Vandaag dacht ik dat het me moest gaan lukken een prachtige blog te schrijven. Maar nu ik ervoor ga zitten weet ik me leeg. Geen fraaie volzinnen in mijn hoofd, geen kleurrijk onderwerp.
Gewoon niks. Zelfs als ik gewoon ergens aan probeer te denken, komt er niks.
Op dit moment voel ik me ongeveer als mijn bovenbuur die momenteel lekker zit te genieten van dorre carnavalsmuziek.... (en ik geniet ongewild mee. Maar ik ben de beroerdste niet. Hij krijgt er een stukje Stanley Clarke voor terug. Lief van me, hè?)
Nee, zo erg is het gelukkig niet.
Wat het lot, toeval of gewoon: Het moment me in de afgelopen dagen heeft aangereikt, is heel wat. Ik was er vol van, dus misschien wel even aan leeg-zijn toe?
Het klinkt heel logisch, maar vrouw & logisch is nooit wat het lijkt. Leeg zijn betekent voor mij dat ik het alleen zijn heel erg beu begin te worden. Nou hoef ik niet direct iemand bij me in huis te hebben, behalve misschien mijn kinderen. Ik bedoel meer iemand de hier lekker aan komt waaien en aanvoelt dat ik Stanley Clarke niet alleen maar lekker stevig aan heb staan om mijn buurman's culturele bagage wat meer substantie te geven.
Ik heb het over mensen met wie ik gewoon tijd en interesses kan delen, lekkere gesprekken kan voeren. Die ik zomaar kan bellen om te vragen of hij/zij die en die film ook wil zien? En dan, zonder verder overleg om kwart vóór bij de bios afspreken....
Klink ik te romantisch?
Ik ben niet opgegroeid met vrienden, het is stilgevallen rond m'n 28ste. In twintig jaar kan er een hoop veranderen. Gaan mensen van ongeveer 50 nog wel naar de film?, vraag ik me af. Vanaf welke leeftijd laten ze je niet meer binnen in de bios?
Gekheid, natuurlijk.
Het is gewoon heel moeilijk om nu tot leven te komen. Ik heb zo lang geen vrienden om me heen gehad dat ik nu niet meer weet hoe ik ze moet vinden.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat vrienden mij niet zouden kunnen vinden. Degenen die dit lezen weten alvast dat ik Stanley Clarke niet verkeerd vind ('Thunder', met Marcus Miller en Victor Wooten).
Ik was trouwens niet alleen mijn vrienden een beetje kwijt, ik had ook niet echt het idee meer dat ik mijn eigen leven nog aan het leiden was, maar dat achterliggende verhaal is teveel voor dit blogje.
Laat ik volstaan met te melden dat het allemaal aan het bijtrekken is.
Geweldig drumgeluid op deze CD, maar dat terzijde....
woensdag 23 februari 2011
Wanhoop en Wangedrag
Toen mij na heel veel jaren duidelijk werd, dat ik alleen uiterlijk een man was, wist ik meteen dat doorgaan met de schijn ophouden onmogelijk en uiteindelijk zelfs dodelijk zou zijn.
Ondanks die wetenschap, heb ik toch nog een jaar of wat getobd zonder mijn lichaam en mijn leven aan te passen aan de vorm waar ik kan bestaan zonder erover na te hoeven denken of dit wel waar is.
De grootste en op het laatst enige reden om niet aan de waarheid toe te geven was angst.
Niet de angst voor het onbekende, ook niet de angst dat ik iets verkeerd zou doen.
Het was de angst dat men mij niet zou accepteren. Ik was bang dat ik, wanneer ik me als vrouw zou gaan kleden en gedragen, uitgelachen en bespot zou worden door de hele wereld.
Als man vond ik mezelf veel te groot, lomp en lelijk. Ik was niet elegant, op geen enkele wijze charmant en ik miste elke verfijning, dus ook dat wat ik als typisch vloeiend-vrouwelijk beschouw.
Een wezen met die eigenschappen zou volgens mij nooit de indruk kunnen wekken dat er werkelijk een vrouwelijke ziel in dat lijf huist.
Als jongen en als man werd ik al vaak uitgelachen, gepest en zelfs in elkaar geslagen. Ik nam aan dat dit alleen maar erger zou worden wanneer ik me als 'verklede vent' op straat zou durven vertonen.
Ik heb toch de moed en de kracht gehad om het erop te wagen.
Het is alles meegevallen. Natuurlijk ben ik bang geweest, onzeker. Ik wist me vaak bekeken, aangestaard zelfs. Maar ik kan me niet herinneren dat iemand ooit een opmerking heeft gemaakt die bedoeld was om mij te kwetsten, laat staan erger.
Uiteindelijk was en is soms nog steeds mijn eigen angst en mijn onzekerheid voor mij een grotere belemmering voor een bloeiend sociaal leven, dan de reacties van mensen die mijn pad kruisen.
Mijn angst en mijn onzekerheid zijn eerder kenmerkend dan uitzonderlijk voor transvrouwen die beginnen aan hun transitie. Ik heb begrepen van mensen die het weten kunnen, dat ik juist opvallend weinig last schijn te hebben van mijn angst. De enkele keer dat ik echt bang ben geweest in het openbaar, heb ik me redelijk makkelijk over die angst heen kunnen zetten. Ik ben nooit in paniek geraakt, het is nooit voorgekomen dat ik me van schrik dagenlang heb opgesloten in mijn huisje. Ik heb het steeds voor elkaar gekregen om tegenover elke negatieve ervaring meerdere positieve ervaringen te plaatsen.
Ik dacht steeds dat deze dapperheid in mijn karakter zat. Het zit 'm niet in mijn opvoeding.
Dacht ik steeds....
Je opvoeding houdt niet op zodra je niet meer bij pappa en mamma woont. Eigenlijk gaat die heel je leven door.
Ik dacht tot heel kort geleden dat mijn leven als man helemaal passé was. Ik had daar dingen gedaan die weinig of niks te maken hebben met mij als Carine. Dat geloofde ik met heel mijn wezen. Met verstand zei me dat het onmogelijk moet zijn om je leven zo radicaal te 'breken'.
Het is ook niet gebeurd. Veel dingen van 'toen' blijven gewoon bestaan en zijn nog even krachtig en waardevol als ze waren. Het lukt me steeds beter om mijn 'verleden ik' niet als man of als verborgen vrouw te herinneren, maar als persoon. Heel neutraal. De twijfel vervaagt. Ik ben wie ik ben en het heeft er alles van weg dat vrouw-zijn het beste bij me past.
Nu ontsta ik opnieuw. Ik heb opeens een heel leven om op terug te kijken. Een vat vol gebeurtenissen die me hebben gevormd tot de persoon die ik nu kan zijn. Nu weet ik bijvoorbeeld, dat de jaren waarin ik als roady met blues- en rockbandjes door Nederland (en ver daarbuiten) getourd heb, mij hebben geleerd om de dreiging die van gewone mensen uitgaat op waarde te schatten en te hanteren.
De keren dat ik geschoffeerd, gekwetst, beledigd, bedreigd, besmeurd, gehinderd, getergd, getart of gewoon lastiggevallen ben in die jaren zijn letterlijk niet te tellen. Ik geloof niet dat ik op dat gebied ben afgestompt; ik zou het voor geen goud opnieuw willen beleven. Maar ik pluk nu wel de vruchten van deze levensles.
Ik heb mijn angst niet overwonnen, ik heb hem mogen cultiveren.
Buiten dit, heb ik nog veel andere dingen geleerd, kennis opgedaan, ervaring opgebouwd. Eerlijk gezegd wist ik nooit wat al dat moois voor mij in mijn mannenrol kon betekenen.
Nu ik zie dat er geen breuk in mijn leven is, kan ik gaan oogsten.
Ik denk dat ik een hele grote meid ga worden....
Ondanks die wetenschap, heb ik toch nog een jaar of wat getobd zonder mijn lichaam en mijn leven aan te passen aan de vorm waar ik kan bestaan zonder erover na te hoeven denken of dit wel waar is.
De grootste en op het laatst enige reden om niet aan de waarheid toe te geven was angst.
Niet de angst voor het onbekende, ook niet de angst dat ik iets verkeerd zou doen.
Het was de angst dat men mij niet zou accepteren. Ik was bang dat ik, wanneer ik me als vrouw zou gaan kleden en gedragen, uitgelachen en bespot zou worden door de hele wereld.
Als man vond ik mezelf veel te groot, lomp en lelijk. Ik was niet elegant, op geen enkele wijze charmant en ik miste elke verfijning, dus ook dat wat ik als typisch vloeiend-vrouwelijk beschouw.
Een wezen met die eigenschappen zou volgens mij nooit de indruk kunnen wekken dat er werkelijk een vrouwelijke ziel in dat lijf huist.
Als jongen en als man werd ik al vaak uitgelachen, gepest en zelfs in elkaar geslagen. Ik nam aan dat dit alleen maar erger zou worden wanneer ik me als 'verklede vent' op straat zou durven vertonen.
Ik heb toch de moed en de kracht gehad om het erop te wagen.
Het is alles meegevallen. Natuurlijk ben ik bang geweest, onzeker. Ik wist me vaak bekeken, aangestaard zelfs. Maar ik kan me niet herinneren dat iemand ooit een opmerking heeft gemaakt die bedoeld was om mij te kwetsten, laat staan erger.
Uiteindelijk was en is soms nog steeds mijn eigen angst en mijn onzekerheid voor mij een grotere belemmering voor een bloeiend sociaal leven, dan de reacties van mensen die mijn pad kruisen.
Mijn angst en mijn onzekerheid zijn eerder kenmerkend dan uitzonderlijk voor transvrouwen die beginnen aan hun transitie. Ik heb begrepen van mensen die het weten kunnen, dat ik juist opvallend weinig last schijn te hebben van mijn angst. De enkele keer dat ik echt bang ben geweest in het openbaar, heb ik me redelijk makkelijk over die angst heen kunnen zetten. Ik ben nooit in paniek geraakt, het is nooit voorgekomen dat ik me van schrik dagenlang heb opgesloten in mijn huisje. Ik heb het steeds voor elkaar gekregen om tegenover elke negatieve ervaring meerdere positieve ervaringen te plaatsen.
Ik dacht steeds dat deze dapperheid in mijn karakter zat. Het zit 'm niet in mijn opvoeding.
Dacht ik steeds....
Je opvoeding houdt niet op zodra je niet meer bij pappa en mamma woont. Eigenlijk gaat die heel je leven door.
Ik dacht tot heel kort geleden dat mijn leven als man helemaal passé was. Ik had daar dingen gedaan die weinig of niks te maken hebben met mij als Carine. Dat geloofde ik met heel mijn wezen. Met verstand zei me dat het onmogelijk moet zijn om je leven zo radicaal te 'breken'.
Het is ook niet gebeurd. Veel dingen van 'toen' blijven gewoon bestaan en zijn nog even krachtig en waardevol als ze waren. Het lukt me steeds beter om mijn 'verleden ik' niet als man of als verborgen vrouw te herinneren, maar als persoon. Heel neutraal. De twijfel vervaagt. Ik ben wie ik ben en het heeft er alles van weg dat vrouw-zijn het beste bij me past.
Nu ontsta ik opnieuw. Ik heb opeens een heel leven om op terug te kijken. Een vat vol gebeurtenissen die me hebben gevormd tot de persoon die ik nu kan zijn. Nu weet ik bijvoorbeeld, dat de jaren waarin ik als roady met blues- en rockbandjes door Nederland (en ver daarbuiten) getourd heb, mij hebben geleerd om de dreiging die van gewone mensen uitgaat op waarde te schatten en te hanteren.
De keren dat ik geschoffeerd, gekwetst, beledigd, bedreigd, besmeurd, gehinderd, getergd, getart of gewoon lastiggevallen ben in die jaren zijn letterlijk niet te tellen. Ik geloof niet dat ik op dat gebied ben afgestompt; ik zou het voor geen goud opnieuw willen beleven. Maar ik pluk nu wel de vruchten van deze levensles.
Ik heb mijn angst niet overwonnen, ik heb hem mogen cultiveren.
Buiten dit, heb ik nog veel andere dingen geleerd, kennis opgedaan, ervaring opgebouwd. Eerlijk gezegd wist ik nooit wat al dat moois voor mij in mijn mannenrol kon betekenen.
Nu ik zie dat er geen breuk in mijn leven is, kan ik gaan oogsten.
Ik denk dat ik een hele grote meid ga worden....
maandag 21 februari 2011
Symphonie van treurliederen
No mother, do not weep,
Most chaste Queen of Heaven
Support me always
"Zdrowas Mario"(*)
Bovenstaande is een gebed wat door de, toen achttienjarige, Helena Wanda Blazusiakówna op 26 september 1944 in de muur van cel 3 is gekrast in het hoofdkwartier van de Gestapo in Zadopane, Polen.
(*) Zdrowas Mario (wees gegroet, Maria) -de opening van het gebed tot de H. Maria in het Pools
Henryk Górecki heeft dit gebed gebruikt in het tweede deel van zijn symphony nummer 3:
Symphony van treurliederen.
De eerste keer dat ik deze symphonie hoorde, kwam er een beeld in me op van een componist of andere kunstenaar, al een wat oudere man, die op een kalme, mistige herfstdag het bos in was gelopen en zijn handen in een grote hoop herfstbladeren had gestoken. Hij woelde en voelde steeds dieper in de hoop, tot hij er bijna tot aan zijn schouders in zat. Hij raakte met zijn handen de zwarte, vochtige grond onder de hoop bladeren, woelde nog dieper tot hij met zijn gezicht in de herfstbladeren zat. Opeens grepen zijn handen iets vast en met een lange, beheerste beweging trok hij tevoorschijn wat hij daar had vastgegrepen:
Deze Symphonie.
Sommige mensen beweren dat Górecki dit werk geschreven zou hebben ter nagedachtenis van de slachtoffers die zijn gevallen in de kampen in Polen in de jaren 1939 - 1945.
Het zou kunnen. In het werk klinkt de machteloosheid, het ongrijpbare verdriet door, wat veel mensen sinds 1945 gevoeld hebben en nog zullen voelen als ze tot zich door laten dringen welke 'industrie' de Nazi's bij plaatsen als Treblinka, Sobibor, Belzec, Majdanek, Chelmno en nog een paar hebben opgezet.
Ik ben één van die mensen. Als ik mijn gedachten richt op wat men toen en daar gedaan heeft. Als ik probeer de gezichten te zien van mensen die daar waren om er te verdwijnen, welt er een verdriet in me op, wat groter voelt dan mijzelf. Ik heb geprobeerd te begrijpen wat het was: De Endlösing. Het idee en vooral hoe dat werkelijkheid heeft kunnen worden. Welke onmenselijkheid hebben mensen in zich om zoiets te kunnen maken.
Misschien kunnen we deze hele operatie en alles wat het mogelijk heeft gemaakt de geuzennaam "Het Dertiende Wereldwonder" geven. Dertien is het getal van het ongeluk, het getal waar zelfs mensen die niet bijgelovig zijn soms voor huiveren. Een wereldwonder omdat het gebeurde je gevoel voor werkelijkheid steeds ontstijgt. Het is te groot voor je verstand.
Toen ik keek naar de documentaire 'Shoah' van Claude Lanzmann uit 1984, bekroop me meer dan eens het gevoel dat ik zat te kijken en te luisteren naar een verzonnen verhaal. niet omdat het onecht leek, maar omdat de verhalen zo onwerkelijk zijn:
Braaf treinkaartjes kopen voor al die mensen die je soms wel wekenlang op reis stuurt.
Mensen die op de plaats van bestemming aangekomen - na die hele lange reis - binnen een paar uur vergaan zijn tot as, tot stof. Tot niets dan het restant van een idee van haat wat nergens vandaan lijkt te komen.
Hoe kun je mensen die je nooit gekend hebt zo intens haten dat je er een levenswerk van maakt deze onbekende mensen te doden en te vernietigen? Bij duizenden, bij miljoenen......
Eén van mijn wensen is ooit nog een aantal van de plekken waar dit gebeurd is te bezoeken. Ik wil weten of de aarde zich het leed herinnert, of dat het mijn gedachten zijn die lading aan deze plekken geven. Moeder aarde was immers altijd onpartijdig en onschuldig. Haar zwaartekracht is voor iedereen gelijk.
Misschien is Moeder Aarde de enige die dit kan begrijpen omdat zij de mensen al zoveel langer en zoveel beter kent dan de mensen zelf.
Misschien is Moeder Aarde niemand minder dan God in eigen hoedanigheid? Ik weet het niet. Zij is veel groter dan mij. Laat mij maar geloven in het leven zelf, zoveel makkelijker is het om te bekennen dat ik lang niet alles en zeker niet iedereen kan begrijpen, ook niet hoef te begrijpen.
Maar ik wil wel proberen te doorzien hoe sommige dingen hebben kunnen gebeuren.
Misschien kan ik dan het leven vertellen dat ze zulke dingen niet nog eens hoeft te proberen.
Most chaste Queen of Heaven
Support me always
"Zdrowas Mario"(*)
Bovenstaande is een gebed wat door de, toen achttienjarige, Helena Wanda Blazusiakówna op 26 september 1944 in de muur van cel 3 is gekrast in het hoofdkwartier van de Gestapo in Zadopane, Polen.
(*) Zdrowas Mario (wees gegroet, Maria) -de opening van het gebed tot de H. Maria in het Pools
Henryk Górecki heeft dit gebed gebruikt in het tweede deel van zijn symphony nummer 3:
Symphony van treurliederen.
De eerste keer dat ik deze symphonie hoorde, kwam er een beeld in me op van een componist of andere kunstenaar, al een wat oudere man, die op een kalme, mistige herfstdag het bos in was gelopen en zijn handen in een grote hoop herfstbladeren had gestoken. Hij woelde en voelde steeds dieper in de hoop, tot hij er bijna tot aan zijn schouders in zat. Hij raakte met zijn handen de zwarte, vochtige grond onder de hoop bladeren, woelde nog dieper tot hij met zijn gezicht in de herfstbladeren zat. Opeens grepen zijn handen iets vast en met een lange, beheerste beweging trok hij tevoorschijn wat hij daar had vastgegrepen:
Deze Symphonie.
Sommige mensen beweren dat Górecki dit werk geschreven zou hebben ter nagedachtenis van de slachtoffers die zijn gevallen in de kampen in Polen in de jaren 1939 - 1945.
Het zou kunnen. In het werk klinkt de machteloosheid, het ongrijpbare verdriet door, wat veel mensen sinds 1945 gevoeld hebben en nog zullen voelen als ze tot zich door laten dringen welke 'industrie' de Nazi's bij plaatsen als Treblinka, Sobibor, Belzec, Majdanek, Chelmno en nog een paar hebben opgezet.
Ik ben één van die mensen. Als ik mijn gedachten richt op wat men toen en daar gedaan heeft. Als ik probeer de gezichten te zien van mensen die daar waren om er te verdwijnen, welt er een verdriet in me op, wat groter voelt dan mijzelf. Ik heb geprobeerd te begrijpen wat het was: De Endlösing. Het idee en vooral hoe dat werkelijkheid heeft kunnen worden. Welke onmenselijkheid hebben mensen in zich om zoiets te kunnen maken.
Misschien kunnen we deze hele operatie en alles wat het mogelijk heeft gemaakt de geuzennaam "Het Dertiende Wereldwonder" geven. Dertien is het getal van het ongeluk, het getal waar zelfs mensen die niet bijgelovig zijn soms voor huiveren. Een wereldwonder omdat het gebeurde je gevoel voor werkelijkheid steeds ontstijgt. Het is te groot voor je verstand.
Toen ik keek naar de documentaire 'Shoah' van Claude Lanzmann uit 1984, bekroop me meer dan eens het gevoel dat ik zat te kijken en te luisteren naar een verzonnen verhaal. niet omdat het onecht leek, maar omdat de verhalen zo onwerkelijk zijn:
Braaf treinkaartjes kopen voor al die mensen die je soms wel wekenlang op reis stuurt.
Mensen die op de plaats van bestemming aangekomen - na die hele lange reis - binnen een paar uur vergaan zijn tot as, tot stof. Tot niets dan het restant van een idee van haat wat nergens vandaan lijkt te komen.
Hoe kun je mensen die je nooit gekend hebt zo intens haten dat je er een levenswerk van maakt deze onbekende mensen te doden en te vernietigen? Bij duizenden, bij miljoenen......
Eén van mijn wensen is ooit nog een aantal van de plekken waar dit gebeurd is te bezoeken. Ik wil weten of de aarde zich het leed herinnert, of dat het mijn gedachten zijn die lading aan deze plekken geven. Moeder aarde was immers altijd onpartijdig en onschuldig. Haar zwaartekracht is voor iedereen gelijk.
Misschien is Moeder Aarde de enige die dit kan begrijpen omdat zij de mensen al zoveel langer en zoveel beter kent dan de mensen zelf.
Misschien is Moeder Aarde niemand minder dan God in eigen hoedanigheid? Ik weet het niet. Zij is veel groter dan mij. Laat mij maar geloven in het leven zelf, zoveel makkelijker is het om te bekennen dat ik lang niet alles en zeker niet iedereen kan begrijpen, ook niet hoef te begrijpen.
Maar ik wil wel proberen te doorzien hoe sommige dingen hebben kunnen gebeuren.
Misschien kan ik dan het leven vertellen dat ze zulke dingen niet nog eens hoeft te proberen.
zaterdag 19 februari 2011
De mooiste Blog van de wereld
Als ik 's morgrns net wakker ben en nog even in mijn bedje lig om te schakelen van de slaapwereld naar de nieuwe dag, schiet me soms zomaar opeens een prachtige blog te binnen. Het begint dan altijd met een onderwerp waarvan ik weet dat ik er met veel plezier en heel levendig over kan vertellen. Het verhaal rolt dan mijn gedachten binnen en het is zo mooi en vloeiend dat ik er zelf om kan glimlachen.
Het is dan heel vervelend dat die blog altijd in de vroege ochtend achterblijft. Al voordat ik mijn ochtendjas aan heb en mijn eerste plasje van de dag gedaan heb, is het weg. Tegen dat ik in de avond achter mijn ploetertje zit, kan ik niet eens de prettige toon meer vinden waarin ik o, zo graag zou willen schrijven.
Het is een ramp! Een drama! Ronduit vreselijk!
Hoe kan ik zo ooit een carrière al schrijfster beginnen? Al die vloeiende, boeiende zinnen die in mijn halfslaap verdampen laten zich nooit, nergens terugvinden. Vroeger was het nog veel erger. Rond mijn 28ste heb ik een prijswinnend toneelstuk geschreven. Alle dialogen, regie-aanwijzingen en de hele mise-en-scene had ik in mijn hoofd. Het hoefde alleen maar uitgetypt te worden en dan was ik klaar om een decor te schetsen met het lichtplan erbij. Echt waar, ik hoefde het alleen maar te doen en binnen een jaar zou ik zelfs door Oprah gevraagd worden voor een diepgravend interview. Maar één been uit bed en Floep... Alles weg. Ik weet niet eens meer waar dit prachtige toneelstuk over ging.
Later heb ik zo het eerste hoofdstuk van mijn oorlogsdrama uitgewerkt. Ik zat zelf met een brok in de keel en tranen in mijn ogen. O, wat kan ik mooi schrijven. Zo mooi dat ik verliefd zou kunnen worden op mijzelf...
Maar het is weg. Ik kan niet eens meer op de openingszin komen en die is essentieel, die zet de toon van het stuk. Hoe komt het dat ik elke dag aan het ontbijt moet constateren dat ik toondoof ben? Dat ik een goed verhaal wel kan herkennen, maar niet kan maken. Is de tijd nog niet rijp of ben ik er gewoon niet aan toe. Heb ik het nog te druk met het verhaal van mijn dagelijks leven? Want saai is het zeker niet. Er gebeurt zoveel dat ik het niet eens in dit blogje gepropt krijg.
Nou zijn jullie nieuwsgierig zeker?
Wacht maar tot ik de slag te pakken krijg, dan giet ik alles in een stuk of wat romans en hier en daar een toneelstuk.
Als het meezit lees je ooit in mijn blog over mijn reis naar Zweden waar ik de Nobelprijs in ontvangst ga nemen.......
Gewoon volhouden!
Het is dan heel vervelend dat die blog altijd in de vroege ochtend achterblijft. Al voordat ik mijn ochtendjas aan heb en mijn eerste plasje van de dag gedaan heb, is het weg. Tegen dat ik in de avond achter mijn ploetertje zit, kan ik niet eens de prettige toon meer vinden waarin ik o, zo graag zou willen schrijven.
Het is een ramp! Een drama! Ronduit vreselijk!
Hoe kan ik zo ooit een carrière al schrijfster beginnen? Al die vloeiende, boeiende zinnen die in mijn halfslaap verdampen laten zich nooit, nergens terugvinden. Vroeger was het nog veel erger. Rond mijn 28ste heb ik een prijswinnend toneelstuk geschreven. Alle dialogen, regie-aanwijzingen en de hele mise-en-scene had ik in mijn hoofd. Het hoefde alleen maar uitgetypt te worden en dan was ik klaar om een decor te schetsen met het lichtplan erbij. Echt waar, ik hoefde het alleen maar te doen en binnen een jaar zou ik zelfs door Oprah gevraagd worden voor een diepgravend interview. Maar één been uit bed en Floep... Alles weg. Ik weet niet eens meer waar dit prachtige toneelstuk over ging.
Later heb ik zo het eerste hoofdstuk van mijn oorlogsdrama uitgewerkt. Ik zat zelf met een brok in de keel en tranen in mijn ogen. O, wat kan ik mooi schrijven. Zo mooi dat ik verliefd zou kunnen worden op mijzelf...
Maar het is weg. Ik kan niet eens meer op de openingszin komen en die is essentieel, die zet de toon van het stuk. Hoe komt het dat ik elke dag aan het ontbijt moet constateren dat ik toondoof ben? Dat ik een goed verhaal wel kan herkennen, maar niet kan maken. Is de tijd nog niet rijp of ben ik er gewoon niet aan toe. Heb ik het nog te druk met het verhaal van mijn dagelijks leven? Want saai is het zeker niet. Er gebeurt zoveel dat ik het niet eens in dit blogje gepropt krijg.
Nou zijn jullie nieuwsgierig zeker?
Wacht maar tot ik de slag te pakken krijg, dan giet ik alles in een stuk of wat romans en hier en daar een toneelstuk.
Als het meezit lees je ooit in mijn blog over mijn reis naar Zweden waar ik de Nobelprijs in ontvangst ga nemen.......
Gewoon volhouden!
vrijdag 18 februari 2011
Vrienden, familie enzovoort...
Het schijnt dat ik niet zoveel vrienden, familie enzovoort heb.
Gisteren heb ik dat zomaar pardoes vast kunnen stellen.
Dus ik weet nou ook alvast dat ik niet teveel toestanden hoef te plannen als ik deze zomer mijn 50ste jaardag bereik. Die verjaardag op zich hoeft van mij al helemaal niet. Ik geloof dat ik me al bijna 50 jaar nooit meer jarig heb gevoeld. Ooit, lang geleden heeft iemand die veel invloed op mij had, en nog wel heeft, me toegesnauwd dat ik geen feestjes verdien en dat heeft zoveel indruk op me gemaakt dat ik alle feestjes, vooral die van mezelf, het liefst oversla.
Maar gisteren gebeurde er iets wat voor mij toch wel een feestje waard is. Ik kreeg nieuws te horen wat me heel veel doet. Direct nadat ik dat geweldige bericht ontving, vroeg ik me af wie ik het liefst en het eerst en het luidruchtigst zou willen vertellen over mijn geweldige nieuws.
Niemand.
Er is nu niemand in mijn leven die ik juichend, lachend of huilend om de hals of in de armen kan vallen om te vieren dat alles uiteindelijk helemaal goed zal komen. Niemand die ik midden in de nacht uit bed kan bellen, die me spontaan op komt halen om iets leuks te gaan doen, met wie ik de slappe lach kan krijgen, samen van het goede genieten, tegen elkaar zeggen dat klagen en mopperen niet zal helpen of gewoon: Samen zijn.
Er zijn wel mensen die dat beloven of beloofd hebben, maar ze doen het niet. Er waren ook mensen met wie dat kon, maar die heb ik ooit- o, stommiteit- voor iemand ingeruild die graag niemand wilde zijn.
Aan de andere kant heb ik jaren geleden, toen ik begon aan de reis die ik nu mag gaan beëindigen, met mezelf afgesproken dat ik het helemaal alleen zou gaan doen.
Ik had al teveel goed bedoelde in-de-weg-loperij meegemaakt, te vaak 'ik zou het nooit zo doen' adviezen, of 'dat doet me veel verdriet' pogingen tot begrip op mijn weg gezien om daar nog langer over te willen en kunnen struikelen.
Ik heb nog één mens toegelaten, in de veronderstelling dat deze persoon me met onbevangen begrip en liefdevolle belangstelling terzijde zou kunnen staan. Ze kon het niet. Ze kon zelfs niet begrijpen dat ze me meer dan hevig pijn deed met haar 'verzoek' om toch vooral te blijven wat ik vroeger was...
Misschien reageerde ik veel te emotioneel, noem het ontzettend razend, woedend, boos, toen die ene druppel mijn emmer deed overlopen. Ik kon het geduld niet meer opbrengen. Met mijn handen vol aan mezelf, want ook de dingen die ik helemaal niet alleen wilde doen, kreeg ik helemaal op mijn bordje, dus ik niet meer de ruimte en de energie om geduldig en omstandig aan iemand over te brengen dat ze absoluut niet aardig voor andere mensen was.
Had ik ongelijk? Kweenie, maar de warme gevoelens en de innige vriendschap waren niet echt en oprecht genoeg om in te zien dat het op dat moment helemaal niet zo goed met me ging.
Lijk ik dan altijd zo sterk en zeker dat men van mij niet kan dulden dat ik zo nu en dan even zo'n momentje heb?
Hoe dan ook, kennelijk ben ik toch sterk of slim genoeg om het zover te kunnen laten komen dat een knappe dokter van mij gaat maken wat ik vijftig jaar geleden al had moeten zijn:
Een écht meisje.
Ik hoop nog voor het eind van dit jaar, het liefst nog net voordat Abraham op de stoep staat, dat scheelt me weer een hoop uitleg en dan hoef niet nog eens te luisteren naar die twee woordjes waar ik zo'n enorme hekel aan heb: "Ja, maar..."
Toch ben ik benieuwd of mijn familie enzovoort ook niks van zich laat horen als er een vijftigste jaardag in de lucht lijkt te hangen. Van mij mogen ze...
... dan ook wegblijven.
Gisteren heb ik dat zomaar pardoes vast kunnen stellen.
Dus ik weet nou ook alvast dat ik niet teveel toestanden hoef te plannen als ik deze zomer mijn 50ste jaardag bereik. Die verjaardag op zich hoeft van mij al helemaal niet. Ik geloof dat ik me al bijna 50 jaar nooit meer jarig heb gevoeld. Ooit, lang geleden heeft iemand die veel invloed op mij had, en nog wel heeft, me toegesnauwd dat ik geen feestjes verdien en dat heeft zoveel indruk op me gemaakt dat ik alle feestjes, vooral die van mezelf, het liefst oversla.
Maar gisteren gebeurde er iets wat voor mij toch wel een feestje waard is. Ik kreeg nieuws te horen wat me heel veel doet. Direct nadat ik dat geweldige bericht ontving, vroeg ik me af wie ik het liefst en het eerst en het luidruchtigst zou willen vertellen over mijn geweldige nieuws.
Niemand.
Er is nu niemand in mijn leven die ik juichend, lachend of huilend om de hals of in de armen kan vallen om te vieren dat alles uiteindelijk helemaal goed zal komen. Niemand die ik midden in de nacht uit bed kan bellen, die me spontaan op komt halen om iets leuks te gaan doen, met wie ik de slappe lach kan krijgen, samen van het goede genieten, tegen elkaar zeggen dat klagen en mopperen niet zal helpen of gewoon: Samen zijn.
Er zijn wel mensen die dat beloven of beloofd hebben, maar ze doen het niet. Er waren ook mensen met wie dat kon, maar die heb ik ooit- o, stommiteit- voor iemand ingeruild die graag niemand wilde zijn.
Aan de andere kant heb ik jaren geleden, toen ik begon aan de reis die ik nu mag gaan beëindigen, met mezelf afgesproken dat ik het helemaal alleen zou gaan doen.
Ik had al teveel goed bedoelde in-de-weg-loperij meegemaakt, te vaak 'ik zou het nooit zo doen' adviezen, of 'dat doet me veel verdriet' pogingen tot begrip op mijn weg gezien om daar nog langer over te willen en kunnen struikelen.
Ik heb nog één mens toegelaten, in de veronderstelling dat deze persoon me met onbevangen begrip en liefdevolle belangstelling terzijde zou kunnen staan. Ze kon het niet. Ze kon zelfs niet begrijpen dat ze me meer dan hevig pijn deed met haar 'verzoek' om toch vooral te blijven wat ik vroeger was...
Misschien reageerde ik veel te emotioneel, noem het ontzettend razend, woedend, boos, toen die ene druppel mijn emmer deed overlopen. Ik kon het geduld niet meer opbrengen. Met mijn handen vol aan mezelf, want ook de dingen die ik helemaal niet alleen wilde doen, kreeg ik helemaal op mijn bordje, dus ik niet meer de ruimte en de energie om geduldig en omstandig aan iemand over te brengen dat ze absoluut niet aardig voor andere mensen was.
Had ik ongelijk? Kweenie, maar de warme gevoelens en de innige vriendschap waren niet echt en oprecht genoeg om in te zien dat het op dat moment helemaal niet zo goed met me ging.
Lijk ik dan altijd zo sterk en zeker dat men van mij niet kan dulden dat ik zo nu en dan even zo'n momentje heb?
Hoe dan ook, kennelijk ben ik toch sterk of slim genoeg om het zover te kunnen laten komen dat een knappe dokter van mij gaat maken wat ik vijftig jaar geleden al had moeten zijn:
Een écht meisje.
Ik hoop nog voor het eind van dit jaar, het liefst nog net voordat Abraham op de stoep staat, dat scheelt me weer een hoop uitleg en dan hoef niet nog eens te luisteren naar die twee woordjes waar ik zo'n enorme hekel aan heb: "Ja, maar..."
Toch ben ik benieuwd of mijn familie enzovoort ook niks van zich laat horen als er een vijftigste jaardag in de lucht lijkt te hangen. Van mij mogen ze...
... dan ook wegblijven.
woensdag 16 februari 2011
Zonnnnnnnnnn !!!
vandaag was een echte 'voorjaar in je bol'-dag. Heerlijk, allemaal kinderen op het veld. Wat is dit een heerlijk hofje. Ik woon hier echt met veel plezier. Ik heb bijna heel de dag boodschapjes gedaan, lekker wandelen over het dorp. Toen ik vanmiddag vanaf de Markt door de Groenstraat naar huis liep, had ik lekker de zon op mijn snoet en ze was heerlijk warm. Ik moest nog dingen doen, anders was ik doorgelopen: De Groenstraat helemaal uit tot aan het bos.
Maar nu zit ik weer bezig e zijn. Het bos zal het vandaag zonder mij moeten stellen. Morgen ook, dan moet ik naar Amsterdam. Op bezoek bij de dokters van het Genderteam. Ik kom daar nu al bijna drie jaar. Het zullen er misschien wel vier, maar zeker geen vijf, worden.
Morgen krijg ik te horen of ik volgens hen klaar ben voor de laatste fase van mijn geslachtsaanpassing.
Ik vind zelf van wel. Ik weet nu dat ik nooit een jongen of een man geweest ben. Ik was iemand die er heel veel op leek. Zo veel dat hetero vrouwen zelfs verliefd op me werden en O, wat vond ik dat náár.
Maar dat zijn details, gevoelens met een hoog 'zie je wel' gehalte. Ik kan me nu niet voorstellen dat ik ooit man zal zijn, ik voel geen enkele behoefte om te veranderen wat ik nu heb bereikt. Ik wil wel verder ontwikkelen, zorgen dat mijn stem niet meer bromt, dat mijn baard niet meer groeit. Leren hoe ik vloeiender loop. Leren hoe ik flirt met een leuke man.
Drie jaar lijkt heel lang om iets te doen waarvan ik al bijna veertig jaar wist dat het ooit zou gaan gebeuren.
Nu merk ik dat drie jaar niet lang genoeg is om alles af te leren wat ik me liever nooit eigen had gemaakt.
Het hoorde erbij. Ik ben veel te braaf geweest. Altijd heel erg mijn best gedaan om te doen wat ik dacht dat de mensen van me verwachtten: Man zijn.
Het leek goed te gaan, maar het is niet gelukt. Nog langer proberen zou mijn dood geweest zijn. Misschien is dat ook wel zo? 'Hij' is dood en nu is het Carine. Als een soort Feniks tevoorschijn gekomen uit een donkere put.
Eindelijk voel ik dat het leven leuk is, dat problemen er zijn om overwonnen te worden, dat je gerust terug mag lachen als de zon of een mens je toelacht. Wat wonderlijk dat het leven zoveel pijn kan doen en wat gek om daar op deze manier van verlost te worden.
Heerlijk, die zon!
Maar nu zit ik weer bezig e zijn. Het bos zal het vandaag zonder mij moeten stellen. Morgen ook, dan moet ik naar Amsterdam. Op bezoek bij de dokters van het Genderteam. Ik kom daar nu al bijna drie jaar. Het zullen er misschien wel vier, maar zeker geen vijf, worden.
Morgen krijg ik te horen of ik volgens hen klaar ben voor de laatste fase van mijn geslachtsaanpassing.
Ik vind zelf van wel. Ik weet nu dat ik nooit een jongen of een man geweest ben. Ik was iemand die er heel veel op leek. Zo veel dat hetero vrouwen zelfs verliefd op me werden en O, wat vond ik dat náár.
Maar dat zijn details, gevoelens met een hoog 'zie je wel' gehalte. Ik kan me nu niet voorstellen dat ik ooit man zal zijn, ik voel geen enkele behoefte om te veranderen wat ik nu heb bereikt. Ik wil wel verder ontwikkelen, zorgen dat mijn stem niet meer bromt, dat mijn baard niet meer groeit. Leren hoe ik vloeiender loop. Leren hoe ik flirt met een leuke man.
Drie jaar lijkt heel lang om iets te doen waarvan ik al bijna veertig jaar wist dat het ooit zou gaan gebeuren.
Nu merk ik dat drie jaar niet lang genoeg is om alles af te leren wat ik me liever nooit eigen had gemaakt.
Het hoorde erbij. Ik ben veel te braaf geweest. Altijd heel erg mijn best gedaan om te doen wat ik dacht dat de mensen van me verwachtten: Man zijn.
Het leek goed te gaan, maar het is niet gelukt. Nog langer proberen zou mijn dood geweest zijn. Misschien is dat ook wel zo? 'Hij' is dood en nu is het Carine. Als een soort Feniks tevoorschijn gekomen uit een donkere put.
Eindelijk voel ik dat het leven leuk is, dat problemen er zijn om overwonnen te worden, dat je gerust terug mag lachen als de zon of een mens je toelacht. Wat wonderlijk dat het leven zoveel pijn kan doen en wat gek om daar op deze manier van verlost te worden.
Heerlijk, die zon!
maandag 14 februari 2011
Shit happens while your're busy planning a life
Hehe, ik kan het nog: Spreekwoorden bedenken.
Maar het wordt tijd dat ik weer eens wat nuttigs ga doen met mijn tijd.
Daar is mijn leven aan toe, de tekenen wijzen erop.
Van sommige dingen weet je dat ze zullen eindigen, al weet je niet altijd precies wanneer.
Sommige van die dingen duren al snel te lang, van andere wil je niet dat het ophoudt.
Vandaag heb ik allebei een beetje aan de hand. Wat ik graag wil dat eindigt, leek even nog veel langer te gaan duren en van iets wat ik liever niet wil zien eindigen, is de eindstreep veel te dichtbij.
Het einde van een era? Het moment om mezelf in de kraag te vatten, op mijn voetjes te zetten en te roepen
"Hier is het!! Lééf dan!!"
Ja, ik was een poosje niet meer in leven. Ik heb wel geleefd, best goed geleefd voor iemand als ik, mag ik wel zeggen. Maar ergens hield het op. In elk leven moet je kiezen. Niet kiezen is ook kiezen, maar meestal is dat de verkeerde keus.
Nu ben ik bang om opnieuw te beginnen. Ik weet niet eens waar ik moet beginnen. Ik durf dat niet eens te weten, want als ik verkeerd kies?
Als ik terugkijk op mijn vorige leven, ziet het eruit of ik het heel goed deed. O, wat ik allemaal niet mee heb mogen maken.....
Ik wil daar eigenlijk wel meer van. Maar ik voelde me toen al klein en heel onzeker. Te bang om te kiezen. En ik voel me nog lang niet groot en sterk genoeg om eindelijk wel te kunnen kiezen.
Komt het gewoon omdat ik geen keus heb? Dat ik het gewoon moet dóen?
De tekenen wijzen erop.....
Maar het wordt tijd dat ik weer eens wat nuttigs ga doen met mijn tijd.
Daar is mijn leven aan toe, de tekenen wijzen erop.
Van sommige dingen weet je dat ze zullen eindigen, al weet je niet altijd precies wanneer.
Sommige van die dingen duren al snel te lang, van andere wil je niet dat het ophoudt.
Vandaag heb ik allebei een beetje aan de hand. Wat ik graag wil dat eindigt, leek even nog veel langer te gaan duren en van iets wat ik liever niet wil zien eindigen, is de eindstreep veel te dichtbij.
Het einde van een era? Het moment om mezelf in de kraag te vatten, op mijn voetjes te zetten en te roepen
"Hier is het!! Lééf dan!!"
Ja, ik was een poosje niet meer in leven. Ik heb wel geleefd, best goed geleefd voor iemand als ik, mag ik wel zeggen. Maar ergens hield het op. In elk leven moet je kiezen. Niet kiezen is ook kiezen, maar meestal is dat de verkeerde keus.
Nu ben ik bang om opnieuw te beginnen. Ik weet niet eens waar ik moet beginnen. Ik durf dat niet eens te weten, want als ik verkeerd kies?
Als ik terugkijk op mijn vorige leven, ziet het eruit of ik het heel goed deed. O, wat ik allemaal niet mee heb mogen maken.....
Ik wil daar eigenlijk wel meer van. Maar ik voelde me toen al klein en heel onzeker. Te bang om te kiezen. En ik voel me nog lang niet groot en sterk genoeg om eindelijk wel te kunnen kiezen.
Komt het gewoon omdat ik geen keus heb? Dat ik het gewoon moet dóen?
De tekenen wijzen erop.....
Abonneren op:
Posts (Atom)