Goed, het jaar is al bijna twee weken oud, maar het was behoorlijk druk met ... ehm ... drukte.
Twee januari zou een mooie dag geweest zijn om het gevoel wat ik had bij de wissel tussen vorig jaar en dit jaar te beschrijven, want toen was het nog vers.
Het was niet alleen een jaarwisseling, ook een decenniumwissel, daar heb ik eigenlijk niemand over gehoord. Vreemd is dat.
Voor mij was de wissel heel voelbaar. Ik heb eraan gedacht hoe ik precies tien jaar eerder aan het werk was op de Dam in Amsterdam. Toen wist ik helemaal nog niet wat het afgelopen decennium zou brengen en daar ben ik erg blij om, want als vooraf had geweten door welke hel ik heen moest.......
Maar het is voorbij. Tien jaar leed zijn afgesloten. Ik heb de top van de berg bereikt en ik ben klaar voor een nieuw leven, zover je daar klaar voor kunt zijn. Ik heb 2010 in gedachten zorgvuldig ingepakt en op een goed plekje opgeborgen. Ik hoop dat ik mijn eerste decennium van deze eeuw ooit als een voorbeeld mag gebruiken voor iemand die op zijn of haar manier een weg door de hel moet zien te vinden.
Ik zal het vast nog wel een keer gaan beschrijven, er een mooi boek van maken waar gevoelige types heerlijk bij kunnen snotteren, waar vrienden, familie en bekenden van me helemaal stil van worden en waar ik zelf helemaal trots op zal zijn, want het lijkt me geweldig om een boek te schrijven waar mensen door geráákt worden.
Grote dromen zal ik altijd houden, maar problemen mogen voortaan lekker praktisch zijn. Geen abstracte, ongrijpbare pijn meer. Niet meer het gevoel dat ik het leven van een ander lijd (of leid?).
Ik ben Carine en dat ben ik met ontzettend veel liefde en plezier. Vorige week stelde ik zomaar opeens vast dat ik mezelf een steeds leukere meid ga vinden.
Heerlijk toch !
dinsdag 11 januari 2011
zondag 19 december 2010
Drie weken?
Ja, drie weken stil, zo ongeveer.
Gebeurt er dan zoooo weinig in mijn kleine leventje?
Nee, er gebeurt eigenlijk te veel om op te noemen.
Had ik al verteld dat ik naar de opera ben geweest?
Of na zoveel jaar weer eens in mijn oude stamkroeg?
Had ik gemald dat ik mijn ex-collegae met een bezoek vereerd had?
Of van de dokter die me nu tot februari vol spanning af laat wachten?
Had ik al verteld dat ik eindelijk begin te leren om ook eens naar mezelf te luisteren?
Heb ik al laten weten dat mijn dochter ontzettend dapper is?
En dat mijn zoon zo'n goed mens is?
Ik heb ook nog niet vermeld dat ik niet erg goed ben in petanque, geloof ik.
Jullie weten ook nog niet dat mijn supermooie blauwe laarzen een drama zijn om te dragen als ik een middag ga shoppen.
En ik ben voorlopig helemaal up-to-date met mijn blitse smart-phone. Wat een wonder is zo'n ding. zeg!
Kerstversiering kopen is een vak apart, weet ik nu. Op dit moment ben ik nog niet verder dan een streng kerstboomlampjes. De rest volgend jaar misschien?
Radio 6 is helemaal top om op zondagmiddag lekker HARD te zetten!
Die strakke, korte rokjes zijn heerlijk om te dragen (met een maillot) en het trekt in mijn geval ook aardig wat bekijks.
Komende week ben ik elke avond bezet, dus het wordt vast pas na de kerst eer ik weer wat van me laat horen.
Fijne dagen Allemaal!
Gebeurt er dan zoooo weinig in mijn kleine leventje?
Nee, er gebeurt eigenlijk te veel om op te noemen.
Had ik al verteld dat ik naar de opera ben geweest?
Of na zoveel jaar weer eens in mijn oude stamkroeg?
Had ik gemald dat ik mijn ex-collegae met een bezoek vereerd had?
Of van de dokter die me nu tot februari vol spanning af laat wachten?
Had ik al verteld dat ik eindelijk begin te leren om ook eens naar mezelf te luisteren?
Heb ik al laten weten dat mijn dochter ontzettend dapper is?
En dat mijn zoon zo'n goed mens is?
Ik heb ook nog niet vermeld dat ik niet erg goed ben in petanque, geloof ik.
Jullie weten ook nog niet dat mijn supermooie blauwe laarzen een drama zijn om te dragen als ik een middag ga shoppen.
En ik ben voorlopig helemaal up-to-date met mijn blitse smart-phone. Wat een wonder is zo'n ding. zeg!
Kerstversiering kopen is een vak apart, weet ik nu. Op dit moment ben ik nog niet verder dan een streng kerstboomlampjes. De rest volgend jaar misschien?
Radio 6 is helemaal top om op zondagmiddag lekker HARD te zetten!
Die strakke, korte rokjes zijn heerlijk om te dragen (met een maillot) en het trekt in mijn geval ook aardig wat bekijks.
Komende week ben ik elke avond bezet, dus het wordt vast pas na de kerst eer ik weer wat van me laat horen.
Fijne dagen Allemaal!
dinsdag 30 november 2010
Total Kaputt
Kaatje is moe. Misschien komt het door de koffie? Maar het is zo lekker: Anderhalf theelepeltje oploskoffie in een mok, beetje suiker naar smaak en dan kokend hete melk erop. Hmmmmmm, zo lekker. 's Avonds als de dag gedaan is met mijn boek op schoot, radio aan. Lekker warm, lekker lekker. Er zit wel cafeïne in. Lig ik daardoor zo lang wakker, te draaien in mijn bedje? Koude kieren om me heen. Zus draaien, zo draaien en als mijn holletje eindelijk warm is en helemaal goed om me heen past klappert buurman keihard met een deur. Boem!
Wakker!
Weer van voor af aan zoeken naar een plekje in mijn bedje waar de slaap en ik saampjes passen.
Dus dan zit ik overdag en ben moe. Moe als toen Pfeiffer me te pakken had. Moe als werk ik veel te hard. Moe als heb ik een leven geleefd waar ik nog lang niet klaar mee ben. Moe van medicijnen misschien?
Ik word soms moe van het moe zijn. Ik wil zoveel, zo enorm veel. Er is van alles in de wereld waar ik bij wil horen: Mooie dingen, prachtige dingen, fantastische dingen. Als ik zie, hoor en voel hoe mooi iets kan zijn, waarom kan ik daar dan niks mee doen???
Moe. Te moe om gewoon tegen de kunstenaars te zeggen dat ze mooie mensen zijn, dat ze mooie dingen maken: Muziek waar ik van ga glimmen. Belden waar ik graag bij sta. Foto's of schilderingen waar ik mijn oogjes vierkant op staar. Zo mooi, zooooo MOOI!
En er is vast nog veel meer. Ik zou zo graag meedoen, dingen doen voor mensen en met mensen die de wereld zo ongelofelijk mooi maken.
Maar ik ben te moe.
Total Kaputt....
Wakker!
Weer van voor af aan zoeken naar een plekje in mijn bedje waar de slaap en ik saampjes passen.
Dus dan zit ik overdag en ben moe. Moe als toen Pfeiffer me te pakken had. Moe als werk ik veel te hard. Moe als heb ik een leven geleefd waar ik nog lang niet klaar mee ben. Moe van medicijnen misschien?
Ik word soms moe van het moe zijn. Ik wil zoveel, zo enorm veel. Er is van alles in de wereld waar ik bij wil horen: Mooie dingen, prachtige dingen, fantastische dingen. Als ik zie, hoor en voel hoe mooi iets kan zijn, waarom kan ik daar dan niks mee doen???
Moe. Te moe om gewoon tegen de kunstenaars te zeggen dat ze mooie mensen zijn, dat ze mooie dingen maken: Muziek waar ik van ga glimmen. Belden waar ik graag bij sta. Foto's of schilderingen waar ik mijn oogjes vierkant op staar. Zo mooi, zooooo MOOI!
En er is vast nog veel meer. Ik zou zo graag meedoen, dingen doen voor mensen en met mensen die de wereld zo ongelofelijk mooi maken.
Maar ik ben te moe.
Total Kaputt....
zondag 28 november 2010
Olivier W. Bommel
Als ik mezelf in de afgelopen tijd vergeleek met een sprookjesfiguur, was dat de prinses op de erwt of Assepoester. Vandaag heb ik ontdekt dat de vergelijking met Doornroosje misschien meer op zijn plaats is. Jij vertelde dat je elke tien jaar van je leven een ander motto toe kan passen. Je vertelde ook welke waarheid er voor jou in die ene zin uit dat nummer van Joe Jackson schuilt. Voor mij geldt een ander nummer: Nineteen forever.
De tijd waarin ik die witte Opel had, was voor mij mijn leven. Alles wat daarna zou komen wilde ik helemaal niet. Een leven als plattelander met een loopbaan van veertig jaar bij de plaatselijke zuivelfabriek voor de boeg, en dat dan ook nog eens als man, was voor mij gelijk aan de hel op aarde.
Als ik dan toch zou moeten stranden in het voorportaal van de dood, bleef ik liever steken in het leven zoals we hadden in die tijd. In zekere zin is me dat ook gelukt want toen iedereen om me heen begon te denken over een huwelijk en een hypotheek, was ik elk weekend bij een popconcert, leefde ik ’s nachts en had ik door de week de tijd aan mezelf. Een speels bestaan maar toch net serieus genoeg om van te kunnen leven. Misschien bracht het lot me daarom ook bij Herman, wij hadden de weerzin voor een geregeld leven gemeen. Bovendien was de status van ‘Roady’ een prachtig iets om in weg te vluchten. Man of Vrouw? Nee; ik was Roady!
Daarnaast had ik niks. Waarschijnlijk is dat vooral de reden waarom ik helemaal warm loop als ik over mijn leven als roady vertel. Ik heb gewoon niks anders te vertellen. Vergelijk het met een jong kind wat voor het eerst naar een plek als de Efteling is geweest. Ik heb bijna twintig jaar in mijn pretpark geleefd en ik werd het nooit beu, want ik maakte elke keer iets nieuws mee, steeds groter, steeds mooier en steeds spannender.
De uren ik geen Roady was moest ik huisvader zijn en ik wist niet hoe. Mijn eigen vader was een plattelander met een loopbaan van veertig jaar bij de plaatselijke zuivelfabriek. Precies waar ik geen voorbeeld aan wilde nemen. Ik had geen nauw contact met mannen van mijn leeftijd die ook huisvader waren. De pappa’s op school gaven me het gevoel dat zij iets deelden wat ik niet begreep. Achteraf noem ik dat: ‘man-zijn’.
De relatie die ik had met de moeder van mijn kinderen durf ik haast niet te beschrijven. Ik geloof niet dat wij met elkaar omgingen zoals de meeste paren dat doen. Ik werd in de loop van de jaren steeds ongelukkiger en ook steeds onzekerder. Op zeker moment was het zo erg dat ik haar heb gesmeekt of ik mijn eigen leven terug mocht hebben.
Het was zeker geen mooie tijd. De spanning in huis was soms zo hevig dat het leek of we in oorlogstijd leefden. Een tijdlang bleef ik bij haar vanwege de kinderen en uiteindelijk heb ik haar min of meer gedwongen bij me weg te gaan, ook vanwege de kinderen. Die twee leden minstens zo erg onder de spanning als ik, bovendien was het zo, dat we er financieel meer dan hopeloos voorstonden en dat ik niet in staat was dat probleem op te lossen en dat mijn ex ook geen oplossing bood. Ik koos ervoor om de klap alleen op te vangen.
Het was een flinke klap. Een half jaar wonen in de crisisopvang, en inmiddels al ruim een jaar psychotherapie zijn niet eens het ergste, Vandaag drong tot me door dat ik al heel lang, al jaren, niet meer gelééfd heb. Mijn hele wereld was stukje bij beetje aan het vergaan. Werk, huis, geld, gezin, familie, vrienden, waardigheid, zelfvertrouwen….
Alles verdween. Niet strikt in de volgorde die ik opnoemde, maar het was weg. Sinds een jaar ongeveer lukt het me om het weer stukje bij beetje te verzamelen. Ik weet niet of dit het moeilijkste of het zwaarste jaar was van mijn leven, misschien wel allebei? Dat weet ik pas over een tijdje, denk ik. Het was ook niet echt een mooi jaar maar ik heb me in mijn piepkleine appartementje altijd veilig en gelukkig gevoeld. Ik heb hier meer dan eens letterlijk gehuild van geluk!
Hier had ik een basis en een schuilhutje. Er waren opeens mensen om me heen om me op weg te helpen. Nu heb ik eindelijk de moed en binnenkort ook de middelen, om eindelijk weer te gaan leven! Om ouder te kunnen zijn dan 19. Doornroosje mag eindelijk ontwaken. Ik denk niet dat er een Prins voor nodig is, het was gewoon tijd. Misschien wel tijd voor een feestje……
vrijdag 26 november 2010
Avondje uit
Ik ben een beetje soort van verliefd.
Op mezelf.
Gisteravond heb ik namelijk zo'n ontzettend fijne avond gehad en dat heb ik helemaal zelf voor mezelf bedacht en geregeld. ik heb vandaag nog heel de dag na lopen soezen, zo heerlijk!
Ik was naar het theater, datzelfde theater waar ik zoveel jaar geleden elke dag als technicus te vinden was.
Maar gisteren was helemaal nieuw voor me. Ik was namelijk nog nooit eerder als vrouw alleen naar het theater geweest. Ik was ook nog nooit naar een opera geweest.
Een leuk radio interview met Karin Strobos, een aansprekende recensie en het idee om iets bij te wonen waar ik niets vanaf weet, waren voor mij de redenen om naar 'Der Rosenkavalier' te gaan.
Ik was heel de dag toch wel een beetje nerveus en toen ik mezelf aan het mooi maken was voor mijn deftig avondje uit, was ik net zo nerveus als de eerste keer dat ik Helemaal Prachtig de wijde wereld betrad.
Omdat ik ruim op tijd van huis was vertrokken had ik nog alle tijd om met een kopje koffie de sfeer in de foyer op me in te laten werken. Hoe knap is het, om een ruimte die zo groot en ruim is, toch intiem en geborgen te laten zijn, wat een wonder van architectuur. Natuurlijk heb ik me ook heel erg vermaakt met mensen kijken. Als je me nu vraagt wat voor soort mensen van opera houdt, zal ik zeggen: "Alle soorten".
Jong, oud. Van Stand of volks. Smaakvol gekleed of niet-kunnen. Ze waren er allemaal.
Ik had een plekje in de loge. Heerlijk ruim en weinig drukte, zo'n plekje waar je lekker je schoenen uit kunt doen en met gestrekte benen heerlijk ontspannen kunt zitten zonder dat iemand hinder van je heeft en ik had ook helemaal geen hinder van anderen. Het enige nadeel, waardoor het een heel goedkoop plekje was, is dat ik een groot deel van het speelvlak niet kon zien, maar daar stond tegenover dat ik in de orkestbak kon kijken. Ik zat recht tegenover de harp, dat prachtige sprookjesachtige instrument.
En de voorstelling? Het was heerlijk om daar te zitten, om het gewoon te laten gebeuren. Niet gehinderd door te veel kennis van zaken. Voor mij was het een avontuur waarbij ik ogen en oren tekort kwam. Ik werd lekker niet afgeleid door de geluidskwaliteit, het lichtplan, taalgebruik, changementen of de mise en scene.
Ik was echt uit!
Wat me wel opviel was een heel mooi orkest. Fijne stemmen. Heel veel luistergenot. Verwondering ook: Hoe kun je -goed- zingen als je plat op je rug ligt? Is het niet vreselijk inspannend om steeds in een on-eigen houding te staan en te lopen en ondertussen toch je stem helemaal te blijven gebruiken? Alles kwam op mij heel logisch over. Nergens haperingen of gekunsteld. Heel de avond een glimlach op mijn gezicht. Heerlijk!
Mijn eerste spontane gedachte na afloop was: "Ik kan me absoluut voorstellen dat mensen helemaal idolaat kunnen zijn van opera!"
Bij het kaartje zat een consumptiebon. Daarvan heb ik mezelf een witte wijn getrakteerd, even een beetje zondigen. Nagenieten.....
En nog steeds.
Beetje verliefd op mezelf, op Octavian, Marschallin, Sophie, Baron Ochs...............
Op mezelf.
Gisteravond heb ik namelijk zo'n ontzettend fijne avond gehad en dat heb ik helemaal zelf voor mezelf bedacht en geregeld. ik heb vandaag nog heel de dag na lopen soezen, zo heerlijk!
Ik was naar het theater, datzelfde theater waar ik zoveel jaar geleden elke dag als technicus te vinden was.
Maar gisteren was helemaal nieuw voor me. Ik was namelijk nog nooit eerder als vrouw alleen naar het theater geweest. Ik was ook nog nooit naar een opera geweest.
Een leuk radio interview met Karin Strobos, een aansprekende recensie en het idee om iets bij te wonen waar ik niets vanaf weet, waren voor mij de redenen om naar 'Der Rosenkavalier' te gaan.
Ik was heel de dag toch wel een beetje nerveus en toen ik mezelf aan het mooi maken was voor mijn deftig avondje uit, was ik net zo nerveus als de eerste keer dat ik Helemaal Prachtig de wijde wereld betrad.
Omdat ik ruim op tijd van huis was vertrokken had ik nog alle tijd om met een kopje koffie de sfeer in de foyer op me in te laten werken. Hoe knap is het, om een ruimte die zo groot en ruim is, toch intiem en geborgen te laten zijn, wat een wonder van architectuur. Natuurlijk heb ik me ook heel erg vermaakt met mensen kijken. Als je me nu vraagt wat voor soort mensen van opera houdt, zal ik zeggen: "Alle soorten".
Jong, oud. Van Stand of volks. Smaakvol gekleed of niet-kunnen. Ze waren er allemaal.
Ik had een plekje in de loge. Heerlijk ruim en weinig drukte, zo'n plekje waar je lekker je schoenen uit kunt doen en met gestrekte benen heerlijk ontspannen kunt zitten zonder dat iemand hinder van je heeft en ik had ook helemaal geen hinder van anderen. Het enige nadeel, waardoor het een heel goedkoop plekje was, is dat ik een groot deel van het speelvlak niet kon zien, maar daar stond tegenover dat ik in de orkestbak kon kijken. Ik zat recht tegenover de harp, dat prachtige sprookjesachtige instrument.
En de voorstelling? Het was heerlijk om daar te zitten, om het gewoon te laten gebeuren. Niet gehinderd door te veel kennis van zaken. Voor mij was het een avontuur waarbij ik ogen en oren tekort kwam. Ik werd lekker niet afgeleid door de geluidskwaliteit, het lichtplan, taalgebruik, changementen of de mise en scene.
Ik was echt uit!
Wat me wel opviel was een heel mooi orkest. Fijne stemmen. Heel veel luistergenot. Verwondering ook: Hoe kun je -goed- zingen als je plat op je rug ligt? Is het niet vreselijk inspannend om steeds in een on-eigen houding te staan en te lopen en ondertussen toch je stem helemaal te blijven gebruiken? Alles kwam op mij heel logisch over. Nergens haperingen of gekunsteld. Heel de avond een glimlach op mijn gezicht. Heerlijk!
Mijn eerste spontane gedachte na afloop was: "Ik kan me absoluut voorstellen dat mensen helemaal idolaat kunnen zijn van opera!"
Bij het kaartje zat een consumptiebon. Daarvan heb ik mezelf een witte wijn getrakteerd, even een beetje zondigen. Nagenieten.....
En nog steeds.
Beetje verliefd op mezelf, op Octavian, Marschallin, Sophie, Baron Ochs...............
woensdag 24 november 2010
Stemkunsten
Ook dat is iets wat zomaar kan veranderen: De klank van je stem. Dat is bij mij nu heel erg aan de hand. In deze tijd van het jaar komt het namelijk nog wel eens voor dat mijn luchtwegen een beetje ontstoken of een beetje geïrriteerd raken. In de Medische volksmond heet dat: "Een verkoudheidje".
Op zich zou geen drama mogen vinden dat mijn stem veranderd is want ik was in de afgelopen maanden namelijk al heel druk onder professionele begeleiding in de weer om mijn verbale klankbeeld drastisch aan te passen aan mijn uiterlijke verschijning.
De kwestie is namelijk dat mensen die me zien keurig 'mevrouw' tegen me zeggen, maar mensen die me niet zien en wel horen, aan de telefoon bijvoorbeeld, noemen me 'meneer'.
Met een duur woord heet dit verschijnsel 'Genderdysfonie'. In gewone mensentaal heb ik gewoon een rotstem. Voor een man is er misschien goed mee te leven, maar voor mij dus niet. Daarom ben ik ermee aan het werk gegaan. Ik heb heel veel oefeningetjes geleerd om de toonhoogte naar boven bij te stemmen. Ik ben nog steeds bezig om me een vlotte, heldere articulatie eigen te maken en met meer melodie te leren spreken en vooral om de brom uit mijn stem te halen.
En nu lijkt alles weg. Ik brom, ik mompel en ik kan wel huilen als ik mezelf hoor.
Oefenen helpt momenteel niet. Al ga ik heel voorzichtig en zorgvuldig met mijn stem om, na een kwartiertje doet mijn hals pijn. Het schroeit en het brandt.
Dus ik doe maar kalmpjes aan. Geen praatjes voorlopig. Dan maar wat meer schrijven.
Op mijn blog, bijvoorbeeld.
Op zich zou geen drama mogen vinden dat mijn stem veranderd is want ik was in de afgelopen maanden namelijk al heel druk onder professionele begeleiding in de weer om mijn verbale klankbeeld drastisch aan te passen aan mijn uiterlijke verschijning.
De kwestie is namelijk dat mensen die me zien keurig 'mevrouw' tegen me zeggen, maar mensen die me niet zien en wel horen, aan de telefoon bijvoorbeeld, noemen me 'meneer'.
Met een duur woord heet dit verschijnsel 'Genderdysfonie'. In gewone mensentaal heb ik gewoon een rotstem. Voor een man is er misschien goed mee te leven, maar voor mij dus niet. Daarom ben ik ermee aan het werk gegaan. Ik heb heel veel oefeningetjes geleerd om de toonhoogte naar boven bij te stemmen. Ik ben nog steeds bezig om me een vlotte, heldere articulatie eigen te maken en met meer melodie te leren spreken en vooral om de brom uit mijn stem te halen.
En nu lijkt alles weg. Ik brom, ik mompel en ik kan wel huilen als ik mezelf hoor.
Oefenen helpt momenteel niet. Al ga ik heel voorzichtig en zorgvuldig met mijn stem om, na een kwartiertje doet mijn hals pijn. Het schroeit en het brandt.
Dus ik doe maar kalmpjes aan. Geen praatjes voorlopig. Dan maar wat meer schrijven.
Op mijn blog, bijvoorbeeld.
dinsdag 23 november 2010
still believe
Zaterdag 20 november 2010 heb ik, samen met heel veel andere mensen, geschreeuwd om cultuur.
Als je kijkt naar mijn leventje van dit moment, is dat misschien niet zo toepasselijk. Ik doe immers weinig of niks aan cultuur. Ik luister muziek vanaf CD, de radio of via Internet. Misschien is mijn smaak of voorliefde wat elitair geworden in de loop der jaren, dat zal ik niet ontkennen. Tussen de platen die ik soms al meer dan 30 jaar bezit staan artiesten als Kate Bush en U2. Wat verderop in de tijd duiken namen als Miles Davis en Keith Jarrett op.
Tegenwoordig staat hier bijna altijd Radio 4 aan. Klassiek.
Maar ooit was ik deel van de wereld die Rock'n'Roll wordt genoemd. Niet als toehoorder met een leren jas aan.
Nee, ik zat er middenin. Ik ontweek de sex, bedankte voor de drugs maar ik was elke 'saturday night' te vinden waar het allemaal gebeurde. Hoeveel kilometers asfalt bij nacht heb ik gezien, hoeveel bezwete jonge mensen die een avond beleefden alsof het de laatste van hun jonge leven zou zijn - of juist de eerste. Ik heb van ze gehouden als van mezelf, ik heb ze gehaat uit het diepst van mijn hart.
Ik was nooit allen, weleens eenzaam als we moe en bezweet op weg gingen naar een bed, ergens, om neer te storten, uit te puffen. In die donkere uren op die oeverloos saaie zee van zwart teer met witte strepen dobberden we soms als schipbreukelingen, vreemdelingen, troubadours die op weg waren om in deze of gene uithoek de rust te verstoren van mensen die hun leven ingevuld hadden met regelmaat en regels.
Degene die me leerde hoe mooi en toch betrekkelijk dit alles was noemde zichzelf een fenomeen, een Rock'n'Roll junkie. Hij zong dat hij nooit clever zou worden, toonde zich aan de wereld als een berekende idioot of als een onverhoopte filosoof. Hij zou licht blijven geven als een eternal flame...
Maar het leven is sterker dan leven zelf. een jaar of tien geleden hield het voor hem op. Ik raakte toen iets kwijt. Was het een deel van mijn jeugd? van mijzelf? van mijn opvoeding?
Of ontdekte ik eindelijk dat het geen zin heeft om je leven te vullen met doen-alsof?
In de jaren daarna heb ik ermee gevochten. Ik heb in hoeken en gaten gekeken waar ik liever niet over vertel, onder anderen de plek waar je heen moet om zelf je leven te kunnen afbreken. Ik ben er doorheen gekomen.
Gisteren heb ik uitgelegd als wie en wat, dus daar laat ik het maar bij.
Maar zaterdag jongstleden stond ik voor het Chassé theater, een plek waar ik ook een band mee heb. Daar en toen, bij het vallen van de avond, op het breekpunt tussen zaterdagmiddag en Saturday night, gebeurde er iets. Toeval bestaat niet, het was even of alles speciaal voor mij was bedacht.
Op dat podium daar in de kou stelden zich de koperblazers van het Brabants Orkest op, samen met een popband. Ik was benieuwd welke mix tussen klassieke- en lichte muziek ze voor ons bedacht hadden.
Als speciale gast werd Brabants' beroemdste saxofonist aangekondigd: Bertus Borgers.
Ja; die ene, die man die als geen ander het scheurend koper van de sax kon voegen naar het moeizaam kreunende keelgeluid van Herman Brood.
Bertus Borgers waar ik altijd als vanzelf dat lickje achteraan hoor en dan het zinnetje:
"You make me feel like I've drawn a losers card...."
Ik schreeuwde nog in stilte: "Dit doe je niet, nee! Doe het niet!"
Maar daar was dat lickje en dan het zinnetje, dus ik heb het laten komen zoals het kwam.
Het was zo vreemd. Die muziek op het plein voor het theater. Dat theater waar ik ooit collega's was met Joost. Diezelfde Joost die me zoveel jaar eerder voor het eerst liet zien hoe je kunt toveren met spotlights, theaterdoek en zetstukken. Joost die mij verliefd liet worden op de eeuwige, zachte schimmelgeur waar elk goed theater van doortrokken is. Dezelfde Joost die er niet meer is, die eenzelfde stap nam als Herman om er maar niet meer te hoeven zijn.
Ik stond daar en ik zag ze samen glimlachen naar mij. Nog heel even voelde ik me verbroederd, want eigenlijk ben ik ook gestopt, als het ware.
Maar ik ga verder, opnieuw verder. Daar waar ik steeds bang was om mijn oude leven als een last mee te moeten torsen, weet ik sinds deze week dat het avontuur wat ik jarenlang beleefd heb misschien wel mijn grootste schat is.
Ik heb geglimlacht naar hen, ze een heimelijk kushandje toegeworpen en ik dacht: "It ain't my way to quit, mom...... "
Toen ben ik door de kou en het duister naar huis gefietst. Ik heb mezelf een flink bord hete snert voorgezet en nog maar eens bedacht dat er helemaal niks mis mee is om mijn leven op mijn manier te leven.......
:)
Als je kijkt naar mijn leventje van dit moment, is dat misschien niet zo toepasselijk. Ik doe immers weinig of niks aan cultuur. Ik luister muziek vanaf CD, de radio of via Internet. Misschien is mijn smaak of voorliefde wat elitair geworden in de loop der jaren, dat zal ik niet ontkennen. Tussen de platen die ik soms al meer dan 30 jaar bezit staan artiesten als Kate Bush en U2. Wat verderop in de tijd duiken namen als Miles Davis en Keith Jarrett op.
Tegenwoordig staat hier bijna altijd Radio 4 aan. Klassiek.
Maar ooit was ik deel van de wereld die Rock'n'Roll wordt genoemd. Niet als toehoorder met een leren jas aan.
Nee, ik zat er middenin. Ik ontweek de sex, bedankte voor de drugs maar ik was elke 'saturday night' te vinden waar het allemaal gebeurde. Hoeveel kilometers asfalt bij nacht heb ik gezien, hoeveel bezwete jonge mensen die een avond beleefden alsof het de laatste van hun jonge leven zou zijn - of juist de eerste. Ik heb van ze gehouden als van mezelf, ik heb ze gehaat uit het diepst van mijn hart.
Ik was nooit allen, weleens eenzaam als we moe en bezweet op weg gingen naar een bed, ergens, om neer te storten, uit te puffen. In die donkere uren op die oeverloos saaie zee van zwart teer met witte strepen dobberden we soms als schipbreukelingen, vreemdelingen, troubadours die op weg waren om in deze of gene uithoek de rust te verstoren van mensen die hun leven ingevuld hadden met regelmaat en regels.
Degene die me leerde hoe mooi en toch betrekkelijk dit alles was noemde zichzelf een fenomeen, een Rock'n'Roll junkie. Hij zong dat hij nooit clever zou worden, toonde zich aan de wereld als een berekende idioot of als een onverhoopte filosoof. Hij zou licht blijven geven als een eternal flame...
Maar het leven is sterker dan leven zelf. een jaar of tien geleden hield het voor hem op. Ik raakte toen iets kwijt. Was het een deel van mijn jeugd? van mijzelf? van mijn opvoeding?
Of ontdekte ik eindelijk dat het geen zin heeft om je leven te vullen met doen-alsof?
In de jaren daarna heb ik ermee gevochten. Ik heb in hoeken en gaten gekeken waar ik liever niet over vertel, onder anderen de plek waar je heen moet om zelf je leven te kunnen afbreken. Ik ben er doorheen gekomen.
Gisteren heb ik uitgelegd als wie en wat, dus daar laat ik het maar bij.
Maar zaterdag jongstleden stond ik voor het Chassé theater, een plek waar ik ook een band mee heb. Daar en toen, bij het vallen van de avond, op het breekpunt tussen zaterdagmiddag en Saturday night, gebeurde er iets. Toeval bestaat niet, het was even of alles speciaal voor mij was bedacht.
Op dat podium daar in de kou stelden zich de koperblazers van het Brabants Orkest op, samen met een popband. Ik was benieuwd welke mix tussen klassieke- en lichte muziek ze voor ons bedacht hadden.
Als speciale gast werd Brabants' beroemdste saxofonist aangekondigd: Bertus Borgers.
Ja; die ene, die man die als geen ander het scheurend koper van de sax kon voegen naar het moeizaam kreunende keelgeluid van Herman Brood.
Bertus Borgers waar ik altijd als vanzelf dat lickje achteraan hoor en dan het zinnetje:
"You make me feel like I've drawn a losers card...."
Ik schreeuwde nog in stilte: "Dit doe je niet, nee! Doe het niet!"
Maar daar was dat lickje en dan het zinnetje, dus ik heb het laten komen zoals het kwam.
Het was zo vreemd. Die muziek op het plein voor het theater. Dat theater waar ik ooit collega's was met Joost. Diezelfde Joost die me zoveel jaar eerder voor het eerst liet zien hoe je kunt toveren met spotlights, theaterdoek en zetstukken. Joost die mij verliefd liet worden op de eeuwige, zachte schimmelgeur waar elk goed theater van doortrokken is. Dezelfde Joost die er niet meer is, die eenzelfde stap nam als Herman om er maar niet meer te hoeven zijn.
Ik stond daar en ik zag ze samen glimlachen naar mij. Nog heel even voelde ik me verbroederd, want eigenlijk ben ik ook gestopt, als het ware.
Maar ik ga verder, opnieuw verder. Daar waar ik steeds bang was om mijn oude leven als een last mee te moeten torsen, weet ik sinds deze week dat het avontuur wat ik jarenlang beleefd heb misschien wel mijn grootste schat is.
Ik heb geglimlacht naar hen, ze een heimelijk kushandje toegeworpen en ik dacht: "It ain't my way to quit, mom...... "
Toen ben ik door de kou en het duister naar huis gefietst. Ik heb mezelf een flink bord hete snert voorgezet en nog maar eens bedacht dat er helemaal niks mis mee is om mijn leven op mijn manier te leven.......
:)
Abonneren op:
Posts (Atom)