zondag 15 mei 2011

Liefde is........

Mijn leven is een wonder. Dat is niet uitzonderlijk, want elk leven is een wonder. Dat drong eigenlijk pas echt tot me door toen mijn zoon werd geboren. Ik was de eerste die hem zag en ik was overdonderd. Een nieuw mens wat met één oog de wereld in keek. Eén oog vol van mens-zijn, vol wijsheid van een leven wat compleet is. Hij was een pasgeboren mens en alles zat er al in, wij opvoeders hoefden alleen maar zijn vragen te beantwoorden. De eerste jaren vooral de onuitgesproken vragen. Eigenlijk beschrijft dat mijn hele opvoedkundige basis.

Ik ben niet wijzer dan mijn kind. Ook niet verstandiger. Ik heb meer ervaring, maar of die ervaring nou helemaal de moeite van het overdragen waard is?
Als er iemand is die het leven op zeker moment helemaal niet meer in de hand had, was ik het wel. Zelfs zonder drugs is het me gelukt om zo goed als in de goot te belanden.
Op zeker moment had ik vrijwel niks meer. Het huis was verkocht, mijn gezin was niet meer bij me. Omdat mijn inkomen al bijna een jaar niet eens voldoende was om de vaste lasten te betalen, waren de rekeningen steeds meer veranderd in aanmaningen...
En ik wist me geen raad. Ik was moe. Meer dan moe. Te moe om me zorgen te maken. Te moe om te hopen dat het ooit nog goed zou komen.
Ik was te moe om een oplossing te bedenken. Het beste idee wat ik had, was om op weg te gaan naar Santiago de Compostella en te hopen dat ik onderweg rust in mijn hart en in mijn hoofd zou vinden.

Er waren allerlei redenen om niet te gaan. Misschien ga ik ooit nog op weg naar Santiago, maar dan niet als vlucht of als wanhoopsdaad. Misschien ga ik helemaal nooit.

Ik heb een weekje in m'n autootje gewoond en bij familie op de bank geslapen. Toen vertelde iemand me over 'de opvang'.
Een groot huis, ergens half weggestopt aan de uiterste rand van de stad waar plaats is voor ongeveer dertig mensen. Dertig mensen die, strikt genomen, dakloos zijn.
Het waren allerlei mensen. Hoog opgeleid of bijna niet geschoold. Gevoelige mensen en botte boeren. Leraren en handwerkslieden. Veel verschillende mensen. Heel veel boeiende mensen. Vaak mensen die een heel veelzijdig leven hadden geleid, die veel van de wereld gezien hadden.

En voor allemaal gold dat ze problemen hadden in hun leven, problemen die groter waren dan zijzelf.

De opvang was het nulpunt. Daar kon niet veel meer gebeuren. Daar klonterden we bij elkaar en we vertelden elkaar hoe gemeen Het Lot was wat ons zo had laten verrekken. Daar klaagden we over de instanties die niets meer voor ons konden doen....

En we huilden van onmacht. Niet waar de anderen bij waren, we hielden onszelf liever groot.
Ik was niet helemaal solidair met mijn lotgenoten. Ik besloot een weg te zoeken. Niet naar Santiago, maar naar mezelf, naar een beter leven. Misschien heb ik anderen kunnen inspireren om ook de somberheid af te schudden en een weg te gaan zoeken. Er waren enkelen die mij hebben geïnspireerd en daar ben ik heel blij om.

Misschien was het moeilijkste om op zeker moment hulp te aanvaarden. Soms is Hulp de vijand van je trots, je laatste greintje eigenwaarde. Of misschien is het wel andersom.
Mijn hulp was heel goed. Ik heb een aantal hele fijne mensen ontmoet. Stuk voor stuk hulpverleners die niet boven of voor je staan, maar mensen die naast je staan. Mensen die niks pretenderen.

Begaafd of bekwaam, wie zal het zeggen? Goed zijn ze zeker. Van sommigen ben ik gaan houden als van een goede vriendin. Ik vraag me ook af hoe het zo koud kan eindigen: "Je bent gegroeid; sterker geworden. Je redt het wel zònder mij. Tabé!!"

Eén van mijn liefste wensen is om deze mensen iets terug te geven. Niet iets stoffelijks, maar iets wat je ervaart. Een bijzonder moment waarop ik ze kan laten zien dat hun hulp, hun werk, iets moois heeft voortgebracht.

Een mens die een stralend leven leidt, dat wil ik zijn. En ik ga het doen ook.
Uit liefde.

vrijdag 13 mei 2011

Lascia ch'io pianga

Lazcia ch'io pianga is een aria uit de opera Rinaldo van G.F. Handel.
Ik ga niet uitwijden over Handel, ook niet over zijn werken, zelfs niet over de opera Rinaldo.

Deze ene aria is vandaag meer dan genoeg.

Ik heb de laatste tijd wel meer van die dagen dat deze aria me de hele dag bezig blijft houden.
Vandaag stond ik opeens, op een haar na, middenin de supermarkt te huilen. Natuurlijk dacht ik aan deze aria:
Láát me maar huilen........

Pas deze afgelopen weken heb ik kunnen huilen om het leven wat ik had en soms ook om het leven wat ik niet heb gehad.
Ik durf (of kan) nu ook beter begrijpen hoeveel verdriet het een vrouw kan doen wanneer ze geen kinderen kan krijgen. Niet dat ik dat zo voel. Ik heb immers twee hele mooie kinderen.
Het gebeurde toen ik mijn badkamertje schoon ging maken en opeens miste ik het maandverband. Dat heb ik niet, want ik heb het niet nodig. Ik mis alle onderdelen die een vrouw nodig heeft om ongesteld te worden. Niet alleen fysiek, maar opeens ook mentaal.

"Wees blij", hebben al zoveel vrouwen tegen me gezegd.
Ik was er nooit blij om. Ik vond het nooit 'een meevaller' dat ik 'het' nooit heb hoeven ondergaan.
Als je iets niet voelt, is het er vaak niet. Als dat iets is wat moet maken wat je had moeten zijn, mis je iets.
Als je weet wat je mist, vult die leegte zich spontaan met verdriet.

Láát me maar huilen
laat me zuchten omdat ik me niet vrij weet.......

En opeens zag ik heel veel jaren achter me die heel anders hadden moeten zijn. Misschien deed ik het als jongetje niet eens zo slecht, maar ik zat gevangen in een boze droom.
Boos voor mij.

Het ergste was, dat de dromen in je slaap vanzelf over gaan. Ik probeerde te doen alsof de boze droom die mijn leven was, ook een keer spontaan op zou houden.
Ik heb eindeloos gehoopt op een wonder. Ik heb gedroomd van een leven buiten de dagelijkse droom, alsof de pijn van mijn bestaan zo sterk zou kunnen zijn, dat ik er van los kon komen. Op het laatst kon ik niet eens meer huilen, alleen maar hopen op genade.

En deze week heb ik de tekst van die aria eens opgezocht en bestudeerd. Ik zag dat het pijnlijk goed past bij mij.
Maar hij is nog steeds prachtig.

Als de prins op het witte paard ooit mijn leven binnendraaft
Hoop ik te trouwen in een jurk, verblindend als maagdelijk wit
We zullen trouwen in een kerk, verheven en gewijd
niet voor God, maar voor het leven zelf.

Als ik naar het altaar schrijd,
zal er klein en helder een lied klinken
en ik zal huilen.
Láát me maar huilen

Lascia ch'io pianga 
mia cruda sorte,
E che sospiri la libertà
E che sospiri,
e che sospiri la libertà 
Lascia ch'io pianga 
mia cruda sorte, 
E che sospiri la libertà 


Il duolo infranga 
queste ritorte 
de miei martiri 
sol per pietà 
de miei martiri 
sol per pietà 

Lascia ch'io pianga 
mia cruda sorte,
E che sospiri la libertà
E che sospiri,
e che sospiri la libertà 
Lascia ch'io pianga 
mia cruda sorte, 
E che sospiri la libertà 

woensdag 11 mei 2011

Visite

Ik had vandaag gezellig bezoek. Echt heel gezellig. Honderduit met elkaar zitten kletsen en nog lang niet alles gezegd wat er te zeggen valt, dus we hebben een goeie reden om binnenkort nog eens samen een bakkie te doen.
Op zich valt er best veel te zeggen over de band die mijn visite en ik hebben, alleen de manier waarop we elkaar hebben leren kennen is een verhaal wat zich zomaar laat vertellen. Misschien komt dat nog wel, nu niet. Ik hou het lekker onder ons en de anderen laat ik lekker in spanning. Het mooiste was misschien wel het begrip. We hebben elkaar meer dan een jaar niet gezien of gesproken en nu zitten we weer tegenover elkaar alsof het gisteren was. Gewoon de draad weer oppakken. Een bakkie en een koekie erbij, giechelend dat we echt wel om de lijn denken. En praten, heel veel praten. Gewoon gezellig en goed.

Nu bedenk ik me dat de kunst van vriendschap bijna hetzelfde is als de kunst van jezelf zijn. Wat mij betreft betekent het dat ik nu niet meer zo onzeker ben over mezelf. Waar ik me kortgeleden nog moeilijk een houding wist te geven omdat ik me steeds afvroeg hoe ik over zou komen, leer ik uit middagen als vandaag dat ik me dat helemaal niet af moet vragen. Mensen die me eenmaal kennen zal het werkelijk een zorg zijn, voor hen ben ik 'gewoon Krien' en daar word ik blij van.

Dus Anita: Dikke Knuf !!!

Het maakte wel wat los. Tien ik vanavond de dag nog eens overdacht, ging ik even ruim tien jaar terug in de tijd. Ik dacht aan de millenniumwisseling en hoe ik toen aan het werk was op de Dam in Amsterdam. Geen idee wat de toekomst zou brengen en dat was maar goed ook. Als ik toen zou weten wat er in de tien jaar daarna allemaal voor me in het verschiet lag, was ik afgehaakt.
Nu maakt het me soms nog erg verdrietig maar ik ben toch blij dat ik er doorheen ben. Het is nu goed en het wordt nog beter.
Eerst maar eens leren 'nee' zeggen als dat het goeie antwoord is. Ik heb me weer eens om laten praten om iets te gaan doen waar ik nu al buikpijn van krijg. Het ergste is dat ik er al een keer voor bedankt heb, dus is het ook wel behoorlijk respectloos en ik vind het ook onbeschoft van degene die me, tegen beter weten in, gevraagd heeft. Ik vind het alleen zo vervelend dat ik nu opnieuw moet gaan vertellen 'dat ik het toch niet doe'.
Dus als er nog iemand een (aankomend) belichter kent die van pakweg 28 mei tot zeg 15 juni op vrijwillige basis een stuk of twintig uitvoeringen van een schoolmusical wil draaien, laat het me zo snel mogelijk weten, dan kan ik de klus doorgeven en hoef ik me niet schuldig te voelen.

Anders moet ik morgen toch weer gaan bellen om te zeggen dat er waarschijnlijk iets verkeerd is overgekomen, blabla, smoessmoes......

Of zal ik ze gewoon deze blog sturen. Dan kunnen ze zien dat ik in elk geval op zoek ben gegaan naar een vervanger.

Iemand???

zondag 8 mei 2011

Zwerftochtje

Vandaag heb ik mezelf een kadootje gegeven. Ik was het helemaal niet van plan, want het huis moet schoon. De afgelopen twee weken heb ik er niet veel aan gedaan, namelijk. De badkamer heeft een beurt gehad en alle dingen die niet op hun plek stonden of lagen, heb ik opgeruimd Ondertussen mocht de wasmachine ook aan het werk. Alles was vlot gedaan dus ik ging lekker vroeg lunchen. Met dit weer natuurlijk in de achtertuin.
Terwijl ik daar zat, bedacht ik me dat ik opeens een heerlijke lange middag voor de boeg had. Echt zo'n middag om er op uit te gaan.

Naar Pannehoef!

Ik kreeg tranen in mijn ogen bij het idee. Pannehoef is voor mij niet zomaar een plek. Ik weet niet goed hoe ik het moet omschrijven. Het is een plek, of eigenlijk een gebied, waar ik altijd als er iets ingrijpends gaande was in mijn leven, naartoe getrokken word. De laatste weken dacht ik er vaak aan, maar het kwam er steeds maar niet van om te gaan. Geen tijd, te moe. Dat soort dingen.

Nu kon het opeens. Ik had de tijd en de energie, dus ik ben op mijn trouwe omafiets op pad gegaan. Via het Liesbos en op mijn gevoel die kant op. Heerlijk in de zon terwijl de wind en mijn rokje druk met elkaar aan het kibbelen waren, kwam ik daar.

En het was helemaal anders dan anders.
Het gevoel wanneer je de zolder opruimt in een huis waar je jaren hebt gewoond. Allemaal herinneringen die je uit allerlei dozen tegemoet springen.
Zoiets was het.

Allerlei momenten uit mijn leven vanaf de tijd dat ik net uit huis was, want toen ontdekte ik Pannehoef en het hele prachtige gebied eromheen. Opmerkelijk genoeg zag ik geen blije momenten, alleen maar zorgen, getob en verdriet.
Mijn leven was een zwerftocht. Vanaf mijn tienertijd heb ik een weg gezocht om te kunnen zijn hoe ik me voel maar die weg kon ik niet vinden omdat ik maar bleef proberen een echte man te zijn en ik weet nu dat ik daar zelf nooit in geloofd heb.

Ik hield niet van mijn leven, maar ik hield wel van wat ik daarin tegenkwam, zelfs van al dat verdriet wat ik terugzie in de bomen en de vennen daarginds.

Pannehoef is veranderd. Er liggen nu strakke, gladde fietspaden die heel druk gebruikt worden. Er wordt ijs gevent op de plek die jarenlang zo heerlijk verlaten was. Er komen maneges, theetuinen en aardbeienterassen in de plaats van zwijgzame boeren die noest hun land bewerken.

Ik zit er niet mee. De schoonheid blijft, maar toch heb ik zonder spijt afscheid genomen van een plek die soms de enige op de wereld was waar ik me vrij kon voelen.

Mijn leven is veranderd. Ik weet nu hoe ik de weg moet vinden. Misschien kan het zelfs langs mooie strakke paden, dan kom je namelijk veel verder dan in mul zand waar wielen niet in willen draaien.

Ik ben via een een wijde omweg teruggefietst: Rijsbergen, Mastbos en Breda-centrum. Ik heb vanmiddag ruim 40 kilometer gefietst en het blij dat het weer kan, dat mijn conditie weer heel veel beter is.
Dit zwerftochtje was als een opmaat voor een grotere reis.

Eentje met een doel!!!

zaterdag 7 mei 2011

Moederdag

Een paar dagen geleden heb ik uitgelegd dat ik een heel leven als man heb geleefd. Ik zeg weleens voor de grap dat ik een mooie toekomst achter de rug heb. Alles erop en eraan. Ook twee kinderen. Hele lieve, mooie, bijzondere kinderen. Soms kan ik zelf niet eens echt geloven dat deze twee prachtige jonge mensen MIJN kinderen zijn. Het lijkt wel een droom.

Hoe vreselijk lief, bijzonder en weet-ik-wat-nog-meer ze zijn, hebben ze vandaag met stip bewezen.
Even na de middag kwamen ze onverwacht op visite. hij en zij samen. Een reuze verassing voor me, want we hadden niks afgesproken en ze zijn, zeker in het weekend, altijd druk met hun bezigheden, en daar val ik gewoonlijk niet onder.

En ze kwamen niet zomaar; ze hadden een pakje bij zich. Een sierlijk doosje vol kleine verpakkinkjes met geurtjes en zeepjes en crêmes en ook nog een cadeaubon van de drogist.

Voor Moederdag.

Dus nou weet ik hoe het is om Moeder te worden.

Vals Kreng!

Vandaag begon weer heel mooi en goed, tot ergens net na de lunch. Ik meende dat ik met mijn zoon had afgesproken, maar hij was niet thuis. Hij was naar een vriend. Blijkbaar ergens een misverstand. Eigenlijk vond ik het niet eens heel erg vervelend, wel jammer, want het gaf me tijd om een paar best dringende zaken af te handelen.
En ik had opeens tijd om rustig een deel van mijn weekend inkopen te doen. Dacht ik.

Sommige kinderen vervelen zich aan het eind van een week vakantie. En er schijnt een soort regel te bestaan die zegt: "Als je jezelf verveelt, moet je ook een ander vervelen."
En die ander was ik. Twee smiespelende, monkelende, gebberende rotjochies hebben me in de supermarkt de hele tijd gestalkt. Ik weet niet waarom uitgerekend mij. Ik houd het er maar op dat ik gewoon 'aan de beurt' was.
Toen ik eenmaal zover was dat ik af ging rekenen, had ik al bedacht dat ik gewoon een pak melk over de ettertjes leeg zou gieten als ze nog een keer hinderlijk dichtbij zouden komen.
Mijn lichaamstaal heeft mijn plan verraden, want ik had helemaal geen last meer van ze.

Maar mijn telefoon ging...
Dit was meteen de laatste keer dat ik in de supermarkt de telefoon aanneem. Ik vind het namelijk zo dom, goedkoop en aso om in de winkel te lopen bellen. Bovendien vind ik het heel naar voor de cassiëre als er iemand bellend tegenover haar staat.

Daar komt nog bij dat ik heel erg bezig ben om mensen uit te leggen dat ze me over belangrijke zaken juist niet mobiel moeten bellen maar moeten mailen. Ik wil niet in het openbaar praten over mijn financiën, mijn gezondheid of andere persoonlijke, gevoelige of vertrouwelijke dingen. Mail werkt veel discreter en mijn smartfoon lust ook e-mail, hoor!

Dit keer werd ik gebeld door een mens wat begon te ratelen over een pensioenoverzicht. Ik kan me niet herinneren dat ik zoiets in de afgelopen jaren heb gezien. Ik heb geen pensioenopbouw, ik heb altijd gewerkt voor bedrijven die van hun personeel verwachten dat ze zich doodwerken, dus pensioen is volgens hen weggegooid geld; doen ze niet aan. Maar het mens bleef maar dreinen en ik moest mijn pincode invoeren. Weet je hoeveel mijn PIN, mijn foonnummer, mijn postcode en mijn sofinummer op elkaar lijken. Weet je hoeveel energie het kost om al die nummers uit elkaar te houden? Als als dan op dat moment iemand via de telefoon 'meneer' tegen me zegt, ploft er iets. Ik heb letterlijk tegen de vrouw aan de telefoon gezegd: "Ik ga U nu ophangen!"

Einde gesprek.

Ik ben al een jaar bezig met logopedie. Wanneer iemand een jaar of dertig als een man heeft gepraat, gaat dat niet meer vanzelf over. Dat moet je leren. Letterlijk met pijn en moeite. Ik geloof dat ik nu zo ver ben dat ik niet meer klink als vroeger, maar nog niet echt vrouwelijk. Ik kan het wel, maar daar moet ik heel veel moeite voor doen en vooral heel erg concentreren. Letterlijk nadenken bij elk woord wat ik zeg.
Gieberende, gebberende, monkelend rotjochies kunnen je heel goed uit je concentratie halen.
Onverwacht gezeur over geld doet me ook geen goed. Dan valt het woordje 'meneer' meer dan rauw op mijn dak.
Ik was echt van slag. Ik heb thuis mijn hele boekhouding doorgeworsteld en ik heb geen spoor van een pensioenoverzicht gevonden.

Als dat mens me weer belt, giet ik een pak melk over d'r heen!

donderdag 5 mei 2011

5 mei.

Vandaag hebben we de vrijheid gevierd. Ik wel in ieder geval. maar dan op mijn manier.
Geen mooier gevoel dan een vrij gevoel.

Voor wie het nog niet doorhad: Ik ben een transvrouw. Dat gekke woord betekent dat ik een vrouw ben die geboren is in het lichaam van een man en die opgegroeid is in het leven van een jongetje, later een man.
Begrijpen doe ik het zelf amper, maar de intense (geestelijke) pijn was heel hevig en die zou dodelijk zijn geweest als ik niet had gekozen om de lichamelijke verandering te ondergaan in de hoop dat ik me daardoor beter zou voelen.

O, wonder; het is gelukt, zelfs al heb ik nog een eindje te gaan.
Vandaag heb ik me heel bewust gerealiseerd dat ik vreselijk blij ben dat het kan, want er zijn helaas nog vreselijk veel plekken op de wereld waar transmensen het vreselijk zwaar te verduren hebben. Er zijn zelfs landen waar ze letterlijk op straat dood worden geslagen. Niet zelden is de politie de dader. Alle andere gevallen van mishandeling en vernedering zijn teveel om op te noemen. Als je echt meer wil weten, kun je films gaan zien als 'boys don't cry' of  'soldier girl' of gewoon zoeken op de website van Amnesty International onder LGBT.

Maar hier in ons rare landje is het anders. Hier kan ik gewoon leven in vrijheid. In waardigheid. Hier kan ik me vrolijk maken om een paar jongvolwassen knapen die iets grappigs zeggen als: "Zo'n lange meid is weer es wat anders, jôh". Ik kan over straat wandelen met mijn rug recht, haren wapperend in de wind en blij zijn met mijn spiegelbeeld in een winkelruit: Twee meter nog wat, met mijn klakkende hakjes erbij.

Mensen kijken naar me, maar iedereen mag elkaar bekijken. Niemand wordt bang als ik naar ze lach.

Deze vrijheid wil ik elke dag vieren. Niet alleen voor mij. Voor iedereen. Ik gun het ons van harte.

En verder ben ik blij met mijn nieuwe gitaar. Fonkelnieuw! Niet zo'n dure en dat is te merken. Ik heb alle fretten bij moeten vijlen, want er zaten nare randjes aan, toch zitten de bracings en de trekstang waar zij bij hele dure gitaren ook zitten en hij klinkt zuiver en vol. Absoluut goed genoeg voor een beginner als ik.

Ik ben ook blij met mijn nieuwe therapeut. Ze lijkt me een wereldmens. Ik verwacht echt dat ze de plek van haar voorgangster gelijkwaardig in zal vullen, maar ik hoop echt dat ik deze 'nieuwe' niet zo vaak hoef te spreken. Ik denk dat ik mezelf onderhand wel kan redden. Ik ben immers een grote meid.

Vandaag had ook een brok-in-de-keel moment. In de trein naar huis las ik een paar hele lieve berichtjes van mensen die mijn blog hebben gelezen. Ik word weer helemaal stil als ik eraan terugdenk. Jullie zijn lief!

Gelukkig heb ik ook nog een koffiezetter gekocht bij de habbekratswinkel, eentje van 10 tot 12 kopjes, dus als je in de buurt bent, lief mens............

Tot dan!