woensdag 12 augustus 2015
Sterren kijken
En natuurlijk vind ik het prikkelend om te zien wat er gebeurt wanneer de aarde die stofwolk raakt.
Een heleboel lichtsporen in de lucht.
Ook al heb ik met mezelf afgesproken dat ik niet bijgelovig ben, ik doe toch steeds stiekem een wens. Bij elke vonk in de lucht benoem ik in stilte een verlangen wat ik bij me draag. Ik probeer niet te makkelijk te wensen dat ik over een jaar of wat rijk en beroemd ben; een gekend schrijfster en student, of zelfs wetenschapper, waar mensen over praten.
ook wil ik niet zeggen dat ik graag wil dat mijn kinderen nog mooier, wijzer en gelukkiger worden dan ze nu al mogen zijn. Daar achteraan probeer ik niet al te nadrukkelijk te denken aan lieve kleinkinderen waar ik gezellig op mag passen, natuurlijk in het mooie huis met veel licht en ruimte en een heleboel natuur met eindeloze wandelpaden er omheen.
Terwijl ik mijn wensen omzet in gedachten, ga ik zitten in het gras. Voor even ben ik helemaal alleen op de wereld, is er niets tussen mij en dat onbevattelijke ding wat iemand ooit voor het gemak 'heelal' is gaan noemen. Ik probeer te begrijpen hoe groot alles is: De aarde is veertig duizend kilometer in omtrek.
Hoe groot is dat precies? Kan ik voor me zien hoe groot een steen van 40.000 kilometer is?
Nee, het gaat mijn verbeelding te boven. Mijn fantasie tekent een plaatje van een bol met een glimmend laagje lucht eromheen en dat laagje noem ik 'atmosfeer', net als iedereen.
Of kan ik het beter biosfeer noemen, want in dat glimmend laagje is mijn leven mogelijk.
In de hemel streept een steen voorbij en deze neemt mijn gedachten mee. Geleerden zoeken naar sporen van leven op zulk soort stenen. Ik denk aan 'schimmels' en 'bacteriën'. IJle levensvormen die te simpel zijn om zich iets van tijd en omstandigheden aan te trekken. Meneer Darwin was de eerste die bedacht dat elke levensvorm binnen de biosfeer ontstaan is uit een vorige levensvorm. Met de nodige fantasie kan een mens bedenken dat ergens ooit een bacterie of een schimmel is begonnen rare afwijkingen te vertonen, tot uiteindelijk een afwijking ontstond die aan alles een naam kan geven, ook aan zichzelf. De Mens.
Intussen vergeet die mens spontaan waar hij vandaan komt. Het heeft allerlei dingen bedacht en ontdekt. Dat is niet erg, maar De Mens is heel druk doende om heel veel ideeën en ontdekkingen te bewerken tot tastbare dingen. Wielen en stoelen, maar ook auto's en vliegtuigen. De Mens doet hele gekke dingen met de bouwstenen van het leven. Genetische manipulatie, dierproeven, nano technologie. Allemaal om 'de soort' te verbeteren, om de heilige graal van de onsterfelijkheid na te jagen.
Tegelijkertijd is diezelfde mens druk doende om heel veel levensvormen die door Darwin bedacht zijn, het leven onmogelijk te maken. Elk voedsel wat de mens niet lekker vindt wordt door hem vertrapt. Elk dier wat de mens eng vind, moet worden uitgeroeid. Bacteriën die misschien nuttig zijn worden gesteriliseerd. Insecten zijn vervelend genoeg om te worden bestreden en, als klap op de vuurpijl, voert te mens al zolang ik geschiedenisboeken kan lezen, oorlog tegen zichzelf.
Ik zie de brandende stofstrepen boven mijn hoofd en ik weet dat er ergens op de wereld mensen bezig zijn te bedenken hoe we kunnen voorkomen dat onze planeet, met zijn glimmende atmosfeer en zijn toevallige biosfeer, wordt verpletterd door een steen die op ons af komt.
Ik probeer me niet te realiseren dat voor zo'n machine misschien alles nodig is wat we hebben aan ijzer, hout en olie. Misschien is de planeet zelf niet eens sterk genoeg om de planeet te redden.
In gedachten zie ik hoe Isaak Newton en Archimedes aan Jezus Christus uitleggen waarom het onmogelijk is om op water te lopen. Jezus antwoordt niet. Hij begint gewoon te lachen.
Darwin komt erbij en hij probeert zich verstaanbaar te maken boven het bulderende gelach van Jezus uit. Daarop komt Descartes toegesneld en hij probeert met sterrenstof in de lucht te tekenen waarom lichaam en geest los van elkaar moeten worden gezien en hoe dit kan verklaren waarom Jezus overal kan lopen waar hij wil. Ze beginnen door elkaar te praten. Newton wijst omlaag, Archimedes gebaart omhoog. Darwin kijkt achter zich en Descartes beweegt naar voren. Al die tijd blijft Jezus lachen. Hij kijkt mijn kant op, wenkt mij en zegt zachtjes, zodat de anderen het niet horen.
"De mens is niks anders dan een ingewikkelde manier waarop een organisme zichzelf uit zal roeien"
Toen ik vanmorgen wakker werd, wist ik in elk geval zeker dat ik de vallende sterren niet heb gedroomd.
maandag 10 augustus 2015
Kwitnix
"Ik lees geen kranten".
Zo. Dat weet iedereen voortaan.
Heeft het zin om geen kranten te lezen?
Dat lijkt me geen slechte vraag. Die beantwoord ik liever niet, ik stel gewoon een vraag terug.
Heeft het zin om wel kranten te lezen?
Soms dwarrelt er wel wat nieuws door mijn schulp, je houdt het immers niet tegen, maar het is gelukkig nooit indringend genoeg om in een moord-en-brand modus te schieten.
Of is het gewoon een combinatie van afgeschermd en afgestompt zijn?
Dat zou natuurlijk best kunnen.
Of ben ik gewoon een bietje de kluts kwijt.
Soms dwarrelt er iets door mijn schulp wat moord en brand schreeuwt en dan kijk ik toch wel even. Vaak zie ik dan een vorm van 'nieuws' die nauwelijks de naam verdient. Ik noem het dan liever massahysterie.
Andere keren dwarrelt er iets door mijn schulp wat ik te erg vind voor woorden, dan pak ik zo'n bericht vast en kijk om me heen wat andere mensen, vooral degenen die tegen mijn schulp aan schuren, er van vinden en die vinden er weinig of niks van.
Daarom lees ik geen kranten. Ik ben liever niet mijn kluts kwijt.
Oja; en televisie doe ik ook bijna niet. Alleen een beetje NPO,
Vooral cultuurgedoe en politieseries.
Dat doet mijn kluts namelijk wel goed, kwa niet kwijt.
Maar eigenlijk heb ik geen idee wat er in de wereld gaande is.
Dus ik weet vrij zeker dat ik eigenlijk niks weet.
Stom hè ?
zondag 9 augustus 2015
Nieuwe bladzijde
Maar goed, een tijdje nix geblogd. Niet dat er niks is gebeurd wat de moeite van het vandedakenschreeuwen waard is, volgens mij best wel. Ik leef namelijk nog steeds. De ene dag leef ik in hoofdletters en de andere dag gewoon een beetje scheef gekrabbeld met potlood.
Nee, ik ga het afgelopen jaar niet samenvatten. Ik kan me niet eens herinneren wat er allemaal precies gebeurd is in mijn nederige stukje van de grote, grote wereld.
Vandaag heb ik de knoop doorgehakt omdat ik gisteravond iets las over een bijzondere datum. Daardoor herinnerde ik me een andere bijzondere datum: 20-08-2008 (twee-nul-nul-acht-twee-nul-nul-acht), de dag waarop ik voor het eerst de drempel van het VU-ziekenhuis over stapte om de behandeling te ondergaan die nou heel erg tot het verleden behoort.
Natuurlijk was die handeling op die dag ook een drempel ion mijn leven die ik over ben gegaan.
En gek genoeg kan ik me van die gebeurtenis ongeveer niks meer herinneren. Ik weet nog wel dat ik daarna had afgesproken met een vriendin in Amsterdam.
Maar dat is deze maand zeven jaar geleden; die magische zeven jaar waar ik ooit over las. Zeven jaar om te wennen aan .. ehm .. wat ook weer?
Ik kan alleen maar constateren dat het klopt. Het gespleten gevoel is over. Ik kan mezelf niet meer verdelen in een mannelijk en een vrouwelijk deel. Het is allemaal gewoon één en dezelfde 'ik'.
Deze 'ik' verbaast zich er tegenwoordig vooral over wanneer iemand moeilijk gaat lopen doen over de manier waarop ik mijn plas doe en/of de aan- of afwezigheid van een bobbel ergens onderaan mijn buik. Heeft zo iemand nou echt zo'n bekrompen, saai en seksloos leven dat hij/zij alleen maar aan een plasser kan denken die er misschien niet eens is? Van zulke mensen zou je toch gewoon hondenvoer willen maken ofzo?
Tegenwoordig heb ik het innig knus met mezelf en leuke anderen die links en rechts mijn comfort zone binnen dansen.
Om in de metafoor van de nieuwe bladzijde te blijven -wat een dapper poging tot bruggetje om de titel van het stukje te rechtvaardigen- , zie ik dat deze zich geruisloos en subtiel, haast ongemerkt, heeft omgeslagen.
Ik heb allerlei herinneringen een beetje vervalst, zodat ze gewoon in mijn geheugen passen zonder dat ik me er ongemakkelijk door voel. De eindeloze drang om mezelf voor mijzelf te verontschuldigen is opgedroogd en ik heb oprechte plannen voor de toekomst die zeker niet gekker of moeilijker zijn dan het allergekste of allermoeilijkste wat ik al achter de rug heb.
Zo. Nu sluit ik deze blogpost af want ik wil vandaag nog een poosje studeren, een bladzijde schrijven, zorgen dat ik iets vind waar ik voorlopig van kan leven en ook nog een beetje buitenspelen.
Houdoe!
zaterdag 28 juni 2014
Het gaat ook weer over...
Blijkbaar gaat het over. Er zit iets in de ondertoon waarmee ik steeds heb gepost wat me niet meer eigen is. Het is geen vrolijke ondertoon. Het past bij de sfeer waarin ik nu een aantal jaren heb geleefd maar er is iets belangrijks veranderd. Ik ben niet meer zo onrustig. Misschien ben ik eindelijk uitgepuberd.
Dat is te merken aan allerlei dingen die ik doe en vooral waarom ik die doe.
Maar de niet-vrolijke ondertoon is weer even terug en dit keer wil ik er iets mee doen. Ik wil mezelf heel duidelijk laten weten dat de dingen een oorzaak hebben die ik nooit durfde te erkennen. Zo was ik namelijk niet opgevoed.
Het is nu bijna juli. Deze tijd van het jaar heeft me in de loop der jaren hele nare dingen gebracht. Nu ben ik eindelijk zover dat die dingen geen terugkerende nachtmerrie meer hoeven te zijn, maar gewoon hele nare gebeurtenissen die een hele diepe indruk hebben achtergelaten. Ontkennen of wegdrukken is niet mogelijk gebleken. Daarom ga ik er een nieuwe naam aan geven. De komende weken onderneem ik een soort pelgrimstocht naar plekken die alles met die nare gebeurtenissen te maken hebben.
Als het nodig is ga ik er spontaan bij huilen, maar ik ga het niet dunnetjes overdoen. Ik ga er heen en ik weet dat het nu anders is. Ik heb namelijk iets gevonden: Een plek op de wereld en ruimte in mijn hart om gelukkig te zijn. De moed der wanhoop is moed en hoop geworden.
Mijn plannen zijn nog niet rond, maar één reis staat voor mij al vast;
11 juli ga ik iets drinken in het Amsterdam Hilton. Misschien kom ik er nog mensen tegen die daar met dezelfde reden heengaan.
Ik maak er in elk geval een feestje van.
Het zou goed kunnen dat ik deze blog niet meer bijwerk. Misschien maak ik ergens anders een heel ander blog, gewoon omdat het kan.
We zien wel.
vrijdag 2 mei 2014
Comorbiditeit
Misschien durf ik vandaag zelfs te beweren dat transseksualiteit, genderdysforie of hoe ze het ding ook willen noemen, helemaal zo gek niet is. Misschien is het helemaal niet gek om in het verkeerde lichaam te zitten. Voor mij in elk geval niet. Ik begon er wel gek van te worden. De eeuwige onzekerheid, de eindeloze schaamte en het gevoel dat ik niet wist waar ik me thuis bij kon voelen. Niet bij de jongens, niet bij de meisjes en al helemaal niet bij alles wat daar tussenin zit.
Sinds er niks meer tussen mijn benen bengelt heb ik daar allemaal geen last meer van.
Maar het heeft wel sporen nagelaten.
Soms heb ik het gevoel dat ik jarenlang seksueel onheus bejegend ben door de broer van mijn broers.
Misschien ben ik daardoor seksueel heel erg geremd.
Op een of andere manier zorgt het er ook voor dat ik niet begrijp hoe het concept van vriendschap uitgelegd en toegepast moet worden.
Soms heb ik het gevoel dat ik in een chemisch laboratorium sta, omringd door reageerbuizen, retorten, gasbranders, bunzenbranders, pipetten enzovoorts, enzovoorts. Er staan ook allerlei potten en flessen met allerlei stoffen, keurig gelabeld: 'Affectie', 'Plezier', 'Geduld' en nog een heleboel meer.
Ik durf allang niet meer te vragen hoe ik daar vriendschap uit moet brouwen, want het antwoord is steevast een verbaasde blik. "Hoezo? Dat gaat toch vanzelf?"
Bij mensen zonder vlekje misschien wel. Bij mij niet. Waarschijnlijk leert iedereen dat spelenderwijs. Blijkbaar heeft het iets te maken met de term 'hechting' die ook in mijn dikke studieboek staat.
Misschien heeft het niet eens te maken met mijn trans-dingesigheid. Misschien heeft dat laatste me juist geholpen om ruim een halve eeuw te overleven zonder vriend-zijn op gevorderd niveau. Het ligt in elk geval niet aan die vrienden. Ik heb genoeg mensen mogen leren kennen die deel uitmaken van prachtige vriendenkringen. Diep in mijn hart ben ik als de dood om mij te mengen in de chemie van die kringen, bang dat de boel ernstig ontploft ofzo.
Maar het kan ook te maken hebben met 'Faalangst'. Ik ben niet alleen maar een tikje alleen, ik ben ook een stuk minder succesvol dan ik zou kunnen zijn. Als kind had ik al volop aanleg en daar is niet veel van af te zien in mijn huidige leven. Eigenlijk heb ik best vaak gekozen voor de weg van de gegarandeerde mislukking. Zo vaak dat ik nou eigenlijk niks heb op sociaal en maatschappelijk vlak.
Uit onderzoek blijkt dat veel transmensen in zo'n situatie leven. (Blijkbaar ben ik heel normaal.)
Voor mij is het helemaal geen probleem dat ik een trans-verleden heb. Dat was een wonderlijk avontuur, een innerlijke reis die erg sprookjesachtig aanvoelt. Ik vind dat juist iets om te koesteren
want die reis heeft me naar een prachtige bestemming gebracht.
Nu sta ik op het punt om aan een minstens even spannende uiterlijke reis te beginnen, maar daarbij heb ik heel veel last van mijn onvermogen om een goede vriendenkring te brouwen en ik heb ook ontzettend last van mijn diep ingesleten gewoonte om mijn eigen talenten te laten ontsporen.
Dat voelt wel heel gek.
Maar .......
De verandering van meneer C. naar Carine heb ik voor elkaar gekregen,
Ik ben helemaal op eigen kracht in één keer gestopt met roken,
Dus deze uitdaging kan ik ook aan.
Met wat hulp, natuurlijk. Daar is niks mis mee.
(paradoxaal; dat staat niet in mijn boek.)
zondag 13 april 2014
Zijn jeugd
zoals ik het nu beleef ben ik volop aan het ontdekken dat ik echt besta. Een leven lang was ik iemand die er eigenlijk niet was.
De dingen die ik deed waren altijd andermans werk wat ik per ongeluk had overgenomen.
(dat klinkt eigenlijk wel een beetje ingewikkeld... )
In elk geval is het steeds zo geweest dat alles wat anderen van mij schenen te verwachten of te verlangen, weinig of niks van doen hadden met mijn eigen aanleg en interresse.
Het was gewoon mijn bestemming om niet te passen, nergens bij te passen, overal voor op te passen.
Het was mijn lot om bang en eenzaam te zijn.
Niet zo lang geleden reed ik over mijn geboortedorp,
benieuwd wat er van de mensen en dingen uit mijn kindertijd geworden is.
Ik heb door het dorp gefiets en ik ben er omheen gefietst. Aan de westkant ben ik gestopt en ik heb het nederige profiel van het decor waarin ik de eerste helft van mijn leven heb gesleten geobserveerd.
Ik werd er wanhopig verdrietig van.
Blijkbaar heb ik mezelf altijd diep verdoofd, anders zou ik al ver voor mijn vijftiende levensjaar voor het sneue boemeltreintje gesprongen zijn, wat elke middag met een hoop kabaal het dorpje doorkruiste.
Ik leefde niet, maar dat wilde ik ook niet. Ik ben daar vreselijk eenzaam geweest. Het begrip 'gelukkig' begin ik nu te begrijpen. Daardoor besef ik pas sinds kort hoe ongelukkig ik als kind ben geweest.
Ik denk dat het een opstapeling is van de verschillen tussen mij en dat dorp. Als gemiddeld begaafd dorpskinkeltje met weinig gevoel voor schoonheid kun je daar een prettig, ambitieloos, leven leiden. Als hoogbegaafd trans-kind met een zucht naar kunst, cultuur en schoonheid, vergt het ongelofelijk veel kracht om in zo'n omgeving te leven.
Daarom heb ik nu toegegeven aan de doodswens die spontaan de kop opstak toen ik daar op de spoordijk naar het decor van mijn afschuwelijke jeugd stond te kijken. Ik ben naar 'de sluis' gefietst. Daar heb ik me ingebeeld hoe ik het jongetje-wat-ik-nooit-was in de rivier heb gesmeten met een paar zware basaltkeien er bovenop. Ik deed het met liefde. Zo'n kind kun je niet laten leven. Met dat verdriet, die eenzaamheid, zo veel onbegrip en zo weinig vreugde moet je de knoop gewoon doorhakken.
Dat onuitsprekelijke leed uit mijn kindertijd heb ik verzopen. Beter in de Amer dan in het cafe.
Misschien had ik liever dat dorp laten verdwijnen, maar daar is iets meer voor nodig dan een paar basaltkeien.
Schoenen die steeds dezelfde blaren openschuren gooi je weg. Een plaats die steeds dezelfde zielenpijn oproept,
moet je laten verdwijnen.
Terwijl ik dit schrijf, rijdt er een stoet oude auto's langs mijn huis. Grote auto's, met veel Co2 uitstoot.
Doe nog maar een rondje, jongens!
Leve de overstroming!!!
zondag 23 maart 2014
Of is het de leeftijd?
Inmiddels ben ik zover dat ik vind dat degene die dit tegen mij heeft gezegd eigenlijk te aardig is geweest.
De laatste tijd worstel ik nogal met de manier waarop omstandigheden met mij op de loop lijken te gaan. Ik doe mijn uiterste best om mijn bezigheden goed te plannen zodat ik nooit met dubbele afspraken te maken heb en, wat misschien nog veel belangrijker is, zodat ik genoeg tijd heb voor mezelf en alles wat me dierbaar is.
Maar nog steeds zie ik heel vaak boze, teleurgestelde, geërgerde mensen om me heen. Het lijkt wel of ze niet door hebben hoe aardig ik in feite ben.
Ik zie mezelf al sinds mijn kindertijd als een onzeker, timide, wellevend, lief, vriendelijk, kwetsbaar schepseltje. Ik zou niemand kunnen kwetsen al zou ik dat willen. tot mijn eigen verbazing heeft dat onzekere enzovoorts schepseltje heel veel dingen gepresteerd die eigenlijk altijd gedaan of bereikt worden door mensen die heel zelfverzekerd, krachtig, standvastig, eigenzinnig, vasthoudend en onomwonden zijn.
Heel knap van mij.
Toch?
Soms word ik arrogant genoemd. Dat vind ik niet zo fijn om te horen. Ik heb weleens uit proberen te legen dat ik die indruk wek door mijn bovengemiddelde lengte en mijn kalme uitstraling enneh... nog zo het een en ander.
In de afgelopen dagen ben ik van verschillende kanten geconfronteerd met soms heel vervelende informatie. Vervelend voor mij, want de bronnen hebben gelijk, maar ze geven een beeld wat niks te maken heeft met verlegen, timide, lief en kwetsbaar. Eigenlijk integendeel. Opeens heb ik een visioen van een onverzettelijk type. Iemand die van anderen eist dat ze duidelijke afspraken maken en zich daar ook aan houden. Iemand die heel ongeduldig wordt als ze merkt dat anderen de feiten aan proberen te passen aan hun eigen comfortzone. Iemand die geneigd is om met de vuist op tafel te slaan wanneer afspraken op het laatste moment worden verplaatst of afgezegd.
Misschien ben ik toch wel een ander soort persoonlijkheid dan ik altijd heb proberen te geloven. Ik heb nog even geprobeerd te verklaren waardoor dit verkeerde zelfbeeld ontstaan zou kunnen zijn, maar volgens mij is dat eigenlijk niet zo heel belangrijk. Ik denk dat het meer zin heeft om me te richten op waar het heen moet.
Wonderlijk genoeg schaam ik me helemaal niet voor wat ik hierboven beschrijf. Ik ben er ook niet trots op. Ik voel me opgelucht, bijna net zo opgelucht als ik was na de operatie die mijn fysieke leugen teniet deed.
Nu is het weer een stukje leuker om Carine te zijn !