dinsdag 23 november 2010

still believe

Zaterdag 20 november 2010 heb ik, samen met heel veel andere mensen, geschreeuwd om cultuur.
Als je kijkt naar mijn leventje van dit moment, is dat misschien niet zo toepasselijk. Ik doe immers weinig of niks aan cultuur. Ik luister muziek vanaf CD, de radio of via Internet. Misschien is mijn smaak of voorliefde wat elitair geworden in de loop der jaren, dat zal ik niet ontkennen. Tussen de platen die ik soms al meer dan 30 jaar bezit staan artiesten als Kate Bush en U2. Wat verderop in de tijd duiken namen als Miles Davis en Keith Jarrett op.
Tegenwoordig staat hier bijna altijd Radio 4 aan. Klassiek.

Maar ooit was ik deel van de wereld die Rock'n'Roll wordt genoemd. Niet als toehoorder met een leren jas aan.
Nee, ik zat er middenin. Ik ontweek de sex, bedankte voor de drugs maar ik was elke 'saturday night' te vinden waar het allemaal gebeurde. Hoeveel kilometers asfalt bij nacht heb ik gezien, hoeveel bezwete jonge mensen die een avond beleefden alsof het de laatste van hun jonge leven zou zijn - of juist de eerste. Ik heb van ze gehouden als van mezelf, ik heb ze gehaat uit het diepst van mijn hart.

Ik was nooit allen, weleens eenzaam als we moe en bezweet op weg gingen naar een bed, ergens, om neer te storten, uit te puffen. In die donkere uren op die oeverloos saaie zee van zwart teer met witte strepen dobberden we soms als schipbreukelingen, vreemdelingen, troubadours die op weg waren om in deze of gene uithoek de rust te verstoren van mensen die hun leven ingevuld hadden met regelmaat en regels.

Degene die me leerde hoe mooi en toch betrekkelijk dit alles was noemde zichzelf een fenomeen, een Rock'n'Roll junkie. Hij zong dat hij nooit clever zou worden, toonde zich aan de wereld als een berekende idioot of als een onverhoopte filosoof. Hij zou licht blijven geven als een eternal flame...

Maar het leven is sterker dan leven zelf. een jaar of tien geleden hield het voor hem op. Ik raakte toen iets kwijt. Was het een deel van mijn jeugd? van mijzelf? van mijn opvoeding?
Of ontdekte ik eindelijk dat het geen zin heeft om je leven te vullen met doen-alsof?

In de jaren daarna heb ik ermee gevochten. Ik heb in hoeken en gaten gekeken waar ik liever niet over vertel, onder anderen de plek waar je heen moet om zelf je leven te kunnen afbreken. Ik ben er doorheen gekomen.
Gisteren heb ik uitgelegd als wie en wat, dus daar laat ik het maar bij.

Maar zaterdag jongstleden stond ik voor het Chassé theater, een plek waar ik ook een band mee heb. Daar en toen, bij het vallen van de avond, op het breekpunt tussen zaterdagmiddag en Saturday night, gebeurde er iets. Toeval bestaat niet, het was even of alles speciaal voor mij was bedacht.

Op dat podium daar in de kou stelden zich de koperblazers van het Brabants Orkest op, samen met een popband. Ik was benieuwd welke mix tussen klassieke- en lichte muziek ze voor ons bedacht hadden.
Als speciale gast werd Brabants' beroemdste saxofonist aangekondigd: Bertus Borgers.
Ja; die ene, die man die als geen ander het scheurend koper van de sax kon voegen naar het moeizaam kreunende keelgeluid van Herman Brood.
Bertus Borgers waar ik altijd als vanzelf dat lickje achteraan hoor en dan het zinnetje:
"You make me feel like I've drawn a losers card...."

Ik schreeuwde nog in stilte: "Dit doe je niet, nee! Doe het niet!"
Maar daar was dat lickje en dan het zinnetje, dus ik heb het laten komen zoals het kwam.

Het was zo vreemd. Die muziek op het plein voor het theater. Dat theater waar ik ooit collega's was met Joost. Diezelfde Joost die me zoveel jaar eerder voor het eerst liet zien hoe je kunt toveren met spotlights, theaterdoek en zetstukken. Joost die mij verliefd liet worden op de eeuwige, zachte schimmelgeur waar elk goed theater van doortrokken is. Dezelfde Joost die er niet meer is, die eenzelfde stap nam als Herman om er maar niet meer te hoeven zijn.

Ik stond daar en ik zag ze samen glimlachen naar mij. Nog heel even voelde ik me verbroederd, want eigenlijk ben ik ook gestopt, als het ware.
Maar ik ga verder, opnieuw verder. Daar waar ik steeds bang was om mijn oude leven als een last mee te moeten torsen, weet ik sinds deze week dat het avontuur wat ik jarenlang beleefd heb misschien wel mijn grootste schat is.
Ik heb geglimlacht naar hen, ze een heimelijk kushandje toegeworpen en ik dacht: "It ain't my way to quit, mom......  "

Toen ben ik door de kou en het duister naar huis gefietst. Ik heb mezelf een flink bord hete snert voorgezet en nog maar eens bedacht dat er helemaal niks mis mee is om mijn leven op mijn manier te leven.......

:)

maandag 22 november 2010

Changes

Oplettende lezers hebben het misschien al gezien of je wist het al, maar ooit leefde ik als jongetje. Later als man en een jaar of wat geleden kwam ik erachter dat ik dat niet kon. Ik weet niet hoe het zit, volgens sommige geleerden zitten er verschillen tussen hersens van jongetjes en meisjes en dan zou ik meisjeshersens hebben.

Om het heel plat te zeggen: "Tussen  mijn oren ben ik een wijf".
Of dat het enige is waardoor ik me zo onprettig, later ongelukkig en uiteindelijk doodziek ben gaan voelen in het leven wat ik probeerde te leiden als man, weet eigenlijk niemand. Onderzoek is nog volop gaanden, maar omdat er in verhouding heel weinig mensen zijn met hetzelfde ongenoegen als ik, is er voor de geleerden niet veel onderzoeksmateriaal voorhanden, dus het gaat nog een poos duren eer ze kunnen verklaren wat er allemaal een rol speelt in deze wonderlijke toestand.

Omdat ik besloten heb om niet meer te doen aan 'stel dat' en ook niet meer aan 'wat als' ga ik zo min mogelijk speculeren. Hier en nu is wat ik heb.
Daarbij heb ik ook het geluk gehad om eens dieper in de wereld van Esoterie te kijken en meteen ook wat meer in contact te komen met ziekten waar je niet tegenop kunt.
Tegenwoordig is mijn God het leven zelf en daarbinnen kom ik al zoveel bovennatuurlijke toestanden tegen dat ik me afvraag waar lieden die in 'iets ergens boven' geloven nou toch voor proberen te vluchten?

Maar dat is niet mijn punt. Ik begon iets te vertellen over verandering. Mensen die mij al heel lang kennen vinden dat ik veranderd ben, dat ik een grote stap genomen heb. Misschien vinden ze dat ik gek ben, of zielig of juist heel dapper.
Ik vind zelf dat ik alleen maar datgene doe wat nodig is om het beste van mijn leven te maken. Diep van binnen ben ik niet veranderd. Wat ik zie als ik alles loslaat en mezelf bekijk, zie ik Mijzelf. Als ik alle eigenschappen samen vat tot één begrip, noem ik mezelf Levenslustig.
Ik hou van het leven.
De keuze die ik een paar jaar geleden voor me zag was sterven of opnieuw gaan leven. Opnieuw, want heel veel van de dingen die ik als jongen en als man deed, zijn na-aperij. Er was niet heel veel eigen aan wat ik deed en hoe ik leefde. Ik probeerde te zijn als de mannen om me heen en deed hen na.
Nu ben ik dat allemaal opnieuw aan het beschouwen. Soms raak ik helemaal de kluts kwijt, maar ik kom er helemaal doorheen.
Ik noem het geen veranderen, ik noem het verwerkelijken. Sinds een paar jaar ben ik bezig te worden zoals ik me werkelijk voel. Dat is niet het leukste wat je als volwassen mens kunt doen. Het doet soms meer pijn dan ik kan beschrijven, maar achter elke donkere dag schijnt de zon iets helderder als voorheen en zolang ik eerlijk ben tegen mezelf en vertrouw op mijn levenszin is het heel goed vol te houden.

Ik probeer momenteel te leven met de dag. De weg duurt nog minstens drie jaar en daar probeer ik niet te veel aan te denken, want dat is nog behoorlijk lang. Toch kan ik het niet laten om me stilletjes af te vragen of de levenslustige IK die in me zit uiteindelijk net zo krachtig en helder aan de oppervlakte komt.

Ik hoop het voor jullie, want ik ben in werkelijkheid een heel fijn mens.

Boelveel liefs.

Carine XX

zaterdag 20 november 2010

Zaterdag

Hoe bedenk ik zo'n kopje: 'Zaterdag' en dat op zaterdag. Applaus voor mezelf!
Straks ga ik in de stad schreeuwen. Nou ja, solidair zijn. Ik ben namelijk niet zo schreeuwerig. Bovendien wil ik een beetje voorzichtigjes doen met mijn stemmetje, het bromt namelijk nog steeds.

Verder zit ik heel erg te twijfelen over mijn lidmaatschap van een internet-lotgenoten-praatgroepje.
(niet schrikken: Ik ben lotgenoot maar bij tijden geniet ik ontzettend van mijn lot)
Degene die dat beheert is namelijk niet 100% stressbestendig. Ze is in de voorbije jaren meer dan eens met hartklachten uitgevallen en wat ik nu zie gebeuren lijkt wel heel erg op andere keren. Ik zou er haast iets onder durven verwedden dat deze dame de komende kerst in bed door moet brengen, al dan niet in een ziekenhuis.

Nadeel van haar toestand is wel dat het forum niet meer is wat het had kunnen zijn. Af en toe lijkt het wel of Basil Fawlty de boel runt. Er wordt niet meer gemodereerd, er wordt gecensureerd. Berichtjes die ik gepost heb zijn opeens zonder nadere uitleg verdwenen, de boel gaat te pas en te onpas op slot of is zomaar tijdelijk uit de lucht en ik durf bijna niks meer te schrijven want alles wat niet past in het wereldbeeld van Basil Fawlty is 'fout'.

Het is voor mij niet de vraag of ik nog lid wil blijven, het is voor mij een kwestie van wanneer ik daar vertrek. Misschien vandaag nog wel.....

Maar verder gaat het goed met me, hoor. De afgelopen twee weken waren behoorlijk pittig maar ik vind zelf dat ik me er goed doorheen geslagen heb. Ik ben wel heel erg moe, maar het is nu weekend dus ik hou het kalm en rustig. In elk geval een beetje bloggen, want het was even stil hier. Mijn otobio ligt alweer een paar daagjes stilletjes te sudderen. Dat was namelijk één van de moeilijke dingetjes in de voorbije weken: Als je gaat graven in je verleden ontdek je weleens iets wat allerlei emoties oproept. Misschien is mijn leven wat meer bewogen dan dat van veel anderen, dat weet ik zo niet, maar er waren wel wat momenten die destijds te heftig waren om echt helemaal door te laten dringen. Als het dan gaat om een serie gebeurtenissen heb je later opnieuw een momentje nodig om het allemaal eens rustig te verwerken. Daar ben ik dus tot en met vorig weekend zoet mee geweest.

Deze week was gewoon druk. Lange dagen, intensieve dagen, vermoeiende dagen, spannende momenten en dan heb ik nog steeds het gevoel dat er best weinig gebeurt in mijn kleinschalige leventje.

Het meest indrukwekkende was het weerzien met een stel ex-collega's. Hun reacties waren zo hartelijk en lief. Het is moeilijk onder woorden te brengen wat het met me doet, maar ik voel me er helemaal warm door van binnen.
Het meest emotionele was deze week voor mij de eerste fysieke voorbereiding op de operatie (waar ik nog meer dan een jaar op moet wachten) die er hopelijk voor gaat zorgen dat ik me niet mismaakt meer voel.

Maar nu ga ik eerst de stad in: Schreeuwen om cultuur.
De zon schijnt, dus het wordt vast prachtig!

maandag 15 november 2010

Hangen en Jonger

Ach, laat mij ook eens hier en daar een suffig woordspelinkje neer kliederen.Ik doe dat anders nooit...

Maar ik had dus een klein weekje echte, authentieke Prinsenbeekse Hangjongeren voor mijn deur. Eerst dacht ik dat het wel zou moeten kunnen, een paar van die knaapjes die kennelijk in het portiek stonden te schuilen voor het slechte weer. Zulke kinderen zijn tenslotte ook maar mensen en het is al treurig genoeg wanneer je als ongeveer veertienjarige niet gewoon bij Mamma thuis naast de verwarming mag zitten.

Mijn medeleven was wel en niet terecht, want ze bleven terugkomen om te schuilen> het is deze week behoorlijk bar geweest. Zelf als je niet beter zou weten, had je nog gedacht dat het november was.Maar wat is er dan met jongens van een jaar of veertien die op een gure doordeweekse avond, als de wereld nat een koud is, in een wildvreemd portiek samen staan te klonteren?

Het waren geen arme sloebertjes. Hun kleren waren schoon en heel en allemaal volgens de laatste mode. Ze dronken geen alcohol. Dat hadden ze ook niet kunnen kopen, want daar zijn ze nog te jong voor. Ze stonden wel te roken. Hele dure sigaretten, geen goedkope tabak van Aldi of Liddl.
Nou weet ik dat sigarettenrook soms zoetig kan ruiken. Dit rook nog wat zoeter, wat weeïger. Ik durf haast te zeggen: Als THC-damp.

Van mij mogen ze dat allemaal, hoor - al vraag ik me toch wel af of het een optimale manier is om je op een sprankelende toekomst voor te bereiden. Het punt was, dat ik het gewoon niet fijn vond om elke avond een clubje 'bengels' op amper meer dan een muurdikte van mijn vredige woonkamertje te weten. Ook het idee dat er vast mensen bestaan die erover denken om bij mij op bezoek te komen, die misschien op het laatste moment besluiten om het bezoek uit te stellen. Misschien heeft deze jeugd de schijn tegen, maar er zijn nu eenmaal mensen die simpelweg schrikken en bang worden van een groepje jonge mannetjes zo 's avonds in het portiek van een flat waar ze geen van allen wonen.

Ik heb gewikt en gewogen, diverse belangen en behoeften tegenover elkaar gezet en uiteindelijk moest ik eerlijk toegeven dat de rust in en om mijn hutje me in de loop van het afgelopen jaar zo vreselijk intens dierbaar is geworden, dat ik die niet prijs wil geven. Aan niemand, dus ook niet aan hangende jongeren. Eerst ben ik, gewapend met mijn kleine hartje en de moed der vertwijfelden, naar ze toe gegaan. Ik heb ze verzocht om direct te vertrekken en zij beloofden om dat ook -direct- te doen.
Een uur later stonden ze er nog.

Had ik al gezegd dat ik niet heel erg van spelletjes houd? De tweede keer ben ik simpelweg gaan melden dat ik verder niet aan zou dringen en er al helemaal niet over peinsde om te onderhandel: Ik heb gemeld dat ze op een plek stonden waar ze niks te zoeken hadden, waar ze hinderlijk waren en waar ze weg moesten. Mijn Plek! Ik heb ze eerlijk verteld dat ik het onderhandelen en argumenteren over ging dragen aan mensen die dat veel beter kunnen dan ik, namelijk de politie...

In een vorig leven zou ik het gruwelijk met iedereen eens geweest zijn dat het helemaal niet lief, zelfs bot en gemeen is van mij om de politie erbij te halen. Het gevolg zou zijn dat ik elke avond met strakke schoudertjes gespannen zou zitten luisteren of ze nog steeds braaf zouden staan te blowen, of dat er misschien al eens eentje in mijn voortuin zou staan te pissen. Ik zou me onzeker afvragen of het wel verstandig zou zijn om 's avonds van huis te gaan, want er zitten wel goede sloten op de terrasdeuren, maar de ramen zijn heel simpel, kwetsbaar glas.En als ik weg had durven gaan, zou ik niet onbevangen thuiskomen, want zo'n groepje jongens tegenover een vrouw alleen... Je hoort weleens van die dingen...

Dus ik dacht bij mezelf: "Die ettertjes weten heel goed dat ze hier beter niet kunnen gaan hangen. Ze konden met hun ogen dicht aan zien komen dat er iemand zou komen vertellen dat ze op moesten zouten, dus waarom zou ik die iemand niet zijn?"
In de tweede plaats heb ik al een heel leven te pas en te onpas de wensen en verlangens van anderen vóór laten gaan op die van mij. Op het laatst was ik alles kwijt, tot aan mijn ruggengraat toe.
Dus nu ben ik aan het oefenen om te kiezen voor wat ik wil, kan en mag hebben. Zonder ruggengraat krijg je dat lang niet altijd voor elkaar, dus mag je gerust hulp vragen. De politie leek me wel een aardige keus. Daan hoef ik immers geen familie, vrienden of bekenden op te zadelen met toestanden die ook heel goed verkeerd uit kunnen pakken.

Ik denk niet dat de hangjongeren waar ik last van had terug zullen komen voor wraak. Eigenlijk zaten er een paar hele aardige jongens bij. Van die types die spontaan met twee woorden spreken als je ze alleen tegenkomt. Zouden ze begrijpen dat ik niet vervelend deed om wie of wat ze zijn, maar dat ik het niet fijn vond wat ze deden.

Vast wel. En anders leg ik het nog wel eens aan ze uit.

donderdag 11 november 2010

Zie ginds komt....

Wat een mooie storm vandaag, zeg! Ik heb er lekker doorheen gewandeld onder mijn knaloranje paraplu. Gelukkig is die heel stevig, want soms wilde de wind 'm met alle geweld stukmaken, maar dat is niet gelukt.

Ik had een afspraak op het dorp. Meestal doe ik zoiets op de fiets, maar vandaag ben ik echt blij dat ik ben gaan lopen. Wat lijkt het lang geleden dat ik zó genoten heb van de herfst! Jarenlang vond ik herfst niet leuk. Misschien komt het omdat mijn vader tien jaar geleden in de herfst is overleden. Vaders worden oud, gaan dingen mankeren en dan komt er een dag dat je hoort dat hij in het ziekenhuis is opgenomen. Eerst was er nog hoop en plotseling niet meer. Ik heb niet eens echt afscheid van hem kunnen nemen. Ik heb de laatste keer dat ik alleen bij hem was iets gefluisterd in de trant van:
 "Is dit nou de manier waarop ik afscheid moet nemen van mijn vader? Ik kan je niet eens meer de hand drukken. Niet eens meer in de ogen zien. Wat moet ik zeggen? 'Het ga je goed, Pa?'."

En toen was ik stil. Hij ook.

De jaren daarna was herfst de tijd van nat, koud, donker en kil in mijn lijf. Ik was er bijna aan gewend...

Maar nu is de herfst weer Mooi!!! Ik durf ervan te genieten, spontaan genieten!
Ik ben vanmiddag na mijn afspraak nog naar de winkel gegaan en heb melk, pepernoten en cacao gekocht.

Thuis lekker kaarsjes aangestoken om het grauwe halflicht mooi te maken, een hete choco gemaakt en met de pepernoten erbij heb ik Sinter-knus gevierd. Heerlijk!

Ik heb ook nog drie woorden op de muur geschreven. Niet letterlijk op het behang maar op het schoolbord.

'Integer'
'Optimistisch'
'Berustend'

Er schiet me nu niks te binnen wat ik daar nog aan toe wil voegen. Er zal vast nog wel wat te bedenken zijn, maar deze kwamen op als de woorden die ik in mijn blazoen wil schrijven. Zó wil ik leven.

Alles en iedereen in zijn waarde laten.
Nooit de dag door somberheid laten beheersen.
Weten dat je niet alles kunt veranderen.

Dat is even in het kort, hé?

Ik vond dat ik het vandaag goed deed met mijn Sinterknus feestje.
Het was echt een geweldige dag!

dag!

dinsdag 9 november 2010

Ik en apparaten....

Er was eens een tijd dat de wereld meende dat 'techniek' wel wat voor mij zou zijn. Hoe men nou precies op dat idee is gekomen, mag een klinkklaar raadsel heten, want apparaten en ik, ik en apparaten.....  ?

Laat ik het een drama noemen. 

Zolang alles werkt zoals ik van de dingen verwacht is er niks aan de hand, maar owee als er een kink in de kabel zit. Dan weet ik niet waar ik het zoeken moet. Dan kan ik soms uren, dagen, weken bezig zijn met het onwillige tuig. De oplossing is vaak onwaarschijnlijk simpel, althans in de ogen van mensen die wel kundig en bekwaam zijn op het gebied van kinken in kabels. 
Voor mij is het een uitputtingsslag. Ik stel een diagnose die eigenlijk nergens op gebaseerd is. Nouja, op onkunde en verkeerde aannames. Neem mijn prachtige nieuwe Modem. Ik wist uiteindelijk zeker dat het ding niet in orde was. Ik had de klachtomschrijving al helemaal klaar. Uitgebreid onderzocht met behulp van twee computers, dus geen twijfel mogelijk.

Die ene monteur zag het in één keer: Er zat een fout apparaatje tussen de stekker en de modem. Klaar.....
Nu heb ik een printer en ik weet het niet. Hij print, kopieert, scant. Eigenlijk doet 'ie alles wat hij moet doen, maar ik voel me niet goed bij het apparaat, want de printjes zagen er niet goed uit. Dat zou toch niet mogen bij een nieuw-uit-doos apparaat.
Ik had 'm alweer ingepakt met alles wat erbij in de doos zat er weer bij in de doos en ik was al helemaal klaar om ermee terug te gaan naar de winkel, maar omdat de winkel dicht was, heb ik de printer weer uit de doos gehaald en aangesloten. Even één en ander geprint en nu weet ik het niet meer. Dat laatste ding wat ik heb afgedrukt ziet er prachtig uit. 
Zou het dan toch weer aan mij liggen?

Ik ga er maar van uit. Ik denk dat ik maar op zoek ga naar een hypnotiseur die mijn technische achtergrond kan wissen. Ik ben toch niet van plan daar nog veel mee te doen. Ik word er vooral sjagrijnig van. Dat gepruts allemaal, bah!

Dan heb ik ruimte in mijn hoofd om te vullen met kennis waar ik blij van word. Mensenkennis lijkt me bijvoorbeeld prachtig, zodat ik niet meer de fout maak figuren te geloven die me zomaar dingen wijsmaken.
Zodat ik meteen weet dat mensen die mij een schroevendraaier in mijn handen proberen te praten, dat vooral doen om hun eigen volslagen onhandigheid te overschreeuwen. 
Zodat ik meteen zie wanneer iemand niet is wat 'ie lijkt. 

Of kunnen berusten in het leven. Niet tobben over een miskoop maar erom glimlachen en vaststellen dat de mensheid gelukkig nog steeds niet de status van 'onfeilbare grootheid' heeft bereikt. Grinnikend naar de haperende printer kijken en bedenken dat ik het beste een goede vriend kan opbellen om samen een kop thee of een drankje mee te drinken en intussen te luisteren wat hij met een printer als deze zou doen. Missschien wil hij dat dan zelfs vóór mij doen. Dan mag hij daar morgen mee naar de winkel en als hij terug komt van het omruilen kunnen we samen lunchen en tegen elkaar zeggen dat er niets gezelligers bestaat als een kapotte printer.

Of zal ik gewoon mijn technische achtergrond steeds verder naar de achtergrond laten verdwijnen. Eigenlijk gebeurt dat al. Ik voel me er goed bij en dus blijkbaar nóg beter worden. Hoe minder technisch ik me voel, hoe makkelijker ik kan berusten. De verloren tijd van rommelen met kapotte apparaten vul ik met zoveel meer liefde en plezier met zaken die ik fijn vind.
Een blogje schrijven bijvoorbeeld.

Als jullie dit alles met half zoveel aandacht en genot lezen als waarmee ik het geschreven heb, zijn jullie nu eventjes heel erg gelukkig.

XX

maandag 8 november 2010

Regen en Zonneschijn

Regen en zonneschijn wisselen elkaar af. Dat heb ik weleens horen zeggen. Jullie misschien ook, in een andere vorm waarschijnlijk, maar dat maakt niet uit.
Welk van de twee het vervelendst is, valt niet altijd met zekerheid te zeggen. Dat ligt aan... euhm... Dingen... Zaken... Toestanden en gedoe.

Mijn verdrietige bui is over. Dat werd ook hoog tijd: Drie weken malaise is best hard werken om doorheen te komen. Waar dat nou precies door kwam? Misschien de tijd van het jaar, dit is het jaargetijde waarin mijn vader stierf en afgelopen weekend zou een man met wie ik vrij intensief ben opgetrokken 64 jaar geworden zijn. Hij is een paar jaar geleden nogal dramatisch aan zijn einde gekomen.
Misschien dat ik dan toch onbewust en ongewild in het gevoel van verlies ben gevallen. Door dat gevoel raakte er iets van slag wat hormonen betreft en voor ik het wist zat ik vreselijk droevig te wezen met een snoet vol pukkels op de koop toe.

De betere bui duurt alweer een week. Ik heb in die week behoorlijk veel dingen gehoord en geleerd. Het was eigenlijk een hele wonderlijke week. Zo'n week waarna je tegen jezelf zegt: "Ik ben gegroeid!"
Misschien zou ik iedereen die iets heeft bijgedragen moeten bedanken, maar zouden al die mensen snappen wat er aan de hand is?

Ach laat ik de grote lijn gewoon volgen en iedereen die dit leest of dit kent van horen zeggen gewoon bedanken.

"Bedankt allemaal! Ik ben heel blij met jullie! Ja, jullie allemaal! Dikke kus van mij, jullie zijn lief!"

Asjeblieft...