Vandaag is mijn dagbesteding: Moe zijn.
Vroeger kon ik me erg schuldig voelen over een dag als deze, maar ik heb inmiddels geleerd om me erover te verbazen.
De wereld is vol van dingen die gedaan moeten of zouden moeten worden en voor degenen die een hekel hebben aan 'moeten', bestaat de term 'kunnen'.
Maar op een dag als vandaag kom ik niet veel verder dan zitten waar ik zit, muziek luisteren, mijmeren, dagdromen en bedenken wat ik nu zou moeten of kunnen doen.
Vooruit dan: Een blog schrijven, maar dat had ik niet gepland. Ik had opeens een laptop op schoot, zodoende...
Ik ben dus moe. mijn armen en benen voelen loom en zwaar, mijn hoofd voelt slaperig en bij alles wat ik bedenk aan bezigheden stel ik meteen vast dat het waarschijnlijk wel kan wachten tot morgen.
Ik ben moe en dat vind ik heel begrijpelijk want ik ben beperkt in kracht en energie en ik wil me niet laten beperken, dus als ik iets doe ga ik meteen te ver.
Gisteren deed ik dat, dus het klopt wel dat ik vandaag moe ben.
Maar ik heb gisteren wel genoten. Ik ben er namelijk op uit geweest. Eerst een vergadering, daarna lunch in de stad en toen nog even proberen of ik alweer fit genoeg ben om te kunnen shoppen.
De sfeer van de grote wereld daarbuiten vind ik altijd heerlijk. Eigenlijk voel ik die overal buiten mijn huisje, maakt niet uit of ik door een stil bos kuier of door een drukke stad loop. Elke plek heeft zijn eigen ritme, melodie en toonzetting, maar het lied altijd: 'Zindering'.
Vandaag zinder ik na. Mensen en plaatsen die ik gezien heb, vullen mijn herinnering. Er is helemaal geen ruimte voor iets anders dan na-denken en her-inneren. Ik ben vol en ik wil leeg worden om opnieuw te vullen.
Dat is het als ik moe ben.
Moe zijn is best fijn want dan weet ik dat ik eigenlijk alles heb gedaan wat ik kon: Tot daar en niet verder. Mijn portie energie zit weer in de wereld en nu mag iemand anders het oppakken om er het zijne (of hare) mee te doen.
Ik ga moe zijn tot het over is en dan doe ik het weer: Zinderen!
donderdag 24 november 2011
dinsdag 22 november 2011
Een boek over mij??
Ik worstel ermee, met schrijven. Een goed boek heeft een begin, een midden en een eind. Het heeft ook een thema, een kern, één gegeven waar het hele verhaal zijn waarde aan ontleent.
En een boek heeft natuurlijk heel veel letters, woorden, zinnen.......
Iedereen zegt dat ik het vast en zeker kan, zo'n boek.....
Maar het is moeilijk. Ik heb niet de concentratie, het geduld en de discipline voor een heel boek. Tenminste: dat vrees ik.
Een boek schrijf je met aandacht en toewijding, een goed boek schrijf je in trance, zeggen sommige schrijvers.
Met al mijn jaren van aanmodderen en toch-maar-weer-proberen ervaring, weet ik dat het voor mij ook zo werkt. Die schrijverstrance is zalig, maar zo moeilijk vast te houden. -Waarom kan ik geen boek schrijven in één nacht?
En een boek over mij, over mijn leven? Ben ik zo interessant? Moet ik dat jongske beschrijven waarvan men ooit meende dattie autistisch was omdat hij zo stil en afstandelijk was. Ik deed jarenlang geen mond open en als ik de stilte doorbrak, kwam er een meteen boel lawaai uit waarmee ik mezelf probeerde te overschreeuwen.
Nu weer. Zie hoe ik sputter.
Ik heb een hele nacht niet geslapen omdat ik meende dat ik de ultieme opening voor het boek van mijn leven in mijn hoofd had, nouja: zo goed als....
Ik dacht aan mijn eerste dag op de technische school; Hoe ik dat gebouw met dat plein ernaast als een zielsverwant herkende. Hetzelfde stugge zwijgen en dezelfde vijand in ons binnenste: Testosteron.
En daarna beschrijf ik hoe ik probeerde te vergeten dat ik het enige meisje was temidden van meer dan duizend jongens. Dat lukte best goed, want ik was vermomd. Ik leek sprekend op die duizend stinkende klootzakjes die vijf dagen per week om me heen draaiden. Ik haatte hen en ik haatte mezelf. Ik haatte alles wat die school in- en uitliep. Ze kwamen daar om Man te worden en ze trokken mij mee.......
Dit is een schetsje, niks om over te tobben. Een opzetje heet dat geloof ik.
Maar goed, mijn moderne tiepmasjien heeft internet en steeds als ik afdwaal, dwaal ik ook een heel eind af. Daarnet was ik nog in Amerika. Daar heb ik naar het verhaal geluisterd van een hele mooie jonge vrouw die geboren is als een jongetje. Zij schrijft ook een boek over een jongetje in een verkeerd lichaam en hoe het is om dat lichaam te (laten) repareren.
Is haar verhaal dan mijn verhaal? Dus ik heb haar nog een stukje gevolgd en ik zag een leven wat toch heel anders was dan het mijne. Dan is haar verhaal toch niet mijn verhaal.
Misschien ben ik een beetje bang om mijn leven op te schrijven, want ik herinner me niet alles meer. Veel dingen waren alleen maar goed genoeg om zo snel en zo grondig mogelijk te vergeten.
Daarom voel ik me jaren jonger dan ik werkelijk ben. Ik heb een groot deel van mijn leven niet geleefd.
Heel veel jaren die niet meetellen. Wil ik die jaren nu losmaken?
Misschien ben ik ook een beetje bang dat ik door mijn boek straks iemand ben. Dat ik op TV moet komen en in de krant. Dat mensen mij op straat herkennen. Dat ik niet meer stilletjes kan zijn wie ik ben. Dat mensen me beschouwen als een goede bekende, terwijl ik hun niet eens ken.
Ik heb er vaak aan gedacht en ik denk dat ik het wel kan, maar ik wil het nog niet.
En ik ben wel zo ijdel dat ik het beste van het beste wil zijn.
Misschien moet ik vanavond gewoon op tijd naar bed. Lekker slapen, lekker dromen.
Het liefst het soort dromen wat uit moet komen, dan leer ik tenminste precies hoe ik het ga doen...
En een boek heeft natuurlijk heel veel letters, woorden, zinnen.......
Iedereen zegt dat ik het vast en zeker kan, zo'n boek.....
Maar het is moeilijk. Ik heb niet de concentratie, het geduld en de discipline voor een heel boek. Tenminste: dat vrees ik.
Een boek schrijf je met aandacht en toewijding, een goed boek schrijf je in trance, zeggen sommige schrijvers.
Met al mijn jaren van aanmodderen en toch-maar-weer-proberen ervaring, weet ik dat het voor mij ook zo werkt. Die schrijverstrance is zalig, maar zo moeilijk vast te houden. -Waarom kan ik geen boek schrijven in één nacht?
En een boek over mij, over mijn leven? Ben ik zo interessant? Moet ik dat jongske beschrijven waarvan men ooit meende dattie autistisch was omdat hij zo stil en afstandelijk was. Ik deed jarenlang geen mond open en als ik de stilte doorbrak, kwam er een meteen boel lawaai uit waarmee ik mezelf probeerde te overschreeuwen.
Nu weer. Zie hoe ik sputter.
Ik heb een hele nacht niet geslapen omdat ik meende dat ik de ultieme opening voor het boek van mijn leven in mijn hoofd had, nouja: zo goed als....
Ik dacht aan mijn eerste dag op de technische school; Hoe ik dat gebouw met dat plein ernaast als een zielsverwant herkende. Hetzelfde stugge zwijgen en dezelfde vijand in ons binnenste: Testosteron.
En daarna beschrijf ik hoe ik probeerde te vergeten dat ik het enige meisje was temidden van meer dan duizend jongens. Dat lukte best goed, want ik was vermomd. Ik leek sprekend op die duizend stinkende klootzakjes die vijf dagen per week om me heen draaiden. Ik haatte hen en ik haatte mezelf. Ik haatte alles wat die school in- en uitliep. Ze kwamen daar om Man te worden en ze trokken mij mee.......
Dit is een schetsje, niks om over te tobben. Een opzetje heet dat geloof ik.
Maar goed, mijn moderne tiepmasjien heeft internet en steeds als ik afdwaal, dwaal ik ook een heel eind af. Daarnet was ik nog in Amerika. Daar heb ik naar het verhaal geluisterd van een hele mooie jonge vrouw die geboren is als een jongetje. Zij schrijft ook een boek over een jongetje in een verkeerd lichaam en hoe het is om dat lichaam te (laten) repareren.
Is haar verhaal dan mijn verhaal? Dus ik heb haar nog een stukje gevolgd en ik zag een leven wat toch heel anders was dan het mijne. Dan is haar verhaal toch niet mijn verhaal.
Misschien ben ik een beetje bang om mijn leven op te schrijven, want ik herinner me niet alles meer. Veel dingen waren alleen maar goed genoeg om zo snel en zo grondig mogelijk te vergeten.
Daarom voel ik me jaren jonger dan ik werkelijk ben. Ik heb een groot deel van mijn leven niet geleefd.
Heel veel jaren die niet meetellen. Wil ik die jaren nu losmaken?
Misschien ben ik ook een beetje bang dat ik door mijn boek straks iemand ben. Dat ik op TV moet komen en in de krant. Dat mensen mij op straat herkennen. Dat ik niet meer stilletjes kan zijn wie ik ben. Dat mensen me beschouwen als een goede bekende, terwijl ik hun niet eens ken.
Ik heb er vaak aan gedacht en ik denk dat ik het wel kan, maar ik wil het nog niet.
En ik ben wel zo ijdel dat ik het beste van het beste wil zijn.
Misschien moet ik vanavond gewoon op tijd naar bed. Lekker slapen, lekker dromen.
Het liefst het soort dromen wat uit moet komen, dan leer ik tenminste precies hoe ik het ga doen...
zondag 20 november 2011
Alvast voor het nieuwe jaar....
Deze week vroeg iemand mij of ik al grote plannen heb voor 2012. De vraag had even goed kunnen zijn of ik al plannen heb voor de rest van mijn leven.
Zeker heb ik plannen, maar soms lijkt het gevaarlijk om die hardop uit te spreken want met elke omschrijving die ik ergens van geef, neemt de open ruimte die een plan inneemt af. Ik bedoel eigenlijk, dat mijn plannen niet echt een vaste vorm hebben. Of zou ik beter zeggen dat ik een omschrijving moet zoeken die de grenzen van het plan aangeeft maar niet de mogelijke inhoud?
Maar ondanks dat zijn er toch dingen die wel behoorlijk concreet zijn. Soms zelfs een handje geholpen door invloeden van buitenaf.
Zo heb ik al ruim twee jaar psychotherapie. Dat was destijds echt nodig, ik was mentaal 'door mijn hoefjes gezakt'. Hoe en wat en waardoor dat is gekomen is een lang en ingewikkeld verhaal, dus niet hier te vertellen.
De consulten waren heel vaak de bakens waarlangs ik mijn leven uitzette. Ik had gewoon niet de kracht om mijn eigen weg te kunnen volgen.
Dat de therapie zinvol is merk ik nu doordat ik me nu weer sterk en zelfverzekerd voel. Ik voel me zo goed en ik zie het leven met zoveel vertrouwen tegemoet, dat ik weer op mijn eigen kracht en intuïtie durf te vertrouwen, zelf meer dan ooit tevoren.
Tegelijkertijd verneem ik dat de vergoeding voor psychologische hulp na nieuwjaar vrijwel komt te vervallen.
Misschien is het heel goed mogelijk om via ander wegen toch nog een vergoeding te krijgen, maar het heeft voor mij geen hoge prioriteit meer. Ik besteed mijn tijd en energie nu liever aan een volgende stap ik mijn leven.
Dus dit is een keus die ik eigenlijk niet hoef te nemen. Ik bedank mijn therapeute met respect en genegenheid. Ze heeft wat mij betreft erg goed werk gedaan, vanaf nu ga ik aantonen dat haar werk niet voor niets is geweest.
Misschien klinkt het nu vreemd als ik zeg dat ik toch niet op eigen houtje door het leven wil zwerven. Ik gun mezelf een Mentor. Ik weet nog niet wie dit zal zijn. Ik weet ook niet of ik deze persoon al ken of zelfs al een plek in mijn leven gegeven heb. ik heb wel besloten om nooit meer moederziel alleen te worstelen met de beren op mijn weg, want volgens mij was dat de belangrijkste oorzaak waardoor ik destijds door mijn hoefjes gezakt ben.
Ik heb me ook voorgenomen om genderdysforie en dus transseksualiteit, veel minder deel van mijn leven te laten zijn en veel meer een deel van mijn geschiedenis. Dat kan nu ook, want ik ben de magische grens gepasseerd tussen mezelf zijn of me mismaakt voelen.
Het zal een proces zijn wat enkele jaren mag duren, maar niet eindeloos. Ik heb wel gedachten, ideeën, over de manier waarop dit kan gebeuren en de weg of wegen die ik kan volgen, maar die die gedachten ga ik niet in mijn blog zetten. Dat is tussen mij en mijn Mentor, bijvoorbeeld.
Mijn levensinvulling krijgt ook een hele grote rol. op dit moment tekenen zich al meerdere kansen af, maar ik wil niet meer op goed geluk en op hoop van zegen zomaar ergens instappen. Dat heb ik al te vaak gedaan en het was heel vaak een dood spoor. De dingen waar ik echt in geloof wil ik beter leren kennen zodat ik goed weet hoe ik mijn leven zinvol in kan vullen. Wat zinvol is, weet ik uiteindelijk zelf het best. Dat heb ik diep van binnen altijd al geweten, maar ik durfde het nooit te uiten, want diep van binnen voelde ik me ook mismaakt en al op voorhand mislukt.
Ik wil een wereld kennen vol mensen die boeien en inspireren, niet meer de wereld waarin mensen zijn die dwingen en denigreren.
Vandaag hoorde ik een heerlijk gezegde: "Als ik mooi ben van binnen, is de wereld om me heen ook mooi".
Met dat gezegde in gedachten ga ik met een zucht van verlichting de toekomst tegemoet......
Zeker heb ik plannen, maar soms lijkt het gevaarlijk om die hardop uit te spreken want met elke omschrijving die ik ergens van geef, neemt de open ruimte die een plan inneemt af. Ik bedoel eigenlijk, dat mijn plannen niet echt een vaste vorm hebben. Of zou ik beter zeggen dat ik een omschrijving moet zoeken die de grenzen van het plan aangeeft maar niet de mogelijke inhoud?
Maar ondanks dat zijn er toch dingen die wel behoorlijk concreet zijn. Soms zelfs een handje geholpen door invloeden van buitenaf.
Zo heb ik al ruim twee jaar psychotherapie. Dat was destijds echt nodig, ik was mentaal 'door mijn hoefjes gezakt'. Hoe en wat en waardoor dat is gekomen is een lang en ingewikkeld verhaal, dus niet hier te vertellen.
De consulten waren heel vaak de bakens waarlangs ik mijn leven uitzette. Ik had gewoon niet de kracht om mijn eigen weg te kunnen volgen.
Dat de therapie zinvol is merk ik nu doordat ik me nu weer sterk en zelfverzekerd voel. Ik voel me zo goed en ik zie het leven met zoveel vertrouwen tegemoet, dat ik weer op mijn eigen kracht en intuïtie durf te vertrouwen, zelf meer dan ooit tevoren.
Tegelijkertijd verneem ik dat de vergoeding voor psychologische hulp na nieuwjaar vrijwel komt te vervallen.
Misschien is het heel goed mogelijk om via ander wegen toch nog een vergoeding te krijgen, maar het heeft voor mij geen hoge prioriteit meer. Ik besteed mijn tijd en energie nu liever aan een volgende stap ik mijn leven.
Dus dit is een keus die ik eigenlijk niet hoef te nemen. Ik bedank mijn therapeute met respect en genegenheid. Ze heeft wat mij betreft erg goed werk gedaan, vanaf nu ga ik aantonen dat haar werk niet voor niets is geweest.
Misschien klinkt het nu vreemd als ik zeg dat ik toch niet op eigen houtje door het leven wil zwerven. Ik gun mezelf een Mentor. Ik weet nog niet wie dit zal zijn. Ik weet ook niet of ik deze persoon al ken of zelfs al een plek in mijn leven gegeven heb. ik heb wel besloten om nooit meer moederziel alleen te worstelen met de beren op mijn weg, want volgens mij was dat de belangrijkste oorzaak waardoor ik destijds door mijn hoefjes gezakt ben.
Ik heb me ook voorgenomen om genderdysforie en dus transseksualiteit, veel minder deel van mijn leven te laten zijn en veel meer een deel van mijn geschiedenis. Dat kan nu ook, want ik ben de magische grens gepasseerd tussen mezelf zijn of me mismaakt voelen.
Het zal een proces zijn wat enkele jaren mag duren, maar niet eindeloos. Ik heb wel gedachten, ideeën, over de manier waarop dit kan gebeuren en de weg of wegen die ik kan volgen, maar die die gedachten ga ik niet in mijn blog zetten. Dat is tussen mij en mijn Mentor, bijvoorbeeld.
Mijn levensinvulling krijgt ook een hele grote rol. op dit moment tekenen zich al meerdere kansen af, maar ik wil niet meer op goed geluk en op hoop van zegen zomaar ergens instappen. Dat heb ik al te vaak gedaan en het was heel vaak een dood spoor. De dingen waar ik echt in geloof wil ik beter leren kennen zodat ik goed weet hoe ik mijn leven zinvol in kan vullen. Wat zinvol is, weet ik uiteindelijk zelf het best. Dat heb ik diep van binnen altijd al geweten, maar ik durfde het nooit te uiten, want diep van binnen voelde ik me ook mismaakt en al op voorhand mislukt.
Ik wil een wereld kennen vol mensen die boeien en inspireren, niet meer de wereld waarin mensen zijn die dwingen en denigreren.
Vandaag hoorde ik een heerlijk gezegde: "Als ik mooi ben van binnen, is de wereld om me heen ook mooi".
Met dat gezegde in gedachten ga ik met een zucht van verlichting de toekomst tegemoet......
zondag 13 november 2011
Zondag vandaag....
Zal ik weer eens naar de kerk gaan? Het Roomse Brabant in oude glorie doen herleven......
Natuurlijk niet. Die tijd heb ik gehad. De kerk... Neuh... lamaar...
Zondag is wel een dag om in ere te houden. Lekker rustig. Lekker je kater wegslapen of gewoon kalmpjes aan doen. Er is al zoveel drukte op de wereld, laten we dan maar eens één dag per week de stilte de ruimte geven.
Wat klink ik ouwerwets, zeg! Maar het is toch geen grapje. Een dorpeling als ik, is op rust gesteld. En zo is het!
En ik vul mijn rust dan graag met oeverloze bezigheden als 'bespiegelen'. Lekker de dingen overdenken en overal een diepere betekenis achter zoeken.. Ehm.. Zal ik toch maar weer eens naar de kerk gaan???
Maar een blogje in elkaar zetten moet toch kunnen, vind ik. Zeker na een week als deze. Weet je dattie maar liefst zeven dagen heeft geduurd? Errug, hè? En elke dag is er van alles gebeurd, echt een heleboel, maar dat kun je vast wel lezen in de krant ofzo.
Ik heb deze week, 's nachts, gedroomd en een deel van mijn dromen heb ik onthouden. Het was best lang geleden sinds ik mijn dromen onthield. Het leek wel of ik helemaal niet droomde en misschien was dat ook wel, want ik heb al met al toch een hele poos niet behoorlijk kunnen slapen en dromen doe je nou eenmaal in je slaap. Kennelijk slaap ik dus ook weer goed. Heerlijk is dat!
Maar ik droomde over het herstel van mijn operatie, het ging helemaal niet goed en daarom besloot ik om me weer te melden bij het ziekenhuis. Ik ging er lopend naartoe en natuurlijk verdwaalde ik. Uiteindelijk kwam ik terecht bij een dtel hele aardige mensen die in een heel oud huis op de bovenetage woonden. Ik mocht daar blijven logeren want het was al laat en ik was erg moe. Toen ik me uitkleedde, zag ik tot mijn grote verrassing dat alles prachtig genezen was!
Dat zijn leuke dromen, vind ik....
In een andere droom was er een man hevig geïnteresseerd in mij. Met deze man had ik nog op de lagere school gezeten, maar ik wist niet of hij me had herkend. Op zich was hij erg aardig, maar ook heel opdringerig. Dat laatste kwam omdat hij cocaïne had gebruikt. Ik probeerde bij hem uit de buurt te komen, maar dat lukte niet. Op het laatst was ik aan het rennen met hem achter me aan. Hij genoot zichtbaar van de inspanning en hij was er trots op dat hij me moeiteloos bij kon houden.
Uiteindelijk wist ik hem van me af te schudden doordat ik de tuin van het huis waar ik ben opgegroeid in vluchtte.
Het huis en de tuin waren heel erg veranderd, maar ik voelde me er geen vreemde.
Dat was het ongeveer. De laatste droom vond ik best interessant omdat ik echt niet weet wat ik zou doen als een man mij leuk blijkt te vinden.
Hard weghollen, denk ik?
Maar ik zag deze week ook foto's van een bruidsmodeshow en daar werd ik toch wel een beetje week van in de knieën. Al die mooie jurken. ik begon er zelfs helemaal van te zwijmelen, maar mijn fantasie kwam niet veel verder dan 'ik in zo'n jurk', met niet iemand naast me.
De man van mijn dromen weet kennelijk niet waar ik me verstopt heb.
Misschien wil hij graag in de kerk trouwen.
Gewoon voor het mooi.........
Natuurlijk niet. Die tijd heb ik gehad. De kerk... Neuh... lamaar...
Zondag is wel een dag om in ere te houden. Lekker rustig. Lekker je kater wegslapen of gewoon kalmpjes aan doen. Er is al zoveel drukte op de wereld, laten we dan maar eens één dag per week de stilte de ruimte geven.
Wat klink ik ouwerwets, zeg! Maar het is toch geen grapje. Een dorpeling als ik, is op rust gesteld. En zo is het!
En ik vul mijn rust dan graag met oeverloze bezigheden als 'bespiegelen'. Lekker de dingen overdenken en overal een diepere betekenis achter zoeken.. Ehm.. Zal ik toch maar weer eens naar de kerk gaan???
Maar een blogje in elkaar zetten moet toch kunnen, vind ik. Zeker na een week als deze. Weet je dattie maar liefst zeven dagen heeft geduurd? Errug, hè? En elke dag is er van alles gebeurd, echt een heleboel, maar dat kun je vast wel lezen in de krant ofzo.
Ik heb deze week, 's nachts, gedroomd en een deel van mijn dromen heb ik onthouden. Het was best lang geleden sinds ik mijn dromen onthield. Het leek wel of ik helemaal niet droomde en misschien was dat ook wel, want ik heb al met al toch een hele poos niet behoorlijk kunnen slapen en dromen doe je nou eenmaal in je slaap. Kennelijk slaap ik dus ook weer goed. Heerlijk is dat!
Maar ik droomde over het herstel van mijn operatie, het ging helemaal niet goed en daarom besloot ik om me weer te melden bij het ziekenhuis. Ik ging er lopend naartoe en natuurlijk verdwaalde ik. Uiteindelijk kwam ik terecht bij een dtel hele aardige mensen die in een heel oud huis op de bovenetage woonden. Ik mocht daar blijven logeren want het was al laat en ik was erg moe. Toen ik me uitkleedde, zag ik tot mijn grote verrassing dat alles prachtig genezen was!
Dat zijn leuke dromen, vind ik....
In een andere droom was er een man hevig geïnteresseerd in mij. Met deze man had ik nog op de lagere school gezeten, maar ik wist niet of hij me had herkend. Op zich was hij erg aardig, maar ook heel opdringerig. Dat laatste kwam omdat hij cocaïne had gebruikt. Ik probeerde bij hem uit de buurt te komen, maar dat lukte niet. Op het laatst was ik aan het rennen met hem achter me aan. Hij genoot zichtbaar van de inspanning en hij was er trots op dat hij me moeiteloos bij kon houden.
Uiteindelijk wist ik hem van me af te schudden doordat ik de tuin van het huis waar ik ben opgegroeid in vluchtte.
Het huis en de tuin waren heel erg veranderd, maar ik voelde me er geen vreemde.
Dat was het ongeveer. De laatste droom vond ik best interessant omdat ik echt niet weet wat ik zou doen als een man mij leuk blijkt te vinden.
Hard weghollen, denk ik?
Maar ik zag deze week ook foto's van een bruidsmodeshow en daar werd ik toch wel een beetje week van in de knieën. Al die mooie jurken. ik begon er zelfs helemaal van te zwijmelen, maar mijn fantasie kwam niet veel verder dan 'ik in zo'n jurk', met niet iemand naast me.
De man van mijn dromen weet kennelijk niet waar ik me verstopt heb.
Misschien wil hij graag in de kerk trouwen.
Gewoon voor het mooi.........
dinsdag 8 november 2011
Het romantische leven in en om Prinsenbeek
Mijn huisje is niet groot, maar het is goed voor mij en mijn kat met z'n tweetjes. Iedereen die hier voor het eerst binnenkomt vind het gezellig en kleurrijk. Mijn woonkamer is bijna als een serre vanwege de grote openslaande tuindeuren aan de straatkant. Ik heb ook nog een voortuin, dus de straat hindert niet en het is niet gewoon een straat. Ik woon aan een hofje, dus de overburen wonen bijna 100 meter van me af en tussen ons in ligt een groot gasveld waarop speeltoestellen staan en het is omringd door bomen.
Rond half twee draait de zon bij me naar binnen, dus op een nevelige herfstdag als vandaag komt er een gouden gloed over de dingen.
Ik zit hier rustig in mijn stoel. De radio speelt een pianoconcert en poes ligt op de bank te slapen. Zover ik weet ben ik de enige in de flat die thuis is, dus het heerlijk stil om me heen. Ik ben een beetje slaperig van de lunch.
Vandaag is een heerlijke dag om de tijd even stil te zetten. Ik zou nu graag ergens in een bos lopen dwalen. Niet ver hiervandaan weet ik veel plekjes die gemaakt lijken voor de herfst en omdat de herfst nu eenmaal het jaargetijde is wat voor mij het meest sprookjesachtig is, ga ik op dagen als vandaag heel graag naar die plekken.
Soms gebeuren er op dit soort dagen heel bijzondere dingen op dat soort plekken.
Twee jaar geleden was ik bijvoorbeeld een beetje rond aan het zwerven, ergens in het buitengebied van Breda, toen ik opeens bijna over een kabouter struikelde.
"Eej, nondedju. Kikte gij es uit waar ge lôpt", brulde het schepseltje in een taal die heel veel weg heeft van plat Brabants. Ik keek naar beneden en ik schrok. Wat een sjachrijnig smoelwerk, zeg!
Dat zei ik ook tegen hem en hij knikte: "Kwittet".
Daarop nodigde hij me uit om naast hem op een boomstronk te gaan zitten.
"K zallet 'oe vertelle, hoe dagget komt da'k zonne rotkop 'eb".
Hij bood me een homp kaboutercake aan en begon te vertellen.
Ik zal niet woordelijk herhalen wat hij allemaal vertelde, dat verstaat immers geen mens, alleen kabouters en Brabanders. Het kwam er op neer dat hij al meer dan een eeuw aan heeft moeten horen wat de mensen zoal over kabouters beweren en dat trok hij zich heel erg aan. Hij kwam met een eindeloze opsomming van dingen die ik soms wel en vaak niet te horen heb gekregen over kabouters en alles wat hij noemde werd door hemzelf weerlegd.
Ik was met stomheid geslagen over zoveel zelfkennis en de immense eigendunk van het miezerige kereltje.
En hij ging maar door en door en door. Op zeker moment kon ik er niet meer tegen en ik onderbrak hem met de vraag wie al die nare dingen over kabouters dan wel niet liepen te beweren. Hij keek me twee minuten zwijgend aan, bod me nog een stuk kaboutercake aan en hij begon de hele lijst opnieuw af te draaien, maar nu met vermelding van de bron erbij.
Ik heb het gelaten over me heen laten komen. Hij onderbrak zijn geratel slechts één keer en dat was om zijn denneappellantaarn aan te steken, want het werd donker.
Toen hij eindelijk was uitgekletst keek hij me grimmig aan. Zijn smoel zag er bij het lantaarnlicht uit als een verminkte aardappel met twee glimmende knopen erin.
"Wa vinde gij d'rvan?", vroeg hij dreigend.
"Waarvan?"
"Van K'bouters; Van mijn!" riep hij dreigend.
"Je kletst te veel en je stinkt. Ik ben er misselijk van!"
Het ontschoot me, ik dacht er niet bij na maar het was het eerste wat in me opkwam. En het was waar. Die vieze kabouter stonk als de pest. Bah!
"Nonde-nonde-nonde-dedjuu!", riep de kabouter en ik bedacht me dat ik misschien ook nog kon zeggen hoe lelijk hij was en dat hij een afschuwelijk taalgebruik had, maar dat hoefde eigenlijk niet eens.
Hij keek me met hele grote ogen aan. Ze glansden als natte poep bij het licht van de denneappellantaarn.
"De he'k no'nooit gehôôrd", zei hij mat. "Heb je dat echt nog nooit gehoord?", vroeg ik. Hij schudde zijn lelijke aardappelkop. Ik bezwoer hem dat het echt zo was en ik vertelde er meteen bij hoe ik lelijk hij was en hoe afschuwelijk zijn taalgebruik. Ik dacht er nog even over om iets te zeggen over slechte adem, maar die kon ik niet ruiken, zijn lijfgeur overstemde namelijk alle andere geuren, ook mijn eigen luchtjes.
De kabouter schraapte zijn keel en sprak, dit keer in beschaafd Nederlands en met een stemgeluid waarmee hij moeiteloos het 8 uurjournaal zou kunnen presenteren:
"Welnu, dan lijkt het mij het beste dat ik zo spoedig mogelijk vertrek richting Pakistan. Hopelijk tref ik daar lieden die me een opleiding bij de al Quaida beweging aan bieden. Het lijkt me heerlijk om met een gordel van dynamiet om mijn middel ergens in het openbaar een laatste krachtige daad te verrichten".
"O, als zelfmoordterrorist?", vroeg ik.
"Nee", zei hij. "Als stinkbom!"
Rond half twee draait de zon bij me naar binnen, dus op een nevelige herfstdag als vandaag komt er een gouden gloed over de dingen.
Ik zit hier rustig in mijn stoel. De radio speelt een pianoconcert en poes ligt op de bank te slapen. Zover ik weet ben ik de enige in de flat die thuis is, dus het heerlijk stil om me heen. Ik ben een beetje slaperig van de lunch.
Vandaag is een heerlijke dag om de tijd even stil te zetten. Ik zou nu graag ergens in een bos lopen dwalen. Niet ver hiervandaan weet ik veel plekjes die gemaakt lijken voor de herfst en omdat de herfst nu eenmaal het jaargetijde is wat voor mij het meest sprookjesachtig is, ga ik op dagen als vandaag heel graag naar die plekken.
Soms gebeuren er op dit soort dagen heel bijzondere dingen op dat soort plekken.
Twee jaar geleden was ik bijvoorbeeld een beetje rond aan het zwerven, ergens in het buitengebied van Breda, toen ik opeens bijna over een kabouter struikelde.
"Eej, nondedju. Kikte gij es uit waar ge lôpt", brulde het schepseltje in een taal die heel veel weg heeft van plat Brabants. Ik keek naar beneden en ik schrok. Wat een sjachrijnig smoelwerk, zeg!
Dat zei ik ook tegen hem en hij knikte: "Kwittet".
Daarop nodigde hij me uit om naast hem op een boomstronk te gaan zitten.
"K zallet 'oe vertelle, hoe dagget komt da'k zonne rotkop 'eb".
Hij bood me een homp kaboutercake aan en begon te vertellen.
Ik zal niet woordelijk herhalen wat hij allemaal vertelde, dat verstaat immers geen mens, alleen kabouters en Brabanders. Het kwam er op neer dat hij al meer dan een eeuw aan heeft moeten horen wat de mensen zoal over kabouters beweren en dat trok hij zich heel erg aan. Hij kwam met een eindeloze opsomming van dingen die ik soms wel en vaak niet te horen heb gekregen over kabouters en alles wat hij noemde werd door hemzelf weerlegd.
Ik was met stomheid geslagen over zoveel zelfkennis en de immense eigendunk van het miezerige kereltje.
En hij ging maar door en door en door. Op zeker moment kon ik er niet meer tegen en ik onderbrak hem met de vraag wie al die nare dingen over kabouters dan wel niet liepen te beweren. Hij keek me twee minuten zwijgend aan, bod me nog een stuk kaboutercake aan en hij begon de hele lijst opnieuw af te draaien, maar nu met vermelding van de bron erbij.
Ik heb het gelaten over me heen laten komen. Hij onderbrak zijn geratel slechts één keer en dat was om zijn denneappellantaarn aan te steken, want het werd donker.
Toen hij eindelijk was uitgekletst keek hij me grimmig aan. Zijn smoel zag er bij het lantaarnlicht uit als een verminkte aardappel met twee glimmende knopen erin.
"Wa vinde gij d'rvan?", vroeg hij dreigend.
"Waarvan?"
"Van K'bouters; Van mijn!" riep hij dreigend.
"Je kletst te veel en je stinkt. Ik ben er misselijk van!"
Het ontschoot me, ik dacht er niet bij na maar het was het eerste wat in me opkwam. En het was waar. Die vieze kabouter stonk als de pest. Bah!
"Nonde-nonde-nonde-dedjuu!", riep de kabouter en ik bedacht me dat ik misschien ook nog kon zeggen hoe lelijk hij was en dat hij een afschuwelijk taalgebruik had, maar dat hoefde eigenlijk niet eens.
Hij keek me met hele grote ogen aan. Ze glansden als natte poep bij het licht van de denneappellantaarn.
"De he'k no'nooit gehôôrd", zei hij mat. "Heb je dat echt nog nooit gehoord?", vroeg ik. Hij schudde zijn lelijke aardappelkop. Ik bezwoer hem dat het echt zo was en ik vertelde er meteen bij hoe ik lelijk hij was en hoe afschuwelijk zijn taalgebruik. Ik dacht er nog even over om iets te zeggen over slechte adem, maar die kon ik niet ruiken, zijn lijfgeur overstemde namelijk alle andere geuren, ook mijn eigen luchtjes.
De kabouter schraapte zijn keel en sprak, dit keer in beschaafd Nederlands en met een stemgeluid waarmee hij moeiteloos het 8 uurjournaal zou kunnen presenteren:
"Welnu, dan lijkt het mij het beste dat ik zo spoedig mogelijk vertrek richting Pakistan. Hopelijk tref ik daar lieden die me een opleiding bij de al Quaida beweging aan bieden. Het lijkt me heerlijk om met een gordel van dynamiet om mijn middel ergens in het openbaar een laatste krachtige daad te verrichten".
"O, als zelfmoordterrorist?", vroeg ik.
"Nee", zei hij. "Als stinkbom!"
zondag 6 november 2011
Is het alweer een maand?
Op 4 oktober heeft de dokter mijn lijf aangepast aan wat ik werkelijk ben. Dat is alweer een maand geleden.
Er is in die maand een heleboel gebeurd in de wereld, maar ik deed niet mee want ik was aan het herstellen van een zware operatie.
Ik weet niet hoe zwaar de operatie was, want ik sliep terwijl de dokter bezig was. Ik weet wel dat het daarna geen feest was, zeker de eerste twee weken niet. Het gaat nu beter, maar ik ben nog steeds niet in mijn oude vorm en degenen die het weten kunnen, zeggen dat het nog wel een jaar kan duren eer ik er weer helemaal bovenop ben.
Nee, niet blij mee. Misschien valt deze periode me vooral tegen omdat ik er geen rekening mee heb gehouden. Ik had me er op ingesteld dat ik een poosje kalm aan zou moeten doen en daarna met frisse moed verder bouwen aan een nieuw leven. Ik had helemaal niet bedacht dat ik zo vreselijk onderuit zou gaan door de operatie en al helemaal niet dat ik geestelijk ook even bijna geen grip meer op mezelf zou hebben.
Iemand heeft een hele tijd gelede al tegen me gezegd dat in de nasleep van deze operatie dingen met me zouden gaan gebeuren waar ik van te voren geen benul van had. Het herstel was er dus één. Het is heel gek om nu vast te stellen dat ik graag mijn leven op wil pakken, maar dat ik helemaal niet weet of ik daar al sterk genoeg voor ben. Ik bedacht me vanmorgen dat ik in de afgelopen maand min of meer vervreemd ben van mijn eigen plekje in de wereld.
De komende week lijkt het me dus een goed plan om mijn huisje een grote beurt te geven. Ik weet iet of ik het voor elkaar krijg, want ik ben immers nog steeds herstellende, maar wat zal het fijn zijn als ik me mijn hutje opnieuw eigen heb gemaakt. Daarnaast moet ik ook weer een ritme vinden, want nu doe ik allerlei dingen wel min of meer op vaste tijden, maar niet uit overtuiging, zal ik maar zeggen.
Veel meer zit er nog niet in. Ik moet mezelf niet te veel opleggen anders sla ik dicht, merk ik.
Als ik eind deze week weer bij ben met mijn huishoudentje, zit er misschien een fijne beloning aan vast.
Mijn zus komt namelijk mantelzorgen op zondag. Als er dan voor haar niks te doen valt in mijn huisje....
Gaan we heerlijk buitenspelen. Een wandeling in het bos zou fantastisch zijn !!!
Er is in die maand een heleboel gebeurd in de wereld, maar ik deed niet mee want ik was aan het herstellen van een zware operatie.
Ik weet niet hoe zwaar de operatie was, want ik sliep terwijl de dokter bezig was. Ik weet wel dat het daarna geen feest was, zeker de eerste twee weken niet. Het gaat nu beter, maar ik ben nog steeds niet in mijn oude vorm en degenen die het weten kunnen, zeggen dat het nog wel een jaar kan duren eer ik er weer helemaal bovenop ben.
Nee, niet blij mee. Misschien valt deze periode me vooral tegen omdat ik er geen rekening mee heb gehouden. Ik had me er op ingesteld dat ik een poosje kalm aan zou moeten doen en daarna met frisse moed verder bouwen aan een nieuw leven. Ik had helemaal niet bedacht dat ik zo vreselijk onderuit zou gaan door de operatie en al helemaal niet dat ik geestelijk ook even bijna geen grip meer op mezelf zou hebben.
Iemand heeft een hele tijd gelede al tegen me gezegd dat in de nasleep van deze operatie dingen met me zouden gaan gebeuren waar ik van te voren geen benul van had. Het herstel was er dus één. Het is heel gek om nu vast te stellen dat ik graag mijn leven op wil pakken, maar dat ik helemaal niet weet of ik daar al sterk genoeg voor ben. Ik bedacht me vanmorgen dat ik in de afgelopen maand min of meer vervreemd ben van mijn eigen plekje in de wereld.
De komende week lijkt het me dus een goed plan om mijn huisje een grote beurt te geven. Ik weet iet of ik het voor elkaar krijg, want ik ben immers nog steeds herstellende, maar wat zal het fijn zijn als ik me mijn hutje opnieuw eigen heb gemaakt. Daarnaast moet ik ook weer een ritme vinden, want nu doe ik allerlei dingen wel min of meer op vaste tijden, maar niet uit overtuiging, zal ik maar zeggen.
Veel meer zit er nog niet in. Ik moet mezelf niet te veel opleggen anders sla ik dicht, merk ik.
Als ik eind deze week weer bij ben met mijn huishoudentje, zit er misschien een fijne beloning aan vast.
Mijn zus komt namelijk mantelzorgen op zondag. Als er dan voor haar niks te doen valt in mijn huisje....
Gaan we heerlijk buitenspelen. Een wandeling in het bos zou fantastisch zijn !!!
woensdag 2 november 2011
Waar ik geboren en getogen ben...
Nee, ik ben niet per ongeluk of uit nostalgie of depressie teruggedoken in mijn herinnering. Er zou een boek komen, weet je nog?
En ergens ligt het begin van mijn verhaal. Niet vreemd om dan terug te gaan in de tijd en zodoende steeds dieper in je herinnering te graven, steeds meer details te zien opdoemen en gaandeweg te beseffen dat ik eigenlijk helemaal geen slechte jeugd heb gehad. Ik hield van mijn dorpje. Ik weet niet of het ooit een mooi dorp is geweest. Er kwamen nooit toeristen om bewonderend rond te kijken en souvenirs te kopen en daar ben ik niet rouwig om.
Mijn tijd daar waren de zestiger en zeventiger jaren. In het begin hadden we geen televisie en geen auto, zelfs geen telefoon. Internet bestond zelfs nog niet in de verbeelding van welke sterveling dan ook We hadden heel veel rust maar ik kwam as kind toch vaak tijd tekort om alles te doen wat ik steeds wilde doen. Misschien had het er ook mee te maken dat ik me prima kon vermaken met niks. Gewoon lekker dagdromen op een goed plekje in de zon of voor de kachel. Ik leek soms wel een kat.
Maar ik kon ook heel actief zijn. Hele dagen druk in de weer om mijn fantasietjes uit te voeren in papier en karton, later in hout of gewoon dingen maken met hetgeen voorhanden was. Op mooie dagen waren altijd wel ergens kinderen buiten aan het spelen en met een keertje vriendelijk vragen mocht ik best meedoen. Niet dat ik dat altijd nodig vond. Ik kon de wereld ook best in mijn eentje verkennen. Te voet of op de fiets, dichtbij huis of wat verder weg maakte niet uit. Buitenzijn was heerlijk. Zon, wind of regen deed er niet toe. Het gras had elke dag een andere tint groen en als de wind ermee speelde, veranderde het groen elk moment. Prachtig was dat.
Het dorp was omringd door weilanden. Ik groeide op in een groene zee met aan de horizon de Biesbosch en de weg naar Rotterdam. Het dorp was een eiland vol huizen en mensen. We waren verbonden met elkaar omdat we dorpsgenoten waren en dat was heel wat.
Mijn vader kende iedereen en iedereen kende mijn vader en ik was reuzetrots op hem. Hij nam me weleens mee op de fiets en later op de brommer, zodat ik ook een glimp van zijn wereld kon zien. Wat was dat spannend! Grote Mensen die GroteMensendingen deden. Zou ik dat later ook gaan doen?
Ik had er niet veel vriendjes en nog veel minder vijanden, maar het was goed zo. Onze fantasie ging een heel kinderleven mee en daar hebben we gretig uit geput. Zelfs nu heb ik nog weleens het gevoel dat ik mijn kindertijd nog steeds niet heb afgemaakt. Daarom vind ik het helemaal niet erg om mijn herinneringen aan die tijd nu en dan naar hartelust op te halen, om de zon weer op het zand in de achtertuin te voelen branden. Om weer in gedachten over het dorp te lopen, soms in optocht achter Sinterklaas aan of met een lampion. heel vaak ook alleen of met een vriendje, benieuwd naar gebeurtenissen die zomaar ergens op konden duiken. Dan loop ik weer één van de winkeltjes binnen om kauwgomballen voor 1 cent te kopen, of stiekeme sigaretten. Ik ga hier of daar nog eens kijken of ik een cadeautje kan vinden voor een verjaardag. Het was gewoon spannend om bij de smid of de fietsenmaker binnen te gluren en bij de slager stonden griezelige tonnen met slachtafval op het erf.
En nu ben ik nog niet eens aan de details toegekomen, die houd ik lekker voor mezelf. Anders wordt dit een veel te lange blog
En ergens ligt het begin van mijn verhaal. Niet vreemd om dan terug te gaan in de tijd en zodoende steeds dieper in je herinnering te graven, steeds meer details te zien opdoemen en gaandeweg te beseffen dat ik eigenlijk helemaal geen slechte jeugd heb gehad. Ik hield van mijn dorpje. Ik weet niet of het ooit een mooi dorp is geweest. Er kwamen nooit toeristen om bewonderend rond te kijken en souvenirs te kopen en daar ben ik niet rouwig om.
Mijn tijd daar waren de zestiger en zeventiger jaren. In het begin hadden we geen televisie en geen auto, zelfs geen telefoon. Internet bestond zelfs nog niet in de verbeelding van welke sterveling dan ook We hadden heel veel rust maar ik kwam as kind toch vaak tijd tekort om alles te doen wat ik steeds wilde doen. Misschien had het er ook mee te maken dat ik me prima kon vermaken met niks. Gewoon lekker dagdromen op een goed plekje in de zon of voor de kachel. Ik leek soms wel een kat.
Maar ik kon ook heel actief zijn. Hele dagen druk in de weer om mijn fantasietjes uit te voeren in papier en karton, later in hout of gewoon dingen maken met hetgeen voorhanden was. Op mooie dagen waren altijd wel ergens kinderen buiten aan het spelen en met een keertje vriendelijk vragen mocht ik best meedoen. Niet dat ik dat altijd nodig vond. Ik kon de wereld ook best in mijn eentje verkennen. Te voet of op de fiets, dichtbij huis of wat verder weg maakte niet uit. Buitenzijn was heerlijk. Zon, wind of regen deed er niet toe. Het gras had elke dag een andere tint groen en als de wind ermee speelde, veranderde het groen elk moment. Prachtig was dat.
Het dorp was omringd door weilanden. Ik groeide op in een groene zee met aan de horizon de Biesbosch en de weg naar Rotterdam. Het dorp was een eiland vol huizen en mensen. We waren verbonden met elkaar omdat we dorpsgenoten waren en dat was heel wat.
Mijn vader kende iedereen en iedereen kende mijn vader en ik was reuzetrots op hem. Hij nam me weleens mee op de fiets en later op de brommer, zodat ik ook een glimp van zijn wereld kon zien. Wat was dat spannend! Grote Mensen die GroteMensendingen deden. Zou ik dat later ook gaan doen?
Ik had er niet veel vriendjes en nog veel minder vijanden, maar het was goed zo. Onze fantasie ging een heel kinderleven mee en daar hebben we gretig uit geput. Zelfs nu heb ik nog weleens het gevoel dat ik mijn kindertijd nog steeds niet heb afgemaakt. Daarom vind ik het helemaal niet erg om mijn herinneringen aan die tijd nu en dan naar hartelust op te halen, om de zon weer op het zand in de achtertuin te voelen branden. Om weer in gedachten over het dorp te lopen, soms in optocht achter Sinterklaas aan of met een lampion. heel vaak ook alleen of met een vriendje, benieuwd naar gebeurtenissen die zomaar ergens op konden duiken. Dan loop ik weer één van de winkeltjes binnen om kauwgomballen voor 1 cent te kopen, of stiekeme sigaretten. Ik ga hier of daar nog eens kijken of ik een cadeautje kan vinden voor een verjaardag. Het was gewoon spannend om bij de smid of de fietsenmaker binnen te gluren en bij de slager stonden griezelige tonnen met slachtafval op het erf.
En nu ben ik nog niet eens aan de details toegekomen, die houd ik lekker voor mezelf. Anders wordt dit een veel te lange blog
Abonneren op:
Posts (Atom)