zondag 6 november 2011

Is het alweer een maand?

Op 4 oktober heeft de dokter mijn lijf aangepast aan wat ik werkelijk ben. Dat is alweer een maand geleden.
Er is in die maand een heleboel gebeurd in de wereld, maar ik deed niet mee want ik was aan het herstellen van een zware operatie.
Ik weet niet hoe zwaar de operatie was, want ik sliep terwijl de dokter bezig was. Ik weet wel dat het daarna geen feest was, zeker de eerste twee weken niet. Het gaat nu beter, maar ik ben nog steeds niet in mijn oude vorm en degenen die het weten kunnen, zeggen dat het nog wel een jaar kan duren eer ik er weer helemaal bovenop ben.

Nee, niet blij mee. Misschien valt deze periode me vooral tegen omdat ik er geen rekening mee heb gehouden. Ik had me er op ingesteld dat ik een poosje kalm aan zou moeten doen en daarna met frisse moed verder bouwen aan een nieuw leven. Ik had helemaal niet bedacht dat ik zo vreselijk onderuit zou gaan door de operatie en al helemaal niet dat ik geestelijk ook even bijna geen grip meer op mezelf zou hebben.

Iemand heeft een hele tijd gelede al tegen me gezegd dat in de nasleep van deze operatie dingen met me zouden gaan gebeuren waar ik van te voren geen benul van had. Het herstel was er dus één. Het is heel gek om nu vast te stellen dat ik graag mijn leven op wil pakken, maar dat ik helemaal niet weet of ik daar al sterk genoeg voor ben. Ik bedacht me vanmorgen dat ik in de afgelopen maand min of meer vervreemd ben van mijn eigen plekje in de wereld.

De komende week lijkt het me dus een goed plan om mijn huisje een grote beurt te geven. Ik weet iet of ik het voor elkaar krijg, want ik ben immers nog steeds herstellende, maar wat zal het fijn zijn als ik me mijn hutje opnieuw eigen heb gemaakt. Daarnaast moet ik ook weer een ritme vinden, want nu doe ik allerlei dingen wel min of meer op vaste tijden, maar niet uit overtuiging, zal ik maar zeggen.

Veel meer zit er nog niet in. Ik moet mezelf niet te veel opleggen anders sla ik dicht, merk ik.
Als ik eind deze week weer bij  ben met mijn huishoudentje, zit er misschien een fijne beloning aan vast.
Mijn zus komt namelijk mantelzorgen op zondag. Als er dan voor haar niks te doen valt in mijn huisje....

Gaan we heerlijk buitenspelen. Een wandeling in het bos zou fantastisch zijn !!!

woensdag 2 november 2011

Waar ik geboren en getogen ben...

Nee, ik ben niet per ongeluk of uit nostalgie of depressie teruggedoken in mijn herinnering. Er zou een boek komen, weet je nog?
En ergens ligt het begin van mijn verhaal. Niet vreemd om dan terug te gaan in de tijd en zodoende steeds dieper in je herinnering te graven, steeds meer details te zien opdoemen en gaandeweg te beseffen dat ik eigenlijk helemaal geen slechte jeugd heb gehad. Ik hield van mijn dorpje. Ik weet niet of het ooit een mooi dorp is geweest. Er kwamen nooit toeristen om bewonderend rond te kijken en souvenirs te kopen en daar ben ik niet rouwig om.

Mijn tijd daar waren de zestiger en zeventiger jaren. In het begin hadden we geen televisie en geen auto, zelfs geen telefoon. Internet bestond zelfs nog niet in de verbeelding van welke sterveling dan ook We hadden heel veel rust maar ik kwam as kind toch vaak tijd tekort om alles te doen wat ik steeds wilde doen. Misschien had het er ook mee te maken dat ik me prima kon vermaken met niks. Gewoon lekker dagdromen op een goed plekje in de zon of voor de kachel. Ik leek soms wel een kat.

Maar ik kon ook heel actief zijn. Hele dagen druk in de weer om mijn fantasietjes uit te voeren in papier en karton, later in hout of gewoon dingen maken met hetgeen voorhanden was. Op mooie dagen waren altijd wel ergens kinderen buiten aan het spelen en met een keertje vriendelijk vragen mocht ik best meedoen. Niet dat ik dat altijd nodig vond. Ik kon de wereld ook best in mijn eentje verkennen. Te voet of op de fiets, dichtbij huis of wat verder weg maakte niet uit. Buitenzijn was heerlijk. Zon, wind of regen deed er niet toe. Het gras had elke dag een andere tint groen en als de wind ermee speelde, veranderde het groen elk moment. Prachtig was dat.

Het dorp was omringd door weilanden. Ik groeide op in een groene zee met aan de horizon de Biesbosch en de weg naar Rotterdam. Het dorp was een eiland vol huizen en mensen. We waren verbonden met elkaar omdat we dorpsgenoten waren en dat was heel wat.
Mijn vader kende iedereen en iedereen kende mijn vader en ik was reuzetrots op hem. Hij nam me weleens mee op de fiets en later op de brommer, zodat ik ook een glimp van zijn wereld kon zien. Wat was dat spannend! Grote Mensen die GroteMensendingen deden. Zou ik dat later ook gaan doen?

Ik had er niet veel vriendjes en nog veel minder vijanden, maar het was goed zo. Onze fantasie ging een heel kinderleven mee en daar hebben we gretig uit geput. Zelfs nu heb ik nog weleens het gevoel dat ik mijn kindertijd nog steeds niet heb afgemaakt. Daarom vind ik het helemaal niet erg om mijn herinneringen aan die tijd nu en dan naar hartelust op te halen, om de zon weer op het zand in de achtertuin te voelen branden. Om weer in gedachten over het dorp te lopen, soms in optocht achter Sinterklaas aan of met een lampion. heel vaak ook alleen of met een vriendje, benieuwd naar gebeurtenissen die zomaar ergens op konden duiken. Dan loop ik weer één van de winkeltjes binnen om kauwgomballen voor 1 cent te kopen, of stiekeme sigaretten. Ik ga hier of daar nog eens kijken of ik een cadeautje kan vinden voor een verjaardag. Het was gewoon spannend om bij de smid of de fietsenmaker binnen te gluren en bij de slager stonden griezelige tonnen met slachtafval op het erf.

En nu ben ik nog niet eens aan de details toegekomen, die houd ik lekker voor mezelf. Anders wordt dit een veel te lange blog


dinsdag 1 november 2011

mijn verhaal, (hoe) vertel ik het aan jullie?

Al heel veel jaren geleden heb ik besloten om mijn verhaal op te schrijven. Eerst was het weinig meer dan een therapeutische bezigheid, maar dan anders. Ik wilde verklaren waarom ik me zo vreselijk mislukt in het leven voelde, maar dan wel een verklaring vanuit het hoofd, niet vanuit het hart want eigenlijk wist ik altijd al wat me dwarszat.

Dus het werd niks, want alles was doodlopend gebabbel.
Later, toen ik eindelijk durfde te bekennen waarom ik geen greep had op mijn leven, ben ik opnieuw begonnen, maar toen was mijn schrijfsel pure travestie. Ik probeerde een masker te fabrieken om me lacherig achter te verschuilen en op moeilijke vragen te kunnen antwoorden dat men mijn boek maar eens moest lezen, gevoelgd door lacherige koetjes en kalfjes.

Weer later drong het tot me door dat ik eigenlijk pas echt een lekker lopend verhaal kan componeren als ik weet wat het begin is en wat het midden is en vooral waar en wanneer het eindigt.
"En ze leefde nog lang en gelukkig...", waarschijnlijk een variant daarop.

Misschien is vandaag wel de dag die ik ga beschrijven op de laatste bladzijde van mijn boek.
Zie mij zitten: Huilend achter dit computertje. Buiten vallen de bladeren van de bomen, de zon schijnt niet. Het is niet koud, maar je voelt ook geen echte aangename warmte. November is net begonnen, dus in de komende week zou Herman jarig zijn en we herdenken de sterfdag van mijn vader.....

Wat ik al heel lang vast heb staan voor mijn boek is een titel: "Ik kan wel janken, maar ik weet niet waarom".

En zo is het.

Vanavond krijg ik bezoek. Mijn buurvrouwen komen op de koffie. Ik weet dat er elke dag buurvrouwen bij elkaar op de koffie komen, maar ik neem aan dat jullie begrijpen dat dit toch wel heel speciaal is.
Ze zullen vast van alles willen weten over mij, over mijn leven. Misschien zit ik heel de avond te vertellen over mijn verleden en hoe ik dat probeer te overwinnen, maar dat is theorie.
In de praktijk wordt dit voor het eerst van mijn leven 'meiden onder elkaar - zonder meer'.
Althans, dat denk ik.
En dat is moeilijk. Zij hebben kinderen en ik ook. Maar ik heb ze niet zelf gebaard. Zij zijn verliefd, verloofd, getrouwd met hun man en ik was een leven lang bang van alles wat man is, want omdat ik mijn eigen mannenlijf zo intens verafschuwde vond ik alles wat mannelijk was... eng.

En uit het één volgde steeds het ander, vooral een leven wat te gek was voor woorden. En toch wil ik niet op zoek gaan naar mensen die het ook allemaal beleefd hebben. Ik wil loskomen van dat alles. Ik wil het leven kennen wat ik nooit gekend heb. Mezelf een 'mindset' aanmeten van huisje-boompje-beestje, net als mijn buurvrouwen. Bij de meiden spieken om hun leven na te doen en hopelijk begrijp ik dan wel wat ik doe. Man-zijn begrijp ik niet, dat weet ik heel zeker, maar ik heb me toch heel veel dingen eigen gemaakt in die tijd. Zal dat erg in de weg gaan zitten?

Ik hoop dat deze dag de laatste scene uit mijn boek wordt. Het kladje in mijn hoofd zegt iets over 'eindelijk thuiskomen' en 'berusten in de toekomst'.
Als dat zo is, zit ik vanaf morgen achter de tekstverwerker om te beschrijven hoe het is om een leven lang een leugen te zijn.

Ik zit nu weer te janken, maar ik geloof dat ik eindelijk begin te begrijpen waarom.

maandag 31 oktober 2011

Vrolijk Kerstfeest!!!

Nee, ik ben nog niet klaar voor kerst, maar ik leef er wel intens naartoe.
Niet in de laatste plaats omdat ik hoop dat ik rond die tijd fit genoeg ben om een hele dag lekker in de weer te kunnen zijn zonder dat ik vlekken voor mijn ogen krijg en telkens sta te tollen op mijn benen. Ook niet alleen maar omdat het nieuwe iets daar beneden aan mijn lijf me dan hopelijk wat meer eigen is zodat ik niet steeds het idee heb dat ik per ongeluk op een speeltje van de kat ben gaan zitten, of dat het steeds voelt of ik een veel te strakke string aan heb.

Er is meer. Dat gevoel wat je soms zomaar met kerst kunt hebben en wat eigenlijk net zo goed op elke dag van het jaar op kan komen zetten, maar dan toch niet is zoals het met Kerst is.
Het is heel veel kerstmissen geleden sinds ik dat had en dat komt dan weer omdat ik nooit kerst-klaar was met kerst. Nooit is veel gezegd. Het is wel eens eerder gebeurd, ik geloof toen ik een jaar of zes was. Toen was ik namelijk heel ziek vlak voor kerst. Eén of andere griep. Ja dat waren nog eens tijden: Toen stak er nog wel eens een echte griep op en we ondergingen het gewoon in de hoop dat je met genoeg mazzel de boel wel zou overleven. Maar ik had het flink te pakken. De herinnering is te ver en te vaag om nog te weten hoe ernstig ziek ik ben geweest. Volgens mij heb ik destijds wel even om de hoek mogen kijken in dat magische gebied tussen leven en dood. Ik voelde me in elk geval heel wonderlijk toen. Alsof de tijd heel langzaam ging.

Misschien kan ik dit jaar weer met zo'n soort gevoel kerst vieren. Ik heb namelijk net weer om één of ander hoekje mogen kijken en ik heb zin om daar eens stilletjes over te mijmeren in een sfeer die dat helemaal toe laat.
Ik heb ook zin om mezelf helemaal op te doffen zoals ik al zoveel jaren stiekem heb gewild, maar niet kon en niet durfde omdat ik me met zoveel toewijding vast klampte aan mijn mannenrol.
Ik wil graag een jurk, een hele mooie jurk, niet over the top, maar ingetogen mooi, helemaal kerst, helemaal Mij, helemaal heerlijk genoeg om te zorgen dat ik er kriebels van krijg in mijn buik.
Ik wil me opmaken zoals ik normaal nooit zou durven, maar wel mooi, natuurlijk. Ook wat fraais met mijn haar en een sprookjesachtig geurtje om het af te maken.

Als ik eraan denk, word ik er alvast verlegen van. Heerlijk is dat!
En dan een huis vol groen en glitters en lampjes. Een vanillezoete geur die de winterse kou buiten houdt. Muziek vol klingelende klokjes en tingelende belletjes zachtjes op de achtergrond..........

Maar dat toch geen twee dagen lang en niks anders dan dat?
Hoe lang duurt het voor je jurk gaat kreuken, je make-up wat wazig en streperig wordt. Hoeveel vanillezoete geur en klingelend getingel kun je verdragen eer je er misselijk van wordt?

Nee, ik geloof dat dit een beetje over the top gaat. Laat ik het anders doen. Ik wil mezelf wel zo mooi mogelijk maken: een kerstengel in stemmig zwart, en ik wil Stralen. Een kerstster die je zomaar op straat tegen komt. De rest mag best wat minder: Doe maar gewoon, we zijn al gek genoeg.
Zal ik ook naar de kerk gaan? Ik verwacht niet dat ik God daar nog tegen ga komen, maar wel een boel mensen en ik ben gewoon benieuwd wat de mensen van mij als kerstengel-ster zullen vinden...

Maar ijdel ben ik niet.

Toch?

vrijdag 28 oktober 2011

Digitalië

Mijn werk was ooit iets met veel knoppen en nog veel meer mensen. Het beviel goed en ik geloof dat het ook wel bij me paste. Voor dat laatste zou ik als bewijs aan kunnen dragen dat het zo onwaarschijnlijk makkelijk was om op te klimmen van obscure (gelegenheids-)bandjes in kraakpanden naar de grootste venues met gevestigde acts in den lande.

een logische stap verder zou zijn: Het buitenland, maar ergens liep ik vast. Niet in de muziek, maar in het leven wat ik mezelf voor probeerde te liegen.

Nu kijk ik wel eens op facebook en andere webstekken naar mijn collega's uit die tijd. Toen waren we allemaal Grote Jongens die een stempel op de wereld zouden gaan drukken en we keken onze ogen uit als één van de anderen weer iets kon, deed of maakte wat weer een treetje hoger of moeilijker was. We groeiden samen op, zal ik maar zeggen.
In mijn generatie zitten nu de ouwe rotten die de hele wereld over zwerven. Ik zie ze op foto's staan in verre woestijnen, naast immense watervallen. Ik zie ze werken in 'venues' waar duizenden mensen aan publiek in passen.. Soms binnen, even vaak openlucht. Ik zie publiek in exotische kleding. Op de achtergrond staan borden, beschreven in talen die voor mij onleesbaar zijn.

Mijn generatie werkt met apparatuur waarvan ik het bestaan wel ken, maar de werking zeker niet in de vingers heb. In mijn tijd was een knop en knop die deed wat ernaast stond vermeld en een heleboel knoppen samen waren een mengtafel. Mengtafels bestaan niet meer; het zijn nu 'control surfaces' met beeldschermen en encoders. termen als 'Menu' en 'Layer' zijn het vak ingeslopen. Getrainde oren vinden steeds meer en vaker steun in verfijnde computermetingen.

Maar het gaat nog steeds om de muziek, zeg ik bij mezelf. Zou ik ze nog in kunnen halen, deze mannen waar ik op een bijzondere manier van hou -ze zijn immers van een soort waar ik me heel erg bij thuis kon voelen-.
Ik denk het wel, maar niet het hele eind. Maar tot waar dan wel, en hoe? Want uiteindelijk ben ik toch echt een vrouw en 'een wijf achter de knoppen' is heel zeldzaam.
Ik merk dat de interesse van een vrouw waar het gaat om technische toestanden, heel anders is dan die van een man. Vrouwen hebben werkelijk 'andere ogen' als het gaat om ijzer, staal en elektriek.

Dus ik kijk naar mijn collega's van toen, geniet van hun foto's en ik droom weg in de herkenning van wat ooit ook mijn wereld was. Soms heb ik heimwee, echt waar. Maar waar verlang ik nou precies naar?
Ik denk de sfeer van de tovenarij, want uiteindelijk is het magisch om een show neer te zetten. Soms zijn ze meerdere dagen in de weer om een sportarena om te toveren in een muziektheater. Honderden mensen die eensgezind de handen uit de mouwen steken, apetrots op hun eigen stuk vakbekwaamheid. Professionaliteit uit liefde. Gedereven om het meeste van je wek onzichtbaar te maken, want hoevelen in het publiek zullen ooit zien dat er vele, vele meters staal en aluminium achter het zwarte doek zitten.W ie weet hoeveel kilometers koperdraad er dagelijks 'on tour' zijn met al die bands die van hier naar daar hoppen?

Ik denk daaraan met een glimlach. Ik zie ze weer zitten in een hok wat 'catering' heet. Stilletjes geurend naar zweet en luidkeels lachend om het leven wat ze hebben gekozen. Elkaar goedmoedig grappend en grollend aansprekend op elkaars vergissingen en misverstanden. Geen gemopper, want we zullen het niet zwaarder maken dan het al is.

Ik probeer me opnieuw een plek te fantaseren tussen deze ruwe bolsters met o, zo blanke pitten. Grote, grove knuffelberen met, als het erop aan komt, behoorlijk scherpe tanden. Zou het me in één keer lukken om van die oude waar-geworden jongensdroom een vrouwen versie te kunnen maken?
De uitdaging kriebelt achter mijn navel. Ik hoor de portofoon al kraken in mijn rechteroor, al kan ik nu nog niet verstaan wie me oproept.

Zal ik gaan werken in digitalië, met beeldschermen, encoders en meetcomputers iets doen met het geluid, of loop ik rond door de venue, eindeloos lopen en praten, overlegen en organiseren, met het productieschema in de hand. Mijn enkels moe en gezwollen wanneer het publiek binnenstroomt. Even toezien, met een glimlach op mijn lippen, hoe de driftige bedrijvigheid van die dag, omslaat in gespannen concentratie, want de show gaat zo beginnen en het moet (weer) perfect zijn.

En tijdens de show? Soms is het heerlijk om op dat ene plekje te staan en het geluid te manipuleren. Fijnslijpen tot de klank helemaal mooi is. dingetjes benadrukken, niet voor mezelf, maar om het publiek een gevoel te geven dat deze avond heel erg de moeite waard was........
Maar het kan net zo mooi zijn om rond te lopen, toe te zien dat alles rondom het podium en in de venue goed gaat. Zorgen dat het publiek veilig en verzorgd is. Zijn de nooduitgangen vrij? lopen de toiletten goed door? zijn er mensen binnen die rottigheid uit willen halen? Is de brandweer wakker en staat de ambulance op zijn plek? Is er veel gedrang bij de bar? Ligt er rommel rond de bonnenautomaat? Zoveel zaken die aandacht vragen en iemand moet die aandacht eraan besteden.

Laat ik het zaallicht maar weer aansteken. Mijn tijd komt vast wel weer, want het blijft trekken. Nu zit ik thuis en daar heb ik het nu druk genoeg mee. het is tijd om te lunchen. Vanmiddag wil ik een klein blokje om, dat is voor vandaag al een Groot Avontuur. Kleine stapjes want ik ben pas ziek geweest.

Het kan vanaf nu alleen maar beter worden.



woensdag 26 oktober 2011

Tranen

Het is nu drie weken na de operatie. Mijn lijf begint te wennen aan het nieuwe, of ik begin te wennen aan het nieuwe aan mijn lijf, dat kan ook.
Ik begin nu eindelijk ook te berusten in het idee dat dit tijd nodig heeft. Niet alleen het lijf om te helen en aan te sterken, maar ook de geest om de overstap te maken.

eigenlijk was ik daar allang mee bezig. Vooral met afscheid nemen, maar dat deed ik vaak op de manier van afsluiten en de deur barricaderen zodat wat ik achterliet me niet meer zou inhalen.
Nu ben ik die barricades aan het afbouwen. Ik wil niet meer haten wat ik niet hoef te haten. Ik wil niet meer bang zijn voor de angsten die er niet meer toe doen.
Alles wat naar mijn idee bij man-zijn hoorde en wat ik niet begreep, kan ik nu aanzien zonder e betrokken te voelen. Ik kan nu zeggen dat ik het niet begrijp. Ik begrijp niet wat een man is. Ik hoef het ook niet te begrijpen, want ik hoef het niet te zijn.

Ik ben er nog niet aan toe om echt te begrijpen wat een vrouw is want mijn gewoonte was om dat buiten te sluiten, niet eigen te maken, dus ik weet niet hoe diep het in me zit. Ik heb het nooit gemeten.
kan ik het meten? Moet ik het meten?
Zal ik het meten of volstaat het te berusten in wat ik nu -eindelijk- ben?

Hoe moeilijk is zo'n berusting? Dat is nieuw voor me. Ik heb een mensenleven lijdzaam ondergaan. Dat is zo anders dan berusting, dat is verlamming.

Ik probeer plannen te maken voor binnenkort, als ik weer helemaal op de been ben, maar het lukt niet zo goed. Ik denk aan bijna alles wat een volwassen vrouw zou kunnen beleven, zou mogen beleven, maar al die gedachten zijn leeg. Er ontbreekt nog iets en ik weet niet wat er ontbreekt. Is dat niet wonderlijk?

Ik heb alleen maar een verleden en een nu. De toekomst ligt voor me klaar, maar die zit nog keurig ingepakt. Ik zal me moeten laten verrassen.

dus ik zet de deuren van mijn geheugen open en ik kijk toe hoe er van alles en nog wat voorbij komt fladderen. Ik betrap mezelf op de ongerijmdheden van vroeger terwijl andere dingen die nooit belangrijk waren opeens heel logisch en belangrijk worden.
Soms huil ik, zomaar om blijkbaar niks. Omdat ik moe ben van alles wat ik zolang heb hoog gehouden?

Het is geen opluchting en ook geen verdriet. Het zijn tranen zonder woorden. Er valt niks te zeggen, maar het moet er toch uit.

Toch hoop ik van harte dat ik woorden zal vinden, want er is me gevraagd en ik heb beloofd om mijn verhaal op te schrijven. Het zal geen verhaal zijn van verdriet en wanhoop, maar van verwondering en volharding. De lust om te leven die het wint van de angst voor het leven.

Maar hoe zal ik beginnen?

"Ik was een dapper jongetje, maar de wereld was te groot voor mij.."

of:

"Ik was een verlegen meisje, zó verlegen dat niemand mij kon zien..."

Of .... Kweenie.

maandag 24 oktober 2011

A new life (een nieuw lijf)

Het is nu drie weken sinds ik me heb gemeld bij het ziekenhuis. Dat was de laatste dag dat ik nog een-soort-van-man was. In deze drie weken is mijn wereld heel klein geworden. Zelfs te klein om onbevangen blij te kunnen zijn met hoe-en-wat ik nu ben.

Het was een zware tijd, er is immers flink in me gesneden en ik had geen idee hoe diep het me zou bewegen.
Allerlei gevoelens en emoties komen langs en ieder daarvan kent een eigen waarheid.
Eerst is er het ongeloof dat 'het' nu gebeurd is. De goede fee is niet gekomen, de lieve god heeft me niet persoonlijk aangeraakt, zoals ik meer dan veertig jaar geleden heb gehoopt en gebeden. Het was dokter K. die me in een paar uur tijd een ander aanzicht heeft gegeven. Ik kan nu bloot zijn zonder schaamte. Het onsmakelijke ding onderaan mijn buik is weg. Nu pas dringt duidelijk tot me door hoe vreselijk ik het vond om daarmee te moeten leven, hoe ik mijn bedgenote gehaat heb omdat zij dat ding wel kon waarderen. Vaak had ik het gevoel dat ik dat ding niet had, maar dat ik dat ding was: Vies en vormeloos

En toen ik er eenmaal vanaf was en probeerde te bedenken wat het voor me betekent, voelde ik me ... niets.
Ik was leeg. Uitgeput van iets wat ik niet begrijp, misschien nooit zal begrijpen. Ik was niet blij of verdrietig, ik voelde me weerloos en bang. Ik was heel bang dat anderen van het moment gebruik zouden maken om me weer een leven op te leggen wat voor mij een leugen zou zijn. Alles in mij verzette zich tegen de wereld om me heen. Ik zag in gedachten figuren op weg naar mijn huis die zich hierbinnen zouden dringen en mij mijn levensruimte ontnemen. Figuren die zichzelf niet kunnen redden en mij in mijn zwakte overmeesteren om mijn verworvenheden te verslinden, als sprinkhanen die het land schraalvreten.
Ze zijn gelukkig niet gekomen. Kennelijk horen dit soort lieden bij 'vroeger' en daar ben ik blij om.

Maar in mijn angst kon ik de lijfelijke verandering moeilijk accepteren. Mijn bekken verkrampte zich. Een vreselijk pijnlijke ervaring. Mijn nieuwe stukje lijf voelde niet zacht en beurs, het was hard en brandend als een haardsteen. Toen ik op internet ging zoeken of er anderen zijn die dit ooit meegemaakt hadden, herkende ik het onder de term 'vaginisme'. Wat een ironie! Nu ben ik eindelijk vrouw, maar ik durf geen vrouw te zijn....?

Zo erg is het niet. Het is weinig anders dan een kwestie van wennen, maar als je te moe bent om te denken, te moe om te 'zijn', kun je nergens aan wennen. Daarom deed ik de boel zolang op slot.
Er is veel om aan te wennen. Niet alleen lichamelijk, misschien is dat wel het minste, maar ook en vooral geestelijk.
Ik ben nu vrouw zonder voorbehoud. het is geen verkleedpartijtje meer. Dat was het nog wel, hoe serieus ook. Nu ben ik geen tweede keus meer, nu ben ik ben ik wat ik ben. Ik heb gekozen; voltooid verleden tijd.
Van die keuze heb ik geen spijt, absoluut niet. Er is nog een moment geweest waarop ik me afvroeg of ik meer dingen had moeten uitproberen toen het nog kon, maar welke dan?

De leuke kanten van het man-zijn hebben niet op kunnen wegen tegen de prettige kanten van het vrouw-zijn.
Dat geldt in elk geval voor mij. Waar ik nu het meeste moeite mee heb, is dat het zoveel pijn en moeite kost om één foutje te herstellen. Ik troost mezelf met de gedachte dat al dit ongemak eindig is, maar het is best groot ongemak: de pijn en de verzorging van 'de wond'. De momenten dat ik me afvraag of er onder de gezwollen hechtingen echt een acceptabele plasser verscholen zit zijn er heel vaak en op die momenten voel ik me grenzeloos alleen.

Geboren worden doe je alleen. Een baby krijst niet van de kou, maar van wanhoop. Wat gaat het worden en wat kan ik ermee doen? Is dit nu het leven?
Ja. Dit is alles. Dit is wat er is. Nu ik gedaan heb wat ik moest doen zonder het zelf ooit helemaal te zullen begrijpen, weet ik zeker dat er niks hogers bestaat dan het leven zelf. Degenen die geloven in dat ding wat door velen 'God' genoemd wordt zijn de stakkers die nog steeds niet los kunnen komen van het gekrijs van hun geboorte.
Ik heb geen God nodig, ik mag leven. Het doet pijn, soms heel erg andere keren minder, maar het is het beste wat ik heb.

Maar het is vreemd, eindeloos vreemd. Zeker nu.
Ik ben nog steeds 'ik', maar alles is anders. Anders dan ik had kunnen denken. Nu is het allemaal echt. Ik weet zeker dat ik zodra de pijn weg is, bedekt zal zijn met kippenvel: "Wat is het leven Mooooooooiiiiii!"

XX