Als ik 's morgrns net wakker ben en nog even in mijn bedje lig om te schakelen van de slaapwereld naar de nieuwe dag, schiet me soms zomaar opeens een prachtige blog te binnen. Het begint dan altijd met een onderwerp waarvan ik weet dat ik er met veel plezier en heel levendig over kan vertellen. Het verhaal rolt dan mijn gedachten binnen en het is zo mooi en vloeiend dat ik er zelf om kan glimlachen.
Het is dan heel vervelend dat die blog altijd in de vroege ochtend achterblijft. Al voordat ik mijn ochtendjas aan heb en mijn eerste plasje van de dag gedaan heb, is het weg. Tegen dat ik in de avond achter mijn ploetertje zit, kan ik niet eens de prettige toon meer vinden waarin ik o, zo graag zou willen schrijven.
Het is een ramp! Een drama! Ronduit vreselijk!
Hoe kan ik zo ooit een carrière al schrijfster beginnen? Al die vloeiende, boeiende zinnen die in mijn halfslaap verdampen laten zich nooit, nergens terugvinden. Vroeger was het nog veel erger. Rond mijn 28ste heb ik een prijswinnend toneelstuk geschreven. Alle dialogen, regie-aanwijzingen en de hele mise-en-scene had ik in mijn hoofd. Het hoefde alleen maar uitgetypt te worden en dan was ik klaar om een decor te schetsen met het lichtplan erbij. Echt waar, ik hoefde het alleen maar te doen en binnen een jaar zou ik zelfs door Oprah gevraagd worden voor een diepgravend interview. Maar één been uit bed en Floep... Alles weg. Ik weet niet eens meer waar dit prachtige toneelstuk over ging.
Later heb ik zo het eerste hoofdstuk van mijn oorlogsdrama uitgewerkt. Ik zat zelf met een brok in de keel en tranen in mijn ogen. O, wat kan ik mooi schrijven. Zo mooi dat ik verliefd zou kunnen worden op mijzelf...
Maar het is weg. Ik kan niet eens meer op de openingszin komen en die is essentieel, die zet de toon van het stuk. Hoe komt het dat ik elke dag aan het ontbijt moet constateren dat ik toondoof ben? Dat ik een goed verhaal wel kan herkennen, maar niet kan maken. Is de tijd nog niet rijp of ben ik er gewoon niet aan toe. Heb ik het nog te druk met het verhaal van mijn dagelijks leven? Want saai is het zeker niet. Er gebeurt zoveel dat ik het niet eens in dit blogje gepropt krijg.
Nou zijn jullie nieuwsgierig zeker?
Wacht maar tot ik de slag te pakken krijg, dan giet ik alles in een stuk of wat romans en hier en daar een toneelstuk.
Als het meezit lees je ooit in mijn blog over mijn reis naar Zweden waar ik de Nobelprijs in ontvangst ga nemen.......
Gewoon volhouden!
zaterdag 19 februari 2011
vrijdag 18 februari 2011
Vrienden, familie enzovoort...
Het schijnt dat ik niet zoveel vrienden, familie enzovoort heb.
Gisteren heb ik dat zomaar pardoes vast kunnen stellen.
Dus ik weet nou ook alvast dat ik niet teveel toestanden hoef te plannen als ik deze zomer mijn 50ste jaardag bereik. Die verjaardag op zich hoeft van mij al helemaal niet. Ik geloof dat ik me al bijna 50 jaar nooit meer jarig heb gevoeld. Ooit, lang geleden heeft iemand die veel invloed op mij had, en nog wel heeft, me toegesnauwd dat ik geen feestjes verdien en dat heeft zoveel indruk op me gemaakt dat ik alle feestjes, vooral die van mezelf, het liefst oversla.
Maar gisteren gebeurde er iets wat voor mij toch wel een feestje waard is. Ik kreeg nieuws te horen wat me heel veel doet. Direct nadat ik dat geweldige bericht ontving, vroeg ik me af wie ik het liefst en het eerst en het luidruchtigst zou willen vertellen over mijn geweldige nieuws.
Niemand.
Er is nu niemand in mijn leven die ik juichend, lachend of huilend om de hals of in de armen kan vallen om te vieren dat alles uiteindelijk helemaal goed zal komen. Niemand die ik midden in de nacht uit bed kan bellen, die me spontaan op komt halen om iets leuks te gaan doen, met wie ik de slappe lach kan krijgen, samen van het goede genieten, tegen elkaar zeggen dat klagen en mopperen niet zal helpen of gewoon: Samen zijn.
Er zijn wel mensen die dat beloven of beloofd hebben, maar ze doen het niet. Er waren ook mensen met wie dat kon, maar die heb ik ooit- o, stommiteit- voor iemand ingeruild die graag niemand wilde zijn.
Aan de andere kant heb ik jaren geleden, toen ik begon aan de reis die ik nu mag gaan beëindigen, met mezelf afgesproken dat ik het helemaal alleen zou gaan doen.
Ik had al teveel goed bedoelde in-de-weg-loperij meegemaakt, te vaak 'ik zou het nooit zo doen' adviezen, of 'dat doet me veel verdriet' pogingen tot begrip op mijn weg gezien om daar nog langer over te willen en kunnen struikelen.
Ik heb nog één mens toegelaten, in de veronderstelling dat deze persoon me met onbevangen begrip en liefdevolle belangstelling terzijde zou kunnen staan. Ze kon het niet. Ze kon zelfs niet begrijpen dat ze me meer dan hevig pijn deed met haar 'verzoek' om toch vooral te blijven wat ik vroeger was...
Misschien reageerde ik veel te emotioneel, noem het ontzettend razend, woedend, boos, toen die ene druppel mijn emmer deed overlopen. Ik kon het geduld niet meer opbrengen. Met mijn handen vol aan mezelf, want ook de dingen die ik helemaal niet alleen wilde doen, kreeg ik helemaal op mijn bordje, dus ik niet meer de ruimte en de energie om geduldig en omstandig aan iemand over te brengen dat ze absoluut niet aardig voor andere mensen was.
Had ik ongelijk? Kweenie, maar de warme gevoelens en de innige vriendschap waren niet echt en oprecht genoeg om in te zien dat het op dat moment helemaal niet zo goed met me ging.
Lijk ik dan altijd zo sterk en zeker dat men van mij niet kan dulden dat ik zo nu en dan even zo'n momentje heb?
Hoe dan ook, kennelijk ben ik toch sterk of slim genoeg om het zover te kunnen laten komen dat een knappe dokter van mij gaat maken wat ik vijftig jaar geleden al had moeten zijn:
Een écht meisje.
Ik hoop nog voor het eind van dit jaar, het liefst nog net voordat Abraham op de stoep staat, dat scheelt me weer een hoop uitleg en dan hoef niet nog eens te luisteren naar die twee woordjes waar ik zo'n enorme hekel aan heb: "Ja, maar..."
Toch ben ik benieuwd of mijn familie enzovoort ook niks van zich laat horen als er een vijftigste jaardag in de lucht lijkt te hangen. Van mij mogen ze...
... dan ook wegblijven.
Gisteren heb ik dat zomaar pardoes vast kunnen stellen.
Dus ik weet nou ook alvast dat ik niet teveel toestanden hoef te plannen als ik deze zomer mijn 50ste jaardag bereik. Die verjaardag op zich hoeft van mij al helemaal niet. Ik geloof dat ik me al bijna 50 jaar nooit meer jarig heb gevoeld. Ooit, lang geleden heeft iemand die veel invloed op mij had, en nog wel heeft, me toegesnauwd dat ik geen feestjes verdien en dat heeft zoveel indruk op me gemaakt dat ik alle feestjes, vooral die van mezelf, het liefst oversla.
Maar gisteren gebeurde er iets wat voor mij toch wel een feestje waard is. Ik kreeg nieuws te horen wat me heel veel doet. Direct nadat ik dat geweldige bericht ontving, vroeg ik me af wie ik het liefst en het eerst en het luidruchtigst zou willen vertellen over mijn geweldige nieuws.
Niemand.
Er is nu niemand in mijn leven die ik juichend, lachend of huilend om de hals of in de armen kan vallen om te vieren dat alles uiteindelijk helemaal goed zal komen. Niemand die ik midden in de nacht uit bed kan bellen, die me spontaan op komt halen om iets leuks te gaan doen, met wie ik de slappe lach kan krijgen, samen van het goede genieten, tegen elkaar zeggen dat klagen en mopperen niet zal helpen of gewoon: Samen zijn.
Er zijn wel mensen die dat beloven of beloofd hebben, maar ze doen het niet. Er waren ook mensen met wie dat kon, maar die heb ik ooit- o, stommiteit- voor iemand ingeruild die graag niemand wilde zijn.
Aan de andere kant heb ik jaren geleden, toen ik begon aan de reis die ik nu mag gaan beëindigen, met mezelf afgesproken dat ik het helemaal alleen zou gaan doen.
Ik had al teveel goed bedoelde in-de-weg-loperij meegemaakt, te vaak 'ik zou het nooit zo doen' adviezen, of 'dat doet me veel verdriet' pogingen tot begrip op mijn weg gezien om daar nog langer over te willen en kunnen struikelen.
Ik heb nog één mens toegelaten, in de veronderstelling dat deze persoon me met onbevangen begrip en liefdevolle belangstelling terzijde zou kunnen staan. Ze kon het niet. Ze kon zelfs niet begrijpen dat ze me meer dan hevig pijn deed met haar 'verzoek' om toch vooral te blijven wat ik vroeger was...
Misschien reageerde ik veel te emotioneel, noem het ontzettend razend, woedend, boos, toen die ene druppel mijn emmer deed overlopen. Ik kon het geduld niet meer opbrengen. Met mijn handen vol aan mezelf, want ook de dingen die ik helemaal niet alleen wilde doen, kreeg ik helemaal op mijn bordje, dus ik niet meer de ruimte en de energie om geduldig en omstandig aan iemand over te brengen dat ze absoluut niet aardig voor andere mensen was.
Had ik ongelijk? Kweenie, maar de warme gevoelens en de innige vriendschap waren niet echt en oprecht genoeg om in te zien dat het op dat moment helemaal niet zo goed met me ging.
Lijk ik dan altijd zo sterk en zeker dat men van mij niet kan dulden dat ik zo nu en dan even zo'n momentje heb?
Hoe dan ook, kennelijk ben ik toch sterk of slim genoeg om het zover te kunnen laten komen dat een knappe dokter van mij gaat maken wat ik vijftig jaar geleden al had moeten zijn:
Een écht meisje.
Ik hoop nog voor het eind van dit jaar, het liefst nog net voordat Abraham op de stoep staat, dat scheelt me weer een hoop uitleg en dan hoef niet nog eens te luisteren naar die twee woordjes waar ik zo'n enorme hekel aan heb: "Ja, maar..."
Toch ben ik benieuwd of mijn familie enzovoort ook niks van zich laat horen als er een vijftigste jaardag in de lucht lijkt te hangen. Van mij mogen ze...
... dan ook wegblijven.
woensdag 16 februari 2011
Zonnnnnnnnnn !!!
vandaag was een echte 'voorjaar in je bol'-dag. Heerlijk, allemaal kinderen op het veld. Wat is dit een heerlijk hofje. Ik woon hier echt met veel plezier. Ik heb bijna heel de dag boodschapjes gedaan, lekker wandelen over het dorp. Toen ik vanmiddag vanaf de Markt door de Groenstraat naar huis liep, had ik lekker de zon op mijn snoet en ze was heerlijk warm. Ik moest nog dingen doen, anders was ik doorgelopen: De Groenstraat helemaal uit tot aan het bos.
Maar nu zit ik weer bezig e zijn. Het bos zal het vandaag zonder mij moeten stellen. Morgen ook, dan moet ik naar Amsterdam. Op bezoek bij de dokters van het Genderteam. Ik kom daar nu al bijna drie jaar. Het zullen er misschien wel vier, maar zeker geen vijf, worden.
Morgen krijg ik te horen of ik volgens hen klaar ben voor de laatste fase van mijn geslachtsaanpassing.
Ik vind zelf van wel. Ik weet nu dat ik nooit een jongen of een man geweest ben. Ik was iemand die er heel veel op leek. Zo veel dat hetero vrouwen zelfs verliefd op me werden en O, wat vond ik dat náár.
Maar dat zijn details, gevoelens met een hoog 'zie je wel' gehalte. Ik kan me nu niet voorstellen dat ik ooit man zal zijn, ik voel geen enkele behoefte om te veranderen wat ik nu heb bereikt. Ik wil wel verder ontwikkelen, zorgen dat mijn stem niet meer bromt, dat mijn baard niet meer groeit. Leren hoe ik vloeiender loop. Leren hoe ik flirt met een leuke man.
Drie jaar lijkt heel lang om iets te doen waarvan ik al bijna veertig jaar wist dat het ooit zou gaan gebeuren.
Nu merk ik dat drie jaar niet lang genoeg is om alles af te leren wat ik me liever nooit eigen had gemaakt.
Het hoorde erbij. Ik ben veel te braaf geweest. Altijd heel erg mijn best gedaan om te doen wat ik dacht dat de mensen van me verwachtten: Man zijn.
Het leek goed te gaan, maar het is niet gelukt. Nog langer proberen zou mijn dood geweest zijn. Misschien is dat ook wel zo? 'Hij' is dood en nu is het Carine. Als een soort Feniks tevoorschijn gekomen uit een donkere put.
Eindelijk voel ik dat het leven leuk is, dat problemen er zijn om overwonnen te worden, dat je gerust terug mag lachen als de zon of een mens je toelacht. Wat wonderlijk dat het leven zoveel pijn kan doen en wat gek om daar op deze manier van verlost te worden.
Heerlijk, die zon!
Maar nu zit ik weer bezig e zijn. Het bos zal het vandaag zonder mij moeten stellen. Morgen ook, dan moet ik naar Amsterdam. Op bezoek bij de dokters van het Genderteam. Ik kom daar nu al bijna drie jaar. Het zullen er misschien wel vier, maar zeker geen vijf, worden.
Morgen krijg ik te horen of ik volgens hen klaar ben voor de laatste fase van mijn geslachtsaanpassing.
Ik vind zelf van wel. Ik weet nu dat ik nooit een jongen of een man geweest ben. Ik was iemand die er heel veel op leek. Zo veel dat hetero vrouwen zelfs verliefd op me werden en O, wat vond ik dat náár.
Maar dat zijn details, gevoelens met een hoog 'zie je wel' gehalte. Ik kan me nu niet voorstellen dat ik ooit man zal zijn, ik voel geen enkele behoefte om te veranderen wat ik nu heb bereikt. Ik wil wel verder ontwikkelen, zorgen dat mijn stem niet meer bromt, dat mijn baard niet meer groeit. Leren hoe ik vloeiender loop. Leren hoe ik flirt met een leuke man.
Drie jaar lijkt heel lang om iets te doen waarvan ik al bijna veertig jaar wist dat het ooit zou gaan gebeuren.
Nu merk ik dat drie jaar niet lang genoeg is om alles af te leren wat ik me liever nooit eigen had gemaakt.
Het hoorde erbij. Ik ben veel te braaf geweest. Altijd heel erg mijn best gedaan om te doen wat ik dacht dat de mensen van me verwachtten: Man zijn.
Het leek goed te gaan, maar het is niet gelukt. Nog langer proberen zou mijn dood geweest zijn. Misschien is dat ook wel zo? 'Hij' is dood en nu is het Carine. Als een soort Feniks tevoorschijn gekomen uit een donkere put.
Eindelijk voel ik dat het leven leuk is, dat problemen er zijn om overwonnen te worden, dat je gerust terug mag lachen als de zon of een mens je toelacht. Wat wonderlijk dat het leven zoveel pijn kan doen en wat gek om daar op deze manier van verlost te worden.
Heerlijk, die zon!
maandag 14 februari 2011
Shit happens while your're busy planning a life
Hehe, ik kan het nog: Spreekwoorden bedenken.
Maar het wordt tijd dat ik weer eens wat nuttigs ga doen met mijn tijd.
Daar is mijn leven aan toe, de tekenen wijzen erop.
Van sommige dingen weet je dat ze zullen eindigen, al weet je niet altijd precies wanneer.
Sommige van die dingen duren al snel te lang, van andere wil je niet dat het ophoudt.
Vandaag heb ik allebei een beetje aan de hand. Wat ik graag wil dat eindigt, leek even nog veel langer te gaan duren en van iets wat ik liever niet wil zien eindigen, is de eindstreep veel te dichtbij.
Het einde van een era? Het moment om mezelf in de kraag te vatten, op mijn voetjes te zetten en te roepen
"Hier is het!! Lééf dan!!"
Ja, ik was een poosje niet meer in leven. Ik heb wel geleefd, best goed geleefd voor iemand als ik, mag ik wel zeggen. Maar ergens hield het op. In elk leven moet je kiezen. Niet kiezen is ook kiezen, maar meestal is dat de verkeerde keus.
Nu ben ik bang om opnieuw te beginnen. Ik weet niet eens waar ik moet beginnen. Ik durf dat niet eens te weten, want als ik verkeerd kies?
Als ik terugkijk op mijn vorige leven, ziet het eruit of ik het heel goed deed. O, wat ik allemaal niet mee heb mogen maken.....
Ik wil daar eigenlijk wel meer van. Maar ik voelde me toen al klein en heel onzeker. Te bang om te kiezen. En ik voel me nog lang niet groot en sterk genoeg om eindelijk wel te kunnen kiezen.
Komt het gewoon omdat ik geen keus heb? Dat ik het gewoon moet dóen?
De tekenen wijzen erop.....
Maar het wordt tijd dat ik weer eens wat nuttigs ga doen met mijn tijd.
Daar is mijn leven aan toe, de tekenen wijzen erop.
Van sommige dingen weet je dat ze zullen eindigen, al weet je niet altijd precies wanneer.
Sommige van die dingen duren al snel te lang, van andere wil je niet dat het ophoudt.
Vandaag heb ik allebei een beetje aan de hand. Wat ik graag wil dat eindigt, leek even nog veel langer te gaan duren en van iets wat ik liever niet wil zien eindigen, is de eindstreep veel te dichtbij.
Het einde van een era? Het moment om mezelf in de kraag te vatten, op mijn voetjes te zetten en te roepen
"Hier is het!! Lééf dan!!"
Ja, ik was een poosje niet meer in leven. Ik heb wel geleefd, best goed geleefd voor iemand als ik, mag ik wel zeggen. Maar ergens hield het op. In elk leven moet je kiezen. Niet kiezen is ook kiezen, maar meestal is dat de verkeerde keus.
Nu ben ik bang om opnieuw te beginnen. Ik weet niet eens waar ik moet beginnen. Ik durf dat niet eens te weten, want als ik verkeerd kies?
Als ik terugkijk op mijn vorige leven, ziet het eruit of ik het heel goed deed. O, wat ik allemaal niet mee heb mogen maken.....
Ik wil daar eigenlijk wel meer van. Maar ik voelde me toen al klein en heel onzeker. Te bang om te kiezen. En ik voel me nog lang niet groot en sterk genoeg om eindelijk wel te kunnen kiezen.
Komt het gewoon omdat ik geen keus heb? Dat ik het gewoon moet dóen?
De tekenen wijzen erop.....
zaterdag 12 februari 2011
Worstelen
Volgens mij zijn er eigenlijk maar heel weinig mensen die veel van mij weten. Ik ben best een gesloten karakter, is mij vaak gezegd.
En ik weet inmiddels dat mijn karakter me op dit punt soms heel erg tegenwerkt.
Maar hoe moeilijk is het om dat te veranderen als je al heel jong geleerd hebt dat de enige manier om te overleven is, dat je beter niemand vertrouwt.
Als kind werkte dat niet slecht, maar nu, als 'groot mens' is dat niet meer nodig. Nee, dat is niet goed gezegd.
Nu hoeft dat niet meer nodig te zijn. Nu ben ik groot en sterk. Ik heb toch wel bewezen dat ik tegen een stootje kan.
Maar ik ben nog steeds bang. Bang voor mensen, bang omdat ze me kunnen kwetsen - vreselijk kunnen kwetsen en eigenlijk ben ik vooral bang voor mijn eigen weerloosheid als het erop aankomt.
Dat is namelijk wat ik als kind geleerd heb: In elkaar duiken en wachten tot het over is. Vooral niet huilen, vooral niet laten merken dat je gekwetst bent, want als je huilt, krijg je nog meer klappen.......
Ik ben niet boos op degene die me dat geleerd heeft. Ik kan die persoon ook niet haten, net zomin als ik die persoon lief kan hebben. Ik ben er alleen maar bang voor.
Niet meer,
maar óók niet minder.
Nu wil ik afleren om bang te zijn. Sterk genoeg leren zijn om erom te lachten als het monster uit mijn jeugd weer tegen me gromt. Maar dat lukt nog niet.
Vorige week zat het weer eens tegen en ik kon mezelf nauwelijks genoeg in de hand houden om een uitweg, een oplossing te zoeken. Slapeloze nachten, dikke migraine en het spookbeeld dat ik mijn waardigheid weer kwijt was hadden me in hun monsterlijke greep.
Niemand hoeft me meer te slaan, ik ben prima in staat mezelf pijn te doen, want ik kan immers goed leren.
Nu ben ik weer uit dat dal. Ik slaap weer als een roosje (en wat geniet ik daarvan) mijn hoofd doet nergens pijn en ik ben hard bezig de boel op te lossen.
Maar ik ben toch wel geschrokken.
Geschrokken van mijn reactie op die situatie. Ik was opeens niet meer groot en sterk en al helemaal niet dapper.
Zal ik me ooit kunnen herinneren wat er gebeurd is in mijn prille jeugd? Zal ik ooit voor me zien wat mij zo bang heeft gemaakt?
Is het nodig dat ik dat monster opnieuw tegenkom, ermee vecht om ervan te winnen en zodoende niet meer gevangen te worden door mijn angst.
Of kan het op een andere manier?
Hoe dan ook, ik wil er vanaf. Dit is te moeilijk. Te zwaar voor mij. Ik wil verder met mijn leven. Ik wil open en eerlijk kunnen zijn. Ik hoef niet zo nodig 'aardig' meer gevonden te worden, want dat is alleen maar mijn manier om temidden van andere mensen te overleven. Ik wil niet alleen maar overleven.
Ik wil LEVEN!
En ik weet inmiddels dat mijn karakter me op dit punt soms heel erg tegenwerkt.
Maar hoe moeilijk is het om dat te veranderen als je al heel jong geleerd hebt dat de enige manier om te overleven is, dat je beter niemand vertrouwt.
Als kind werkte dat niet slecht, maar nu, als 'groot mens' is dat niet meer nodig. Nee, dat is niet goed gezegd.
Nu hoeft dat niet meer nodig te zijn. Nu ben ik groot en sterk. Ik heb toch wel bewezen dat ik tegen een stootje kan.
Maar ik ben nog steeds bang. Bang voor mensen, bang omdat ze me kunnen kwetsen - vreselijk kunnen kwetsen en eigenlijk ben ik vooral bang voor mijn eigen weerloosheid als het erop aankomt.
Dat is namelijk wat ik als kind geleerd heb: In elkaar duiken en wachten tot het over is. Vooral niet huilen, vooral niet laten merken dat je gekwetst bent, want als je huilt, krijg je nog meer klappen.......
Ik ben niet boos op degene die me dat geleerd heeft. Ik kan die persoon ook niet haten, net zomin als ik die persoon lief kan hebben. Ik ben er alleen maar bang voor.
Niet meer,
maar óók niet minder.
Nu wil ik afleren om bang te zijn. Sterk genoeg leren zijn om erom te lachten als het monster uit mijn jeugd weer tegen me gromt. Maar dat lukt nog niet.
Vorige week zat het weer eens tegen en ik kon mezelf nauwelijks genoeg in de hand houden om een uitweg, een oplossing te zoeken. Slapeloze nachten, dikke migraine en het spookbeeld dat ik mijn waardigheid weer kwijt was hadden me in hun monsterlijke greep.
Niemand hoeft me meer te slaan, ik ben prima in staat mezelf pijn te doen, want ik kan immers goed leren.
Nu ben ik weer uit dat dal. Ik slaap weer als een roosje (en wat geniet ik daarvan) mijn hoofd doet nergens pijn en ik ben hard bezig de boel op te lossen.
Maar ik ben toch wel geschrokken.
Geschrokken van mijn reactie op die situatie. Ik was opeens niet meer groot en sterk en al helemaal niet dapper.
Zal ik me ooit kunnen herinneren wat er gebeurd is in mijn prille jeugd? Zal ik ooit voor me zien wat mij zo bang heeft gemaakt?
Is het nodig dat ik dat monster opnieuw tegenkom, ermee vecht om ervan te winnen en zodoende niet meer gevangen te worden door mijn angst.
Of kan het op een andere manier?
Hoe dan ook, ik wil er vanaf. Dit is te moeilijk. Te zwaar voor mij. Ik wil verder met mijn leven. Ik wil open en eerlijk kunnen zijn. Ik hoef niet zo nodig 'aardig' meer gevonden te worden, want dat is alleen maar mijn manier om temidden van andere mensen te overleven. Ik wil niet alleen maar overleven.
Ik wil LEVEN!
donderdag 10 februari 2011
Goegel
Wat weet internet van me? Dat vraag ik me weleens af. Dus vanavond heb ik mezelf nog maar eens 'gegoegelt'.
Je weet immers maar nooit.
Ik weet nu alvast dat ik niet de enige ben die naar de heerlijke, melodieuze naam: "Carine de Graaf" luistert. Dat vind ik dus niet erg, nee. Ik vind het eigenlijk wel prettig om een stuk of wat naamgenotes te hebben. Lekker knus, lekker niet alleen. Hah!
Maar ik ben op internet te vinden. Dit blogje kwam minstens vier keer bovendrijven binnen pakweg 25 hits, dus als ik beroemd word, heb ik hier opeens een hele smak volgers (hallo lieverds! Ik ook van jullie, hoor!)
Maar dat weet ik, ik doe mijn best om niet al te schokkende dingen te roepen op mijn blogje. Ook dingen waarmee ik mezelf misschien weleens ooit zou kunnen beschadigen probeer ik voor me te houden. En voor mensen die me ooit zouden willen raken via mijn dierbaren: Bespaar je de moeite want iedereen haat me. De mensen die van me houden nog het meest en mijn huisdieren zijn allang een keer gekidnapt, vermoord, verongelukt en vervolgens weggelopen. Daarom heb ik helemaal geen geld meer. Punt!
Maar er zijn andere dingen. Misschien heb ik ooit weleens ergens op zo'n forum een vraag gesteld die iets van doen heeft met mijn stoelgang. Een vraag die zou kunnen verwijzen naar iets waar ik me halfdood voor schaam.
Stel dat iemand dat vindt en de openlijk de wereld instuurt: "Hé, moet je nou es luisteren wat ik van dat wijf van de Graaf weet!"
Of die keer dat ik heel erg in geestesnood zat en ergens op een besloten webstek voor lotgenoten iemand in een vlaag van geesteszwakte pijnlijk beledigd heb en die iemand die beledigd is blijkt Prinses Maxima te zijn.
Krijg ik straks de BVD of RVD of GVD op de stoep. Paparazzi erachteraan, mijn schattige snoetje breeduit in alle bladen. Krijg ik ook nog een interview door Albert Verlinde......
Het idee!!!!
Jasses. Ik heb al zo vreselijk veel lettertjes het wereldwijde web opgestuurd, dat het allang geen zin meer heeft mijn internet abo op te zeggen. Grote Broer heeft me allang gezien, dat kan niet anders.
Blijft toch de vraag of ik gevaarlijk, vermakelijk of buitengewoon interessant gevonden wordt.
En door wie natuurlijk.
Aan de andere kant maakt het niet uit. Kijk maar eens hoeveel mensen er gebiologeerd zitten toe te kijken hoe een boer een vrouw aan de haak probeert te slaan. Er is vast nog wel meer van die onzin waar ik niet eens iets van afweet, want ik heb geen televisie en ik ken niet heel veel mensen die de tijd (en zichzelf) doden met ernaar kijken.
Misschien wordt ik daar om ontdekt: 'Vrouw van bijna 50 die leeft zonder televisie, maar ze eet wel elke dag.
Kent zij misschien het geheim van de eeuwige jeugd???
Kreunn....
Dat vind ik dus helemaal vreselijke programma's: Gewone mensen die tòch anders zijn te kijk zetten. Is daar televisie voor bedoeld? Wat mij betreft niet.
Ik hou het wel bij internet, dan heb ik nog een beetje het idee dat ik zelf kan bepalen wat de wereld over mij weet. Als verder iedereen zijn mond houdt, tenminste.
Kletstantes. Dat hou je toch.
Je weet immers maar nooit.
Ik weet nu alvast dat ik niet de enige ben die naar de heerlijke, melodieuze naam: "Carine de Graaf" luistert. Dat vind ik dus niet erg, nee. Ik vind het eigenlijk wel prettig om een stuk of wat naamgenotes te hebben. Lekker knus, lekker niet alleen. Hah!
Maar ik ben op internet te vinden. Dit blogje kwam minstens vier keer bovendrijven binnen pakweg 25 hits, dus als ik beroemd word, heb ik hier opeens een hele smak volgers (hallo lieverds! Ik ook van jullie, hoor!)
Maar dat weet ik, ik doe mijn best om niet al te schokkende dingen te roepen op mijn blogje. Ook dingen waarmee ik mezelf misschien weleens ooit zou kunnen beschadigen probeer ik voor me te houden. En voor mensen die me ooit zouden willen raken via mijn dierbaren: Bespaar je de moeite want iedereen haat me. De mensen die van me houden nog het meest en mijn huisdieren zijn allang een keer gekidnapt, vermoord, verongelukt en vervolgens weggelopen. Daarom heb ik helemaal geen geld meer. Punt!
Maar er zijn andere dingen. Misschien heb ik ooit weleens ergens op zo'n forum een vraag gesteld die iets van doen heeft met mijn stoelgang. Een vraag die zou kunnen verwijzen naar iets waar ik me halfdood voor schaam.
Stel dat iemand dat vindt en de openlijk de wereld instuurt: "Hé, moet je nou es luisteren wat ik van dat wijf van de Graaf weet!"
Of die keer dat ik heel erg in geestesnood zat en ergens op een besloten webstek voor lotgenoten iemand in een vlaag van geesteszwakte pijnlijk beledigd heb en die iemand die beledigd is blijkt Prinses Maxima te zijn.
Krijg ik straks de BVD of RVD of GVD op de stoep. Paparazzi erachteraan, mijn schattige snoetje breeduit in alle bladen. Krijg ik ook nog een interview door Albert Verlinde......
Het idee!!!!
Jasses. Ik heb al zo vreselijk veel lettertjes het wereldwijde web opgestuurd, dat het allang geen zin meer heeft mijn internet abo op te zeggen. Grote Broer heeft me allang gezien, dat kan niet anders.
Blijft toch de vraag of ik gevaarlijk, vermakelijk of buitengewoon interessant gevonden wordt.
En door wie natuurlijk.
Aan de andere kant maakt het niet uit. Kijk maar eens hoeveel mensen er gebiologeerd zitten toe te kijken hoe een boer een vrouw aan de haak probeert te slaan. Er is vast nog wel meer van die onzin waar ik niet eens iets van afweet, want ik heb geen televisie en ik ken niet heel veel mensen die de tijd (en zichzelf) doden met ernaar kijken.
Misschien wordt ik daar om ontdekt: 'Vrouw van bijna 50 die leeft zonder televisie, maar ze eet wel elke dag.
Kent zij misschien het geheim van de eeuwige jeugd???
Kreunn....
Dat vind ik dus helemaal vreselijke programma's: Gewone mensen die tòch anders zijn te kijk zetten. Is daar televisie voor bedoeld? Wat mij betreft niet.
Ik hou het wel bij internet, dan heb ik nog een beetje het idee dat ik zelf kan bepalen wat de wereld over mij weet. Als verder iedereen zijn mond houdt, tenminste.
Kletstantes. Dat hou je toch.
vrijdag 4 februari 2011
Let's talk about... Music
Ik geloof dat ik heel mijn leven wel 'iets' gehad heb met muziek. Raar eigenlijk dat ik nooit een instrument heb leren bespelen. Misschien komt dat door mijn nogal platte opvoeding. Mijn vader was nogal geneigd om, wat tegenwoordig 'BN-ers' heet, te bestempelen als: "allemaal oplichters".
Bij mij leefde als kind al een soort klassenbewustzijn waardoor ik meende dat een eenvoudig, weinig ontwikkeld kind als ik, niet thuishoorde in de klasse van mensen die ontwikkeld en intelligent genoeg was om muziek te kunnen beoefenen.
Maar het luisteren ernaar vond ik een belevenis. Vooral de muziek die ik kon beluisteren met mijn hart was, en is nog steeds, een gebeurtenis voor me, haast belangrijker dan het leven zelf.
Toen 'Lady Madonna' van The Beatles een hit was, viel ik helemaal stil zodra het op de radio was. De wonderlijke klanken die erin zaten die ik toen nog niet eens kon plaatsen, in de zin van soorten instrumenten, maar die ik elke keer als het nummer speelde begroette als goede vrienden. De zangstem die klonk alsof 'ie uit een blikje kwam, de vervormde gitaar die vrijwel zonder dynamiek rondjes leek te draaien in een veel te kleine draaimolen. Het 'glijbaantje' waarlangs het zinnetje: "See how they run.." terechtkwam aan de voeten van het toonladdertje waarmee de gitaar het liedje weer aanslingerde en natuurlijk de solo, getrompetterd door een koortje. Ik vond het toen boven-wonderlijk en nu nog steeds geniaal, zoals zoveel werk van The Beatles.
Maar er is natuurlijk veel meer dan dat. Ik kan eindeloos veel momenten opnoemen die ik beleefd heb als een droom. Momenten waarop de tijd stilstond en ik van niks anders meer wist dan de muziek van dat moment. En het zijn veel verschillende. De film 'Paris, Texas' die ik ging zien in de bioscoop maar die totaal aan me voorbijging omdat de muziek van Ry Cooder mij een veel indrukwekkender verhaal vertelde dan wat er te zien was op het witte doek. En natuurlijk Koyaanisquatsi waar de minmal music van Philip Glass voor uitgevonden leek.
Later ben ik zelf toch in de muziek terecht gekomen. Ik heb veel optredens beleefd die ik me absoluut niet meer kan herinneren, maar zijn er ook waarbij ik me uitverkoren voelde omdat ik zo'n geweldig, krachtig moment van binnenuit mocht meebeleven. Sommige levensgroot, waarbij bijna een miljoen mensen betoverd waren door vier heel gewone stervelingen die toevallig op het goede moment in die bijzondere stemming waren waarin mensen zichzelf ontstijgen. Ook klein. Een sfeerloos zaaltje met een wankel podiumpje in een hoek met een handvol mensen eromheen die zich de onuitgesproken liefde lieten verklaren door de troubadour die er zijn voorstelling gaf.
Mijn liefde voor muziek heeft zich geuit in dwepen met kostbare geluidsapparatuur. In de loop van de tijd heb ik een aantal toestellen gevonden die ik kon betalen en waar ik uiteindelijk zeer tevreden mee ben. Het gaat niet om peperdure spullen, wel om merken die te goed zijn voor de electronicagigant op de meubelboulevard.
Ik geniet van mijn geluid, ik hou ervan. Ik heb nooit de indruk dat het onnatuurlijk klinkt. Er is niks waar ik me aan erger in de 'sound', zelfs niet al die eigenlijk best wel slechte opnames die in de loop van de tijd zijn gemaakt door hele grote platenlabels. Ik hoor de muziek en ik durf te stellen dat ik de muziek meestal hoor zoals de maker die bedoeld heeft.
Het mag ook gerust stil zijn, zoals gisteren de hele dag en nu weer. Dan luister ik naar de ruimte tussen de noten om te horen waar het uiteindelijk vooral om gaat.
Nee ik verklap het niet, maar als je het een beetje wil begrijpen zou je samen met me naar 'Spiegel im Spiegel' van Arvo Pärt moeten luisteren in een uitvoering zoals hij het geschreven heeft: Piano en viool.
En de luisteraar.
Dan heb je vanzelf geen tijd meer..
Bij mij leefde als kind al een soort klassenbewustzijn waardoor ik meende dat een eenvoudig, weinig ontwikkeld kind als ik, niet thuishoorde in de klasse van mensen die ontwikkeld en intelligent genoeg was om muziek te kunnen beoefenen.
Maar het luisteren ernaar vond ik een belevenis. Vooral de muziek die ik kon beluisteren met mijn hart was, en is nog steeds, een gebeurtenis voor me, haast belangrijker dan het leven zelf.
Toen 'Lady Madonna' van The Beatles een hit was, viel ik helemaal stil zodra het op de radio was. De wonderlijke klanken die erin zaten die ik toen nog niet eens kon plaatsen, in de zin van soorten instrumenten, maar die ik elke keer als het nummer speelde begroette als goede vrienden. De zangstem die klonk alsof 'ie uit een blikje kwam, de vervormde gitaar die vrijwel zonder dynamiek rondjes leek te draaien in een veel te kleine draaimolen. Het 'glijbaantje' waarlangs het zinnetje: "See how they run.." terechtkwam aan de voeten van het toonladdertje waarmee de gitaar het liedje weer aanslingerde en natuurlijk de solo, getrompetterd door een koortje. Ik vond het toen boven-wonderlijk en nu nog steeds geniaal, zoals zoveel werk van The Beatles.
Maar er is natuurlijk veel meer dan dat. Ik kan eindeloos veel momenten opnoemen die ik beleefd heb als een droom. Momenten waarop de tijd stilstond en ik van niks anders meer wist dan de muziek van dat moment. En het zijn veel verschillende. De film 'Paris, Texas' die ik ging zien in de bioscoop maar die totaal aan me voorbijging omdat de muziek van Ry Cooder mij een veel indrukwekkender verhaal vertelde dan wat er te zien was op het witte doek. En natuurlijk Koyaanisquatsi waar de minmal music van Philip Glass voor uitgevonden leek.
Later ben ik zelf toch in de muziek terecht gekomen. Ik heb veel optredens beleefd die ik me absoluut niet meer kan herinneren, maar zijn er ook waarbij ik me uitverkoren voelde omdat ik zo'n geweldig, krachtig moment van binnenuit mocht meebeleven. Sommige levensgroot, waarbij bijna een miljoen mensen betoverd waren door vier heel gewone stervelingen die toevallig op het goede moment in die bijzondere stemming waren waarin mensen zichzelf ontstijgen. Ook klein. Een sfeerloos zaaltje met een wankel podiumpje in een hoek met een handvol mensen eromheen die zich de onuitgesproken liefde lieten verklaren door de troubadour die er zijn voorstelling gaf.
Mijn liefde voor muziek heeft zich geuit in dwepen met kostbare geluidsapparatuur. In de loop van de tijd heb ik een aantal toestellen gevonden die ik kon betalen en waar ik uiteindelijk zeer tevreden mee ben. Het gaat niet om peperdure spullen, wel om merken die te goed zijn voor de electronicagigant op de meubelboulevard.
Ik geniet van mijn geluid, ik hou ervan. Ik heb nooit de indruk dat het onnatuurlijk klinkt. Er is niks waar ik me aan erger in de 'sound', zelfs niet al die eigenlijk best wel slechte opnames die in de loop van de tijd zijn gemaakt door hele grote platenlabels. Ik hoor de muziek en ik durf te stellen dat ik de muziek meestal hoor zoals de maker die bedoeld heeft.
Het mag ook gerust stil zijn, zoals gisteren de hele dag en nu weer. Dan luister ik naar de ruimte tussen de noten om te horen waar het uiteindelijk vooral om gaat.
Nee ik verklap het niet, maar als je het een beetje wil begrijpen zou je samen met me naar 'Spiegel im Spiegel' van Arvo Pärt moeten luisteren in een uitvoering zoals hij het geschreven heeft: Piano en viool.
En de luisteraar.
Dan heb je vanzelf geen tijd meer..
Abonneren op:
Posts (Atom)