woensdag 6 april 2011

Hallo Vriendjes!

Wat een vrolijke titel voor een blogpost. Maar ach, het is lente.

Er gebeurt veel in mijn kleine leventje op dit moment. Ik zal niet zeggen: 'te', maar het moet niet erger worden.
Eigenlijk was het mijn bedoeling om de wijde wereld in te fladderen en op zoek te gaan naar oude en nieuwe vrienden. Dat doe ik ook wel, maar toch niet zo intensief als het in mijn gedachten op stapel stond. Er kwam namelijk nog iets tussen.

Een vraag over Moederschap, of ouderschap in het algemeen.
Wat moet een kind als al zijn of haar pappa's en mamma's gaan stoppen met pappa en mamma zijn?
Wat moet een ouder als een kind achter je aanholt en zwijgend vraagt: "Ben jij mijn mamma?"
En maakt het iets uit als dat kind al bijna volwassen is?

Drie jaar geleden was het gezin waar ik hoofd van genoemd werd, een oorlogsgebied. Alles dreigde fout te gaan en ik had niet de kracht en niet de creativiteit om daar nog iets van te redden.
Hoe ik me toen voelde en hoe ik toen leefde, zal ik hier en nu laten voor wat het is. Ik heb toen gekozen om mijn gezin los te laten. Ik dacht dat mijn persoonlijke last zo zwaar op de anderen drukte, dat het absoluut beter zou zijn als ik wegging. De mogelijkheid dat ik mijn kinderen daardoor uiteindelijk misschien nooit meer zou zien, nam ik voor lief.

Mijn leven zat in een diepe zwarte put en ik ben al die tijd heel hard bezig geweest mezelf daaruit te trekken.
Mijn plan om nu op zoek te gaan naar vrienden is een stap op de weg naar boven, maar daar is nu even een beetje de vaart uit.
Mijn gezin roept me.
Ze zijn me niet vergeten, net zomin als ik hen. De één uit liefde en de ander blijkbaar uit frustratie. Voor de één ben ik als een droommoeder en voor de ander is de gedachte aan mij een levende nachtmerrie.

Waar ik nooit wist hoe ik Vader zou moeten zijn, mag ik nu Moeder worden.
Wonderlijke wereld.
Maar het is spannend, want ben ik er wel klaar voor? Heb ik al de kracht om van een huis een thuis te maken voor iemand die ik niet teleur wil stellen?
ook dat is een droom die ik graag waar zie worden, des te groter is mijn huiver zolang ik niet zeker weet dat mijn afgetrapte gestel die taak aankan.
Natuurlijk bestaat er hulp en ik heb ook geleerd te vragen, maar ik vraag al zoveel, ik weet er haast geen weg meer in.

Misschien wordt het dringend tijd om te leren antwoorden, zodat ik precies weet wat ik waarachtig zeggen moet als twee jong, blauwe ogen me vragen:
"Wil jij mijn Mamma zijn?"

maandag 28 maart 2011

Mooie Mensen..

Van alles wat ik moeilijk vind, is 'houden van' misschien wel de ergste. De rest? Daar wurm ik me wel doorheen, maar deze ene is zo eindeloos geduldig, daar kan ik niet veel mee. Tot nu toe heb ik altijd heel hard geprobeerd die aandoening weg te jagen door heel stekelig te doen. Aardig zijn gaat bij mij tot dáár en niet verder, want tè aardig vind ik naar.

Het is niet zo dat ik de mensen die aardig zijn, naar vind, hoor! Integendeel! Het is gewoon heel moeilijk om ermee om te gaan, om te geloven dat 'heel erg aardig' en 'houden van' gewoon bestaan zonder dat er dan meteen iets 'moet' ofzo.
Ik weet eigenlijk niet wat ik terug kan geven. oppervlakkig aardig zijn gaat me best goed af, maar echt en oprecht aardig, breekt al snel door de oppervlakte heen en onder de oppervlakte voel ik me heel onzeker, vooral nu, want eigenlijk ben ik niet wat ik ben, denk ik.
"Geloven mensen me wel?", Piept het stemmetje in mijn binnenste als ik buiten ben. En als ik binnen ben, vraag ik me af, of ik mezelf wel geloof.
Ben ik te perfectionistisch misschien? Wil ik mezelf veel mooier voor kunnen doen dan ik me voel? Ben ik bang dat ik te mooi ga lijken om waar te zijn?

Andere mensen vind ik doorgaans mooi zoals ze zijn. Ik kan zelfs sommige mensen die van Koos Alberts of Jan Smit houden mooi vinden (en dat vind ik heel knap van mezelf), maar ik vind het nog steeds niet makkelijk om mezelf mooi genoeg te vinden om met de anderen mee te durven doen. Tot mijn verbazing zijn er hele mooie mensen die kennelijk van me houden, en wat doe ik ermee?
Ik zet mijn stekels op: "Ga weg! Liefde doet Pijn!"

Ik wil niet dat het zo blijft, diep van binnen weet ik allang dat ik eigenlijk ook heel mooi ben en dat 'houden van' iedereen, dus ook mij, is aangeboren. Ik weet dat er mensen zijn voor wie 'houden van' zo makkelijk gaat, dat ze er hun werk van hebben kunnen maken, werk waarmee ze mensen leren hoe het voelt om 'heel erg aardig' te beleven.

Ik vraag me allang niet meer af waardoor 'houden van' zo eng en pijnlijk voor me is, ik wil nu leren om de pijn en de angst ergens ver achter me te laten, ergens in een vorig leven, zodat het me steeds minder moeite kost om me mooi en comfortabel te voelen bij alle mooie en aardige mensen die ik tegenkom.

En vooral bij de mensen die 'houden van'.....
Mij

XX

maandag 21 maart 2011

't Is lente. Zal ik dan maar uit mijn ei kruipen?

Eigenlijk vind ik het behoorlijk moeilijk om met mensen om te gaan. Ik weet gewoon niet hoe ik moet beginnen, wat ik wel of niet kan zeggen tegen mensen die ik helemaal niet ken, soms ook niet tegen mensen die ik al heel lang ken.

Dat is heel erg niet leuk, want ik houd er niet van om altijd alleen te zijn. Ik vind 'samen' iets geweldigs. Het maakt eigenlijk niet eens zo heel veel uit wat we samen doen, als het maar heel erg samen is.
Maar ik ben een beetje bang voor 'samen'. Het is ooit ergens mis gegaan, flink mis, en sindsdien ben ik net een egeltje. Zodra iemand dicht bij me komt, word ik heel rond, hard en stekelig.

Nu ben je misschien benieuwd wat er dan mis is gegaan en hoe, maar eerlijk gezegd was dat zo vreselijk dat ik het zelf nog niet eens precies begrijp. Het zou best kunnen zijn dat het begonnen is in mijn jeugd, toen ik nog dacht dat ik een jongetje was. Hoe belangrijk is het trouwens om dat te weten?

Het is nu belangrijk om af te leren egeltje te zijn. Eigenlijk ben ik reuze aardig. Vriendelijk en zacht van karakter. Zelfs vroeger, toen ik niks kon hebben, vonden de mensen me al een toonbeeld van gelijkmatigheid en geduld.
Natuurlijk hebben rommelende hormonen wel iets veranderd, maar lang niet alles, hoor!

Ik ben veranderd, maar toch ook weer niet. Het is zo gek dat ik er zelf weleens van in de war raak, dat ik bang ben dat anderen net zo erg in de war raken van mij of door mij. Van binnen ben ik nog steeds wie ik was, maar wat ik nu laat zien is toch wel anders. Niet alleen mijn naam, mijn haren en mijn kleren, maar ook wat ik voel en waarom ik dingen doe, of juist niet.
Het verschil is heel klein, maar ook weer zo groot.
Alles is hetzelfde, maar niks is zo gebleven.

Dat voel ik dan vanbinnen. Welk gezicht hoort daar dan bij? Kan ik nog gewoon het ouwe maatje van Jantje, Pietje en Keesje zijn? Of ben ik toch iemand uit dat andere kamp, die zoveel kent en weet dat Jantje en de anderen niet goed weten of ze me nog op de schouders mogen bonken of dat het beter past wanneer ze me begroeten met een stuk of wat zoenen.
Ben je raar als je een vrouw slaat, of ben je vreemd zodra je een kerel kust.

Ik zeg niet dat hullie dat per sé zo voelen of ervaren.
Het is wat er in mij spookt.
Het is of ik muziek ga maken, maar de partituur nergens kan vinden.
Alsof ik op reis ga, maar niet weet waar de trein vertrekt.

Alsof ik een vrouw ben die nooit een meisje is geweest.

zaterdag 5 maart 2011

Meten is Weten

Dat hoor je nog weleens roepen in technische kringen.Misschien ook wel onder wetenschappers, dat kan ik niet zeggen, ik beweeg me namelijk niet zo vaak in wetenschappelijke kringen.
Met technische lieden heb ik wel regelmatig 'te schaften' gehad.Ik word namelijk geplaagd door een technische achtergrond.

Gelukkig raakt die achtergrond steeds meer op de achtergrond.
Het laatste wat ik geprobeerd heb wat betreft technische beroepen is misschien meteen het merkwaardigste.

Landmeter.

Ik geloof het zelf haast niet. Terugdenkend was het wel logisch om te reageren op die vacature. Ik zat in een re-integratietraject, dus er werd een zekere druk op me uitgeoefend om me 'wat breder te oriënteren'.
Bovendien zat ik mentaal in een dip. Het werken in theaters, televisiestudio's en allerlei andere ruimten waar daglicht erg schaars is, vond ik behoorlijk deprimerend.
Landmeter leek me een heerlijk ander uiterste. Geen druktemakend artiestenvolk om me heen, altijd buiten en een beroep waarin het naar mijn idee nooit voorkomt dat alles op het laatste moment opeens heel anders moet.

Ik was opeens leerling-assistent landmeter voor alle voorkomende landmeetkundige werkzaamheden.
Het is heel erg interessant en boeiend om te weten wat een landmeter zoal doet en hoe het allemaal gedaan wordt. Soms best spectaculaire dingen. Wie staat er bijvoorbeeld bij stil, dat er landmeters aan het werk gezet worden om bij een vliegtuigcrash precies in kaart te brengen waar alle brokstukken terecht zijn gekomen?

Maar dat heb ik niet meegemaakt. Ik heb te maken gehad met het meer gangbare meetwerk. In de praktijk betekende dat urenlang bij een driepoot met daarop een soort gecomputeriseerde verrekijker staan. De hele dag turen naar een prisma wat door de oude rot in het vak op de punten geplaatst werd waar ik mijn verrekijker op scherp moest stellen. Daarna een code invoeren op het meetcomputertje. Al die gecodeerde meetpunten werden later door iemand op de zaak omgezet in tekeningen.
Of juist andersom: Tekeningen die omgezet weden in computercodes en dan was het een kwestie van 'tikkie naar links, tikkie naar rechts' en dan mocht de oude rot een paaltje op het goede plekje in de grond slaan, zodat de aannemer kon zien waar hij precies moest gaan bouwen - of juist niet...

We deden nog wel meer dingen, maar altijd waren we met zijn tweetjes: de een bij de driepoot, de ander liep er omheen. Soms in een stuk niemandsland, dan weer middenin een woonwijk. Soms op een braakland, andere keren in een betonnen karkas wat uiteindelijk een flatgebouw of een ziekenhuis moest worden.

Je moet ervan houden. Altijd buiten zijn, ook in de kou en de regen. Altijd alleen, nooit werken in een ploeg of met een team. Niet teveel aandacht besteden aan de mensen om je heen, dat leidt immers af en het werk vraagt om nauwkeurigheid en concentratie.
En dag in, dag uit hetzelfde kunstje.

Ik ging me al snel eenzaam voelen. In de steek gelaten, zelfs, zeker op dagen dat het nat en koud was, dat ik in de blubber stond te ploeteren. Ik voelde me een verschoppeling,  ik voelde me als een gevangene die aan de ketting moet werken.
Voor mij was landmeten een straf. Misschien kan het best ontspannend zijn als je het één dag in de week doet naast een druk en hectisch beroep, maar full-time? ik niet.

Deze week werd me een baan aangeboden.
Als landmeter.

Gelukkig wist ik van tevoren dat ik als leerling-assistent nog verre van landmeter ben.

Ik hoef echt niet alles te weten, dus ook niet te meten.

vrijdag 4 maart 2011

Help! Ik ben een nerd!

Ja, lieve allemaal, het is gedaan met me. Ik heb een afwas van twee dagen staan, ik drink uit een vuil kopje en ik zit al sinds vanmiddag halfvier bijna non stop aan een computer te rommelen en het is nu bijna middernacht.

Laat ik de schuld maar aan mijn zorgverzekeraar geven: Ik zit te wachten tot ze eindelijk gaan vergoeden wat ik heb voorgeschoten, zeg maar duizend euro. Tel daarbij allerlei rekeningen-stuurders op, en je ziet dat ik best een  acceptabele reden heb om me niet zo heel levendig te voelen.

Maar daar staat tegenover dat ik vanmiddag een flink eind heb gefietst, alles bij elkaar toch zeventien kilometer. Ik heb namelijk mjn kreupele, overjarige IBM-laptoppie geruild tegen een belegen DELL desktop machine. Die laatste moest dus even aan de praat geholpen worden, nee zo zit het niet: Aangepast worden aan mijn behoeften. Dat betekent: Half verbouwd en helemaal opnieuw geïnstalleerd, want ik doe nogal aan toeters en bellen (zover ik me kan veroorloven).

Volgens mij is dat nu wel voor elkaar. Misschien mist er hier of daar nog een puntje op een i, maar kniesoren, muggenzifters en mierenn**kers, zal ik maar zeggen. Verder hoop ik ook wel een beetje dat dit nieuwe gereedschap me op weg helpt met al mijn verhalen. Als schrijver ben ik eigenlijk waardeloos. Ik kan namelijk de mooiste verhalen verzinnen, maar zodra ik wil gaan schrijven, en dan maakt het niet uit of dat met een potlood of een computer is, heb ik het gevoel dat het betreffende gereedschap in de weg zit. Ik heb aardig wat kilo's prachtig papier vernietigd en heel veel Mb-tjes aan teksbestanden ge-delete. Maar het lijkt dus op gang te komen. In mijn hoofd ben ik al heel druk aan het werk en mijn Blog leert me heel erg goed met digitale rommel te werken, dus ik heb hoop.

Ook de hoop dat ik er een beetje geld mee kan verdienen, want ik ben vrijwel blut.

Leve de ruilhandel; ik heb een nieuwe computer!!!

Hoera!

dinsdag 1 maart 2011

Computerboerderij

Mijn huis staat helemaal bol van de computers. Op dit moment heb ik alle computers die ik kon vinden hier staan. Het zijn er vier, als ik mijn slimme Foon mee reken. Voor de mensen die een smartphone een telefoon blijven noemen, zijn het drie computers.
Waarom dat is?

Helemaal niet omdat ik een Nerd zou willen zij. Het is omdat ik eigenlijk ergens over loop te tobben.
Waneer er iets aan me knaagt, ga ik enorm computeren. De ene keer demonteer ik een hele PC, de andere keer ga ik het hele ding opnieuw installeren, bij voorkeur iets van Linux erop, omdat Linux bij mij nooit helemaal werkt. De laatste keer werkte bijna geeneen van mijn USB-apparaten, wegens slechte of ontbrekende drivers.

Nu ben ik dus computers aan het verwisselen. Ik had twee laptopjes in gebruik: Eeen oude en een hele oude. De één voor het dagelijkse computerwerk en de ander als uitbreiding van mijn stereo. Ik kon ermee naar muziek op internet luisteren, LP's naar CD omzetten en uitzendinggemist kijken. Oja; ook nog films kijken.
Maar het ding is oud en traag. Veel te weinig geheugen om lekker mee te kunnen doen in dit tijdperk waar digitaal inmiddels hartstikke over-the-top is. Ga maar eens bij de Media-boer kijken. Er staan 'gewone' computers in de winkel die meer stroom vreten dan een wasdroger. Niet omdat het werkelijk nodig is, maar domweg omdat het kan.

De programma's hebben zich aan dat geweld aangepast. Een virusprogramma zit tegenwoordig zo bomvol toeters en bellen, dat mijn ouwe laptoppie al helemaal buiten adem is zodra dat is opgestart. Arm ding.

Dus dat leek me wel een aardig excuus om de Groote Kompjoeter, die eigenlijk te koop staat, maar waar blijkbaar geen hond op zit te wachten, het is immers geen wasdroger, op zijn plekje neer te poten. Hij is niet alleen groter; hij is ook een stuk sterker. Hij hikt niet als ik naar Streaming Audio luister, hij klinkt zelfs beter, er zit een veel grotere schijf in, een brander, twee enorme ventilatoren die je lekker kunt horen (zei er iemand stofzuiger?) en ook omdat de monitor mooier beeld geeft en groter is, kan ik volgende week als Nina komt logeren, lekker samen met haar film kijken. Ze wil graag Jean de Florette nog eens zien...

Ik weet niet of een computertik beter is dan emo-eten.

Ik krijg wel enorme trek in chocola en ijs en ehm......
Ik neem wel een appel
en een kop hete sjokomelk................. ;-)

maandag 28 februari 2011

Het Wonder Van Ik Zijn

Als sinds een poos, probeer ik te berusten in het hoe en wat van mijn leven en mijn belevenissen. Het is zo weinig verheffend om jezelf steeds weer te vertellen dat de een het beter heeft en de ander slechter, de maatstaf is natuurlijk het 'zelf'.
Ik weet niet wat 'beter' is en wat 'slechter'. Ik kan mezelf natuurlijk weleens gelukkig prijzen dat ik niet gebukt ga onder leed wat ik bij anderen zie. Ik kan ook weleens verlangen naar iets wat weer anderen schijnen te beleven.

Het laat zich raden hoe die anderen het hunne zelf beleven. Er zijn verhalen van mensen bij wie alles voor de wind leek te gaan, die zichzelf van het leven benamen. Er zijn ook mensen die hun dagen slijten in kommervolle toestand en toch elke ochtend opnieuw het leven met liefde en blijdschap begroeten.

Het lukt me heel aardig om me ook bij deze mensen niet af te vragen of zij beter of slechter af zouden zijn dan mij. Ik denk dat het veel belangrijker is je eigen noden en verlangens te kennen. Het is ook wel goed om je lusten en begeerte te leren onderscheiden van noden en verlangens.

Eigenlijk is het gewoon een manier om te leren tevreden, misschien zelfs gelukkig, te zijn met mijn leventje.
Ik vind het zelf een wonderlijk leven, het laat zich vertellen als een mooi boek en het houdt niet op mij te verbazen.
Vandaag nog werd er een fragment uit mijn leven op de radio voorgelezen, wat al een gebeurtenis op zich is, en als klap op de vuurpijl heb ik er ook nog een prijs mee gewonnen.

Zo waardevol is mijn leven dus. En het is helemaal van mij....

Geweldig!!