Strikt genomen heb ik geen beroep. Het werk wat ik ongeveer mijn halve leven heb gedaan, was een uit de hand gelopen hobby, het vak wat ik ooit geleerd schijn te hebben staat heel ver van me af en tegenwoordig doe ik hoegenaamd niks wat bijdraagt aan de economie.
Ik studeer.
En dat nog maar sinds kort.
Mensen die mij een beetje kennen beweren allemaal dat mijn studie (ook) een hobby is die nu een erg serieuze vorm aan begint te nemen, want het zou best weer eens een beroep kunnen worden.
Misschien dat ik me daarom alvast afvraag of ik nu al geconfronteerd word met beroepsdeformatie.
Of zal ik maar zeggen dat ik vind dat ik wel een beetje raar ben?
Al voelt het niet zo.
Ik vind mijzelf, beter gezegd: Mijn leven een heel boeiend verhaal wat me dus gewoon overkomt.
Het is zo gek, raar en bijzonder dat ik er wel drie autobiografieën uit ga proberen te peuren.
Misschien levert dat ook nog wat op zodat ik me geen zorgen hoef te maken over mijn pensioen, ofzo.
Maar ondertussen zijn er nog andere dingen die nu op mijn todo-lijst staan die misschien wel raar zijn.
Het komt er op neer dat ik mezelf ter beschikking wil stellen aan de wetenschap, zo gek ben ik dus.
Nu wil ik dus uitzoeken of de wetenschap het met me eens is: of ik echt gek genoeg ben om er al aandacht en moeite aan te besteden.
Als ze dat niet vinden valt het mee.
Als ze het wel de moeite vinden, komt er weer een hoofdstuk bij in mijn verhaal.
Ik ga me in elk geval aanmelden bij de Hersenbank. Hopelijk doe ik daar ter zijner tijd een aantal mensen een plezier mee. Het schijnt namelijk dat de kronkel in mijn hoofd niet uniek is, maar wel zeldzaam. De wetenschap is er nog niet op uitgekeken.
O, en mijn studie? wat heeft die ermee te maken?
Ik ga geen kronkels in hoofden bestuderen. Ik ga me erin verdiepen hoe het is om met een kronkel te leven.
En ook hoe gek het is om zonder kronkel te leven,
dat lijkt me echt raar.
Maar ik kom er binnenkort wel achter of mijn mening met wetenschappelijke feiten onderbouwd kan worden.
Hoop ik.
zaterdag 21 april 2012
donderdag 19 april 2012
Studentje
Sinds een paar dagen ben ik student. Best een valide reden om me weer jong te voelen.
Een andere valide reden om me op mijn leeftijd weer jong te voelen heet 'Dementie', dus ik heb me voorgenomen om voorlopig maar 32 te blijven, dat bevalt al bijna 18 jaar erg goed, dus die houd ik erin .
Mijn plan is niet om een vak te leren. Ik heb dat al eens geprobeerd en ik vond er geen *** aan.
Een paar dagen geleden liep ik nog langs een huis in aanbouw wat omkranst was door steigers met daarop een klont Vakmannen. Ik ga niet herhalen welke kreten mij toe werden geslingerd door deze ambachtslieden, als ik hun verbale excrementen hier op schrift ga stellen zou ik mogelijk problemen krijgen met de zedenpolitie. Vanwege dat onzindelijke gedrag heb lang geleden besloten dat ik geen VAk wens te bedrijven.
Ik ben me wel af gaan vragen wat deze lieden drijft om zulk verbaal obsceen gedrag te vertonen. Ik ben (nog) geen wetenschapper, dus ik kan geen onderbouwd verslag doen van hun verbale en non verbale interactie met elkaar en -zover ik dat toeliet- met mij, maar het kwam mij voor dat hun gedrag voor hen heel normaal, alledaags, en gewoon was. Voor mij was het een reden voor verwondering, met hier en daar een vlaag verbijstering. Dat laatste vooral omdat één en ander vanaf een hoog bouwwerk over het vlakke landschap werd gebruld en ik was ook verbijsterd door het kennelijk ontbreken van elk spoor van schaamte van hun kant.
Vandaag las ik een artikel waarin iets stond over de gedachten die mannen zoal hebben bij het zien van een vrouw in rode kledij en mijn jas is rood, dus nu kan ik al een beetje inzien hoe één en ander tot stand komt, maar het blijft me verwonderen....
Die verwondering voel ik vaker wanneer ik geconfronteerd word met mensen. Soms is die verwondering weinig meer dan een vleugje verbazing, andere keren ben ik sprakeloos en zelfs tot tranen bewogen.
Laat ik het maar niet hebben over zes miljoen joodse Mensen die nota bene middenin een immense oorlog op uiterst efficiënte wijze zijn 'vernichtet'. Ik heb me daar in de loop van mijn leven op verschillende manieren in verdiept en hoe meer inzicht ik in 'der endlösung' krijg, hoe minder ik ervan wil begrijpen...
Ik kan het hebben bijvoorbeeld over mijn buurvrouwke die het geen punt vindt om mijn tuin te gebruiken als hondenlosloopplek, zolang ze de poep maar opruimt, en die niet kan begrijpen dat ik haar hond niet in mijn tuin wens te gedogen. Wat mij vooral verbaast is de vanzelfsprekendheid waarmee ze haar asociale leventje lijdt.
Net als die bouwvarkens
En ook hoe vreemd hun levensstijl voor mij is.
En zo zijn er nog veel meer dingen waar ik me over verwonder als ik de mensen om me heen observeer.
Met dat observeren kun je verschillend kanten op. De ene kant is: Mensen ziekelijk begluren.
De andere kant....
Ik studeer nu Psychologie, daar ben ik nog wel een paar jaar zoet mee.
Naar ik hoop in goede gezondheid.
En mijn volgende jas wordt bruin of grijs of blauw of wit.
In elk geval niet rood.
Want 'zo' ben ik niet...
Een andere valide reden om me op mijn leeftijd weer jong te voelen heet 'Dementie', dus ik heb me voorgenomen om voorlopig maar 32 te blijven, dat bevalt al bijna 18 jaar erg goed, dus die houd ik erin .
Mijn plan is niet om een vak te leren. Ik heb dat al eens geprobeerd en ik vond er geen *** aan.
Een paar dagen geleden liep ik nog langs een huis in aanbouw wat omkranst was door steigers met daarop een klont Vakmannen. Ik ga niet herhalen welke kreten mij toe werden geslingerd door deze ambachtslieden, als ik hun verbale excrementen hier op schrift ga stellen zou ik mogelijk problemen krijgen met de zedenpolitie. Vanwege dat onzindelijke gedrag heb lang geleden besloten dat ik geen VAk wens te bedrijven.
Ik ben me wel af gaan vragen wat deze lieden drijft om zulk verbaal obsceen gedrag te vertonen. Ik ben (nog) geen wetenschapper, dus ik kan geen onderbouwd verslag doen van hun verbale en non verbale interactie met elkaar en -zover ik dat toeliet- met mij, maar het kwam mij voor dat hun gedrag voor hen heel normaal, alledaags, en gewoon was. Voor mij was het een reden voor verwondering, met hier en daar een vlaag verbijstering. Dat laatste vooral omdat één en ander vanaf een hoog bouwwerk over het vlakke landschap werd gebruld en ik was ook verbijsterd door het kennelijk ontbreken van elk spoor van schaamte van hun kant.
Vandaag las ik een artikel waarin iets stond over de gedachten die mannen zoal hebben bij het zien van een vrouw in rode kledij en mijn jas is rood, dus nu kan ik al een beetje inzien hoe één en ander tot stand komt, maar het blijft me verwonderen....
Die verwondering voel ik vaker wanneer ik geconfronteerd word met mensen. Soms is die verwondering weinig meer dan een vleugje verbazing, andere keren ben ik sprakeloos en zelfs tot tranen bewogen.
Laat ik het maar niet hebben over zes miljoen joodse Mensen die nota bene middenin een immense oorlog op uiterst efficiënte wijze zijn 'vernichtet'. Ik heb me daar in de loop van mijn leven op verschillende manieren in verdiept en hoe meer inzicht ik in 'der endlösung' krijg, hoe minder ik ervan wil begrijpen...
Ik kan het hebben bijvoorbeeld over mijn buurvrouwke die het geen punt vindt om mijn tuin te gebruiken als hondenlosloopplek, zolang ze de poep maar opruimt, en die niet kan begrijpen dat ik haar hond niet in mijn tuin wens te gedogen. Wat mij vooral verbaast is de vanzelfsprekendheid waarmee ze haar asociale leventje lijdt.
Net als die bouwvarkens
En ook hoe vreemd hun levensstijl voor mij is.
En zo zijn er nog veel meer dingen waar ik me over verwonder als ik de mensen om me heen observeer.
Met dat observeren kun je verschillend kanten op. De ene kant is: Mensen ziekelijk begluren.
De andere kant....
Ik studeer nu Psychologie, daar ben ik nog wel een paar jaar zoet mee.
Naar ik hoop in goede gezondheid.
En mijn volgende jas wordt bruin of grijs of blauw of wit.
In elk geval niet rood.
Want 'zo' ben ik niet...
maandag 16 april 2012
Het is weer lente, toch?
In de lente kruipen er allerlei bloemetjes uit hun ei, enzovoort.
Ik ben een muurbloempje, nee, ik wàs een muurbloempje, maar dat mag weleens over zijn.
Dus laat ik nu maar eens gaan dansen en zingen en dartelen.
Of ben ik daar te oud voor?
Daar moet ik dus nog een nachtje over slapen.
Maar ik voel me wel lekker en blij.
Ik sta nu ook in mijn handjes te wrijven en tegen mezelf te mompelen: "Wat zal ik nu eens voor leuke dingen gaan doen", terwijl ik ongeduldig van mijn ene been op mijn andere wiebel.
Overdrachtelijk, dan, zeg maar.
Eigenlijk ben ik al heel veel aan het doen. Misschien geen heleboel dingetjes, maar het is allemaal wel zo groot dat het echt een hele berg is. Da's leuk, jonguh!
Maar ik wil nog meer...
Gewoon omdat ik daar aan toe ben.
Dat wilde ik maar even zeggen.
Dûh ;-)
Ik ben een muurbloempje, nee, ik wàs een muurbloempje, maar dat mag weleens over zijn.
Dus laat ik nu maar eens gaan dansen en zingen en dartelen.
Of ben ik daar te oud voor?
Daar moet ik dus nog een nachtje over slapen.
Maar ik voel me wel lekker en blij.
Ik sta nu ook in mijn handjes te wrijven en tegen mezelf te mompelen: "Wat zal ik nu eens voor leuke dingen gaan doen", terwijl ik ongeduldig van mijn ene been op mijn andere wiebel.
Overdrachtelijk, dan, zeg maar.
Eigenlijk ben ik al heel veel aan het doen. Misschien geen heleboel dingetjes, maar het is allemaal wel zo groot dat het echt een hele berg is. Da's leuk, jonguh!
Maar ik wil nog meer...
Gewoon omdat ik daar aan toe ben.
Dat wilde ik maar even zeggen.
Dûh ;-)
zaterdag 14 april 2012
Ik ben een beetje stil, want...
Als je verhuist, kom je voor, tijdens en na de verhuizing heel veel dingen tegen die herinneringen oproepen. Dat maakt het soms moeilijk om jezelf te ontdoen van overbodige 'rommel' want veel onbenulligheidjes stellen weinig anders voor dan een verwijzing naar een herinnering. Het kost, afhankelijk van je eigen mentale gesteldheid, best veel moeite om de dingen los te maken van de emoties.
In feite ben ik al minstens vier jaar min of meer aan het verhuizen: Van het ene leven naar het andere.
In die jaren heb ik heel wat herinneringen los proberen te koppelen van materiële objecten. Soms was ik daar enorm radicaal in, andere keren veel te sentimenteel en soms was ik gewoon de kluts kwijt.
Nu ben ik zover dat ik bijna geen oude bezittingen meer over heb. Het is zoals in dat liedje: Freedom is just another word for nothing left to lose, of zoiets.
Maar dat maakt je leven soms ook leeg en eenzaam en als je de leegte wil vullen en de eenzaamheid wil delen, zodat ze verdwijnt, ontdek je dat herinneringen zonder spullen zichzelf hechten aan emoties.
Dat is mij de laatste tijd heel erg overkomen. Na de euforie van de bevrijding en de vreugde van de dromen die uitkomen voel ik eindelijk het verdriet en de pijn van alles wat (er) niet was.
Ik kan nu pas huilen om de tijd waarin ik zo intens ongelukkig was dat ik eigenlijk niet wilde (of kon?) leven.
Dat komt misschien ook omdat ik nu pas kan begrijpen waardoor ik zo ongelukkig was.
Ik moest het even allemaal op een rijtje krijgen. Het was te veel in één keer om er een simpel brokje blog van te kunnen maken.
Maar ik voel me niet zielig en triest, hoor. Hooguit moe, want ik heb vreselijk hard gewerkt en dat heel lang achter elkaar.
En ik weet niet hoe vaak ik nu zal bloggen, want ik wil niet stoppen met hard werken.
Het levert namelijk heel veel op.
ook wel geld.
Uiteindelijk.
Want ik wil nog een hele hoop,
wat gewoon te koop is
Voor geld.
In feite ben ik al minstens vier jaar min of meer aan het verhuizen: Van het ene leven naar het andere.
In die jaren heb ik heel wat herinneringen los proberen te koppelen van materiële objecten. Soms was ik daar enorm radicaal in, andere keren veel te sentimenteel en soms was ik gewoon de kluts kwijt.
Nu ben ik zover dat ik bijna geen oude bezittingen meer over heb. Het is zoals in dat liedje: Freedom is just another word for nothing left to lose, of zoiets.
Maar dat maakt je leven soms ook leeg en eenzaam en als je de leegte wil vullen en de eenzaamheid wil delen, zodat ze verdwijnt, ontdek je dat herinneringen zonder spullen zichzelf hechten aan emoties.
Dat is mij de laatste tijd heel erg overkomen. Na de euforie van de bevrijding en de vreugde van de dromen die uitkomen voel ik eindelijk het verdriet en de pijn van alles wat (er) niet was.
Ik kan nu pas huilen om de tijd waarin ik zo intens ongelukkig was dat ik eigenlijk niet wilde (of kon?) leven.
Dat komt misschien ook omdat ik nu pas kan begrijpen waardoor ik zo ongelukkig was.
Ik moest het even allemaal op een rijtje krijgen. Het was te veel in één keer om er een simpel brokje blog van te kunnen maken.
Maar ik voel me niet zielig en triest, hoor. Hooguit moe, want ik heb vreselijk hard gewerkt en dat heel lang achter elkaar.
En ik weet niet hoe vaak ik nu zal bloggen, want ik wil niet stoppen met hard werken.
Het levert namelijk heel veel op.
ook wel geld.
Uiteindelijk.
Want ik wil nog een hele hoop,
wat gewoon te koop is
Voor geld.
dinsdag 27 maart 2012
Afdankertje..
Als 'de Economie' een auto was, hadden we 'm allang weggedaan.
Het ding is al ruim 400 jaar oud. Je mag verwachten dat er allang een verbeterd model bestaat, wat zuiniger loopt, veel meer comfort biedt en vooral veel betrouwbaarder is.
Ik heb in mijn prille leven al vaak een 'economische crisis' meegemaakt en het is me inmiddels opgevallen dat de pechhulp in eenzelfde overjarig, gammel modelletje rijdt. Het ziet er nu zelfs naar uit dat de pechhulp niet eens kan komen helpen omdat zijn schroothoop nu ook stil dreigt te vallen.
Soms ben ik weleens nieuwsgierig naar de drijfveren van de figuren die er alles aan doen om het VOC model in stand te houden. Voor hun is de VOC kennelijk iets om trots op te zijn, maar voor veel anderen is het vreselijk achterhaald. Ik denk bij de VOC vooral aan onderdrukking, uitbuiting, mensenhandel, grootschalige diefstal, verkrachting.
Eigenlijk alles wat menselijk is.
Inclusief geloof in god.
Mijn drijfveren om niet heel hard te werken aan een betere wereld mag je 'angst' noemen.
Ik ben bang voor het onbekende. Ook al weet ik heel goed dat mijn wereld voortdurend aan het veranderen is, doe ik net of dat niet zo is.
Misschien ben ik gewoon verslaafd?
De sfeer van de VOC-economie is mij zo vertrouwd dat ik de nadelen voor lief neem. Er wordt nog steeds volop onderdrukt, maar dat gebeurt vooral ver van mijn bed of op een manier die ik helemaal niet in de gaten heb.
En het levert een boel prettige dingen op...
voor mij.
Misschien ben ik, samen met een hoop anderen, vooral verslaafd aan de VOC.
We zouden er eigenlijk wel vanaf willen, maar we worden ziek als we het proberen.
Ik weet een beetje hoe afkicken voelt want ik ben een ex-roker.
Afkicken is moeilijk. Erg moeilijk.
Het doet pijn.
Misschien hebben we daarom god bedacht.
Als mijn wil niet in staat is om iets te laten, zal er vast een sterkere wil buiten mij bestaan die me dingen laat doen die ik eigenlijk niet zou moeten doen.
Kennelijk is 'de economie' de wil van god
Misschien was Jezus een VOC koopman,
De twaalf apostelen waren zeelieden op handelsschepen....
En wat heeft het ons opgeleverd?
Schroothandelaar Mark R.
Met zijn 'Limburgse Sjonnies'
Geert & Maxime.
Die bewaken de boel met grof geweld
Want de mensen die door Jezus en zijn knechten geplunderd waren, komen onze kant op om precies hetzelfde bij ons te doen. -zeggen ze-
En dat is slecht, want die mensen die hierheen komen hebben een andere naam voor hun god.
Ze hebben niet eens een VOC.
En ze zijn zwart.
Dat laatste hoor je erbij te zeggen, anders moet je teveel uitleggen.
'Zwart' kan iedereen zien, dus dat is duidelijk.
Zwart is er in nuances: 'Uitgeprocedeerde Asielzoeker', 'Moslimterrorist' of 'Trayvon Martin'.
Bijvoorbeeld.
Eigenlijk durf ik het daar niet over te hebben want ik ben wit en ik ben legaal.
En ik ben verslaafd aan de VOC-economie.
Die gammele economie, dat ding wat steeds stilvalt, waar gaten in gesleten zijn, wat stinkt en waar steeds meer doden door vallen...
En toch lig ik er niet wakker van. Echt niet.
Erg hè?
Het ding is al ruim 400 jaar oud. Je mag verwachten dat er allang een verbeterd model bestaat, wat zuiniger loopt, veel meer comfort biedt en vooral veel betrouwbaarder is.
Ik heb in mijn prille leven al vaak een 'economische crisis' meegemaakt en het is me inmiddels opgevallen dat de pechhulp in eenzelfde overjarig, gammel modelletje rijdt. Het ziet er nu zelfs naar uit dat de pechhulp niet eens kan komen helpen omdat zijn schroothoop nu ook stil dreigt te vallen.
Soms ben ik weleens nieuwsgierig naar de drijfveren van de figuren die er alles aan doen om het VOC model in stand te houden. Voor hun is de VOC kennelijk iets om trots op te zijn, maar voor veel anderen is het vreselijk achterhaald. Ik denk bij de VOC vooral aan onderdrukking, uitbuiting, mensenhandel, grootschalige diefstal, verkrachting.
Eigenlijk alles wat menselijk is.
Inclusief geloof in god.
Mijn drijfveren om niet heel hard te werken aan een betere wereld mag je 'angst' noemen.
Ik ben bang voor het onbekende. Ook al weet ik heel goed dat mijn wereld voortdurend aan het veranderen is, doe ik net of dat niet zo is.
Misschien ben ik gewoon verslaafd?
De sfeer van de VOC-economie is mij zo vertrouwd dat ik de nadelen voor lief neem. Er wordt nog steeds volop onderdrukt, maar dat gebeurt vooral ver van mijn bed of op een manier die ik helemaal niet in de gaten heb.
En het levert een boel prettige dingen op...
voor mij.
Misschien ben ik, samen met een hoop anderen, vooral verslaafd aan de VOC.
We zouden er eigenlijk wel vanaf willen, maar we worden ziek als we het proberen.
Ik weet een beetje hoe afkicken voelt want ik ben een ex-roker.
Afkicken is moeilijk. Erg moeilijk.
Het doet pijn.
Misschien hebben we daarom god bedacht.
Als mijn wil niet in staat is om iets te laten, zal er vast een sterkere wil buiten mij bestaan die me dingen laat doen die ik eigenlijk niet zou moeten doen.
Kennelijk is 'de economie' de wil van god
Misschien was Jezus een VOC koopman,
De twaalf apostelen waren zeelieden op handelsschepen....
En wat heeft het ons opgeleverd?
Schroothandelaar Mark R.
Met zijn 'Limburgse Sjonnies'
Geert & Maxime.
Die bewaken de boel met grof geweld
Want de mensen die door Jezus en zijn knechten geplunderd waren, komen onze kant op om precies hetzelfde bij ons te doen. -zeggen ze-
En dat is slecht, want die mensen die hierheen komen hebben een andere naam voor hun god.
Ze hebben niet eens een VOC.
En ze zijn zwart.
Dat laatste hoor je erbij te zeggen, anders moet je teveel uitleggen.
'Zwart' kan iedereen zien, dus dat is duidelijk.
Zwart is er in nuances: 'Uitgeprocedeerde Asielzoeker', 'Moslimterrorist' of 'Trayvon Martin'.
Bijvoorbeeld.
Eigenlijk durf ik het daar niet over te hebben want ik ben wit en ik ben legaal.
En ik ben verslaafd aan de VOC-economie.
Die gammele economie, dat ding wat steeds stilvalt, waar gaten in gesleten zijn, wat stinkt en waar steeds meer doden door vallen...
En toch lig ik er niet wakker van. Echt niet.
Erg hè?
vrijdag 23 maart 2012
Polen, bijvoorbeeld?
Het is eindelijk voorjaar. De zon jubelt aan een strakblauwe hemel, vogels kwinkeleren zich een slag in de rondte....
Wat zou ik graag buiten zitten met mijn schrijfblok op schoot, de dingen afmaken die ik deze week nog graag af had willen maken....
Maar er hangt een nare man met zijn vrienden rond het huis. Ze noemen zich 'schilders'. Vroeger kende ik best veel schilders. Vriendelijke, kalme mensen die in alle rust en stilte hun werk deden. Met warm weer de rode zakdoek bij de hand om het zweet van hun bol te wissen. Aardige meedenkers, boordevol tips en adviezen om te zorgen dat hun verf niet aan jouw spullen zou komen.
Waren die maar hier. Nu heb ik de deuren en de ramen dicht. niet voor de verflucht, maar tegen de brullende radio en het onnodige geschreeuw der werklui.
Ik ben er deze week zelfs al twee keer voor op de vlucht geslagen en ik heb al drie keer gemeld dat ik serieus hinder ondervind van de geluidsoverlast.
En gisteren kreeg ik de wind van voren van de opperschilder, juist omdat ik op de vlucht sloeg voor het lawaai en de onrust, omdat ik niet thuis was wanneer het hem schikte.
Nu zit ik dus lijdzaam achter mijn computer. Ik probeer zomaar iets te typen. Ik heb keiharde nekspieren en rode vlekken in mijn gezicht en ik bedenk me de hele tijd dat er verderop op het dorp ook geschilderd word. Daar zie ik mannen in alle rust en stilte met de kwast in de hand hard aan het werk. Soms kijken ze op en groeten iedereen die dan toevallig langsloopt en ze glimlachen vriendelijk. Geen lawaai, geen geschreeuw. De mensen van het huis wat daar geverfd wordt, zitten ontspannen in de tuin.
De auto's van de schilders die daar bezig zijn hebben witte nummerborden.
Ik vraag me af of ik de dingen nu niet teveel idealiseer. Ik weet dat ik gevoelig ben voor geluidsoverlast, mede met dank aan een buurman van lang geleden die me ooit bedreigde met een vuurwapen toen ik mijn beklag deed bij hem over zijn waanzinnig harde muziek.
Ik weet dat ik overgevoelig ben voor bouwvakkersradio's omdat er daar heel veel van op die bouwplaats stonden waar ik ooit bijna van twintig meter hoogte, samen met een grote betonnen prefab wand naar beneden ben gevallen. Diezelfde bouwplaats waar de zoemers van de kranen meerdere malen per dag afgingen omdat ze overbelast waren. Dezelfde bouwplaats waar ik stilletjes huilend rondliep omdat ik me daar doodongelukkig voelde. Dezelfde bouwplaats die er elke ochtend als ik daar in het donker aankwam, in mijn ogen uitzag als ground zero in de eerste weken na de aanslag van 9-11.
Misschien ben ik ook wel allergisch voor al dat onnodige lawaai, omdat het hier zo vol is. Zo weinig ruimte voor iedereen. We moeten maar afwachten wie er op onze lip zit en hoe diegene zich gedraagt. Ik las pas nog dat al dat luide telefoneren, en al die muziekjes die je overal hoort, niks te maken hebben met ontspanning, maar dat 'men' tegenwoordig op die manier zijn territorium afbakent. Als ik dan mijn verkrampte nekspieren en mijn gloeiende wangen voel, vraag ik me af of ik nog wel in dit volgepropte land pas....
Op dagen als deze heb ik heimwee naar een land waar ik nog nooit geweest ben en begin ik mensen aardig te vinden die ik niet eens ken...
Polen, bijvoorbeeld.
Wat zou ik graag buiten zitten met mijn schrijfblok op schoot, de dingen afmaken die ik deze week nog graag af had willen maken....
Maar er hangt een nare man met zijn vrienden rond het huis. Ze noemen zich 'schilders'. Vroeger kende ik best veel schilders. Vriendelijke, kalme mensen die in alle rust en stilte hun werk deden. Met warm weer de rode zakdoek bij de hand om het zweet van hun bol te wissen. Aardige meedenkers, boordevol tips en adviezen om te zorgen dat hun verf niet aan jouw spullen zou komen.
Waren die maar hier. Nu heb ik de deuren en de ramen dicht. niet voor de verflucht, maar tegen de brullende radio en het onnodige geschreeuw der werklui.
Ik ben er deze week zelfs al twee keer voor op de vlucht geslagen en ik heb al drie keer gemeld dat ik serieus hinder ondervind van de geluidsoverlast.
En gisteren kreeg ik de wind van voren van de opperschilder, juist omdat ik op de vlucht sloeg voor het lawaai en de onrust, omdat ik niet thuis was wanneer het hem schikte.
Nu zit ik dus lijdzaam achter mijn computer. Ik probeer zomaar iets te typen. Ik heb keiharde nekspieren en rode vlekken in mijn gezicht en ik bedenk me de hele tijd dat er verderop op het dorp ook geschilderd word. Daar zie ik mannen in alle rust en stilte met de kwast in de hand hard aan het werk. Soms kijken ze op en groeten iedereen die dan toevallig langsloopt en ze glimlachen vriendelijk. Geen lawaai, geen geschreeuw. De mensen van het huis wat daar geverfd wordt, zitten ontspannen in de tuin.
De auto's van de schilders die daar bezig zijn hebben witte nummerborden.
Ik vraag me af of ik de dingen nu niet teveel idealiseer. Ik weet dat ik gevoelig ben voor geluidsoverlast, mede met dank aan een buurman van lang geleden die me ooit bedreigde met een vuurwapen toen ik mijn beklag deed bij hem over zijn waanzinnig harde muziek.
Ik weet dat ik overgevoelig ben voor bouwvakkersradio's omdat er daar heel veel van op die bouwplaats stonden waar ik ooit bijna van twintig meter hoogte, samen met een grote betonnen prefab wand naar beneden ben gevallen. Diezelfde bouwplaats waar de zoemers van de kranen meerdere malen per dag afgingen omdat ze overbelast waren. Dezelfde bouwplaats waar ik stilletjes huilend rondliep omdat ik me daar doodongelukkig voelde. Dezelfde bouwplaats die er elke ochtend als ik daar in het donker aankwam, in mijn ogen uitzag als ground zero in de eerste weken na de aanslag van 9-11.
Misschien ben ik ook wel allergisch voor al dat onnodige lawaai, omdat het hier zo vol is. Zo weinig ruimte voor iedereen. We moeten maar afwachten wie er op onze lip zit en hoe diegene zich gedraagt. Ik las pas nog dat al dat luide telefoneren, en al die muziekjes die je overal hoort, niks te maken hebben met ontspanning, maar dat 'men' tegenwoordig op die manier zijn territorium afbakent. Als ik dan mijn verkrampte nekspieren en mijn gloeiende wangen voel, vraag ik me af of ik nog wel in dit volgepropte land pas....
Op dagen als deze heb ik heimwee naar een land waar ik nog nooit geweest ben en begin ik mensen aardig te vinden die ik niet eens ken...
Polen, bijvoorbeeld.
maandag 19 maart 2012
Assepoesteroosje
Toen ik klein was, wist ik heel goed hoe ik er eigenlijk uit wilde zien: Soepel en slank, tenger zelfs, lang, zacht golvend donker haar, een fijn gezicht maar niet te popperig. Een mooie vrouw, geen 'lekker wijf'...
Ik heb het plaatje nog steeds voor ogen en ik ben het nooit geweest. Niet eens bij benadering.
Ik weet niet of ik het ooit zal worden.
Mijn lijf is opgegroeid als jongetje en het was zodoende sociaal en fysiek nou eenmaal het makkelijkste om me dan ook maar op te laten voeden als jongen.
Dat het mentaal en psychisch niet makkelijk was, ontdek ik nu pas echt. Mijn spiegelbeeld staat me nu niet meer elke ochtend in de badkamer uit te schelden en daarmee is heel veel verkrampte spanning van me afgevallen. Het is tegenwoordig best leuk om Ik te zijn, merk ik.
Wat ik nu in de spiegel zie windt me niet op en ik ben er ook niet vies van. Ik word er blij van.
Maar ik ben nog niet 'af'.
Er zijn best wel een aantal dingen die de dokter best zou kunnen en mogen aanpassen en er zijn ook dingen die geen enkele dokter kan verbeteren, maar die zijn gelukkig geen van allen zo ondraaglijk als dat wat de dokter in de afgelopen tijd al gedaan heeft.
Maar het belangrijkste wat ik nu nog moet doen, is mezelf opnieuw opvoeden.
Eigenlijk moet ik mezelf betoveren. Dat tengere meisje met dat donkere haar heeft eigenlijk altijd wel bestaan. Het gevoel dat ik er zo uit had moeten zien is nooit weggeweest, zelfs toen ik dat beeld niet meer voor ogen had, was het gevoel er nog wel. Het gevoel is nooit weggeweest.
Maar het is ook niet gegroeid.
De jongen die ik voor moest stellen werd een man die allemaal mannendingen deed.
Het 'meisje in mij' is altijd een meisje gebleven. Ze blijkt nu rimpels te hebben en haar haren zijn al behoorlijk grijs, maar sprookjes bestaan niet. Dus ook al heeft ze bijna net zo lang geslapen als Doornroosje, uiterlijk is ze niet stil blijven staan.
Maar Doornroosje heeft veel gemist. Ik heb nooit met mijn mamma aan de keukentafel gezeten om te praten over 'groot worden'. Ik heb geen 'dinnetjes gehad die me hebben geleerd hoe je moet katten en roddelen. Ik had alleen maar kameraden en die scholden me weleens uit voor 'mietje' en 'homo' als ik spontaan en instinctief aan het katten was of aan het roddelen.
Ik ben altijd druk bezig geweest met doen-of-ik-een-man-ben. Ik ben daar ook altijd heel intensief bij geholpen. Het doen-of-ik-een-man-ben zit nu zo diep ingebakken, dat het een hele klus is om het af te leren. Het ziet er zelfs zo overtuigend uit, dat veel mensen me -voor het gemak- als man blijven behandelen. Daar word ik dus weleens niet goed van.
Maar aan de andere kant zijn die mensen juist weer degenen aan wie ik af kan meten of ik die rotgewoonte al af aan het leren ben.
Het is niet alleen een kwestie van afleren, ik moet nieuwe dingen aanleren in plaats van die oude routines.
Eigenlijk zijn dat twee dingen tegelijk en die liggen steeds met elkaar overhoop want het één zit die ingebakken en het ander is wat mijn instinct me zegt...
Nature versus Nurture.
Natuurlijk raak ik steeds de kluts kwijt want het voelt allebei heel erg vertrouwd. De gewoonten van hem en de aard van haar.
Het is alsof ik Assepoes haar koets zelf laat bouwen.
"Zozo, Assepoes. Mooie koets heb je daar! Nu voel je je zeker een echte prinses?"
"Hoezo prinses? Met zoveel eelt op mijn klauwen ... Dûh!
Zeg maar Timmerman"
Ik heb het plaatje nog steeds voor ogen en ik ben het nooit geweest. Niet eens bij benadering.
Ik weet niet of ik het ooit zal worden.
Mijn lijf is opgegroeid als jongetje en het was zodoende sociaal en fysiek nou eenmaal het makkelijkste om me dan ook maar op te laten voeden als jongen.
Dat het mentaal en psychisch niet makkelijk was, ontdek ik nu pas echt. Mijn spiegelbeeld staat me nu niet meer elke ochtend in de badkamer uit te schelden en daarmee is heel veel verkrampte spanning van me afgevallen. Het is tegenwoordig best leuk om Ik te zijn, merk ik.
Wat ik nu in de spiegel zie windt me niet op en ik ben er ook niet vies van. Ik word er blij van.
Maar ik ben nog niet 'af'.
Er zijn best wel een aantal dingen die de dokter best zou kunnen en mogen aanpassen en er zijn ook dingen die geen enkele dokter kan verbeteren, maar die zijn gelukkig geen van allen zo ondraaglijk als dat wat de dokter in de afgelopen tijd al gedaan heeft.
Maar het belangrijkste wat ik nu nog moet doen, is mezelf opnieuw opvoeden.
Eigenlijk moet ik mezelf betoveren. Dat tengere meisje met dat donkere haar heeft eigenlijk altijd wel bestaan. Het gevoel dat ik er zo uit had moeten zien is nooit weggeweest, zelfs toen ik dat beeld niet meer voor ogen had, was het gevoel er nog wel. Het gevoel is nooit weggeweest.
Maar het is ook niet gegroeid.
De jongen die ik voor moest stellen werd een man die allemaal mannendingen deed.
Het 'meisje in mij' is altijd een meisje gebleven. Ze blijkt nu rimpels te hebben en haar haren zijn al behoorlijk grijs, maar sprookjes bestaan niet. Dus ook al heeft ze bijna net zo lang geslapen als Doornroosje, uiterlijk is ze niet stil blijven staan.
Maar Doornroosje heeft veel gemist. Ik heb nooit met mijn mamma aan de keukentafel gezeten om te praten over 'groot worden'. Ik heb geen 'dinnetjes gehad die me hebben geleerd hoe je moet katten en roddelen. Ik had alleen maar kameraden en die scholden me weleens uit voor 'mietje' en 'homo' als ik spontaan en instinctief aan het katten was of aan het roddelen.
Ik ben altijd druk bezig geweest met doen-of-ik-een-man-ben. Ik ben daar ook altijd heel intensief bij geholpen. Het doen-of-ik-een-man-ben zit nu zo diep ingebakken, dat het een hele klus is om het af te leren. Het ziet er zelfs zo overtuigend uit, dat veel mensen me -voor het gemak- als man blijven behandelen. Daar word ik dus weleens niet goed van.
Maar aan de andere kant zijn die mensen juist weer degenen aan wie ik af kan meten of ik die rotgewoonte al af aan het leren ben.
Het is niet alleen een kwestie van afleren, ik moet nieuwe dingen aanleren in plaats van die oude routines.
Eigenlijk zijn dat twee dingen tegelijk en die liggen steeds met elkaar overhoop want het één zit die ingebakken en het ander is wat mijn instinct me zegt...
Nature versus Nurture.
Natuurlijk raak ik steeds de kluts kwijt want het voelt allebei heel erg vertrouwd. De gewoonten van hem en de aard van haar.
Het is alsof ik Assepoes haar koets zelf laat bouwen.
"Zozo, Assepoes. Mooie koets heb je daar! Nu voel je je zeker een echte prinses?"
"Hoezo prinses? Met zoveel eelt op mijn klauwen ... Dûh!
Zeg maar Timmerman"
Abonneren op:
Posts (Atom)