helemaal mooi is. dingetjes benadrukken, niet voor mezelf, maar om het publiek een gevoel te geven dat deze avond heel erg de moeite waard was........
Maar het kan net zo mooi zijn om rond te lopen, toe te zien dat alles rondom het podium en in de venue goed gaat. Zorgen dat het publiek veilig en verzorgd is. Zijn de nooduitgangen vrij? lopen de toiletten goed door? zijn er mensen binnen die rottigheid uit willen halen? Is de brandweer wakker en staat de ambulance op zijn plek? Is er veel gedrang bij de bar? Ligt er rommel rond de bonnenautomaat? Zoveel zaken die aandacht vragen en iemand moet die aandacht eraan besteden.
Laat ik het zaallicht maar weer aansteken. Mijn tijd komt vast wel weer, want het blijft trekken. Nu zit ik thuis en daar heb ik het nu druk genoeg mee. het is tijd om te lunchen. Vanmiddag wil ik een klein blokje om, dat is voor vandaag al een Groot Avontuur. Kleine stapjes want ik ben pas ziek geweest.
Het kan vanaf nu alleen maar beter worden.
een logische stap verder zou zijn: Het buitenland, maar ergens liep ik vast. Niet in de muziek, maar in het leven wat ik mezelf voor probeerde te liegen.
Nu kijk ik wel eens op facebook en andere webstekken naar mijn collega's uit die tijd. Toen waren we allemaal Grote Jongens die een stempel op de wereld zouden gaan drukken en we keken onze ogen uit als één van de anderen weer iets kon, deed of maakte wat weer een treetje hoger of moeilijker was. We groeiden samen op, zal ik maar zeggen.
In mijn generatie zitten nu de ouwe rotten die de hele wereld over zwerven. Ik zie ze op foto's staan in verre woestijnen, naast immense watervallen. Ik zie ze werken in 'venues' waar duizenden mensen aan publiek in passen.. Soms binnen, even vaak openlucht. Ik zie publiek in exotische kleding. Op de achtergrond staan borden, beschreven in talen die voor mij onleesbaar zijn.
Mijn generatie werkt met apparatuur waarvan ik het bestaan wel ken, maar de werking zeker niet in de vingers heb. In mijn tijd was een knop en knop die deed wat ernaast stond vermeld en een heleboel knoppen samen waren een mengtafel. Mengtafels bestaan niet meer; het zijn nu 'control surfaces' met beeldschermen en encoders. termen als 'Menu' en 'Layer' zijn het vak ingeslopen. Getrainde oren vinden steeds meer en vaker steun in verfijnde computermetingen.
Maar het gaat nog steeds om de muziek, zeg ik bij mezelf. Zou ik ze nog in kunnen halen, deze mannen waar ik op een bijzondere manier van hou -ze zijn immers van een soort waar ik me heel erg bij thuis kon voelen-.
Ik denk het wel, maar niet het hele eind. Maar tot waar dan wel, en hoe? Want uiteindelijk ben ik toch echt een vrouw en 'een wijf achter de knoppen' is heel zeldzaam.
Ik merk dat de interesse van een vrouw waar het gaat om technische toestanden, heel anders is dan die van een man. Vrouwen hebben werkelijk 'andere ogen' als het gaat om ijzer, staal en elektriek.
Dus ik kijk naar mijn collega's van toen, geniet van hun foto's en ik droom weg in de herkenning van wat ooit ook mijn wereld was. Soms heb ik heimwee, echt waar. Maar waar verlang ik nou precies naar?
Ik denk de sfeer van de tovenarij, want uiteindelijk is het magisch om een show neer te zetten. Soms zijn ze meerdere dagen in de weer om een sportarena om te toveren in een muziektheater. Honderden mensen die eensgezind de handen uit de mouwen steken, apetrots op hun eigen stuk vakbekwaamheid. Professionaliteit uit liefde. Gedereven om het meeste van je wek onzichtbaar te maken, want hoevelen in het publiek zullen ooit zien dat er vele, vele meters staal en aluminium achter het zwarte doek zitten.W ie weet hoeveel kilometers koperdraad er dagelijks 'on tour' zijn met al die bands die van hier naar daar hoppen?
Ik denk daaraan met een glimlach. Ik zie ze weer zitten in een hok wat 'catering' heet. Stilletjes geurend naar zweet en luidkeels lachend om het leven wat ze hebben gekozen. Elkaar goedmoedig grappend en grollend aansprekend op elkaars vergissingen en misverstanden. Geen gemopper, want we zullen het niet zwaarder maken dan het al is.
Ik probeer me opnieuw een plek te fantaseren tussen deze ruwe bolsters met o, zo blanke pitten. Grote, grove knuffelberen met, als het erop aan komt, behoorlijk scherpe tanden. Zou het me in één keer lukken om van die oude waar-geworden jongensdroom een vrouwen versie te kunnen maken?
De uitdaging kriebelt achter mijn navel. Ik hoor de portofoon al kraken in mijn rechteroor, al kan ik nu nog niet verstaan wie me oproept.
Zal ik gaan werken in digitalië, met beeldschermen, encoders en meetcomputers iets doen met het geluid, of loop ik rond door de venue, eindeloos lopen en praten, overlegen en organiseren, met het productieschema in de hand. Mijn enkels moe en gezwollen wanneer het publiek binnenstroomt. Even toezien, met een glimlach op mijn lippen, hoe de driftige bedrijvigheid van die dag, omslaat in gespannen concentratie, want de show gaat zo beginnen en het moet (weer) perfect zijn.
En tijdens de show? Soms is het heerlijk om op dat ene plekje te staan en het geluid te manipuleren. Fijnslijpen tot de klank helemaal mooi is. dingetjes benadrukken, niet voor mezelf, maar om het publiek een gevoel te geven dat deze avond heel erg de moeite waard was........
Maar het kan net zo mooi zijn om rond te lopen, toe te zien dat alles rondom het podium en in de venue goed gaat. Zorgen dat het publiek veilig en verzorgd is. Zijn de nooduitgangen vrij? lopen de toiletten goed door? zijn er mensen binnen die rottigheid uit willen halen? Is de brandweer wakker en staat de ambulance op zijn plek? Is er veel gedrang bij de bar? Ligt er rommel rond de bonnenautomaat? Zoveel zaken die aandacht vragen en iemand moet die aandacht eraan besteden.
Laat ik het zaallicht maar weer aansteken. Mijn tijd komt vast wel weer, want het blijft trekken. Nu zit ik thuis en daar heb ik het nu druk genoeg mee. het is tijd om te lunchen. Vanmiddag wil ik een klein blokje om, dat is voor vandaag al een Groot Avontuur. Kleine stapjes want ik ben pas ziek geweest.
Het kan vanaf nu alleen maar beter worden.
woensdag 26 oktober 2011
Tranen
Het is nu drie weken na de operatie. Mijn lijf begint te wennen aan het nieuwe, of ik begin te wennen aan het nieuwe aan mijn lijf, dat kan ook.
Ik begin nu eindelijk ook te berusten in het idee dat dit tijd nodig heeft. Niet alleen het lijf om te helen en aan te sterken, maar ook de geest om de overstap te maken.
eigenlijk was ik daar allang mee bezig. Vooral met afscheid nemen, maar dat deed ik vaak op de manier van afsluiten en de deur barricaderen zodat wat ik achterliet me niet meer zou inhalen.
Nu ben ik die barricades aan het afbouwen. Ik wil niet meer haten wat ik niet hoef te haten. Ik wil niet meer bang zijn voor de angsten die er niet meer toe doen.
Alles wat naar mijn idee bij man-zijn hoorde en wat ik niet begreep, kan ik nu aanzien zonder e betrokken te voelen. Ik kan nu zeggen dat ik het niet begrijp. Ik begrijp niet wat een man is. Ik hoef het ook niet te begrijpen, want ik hoef het niet te zijn.
Ik ben er nog niet aan toe om echt te begrijpen wat een vrouw is want mijn gewoonte was om dat buiten te sluiten, niet eigen te maken, dus ik weet niet hoe diep het in me zit. Ik heb het nooit gemeten.
kan ik het meten? Moet ik het meten?
Zal ik het meten of volstaat het te berusten in wat ik nu -eindelijk- ben?
Hoe moeilijk is zo'n berusting? Dat is nieuw voor me. Ik heb een mensenleven lijdzaam ondergaan. Dat is zo anders dan berusting, dat is verlamming.
Ik probeer plannen te maken voor binnenkort, als ik weer helemaal op de been ben, maar het lukt niet zo goed. Ik denk aan bijna alles wat een volwassen vrouw zou kunnen beleven, zou mogen beleven, maar al die gedachten zijn leeg. Er ontbreekt nog iets en ik weet niet wat er ontbreekt. Is dat niet wonderlijk?
Ik heb alleen maar een verleden en een nu. De toekomst ligt voor me klaar, maar die zit nog keurig ingepakt. Ik zal me moeten laten verrassen.
dus ik zet de deuren van mijn geheugen open en ik kijk toe hoe er van alles en nog wat voorbij komt fladderen. Ik betrap mezelf op de ongerijmdheden van vroeger terwijl andere dingen die nooit belangrijk waren opeens heel logisch en belangrijk worden.
Soms huil ik, zomaar om blijkbaar niks. Omdat ik moe ben van alles wat ik zolang heb hoog gehouden?
Het is geen opluchting en ook geen verdriet. Het zijn tranen zonder woorden. Er valt niks te zeggen, maar het moet er toch uit.
Toch hoop ik van harte dat ik woorden zal vinden, want er is me gevraagd en ik heb beloofd om mijn verhaal op te schrijven. Het zal geen verhaal zijn van verdriet en wanhoop, maar van verwondering en volharding. De lust om te leven die het wint van de angst voor het leven.
Maar hoe zal ik beginnen?
"Ik was een dapper jongetje, maar de wereld was te groot voor mij.."
of:
"Ik was een verlegen meisje, zó verlegen dat niemand mij kon zien..."
Of .... Kweenie.
Ik begin nu eindelijk ook te berusten in het idee dat dit tijd nodig heeft. Niet alleen het lijf om te helen en aan te sterken, maar ook de geest om de overstap te maken.
eigenlijk was ik daar allang mee bezig. Vooral met afscheid nemen, maar dat deed ik vaak op de manier van afsluiten en de deur barricaderen zodat wat ik achterliet me niet meer zou inhalen.
Nu ben ik die barricades aan het afbouwen. Ik wil niet meer haten wat ik niet hoef te haten. Ik wil niet meer bang zijn voor de angsten die er niet meer toe doen.
Alles wat naar mijn idee bij man-zijn hoorde en wat ik niet begreep, kan ik nu aanzien zonder e betrokken te voelen. Ik kan nu zeggen dat ik het niet begrijp. Ik begrijp niet wat een man is. Ik hoef het ook niet te begrijpen, want ik hoef het niet te zijn.
Ik ben er nog niet aan toe om echt te begrijpen wat een vrouw is want mijn gewoonte was om dat buiten te sluiten, niet eigen te maken, dus ik weet niet hoe diep het in me zit. Ik heb het nooit gemeten.
kan ik het meten? Moet ik het meten?
Zal ik het meten of volstaat het te berusten in wat ik nu -eindelijk- ben?
Hoe moeilijk is zo'n berusting? Dat is nieuw voor me. Ik heb een mensenleven lijdzaam ondergaan. Dat is zo anders dan berusting, dat is verlamming.
Ik probeer plannen te maken voor binnenkort, als ik weer helemaal op de been ben, maar het lukt niet zo goed. Ik denk aan bijna alles wat een volwassen vrouw zou kunnen beleven, zou mogen beleven, maar al die gedachten zijn leeg. Er ontbreekt nog iets en ik weet niet wat er ontbreekt. Is dat niet wonderlijk?
Ik heb alleen maar een verleden en een nu. De toekomst ligt voor me klaar, maar die zit nog keurig ingepakt. Ik zal me moeten laten verrassen.
dus ik zet de deuren van mijn geheugen open en ik kijk toe hoe er van alles en nog wat voorbij komt fladderen. Ik betrap mezelf op de ongerijmdheden van vroeger terwijl andere dingen die nooit belangrijk waren opeens heel logisch en belangrijk worden.
Soms huil ik, zomaar om blijkbaar niks. Omdat ik moe ben van alles wat ik zolang heb hoog gehouden?
Het is geen opluchting en ook geen verdriet. Het zijn tranen zonder woorden. Er valt niks te zeggen, maar het moet er toch uit.
Toch hoop ik van harte dat ik woorden zal vinden, want er is me gevraagd en ik heb beloofd om mijn verhaal op te schrijven. Het zal geen verhaal zijn van verdriet en wanhoop, maar van verwondering en volharding. De lust om te leven die het wint van de angst voor het leven.
Maar hoe zal ik beginnen?
"Ik was een dapper jongetje, maar de wereld was te groot voor mij.."
of:
"Ik was een verlegen meisje, zó verlegen dat niemand mij kon zien..."
Of .... Kweenie.
maandag 24 oktober 2011
A new life (een nieuw lijf)
Het is nu drie weken sinds ik me heb gemeld bij het ziekenhuis. Dat was de laatste dag dat ik nog een-soort-van-man was. In deze drie weken is mijn wereld heel klein geworden. Zelfs te klein om onbevangen blij te kunnen zijn met hoe-en-wat ik nu ben.
Het was een zware tijd, er is immers flink in me gesneden en ik had geen idee hoe diep het me zou bewegen.
Allerlei gevoelens en emoties komen langs en ieder daarvan kent een eigen waarheid.
Eerst is er het ongeloof dat 'het' nu gebeurd is. De goede fee is niet gekomen, de lieve god heeft me niet persoonlijk aangeraakt, zoals ik meer dan veertig jaar geleden heb gehoopt en gebeden. Het was dokter K. die me in een paar uur tijd een ander aanzicht heeft gegeven. Ik kan nu bloot zijn zonder schaamte. Het onsmakelijke ding onderaan mijn buik is weg. Nu pas dringt duidelijk tot me door hoe vreselijk ik het vond om daarmee te moeten leven, hoe ik mijn bedgenote gehaat heb omdat zij dat ding wel kon waarderen. Vaak had ik het gevoel dat ik dat ding niet had, maar dat ik dat ding was: Vies en vormeloos
En toen ik er eenmaal vanaf was en probeerde te bedenken wat het voor me betekent, voelde ik me ... niets.
Ik was leeg. Uitgeput van iets wat ik niet begrijp, misschien nooit zal begrijpen. Ik was niet blij of verdrietig, ik voelde me weerloos en bang. Ik was heel bang dat anderen van het moment gebruik zouden maken om me weer een leven op te leggen wat voor mij een leugen zou zijn. Alles in mij verzette zich tegen de wereld om me heen. Ik zag in gedachten figuren op weg naar mijn huis die zich hierbinnen zouden dringen en mij mijn levensruimte ontnemen. Figuren die zichzelf niet kunnen redden en mij in mijn zwakte overmeesteren om mijn verworvenheden te verslinden, als sprinkhanen die het land schraalvreten.
Ze zijn gelukkig niet gekomen. Kennelijk horen dit soort lieden bij 'vroeger' en daar ben ik blij om.
Maar in mijn angst kon ik de lijfelijke verandering moeilijk accepteren. Mijn bekken verkrampte zich. Een vreselijk pijnlijke ervaring. Mijn nieuwe stukje lijf voelde niet zacht en beurs, het was hard en brandend als een haardsteen. Toen ik op internet ging zoeken of er anderen zijn die dit ooit meegemaakt hadden, herkende ik het onder de term 'vaginisme'. Wat een ironie! Nu ben ik eindelijk vrouw, maar ik durf geen vrouw te zijn....?
Zo erg is het niet. Het is weinig anders dan een kwestie van wennen, maar als je te moe bent om te denken, te moe om te 'zijn', kun je nergens aan wennen. Daarom deed ik de boel zolang op slot.
Er is veel om aan te wennen. Niet alleen lichamelijk, misschien is dat wel het minste, maar ook en vooral geestelijk.
Ik ben nu vrouw zonder voorbehoud. het is geen verkleedpartijtje meer. Dat was het nog wel, hoe serieus ook. Nu ben ik geen tweede keus meer, nu ben ik ben ik wat ik ben. Ik heb gekozen; voltooid verleden tijd.
Van die keuze heb ik geen spijt, absoluut niet. Er is nog een moment geweest waarop ik me afvroeg of ik meer dingen had moeten uitproberen toen het nog kon, maar welke dan?
De leuke kanten van het man-zijn hebben niet op kunnen wegen tegen de prettige kanten van het vrouw-zijn.
Dat geldt in elk geval voor mij. Waar ik nu het meeste moeite mee heb, is dat het zoveel pijn en moeite kost om één foutje te herstellen. Ik troost mezelf met de gedachte dat al dit ongemak eindig is, maar het is best groot ongemak: de pijn en de verzorging van 'de wond'. De momenten dat ik me afvraag of er onder de gezwollen hechtingen echt een acceptabele plasser verscholen zit zijn er heel vaak en op die momenten voel ik me grenzeloos alleen.
Geboren worden doe je alleen. Een baby krijst niet van de kou, maar van wanhoop. Wat gaat het worden en wat kan ik ermee doen? Is dit nu het leven?
Ja. Dit is alles. Dit is wat er is. Nu ik gedaan heb wat ik moest doen zonder het zelf ooit helemaal te zullen begrijpen, weet ik zeker dat er niks hogers bestaat dan het leven zelf. Degenen die geloven in dat ding wat door velen 'God' genoemd wordt zijn de stakkers die nog steeds niet los kunnen komen van het gekrijs van hun geboorte.
Ik heb geen God nodig, ik mag leven. Het doet pijn, soms heel erg andere keren minder, maar het is het beste wat ik heb.
Maar het is vreemd, eindeloos vreemd. Zeker nu.
Ik ben nog steeds 'ik', maar alles is anders. Anders dan ik had kunnen denken. Nu is het allemaal echt. Ik weet zeker dat ik zodra de pijn weg is, bedekt zal zijn met kippenvel: "Wat is het leven Mooooooooiiiiii!"
XX
Het was een zware tijd, er is immers flink in me gesneden en ik had geen idee hoe diep het me zou bewegen.
Allerlei gevoelens en emoties komen langs en ieder daarvan kent een eigen waarheid.
Eerst is er het ongeloof dat 'het' nu gebeurd is. De goede fee is niet gekomen, de lieve god heeft me niet persoonlijk aangeraakt, zoals ik meer dan veertig jaar geleden heb gehoopt en gebeden. Het was dokter K. die me in een paar uur tijd een ander aanzicht heeft gegeven. Ik kan nu bloot zijn zonder schaamte. Het onsmakelijke ding onderaan mijn buik is weg. Nu pas dringt duidelijk tot me door hoe vreselijk ik het vond om daarmee te moeten leven, hoe ik mijn bedgenote gehaat heb omdat zij dat ding wel kon waarderen. Vaak had ik het gevoel dat ik dat ding niet had, maar dat ik dat ding was: Vies en vormeloos
En toen ik er eenmaal vanaf was en probeerde te bedenken wat het voor me betekent, voelde ik me ... niets.
Ik was leeg. Uitgeput van iets wat ik niet begrijp, misschien nooit zal begrijpen. Ik was niet blij of verdrietig, ik voelde me weerloos en bang. Ik was heel bang dat anderen van het moment gebruik zouden maken om me weer een leven op te leggen wat voor mij een leugen zou zijn. Alles in mij verzette zich tegen de wereld om me heen. Ik zag in gedachten figuren op weg naar mijn huis die zich hierbinnen zouden dringen en mij mijn levensruimte ontnemen. Figuren die zichzelf niet kunnen redden en mij in mijn zwakte overmeesteren om mijn verworvenheden te verslinden, als sprinkhanen die het land schraalvreten.
Ze zijn gelukkig niet gekomen. Kennelijk horen dit soort lieden bij 'vroeger' en daar ben ik blij om.
Maar in mijn angst kon ik de lijfelijke verandering moeilijk accepteren. Mijn bekken verkrampte zich. Een vreselijk pijnlijke ervaring. Mijn nieuwe stukje lijf voelde niet zacht en beurs, het was hard en brandend als een haardsteen. Toen ik op internet ging zoeken of er anderen zijn die dit ooit meegemaakt hadden, herkende ik het onder de term 'vaginisme'. Wat een ironie! Nu ben ik eindelijk vrouw, maar ik durf geen vrouw te zijn....?
Zo erg is het niet. Het is weinig anders dan een kwestie van wennen, maar als je te moe bent om te denken, te moe om te 'zijn', kun je nergens aan wennen. Daarom deed ik de boel zolang op slot.
Er is veel om aan te wennen. Niet alleen lichamelijk, misschien is dat wel het minste, maar ook en vooral geestelijk.
Ik ben nu vrouw zonder voorbehoud. het is geen verkleedpartijtje meer. Dat was het nog wel, hoe serieus ook. Nu ben ik geen tweede keus meer, nu ben ik ben ik wat ik ben. Ik heb gekozen; voltooid verleden tijd.
Van die keuze heb ik geen spijt, absoluut niet. Er is nog een moment geweest waarop ik me afvroeg of ik meer dingen had moeten uitproberen toen het nog kon, maar welke dan?
De leuke kanten van het man-zijn hebben niet op kunnen wegen tegen de prettige kanten van het vrouw-zijn.
Dat geldt in elk geval voor mij. Waar ik nu het meeste moeite mee heb, is dat het zoveel pijn en moeite kost om één foutje te herstellen. Ik troost mezelf met de gedachte dat al dit ongemak eindig is, maar het is best groot ongemak: de pijn en de verzorging van 'de wond'. De momenten dat ik me afvraag of er onder de gezwollen hechtingen echt een acceptabele plasser verscholen zit zijn er heel vaak en op die momenten voel ik me grenzeloos alleen.
Geboren worden doe je alleen. Een baby krijst niet van de kou, maar van wanhoop. Wat gaat het worden en wat kan ik ermee doen? Is dit nu het leven?
Ja. Dit is alles. Dit is wat er is. Nu ik gedaan heb wat ik moest doen zonder het zelf ooit helemaal te zullen begrijpen, weet ik zeker dat er niks hogers bestaat dan het leven zelf. Degenen die geloven in dat ding wat door velen 'God' genoemd wordt zijn de stakkers die nog steeds niet los kunnen komen van het gekrijs van hun geboorte.
Ik heb geen God nodig, ik mag leven. Het doet pijn, soms heel erg andere keren minder, maar het is het beste wat ik heb.
Maar het is vreemd, eindeloos vreemd. Zeker nu.
Ik ben nog steeds 'ik', maar alles is anders. Anders dan ik had kunnen denken. Nu is het allemaal echt. Ik weet zeker dat ik zodra de pijn weg is, bedekt zal zijn met kippenvel: "Wat is het leven Mooooooooiiiiii!"
XX
dinsdag 11 oktober 2011
Goegel zuigt ook!
Had ik dus een hele mooie blog gemaakt, recht uit mijn hart. Istie kwijt. Goegel heeft opeens een probleem. Kan niet opgelost worden tenzij je lid bent van een of ander computerkletsgroepje. Goegel was goed bezig, maar ze zijn druk bezig Microfuck te overtreffen in hun Xenofobe, onsympathieke, eenkennige, vastgekoekte zelfingenomen betweterigheid.
Kutcomputers!!!!
Kutcomputers!!!!
vrijdag 7 oktober 2011
grote gebeurtenissen worden gebeurtenwassen
Er stond iets op stapel en dat hield me heel erg bezig. er moest zo het één en ander voorbereid worden, een boel vooruitgedacht en gepland. Allemaal heel praktisch en weinig ruimte om mentaal klaar te zijn, dacht ik zo.
Maar kun je je wel voorbereiden op iets wat je nog nooit gedaan hebt?
Als ik nu de stappen nog eens langsloop, merk ik dat het voor mij opeens heel moeilijk was zodra ik niets meer zelf kon doen, alleen maar lijdzaam afwachten. Letterlijk stil blijven liggen en al het werk van daarvoor laten bezinken. Wat is dat moeilijk.
Voorheen was er altijd wel iets te doen: Bellen, mailen, ergens aankloppen, iets kopen, dingen bekijken, zoeken op internet, zelf iets maken..........
Heerlijk druk-druk bezig zijn. Plannen hoe en wat, prioriteiten stellen en dat allemaal weer omgooien omdat er nog meer is in de wereld dan mijn queeste.
En toen was alles gedaan. Ik kwam bij uit de verdoving en mijn taak was letterlijk: Stilligen en helemaal niks doen.
Om razend te worden. Het lijf heelt zichzelf. Wie is er nou de baas?
Daar lag ik en mijn diepste wens, alles waar ik een heel leven tegen alles in heb geloofd dat ik het ooit mee zou maken was opeens echt en ik kon niks anders doen dan liggen en dat was het.
Is dit het om bij nul te beginnen?
Ik denk het.
Alles heeft een begin en Niets is moeilijker dan alles.
Ik geloof dat ik nu gevoeld heb wat Niets is.
Maar kun je je wel voorbereiden op iets wat je nog nooit gedaan hebt?
Als ik nu de stappen nog eens langsloop, merk ik dat het voor mij opeens heel moeilijk was zodra ik niets meer zelf kon doen, alleen maar lijdzaam afwachten. Letterlijk stil blijven liggen en al het werk van daarvoor laten bezinken. Wat is dat moeilijk.
Voorheen was er altijd wel iets te doen: Bellen, mailen, ergens aankloppen, iets kopen, dingen bekijken, zoeken op internet, zelf iets maken..........
Heerlijk druk-druk bezig zijn. Plannen hoe en wat, prioriteiten stellen en dat allemaal weer omgooien omdat er nog meer is in de wereld dan mijn queeste.
En toen was alles gedaan. Ik kwam bij uit de verdoving en mijn taak was letterlijk: Stilligen en helemaal niks doen.
Om razend te worden. Het lijf heelt zichzelf. Wie is er nou de baas?
Daar lag ik en mijn diepste wens, alles waar ik een heel leven tegen alles in heb geloofd dat ik het ooit mee zou maken was opeens echt en ik kon niks anders doen dan liggen en dat was het.
Is dit het om bij nul te beginnen?
Ik denk het.
Alles heeft een begin en Niets is moeilijker dan alles.
Ik geloof dat ik nu gevoeld heb wat Niets is.
donderdag 29 september 2011
Ik zal nooit meer de oude worden
Nu ben ik aan het aftellen en vooruit aan het kijken. Niet te ver vooruit, want alles draait nu om de chirurgische ingreep. Het is zo intensief, dat ik bijna niet meer weet waar het ook weer om gaat.
natuurlijk weet ik heel goed dat ik straks een ander plassertje zal hebben, maar ik bedoel dat ik bijna niet meer weet waarom ik ooit begonnen ben aan dit alles, want het is een hele hoop alles.
Maar mensen zijn geneigd om achteraf te menen dat het allemaal best meeviel. En het had ook zo zijn leuke momenten, Toch?
Maar het hoofd weet beter, zeker nu ik in de virtuele wereld nog steeds lotgenoten tegenkom, die met allerlei dingen worstelen die ik nu heb overwonnen. Ik lees hun berichten met een glimlach van herkenning. De spanning, onzekerheid en het leed wat zij nu beleven, heb ik allemaal mogen ondergaan en wat waren sommige momenten destijds heftig! Ik heb gehuild, en niet een beetje ook!
Wat vreemd om er aan terug te denken nu ik dat allemaal heb beleefd en overleefd. Ik voel me als een schipbreukeling die op een warme kust is aangespoeld. Het leven is mooi! Wat is het heerlijk om hier te zijn!
Maar wat was het een hijs om hier te belanden.
En het is nog niet helemaal klaar. Er moet nog iets gebeuren en daarna is het helemaal menens.
En weer praat ik over het 'iets' heen. Eerst moet ik nog een paar dingen kopen en zorgen dat ze klaarliggen voor straks.
Dan hoop ik op nog minstens één dag rust. Gewoon om te mediteren over dit moment, erbij te lachen en te huilen en helemaal te beseffen wat het allemaal betekent.
Dan heb ik nog twee dagen lichamelijke voorbereiding te gaan. Twee dagen niet eten en met grof geweld mijn darmen schoonspoelen. Op de tweede dag reis ik naar de plek waar het gaat gebeuren en daar moet ik de laatste voorbereidingen treffen. Dat klinkt theatraal, maar het gebied waar de dokter aan gaat werken moet grondig geschoren worden. Gaat me dat lukken? Ik kan er niks aan doen, maar ik verwacht niet anders dan dat ik de operatie per ongeluk al zelf zo'n beetje uit ga voeren. In mijn gedachten wordt het in elk geval behoorlijk bloederig. Maar ik overdrijf graag, dan valt het straks allemaal heel erg mee.
En dan komt de grote dag...
Om tien uur vijftien moet ik me melden bij de hoofdingang. Wat er dan verder gaat gebeuren, weet ik niet. Ik zal mijn koffertje met m'n pyamaatje en mijn leesboek aan iemand afgeven die er hopelijk heel goed op past. Dan zal ik me ergens uit moeten kleden, moet ik mezelf wassen? Of doet een verpleegkundige dat?
Ze zullen me nog wel dingen vragen en naar mijn hart en longen luisteren, misschien nog meer doen....
En dan kom ik ergens waar ze me in slaap maken.
Als ik wakker word is er iets gebeurd waar ik als kleuter al van droomde, maar toen dacht ik dat er een Goede Toverfee of een Lieve God bestond die dit bij me zou doen.
Het is toch niet helemaal hetzelfde, al is de dokter wel ontzettend aardig.
Zal het pijn doen? Zal het heel vreemd voelen? Of juist heel vertrouwd? Zal ik blij en opgelucht zijn? Of juist heel verdrietig?
Of zal ik gewoon leven bij het moment en er vooral aan denken dat ik een poos heel erg goed voor mezelf en vooral voor mijn nieuwe plasser moet zorgen?
In elk geval zal ik eerst een week in het ziekenhuis zijn. Ik mag dan niet veel, alleen op mijn rug liggen om te zorgen dat er niks verschuift, denk ik. Misschien krijg ik allerlei bezoek, dat weet ik niet. Mensen mogen best op bezoek komen, er zijn bezoekuren. Degenen die wat verder weg wonen mogen blijven logeren, dat kost maar twintig euro per nacht voor een tweepersoonskamer.
Na een week mag ik naar huis en dan moet ik kalm aan doen, want het moet helen, nee, niet herstellen! In vredesnaam niet zeg! Het is uiteindelijk de bedoeling dat ik nooit meer de oude word.
Iedereen zegt dat ik minstens zes weken kalm aan moet doen en ik heb een boekje waarin staat hoe ik moet zorgen dat alles schoon blijft en hoe ik moet zorgen dat het weefsel goed hecht.
De eerste keer dat ik het boekje zorgvuldig bestudeerde, moest ik heel hard huilen, want als je er zo intensief mee bezig moet zijn, is het plotseling echter dan echt.
En na die weken van voorzichtig zijn en zorgen mag ik van lieverlee mijn leven weer oppakken. Ik heb er nu al heimwee naar. Heimwee naar iets wat ik nog nooit heb meegemaakt, maar wat wil je:
Ik zal nooit meer de oude worden.
Abonneren op:
Posts (Atom)