dinsdag 26 februari 2013

Verdwaald?

Veranderen betekent niet in het minst 'loslaten', want als je je handen vol hebt met oude zooi, kun je niks nieuws aanpakken.
Ik zeg 'niet in het minst', want wat oud en vertrouwd is laat je niet zomaar vallen.
De afgelopen jaren ben ik meer dan druk geweest met loslaten en ik moet eerlijk zeggen dat ik er intussen achter ben dat er best veel is wat aan me blijft plakken.

Je hebt nou eenmaal niet alles in de hand. Daardoor kan loslaten soms een beetje obsessieve vorm aannemen, maar dat hoeft niet ziekelijk te zijn. Het kan gewoon te maken hebben met oude rommel die me door anderen steeds weer wordt nagedragen. Rommel moet je niet strikt stoffelijk opvatten, die rommel bestaat met name uit ideeën die anderen over me hebben. Oude ideeën die ik misschien jarenlang heb opgeroepen om een beeld van mezelf te laten zien wat voor zowel de buitenwereld als voor mezelf hanteerbaar scheen te zijn.

Soms voelt het als een elastiek om mijn enkel. Soms kom ik gewoon niet verder doordat er iets aan me trekt en hoe harder ik probeer me ervan los te rukken, hoe harder het me onderuit haalt. Vaak is dat onderuit gaan heel erg persoonlijk. Het uit zich in stil verdriet, een gevoel van onbehagen of anderssoortige malaise. Soms ook in een zekere uitbundigheid, alsof ik dronken ben van ellende.

Er zijn dagen dat ik me heel erg vast voel zitten. Er zijn dagen waarop dat gevoel heel veel minder is, maar eigenlijk is het er altijd wel. Dat elastiek om mijn enkel krijg ik niet zomaar los. Misschien zit het vast met een knoop die bruut doorgehakt moet worden, misschien moet ik me met heel veel kracht lostrekken of misschien moet ik me er met een speciale beweging van losknopen. Het kan ook zij dat ik naar het andere eind moet gaan van dat elastiek en daar de boel los moet knopen of hakken of wurmen.
Ik weet het niet.

Natuurlijk draag ik mijn verleden met me mee, maar dat wil niet zeggen dat 'vroeger' en 'nu' altijd samen zullen vallen. Ik poep niet meer in mijn luier, ik speel niet meer in de zandbak, ik heb allang leren lezen en schrijven. Allemaal dingen die ooit heel belangrijk en actueel waren voor mij en allemaal dingen waar niemand me nog op aanspreekt. Hoe vaak vragen mensen van boven de veertig aan elkaar: "Heb jij vandaag al in je luier gepoept?"

Het is heel makkelijk om te vinden dat ik me er niks van aan moet trekken. Andere mensen zitten niet in mijn hoofd. Dat klopt, maar ze wijzen me soms wel op alles wat achter me ligt. Eén onbeholpen opmerking kan wat dat betreft al heel veel doen. Een aantal onbeholpen opmerkingen zorgen ervoor dat ik blijf steken en me afvraag of er eigenlijk wel een manier bestaat om de goegemeente te laten begrijpen dat mijn leven geen spelletje is. Vooral geen spelletje waar anderen op goed geluk een draai aan mogen geven.

Daarom zit ik hier ergens op een dood punt, vooral op te passen dat ik niet terug richting 'af' ga. Eerlijk gezegd ben ik een beetje kwijt waar 'af' is want in de afgelopen vier jaar zijn er net te veel mensen geweest die hun draai aan mijn wezen hebben gegeven. Ik weet niet eens meer of het komt door 'trans'-zijn of dat het komt door vrouw-zijn, of gewoon doordat ik eindelijk niet meer doe alsof, maar ik ben mijn richting een beetje kwijt.

Vanmorgen vroeg was het zelfs zo sterk dat ik bijna met heimwee terugdacht aan de tijd dat het meisje wat ik ben, nog diep binnenin me verstopt zat. Ik voelde weer even de bittere romantiek die ik als transkind beleefde toen ik ooit stiekem in een gevonden jurkje onder mijn dekentjes lag te dagdromen van echt-meisje-zijn.

Misschien moest ik wel even terug daarheen. Even ophalen hoe het ook weer ooit begon; Even terug naar de poepluiers, de zandbak en opnieuw leren lezen.
Misschien is dat het: Opnieuw opgroeien.

Want als je nooit een meisje bent geweest, kun je niet zomaar een vrouw worden.


zondag 24 februari 2013

Luister!

Volgens mij bestaat, of bestond, er een blad wat Luister! heet.
Zelf heb ik het nooit gelezen, maar ik begrijp dat er van alles in stond over muziek en apparatuur om thuis naar muziek te luisteren.

In een grijs verleden heb ik wel vaak dat soort bladen gekocht en gelezen. Ik kende alle termen die gebruikt werden om het karakter van de apparatuur te beschrijven. Ik leek wel een expert.
Eerlijk gezegd heeft het nog lang geduurd eer ik al die termen en begrippen een beetje kon plaatsen.

Zelf ben ik meer dan eens apparatuur tegengekomen die ik echt geweldig vond klinken. Bijvoorbeeld de Infinity Reference two luidsprekers. Dat was een paar boxen wat eruitzag als een stel kromgetrokken kastdeuren. Zo groot, hout en gebogen, maar wat me vooral bijstaat is de verrassing toen ik zag dat niet Pierre Courbois zelf zat te drummen in de luisterruimte, maar dat het geluid dus puur uit die immense panelen kwam.
Vraag me niet wat die boxen kostten. Het was in elk geval een bedrag wat ik nooit zou kunnen betalen.

Of de reden waarom ik destijds nog lang gewacht heb met de aanschaf van een CD speler. Die reden heet Linn Sondek LP12. Een platendraaier uit Schotland. Ik kon hem ooit vergelijken met een NAD cd speler, toch geen goedkope rommel, maar de analoge platenspeler klonk echt heel veel beter. Sindsdien hoop ik stilletjes er ooit nog eens voor een mazzelprijsje tegenaan te lopen. Ik zie de Linn Sondek LP 12 weleens op marktplaats opduiken, maar nooit voor minder dan 2500 euro. Inderdaad: Duur!
Dus voorlopig houd ik mijn ouwe trouwe Denon. Die is al bijna dertig jaar oud, maar draait zijn rondjes nog zonder problemen. En in 1985 kostte het ding me een rib uit mijn lijf, maar toch maar een fractie van wat een Linn zou moeten kosten.

Ik ben een paar keer geschrokken van Willy DeVille. Hij heeft twee keer pardoes vlak voor me gestaan. Eén keer in real life en een jaar of wat daarvoor virtueel in een luisterruimte van zo'n hele dure HiFi zaak. Die verkoper daar was zo diep onder de indruk van zijn demo-set dat ik daar abb-so-luut naar moest luisteren. Hij had een CD van Willy DeVille, want die was supergoed opgenomen.
Het klonk echt geweldig. Levensecht, zeg maar. Ik heb die CD van Willy DeVille nog dezelfde dag gekocht en vijftien jaar later vond ik het type versterker wat toen in die luisterruimte stond, voor een schappelijke prijs op marktplaats. Die staat nu dus in mijn kast.

Natuurlijk heb ik ook boxen. Niet het maatje kastdeur, gelukkig niet. Eerlijk gezegd vind ik zulke grote boxen in huis niet erg mooi. De boxjes die ik nu heb vind ik wel erg mooi. Om te zien, maar zeker ook om te horen. Ik heb heel lang gezocht naar boxen waar ik mee zou kunnen leven en deze kwam ik heel onverwacht tegen. Het was liefde op het eerste gehoor. Ze zijn alweer hard op weg om museumstukken te worden, maar dat ben ik ook.

Digitaal doe ik ook. Best veel, eigenlijk. Nog geen Blu-ray. Wel alles wat daarvoor kwam. De radio ontvang ik digitaal en ik draai een heleboel muziek via de computer.
Sinds niet zo lang heb ik eindelijk een CD speler waar ik helemaal blij mee ben. Die draait ook super audio, dat is een hele andere techniek dan gewone cd's en eerlijk gezegd is deze speler blijkbaar zo goed, dat het klankverschil tussen de één en de ander te klein is om een punt van te maken.
Maar die ene cd van Willy DeVille klinkt nu echt anders dan ooit. Pas sinds ik deze speler heb, hoor ik het plezier waarmee deze opnamen gemaakt zijn. Ik hóór de pretlichtjes in de ogen van Willy DeVille en ik hóór de grijns op het gezicht van Mark Knopfler.

En daar gaat het mij om. Natuurlijk vind ik het fijn als ik geen nare vervorming of vervelende kleuring hoor.
Het is ook prachtig om allerlei piepkleine details te mogen horen, maar het allerfijnste is toch om hartstikke mee te kunnen leven met wat de artiest bedoelt.

Wonderlijk genoeg is daar lang niet altijd een hele dure stapel apparaten voor nodig. Soms luister ik naar iets op internet via m'n laptopje en dan kan ik helemaal wegsmelten, of soms  als ik moeilijk in slaap kom ga ik nog even radio luisteren via mijn telefoon. Daarbij heb ik weleens huilend onder de dekens gelegen; Zo Mooi!

Ik heb er weleens over gedacht om die onhandige hoop apparaten weg te doen en daarvoor in de plaats iets aan te schaffen wat makkelijk te verstoppen is en de boekenkast of achter het gordijn. Mijn huis is niet zo groot en de ruimte die vrijkomt maakt echt veel uit. Maar iedere keer weer, als ik weer eens iets prachtigs  gehoord heb via m'n laptop of mijn foon wat ik heel nieuwsgierig nog eens beluister via die dikke installatie, vind ik het geluid weer mooi genoeg om m'n halve kamer eraan op te offeren.

Volgens mij ben ik gewoon verslaafd.
 Da's best erg, eigenlijk.



Geendag

Op de kalender staan de dagen in rijtjes van zeven. Het is een patroon en daar zijn we op ingesteld.
Soms klopt de kalender niet, dan vervalt er een dag en die wordt vervangen door 'Geendag'.
Vandaag was het voor mij weer eens prijs.

Op Geendag is er helemaal niks gaande en eigenlijk alles tegelijk. Het niks is de fysieke wereld. Ik heb vandaag, zover ik me kan herinneren, niks gedaan. Niet eens zitten luieren, gewoon: Niks.

Vanbinnen gebeurde alles tegelijk. Alles wat tegenwoordig een rol speelt in mijn leven is vandaag in mijn hoofd aan bod geweest, het grootste deel van de tijd luid door elkaar heen kakelend. Het was te druk om er blij of verdrietig van te worden en boos zijn kan niet op Geendag.

Verder valt er eigenlijk niks te vertellen over Geendag. Dat is misschien wel het meest wonderlijke van Geendag: Er valt niks over te vertellen, maar toch vliegt de tijd.
Gelukkig zit deze Geendag er op. Straks lekker slapen en morgen is het hopelijk Zondag.

Als het morgen zondag is, ga ik plannen want mijn arm is niet meer gebroken. Mijn arm is herstellend en dat is heel anders, dat betekent dat ik weer dingen kan gaan doen en die dingen moet ik plannen, want in een georganiseerd leven komt Geendag niet zo erg vaak voor.

In een georganiseerd leven kun je wel een arm breken, maar dat is een ander verhaal. Misschien vertel ik daar een andere keer over.

Dag !


vrijdag 22 februari 2013

Vrijheid

Het woord wat boven deze blog staat, lijkt tegenwoordig ongeveer evenveel waard als een voordeelverpakking pleepapier van de LIDL.
Ik ga niet uitleggen waarom ik dat beweer; ik wil ook weleens ergens mijn billen mee afvegen.

Vrijheid is volgens mij de plicht om verantwoordelijkheid te dragen voor je eigen doen en laten en de gevolgen daarvan. Ik neem zelf de vrijheid om hier niet over in discussie te gaan.

Maar afgezien daarvan. Ik wil graag een vrij mens zijn en ik besef heel goed dat ik dat niet kan zijn zonder samen te bestaan met andere mensen. Als ik die voorwaarde weglaat, verval ik in eenzaamheid of dictatuur.
Voor het één vind ik mezelf te aardig en voor het ander vinden de mensen die mij kennen me te aardig.

Het is niet mijn bedoeling om hier een beetje zwaar op de hand te gaan zitten zijn. Gedachten over vrijheid vallen niet uit de lucht. De laatste jaren is er in het land waar ik woon veel gepraat over vrijheid, daardoor heb ik er best vaak over nagedacht.
Diep in mij sluimert nu het gevoel dat ik in de afgelopen achtenveertig jaar mensen op afstand heb gehouden omdat ik niet de moed had om tegen iedereen te zeggen dat ze ongelijk hadden. Ik zat gevangen in een beeld wat niet klopte.
Ik was niet vrij want ik moest verantwoordelijkheden dragen die ik niet begreep, die ik me niet eigen kon maken.

Nu is dat anders, maar ik merk dat achtenveertig jaar mensenschuwheid diepe sporen in de ziel trekt. Ik voel me nog altijd heel onhandig in de omgang met anderen. Ook wel schuldig omdat ik zo lang niemand heb verteld wat er onder mijn oppervlakte leefde.

Ik voel me ook wel ongemakkelijk omdat niemand van mij lijkt te verwachten dat ik me anders opstel dan 'vroeger'. Niemand, behalve ik zelf.

Of moet ik er nog steeds aan wennen dat ik vrij ben om zelf te bepalen hoe ik me met andere mensen verhoud ?

donderdag 21 februari 2013

Geslachtsrol

Een geslachtsrol is niet een kunstje, zoals een koprol. Het is ook niet iets wat je kunt eten, zoals een smulrol.
Het is hoe je bent en wat je doet; mannetje of vrouwtje (of juist niet het één of het ander)

Voor mij was het een levenlang een kwelling, want leven in het verkeerde lichaam is in feite geen van allen.
Het één kon ik niet en het ander durfde ik niet (het derde wilde ik niet).
Nu heb ik de knoop doorgehakt. Gelukkig.
Maar het is eigenlijk wel gek, want ook al weet ik nu heel goed dat 'het' eindelijk helemaal klopt, ik moet nog steeds vreselijk wennen.
Dat ik niet meer hoef proberen te zijn wat ik niet kon zijn is heerlijk. Er zijn nog wel momenten dat ik even terug dreig te vallen in die oude geslachtsrol, maar dat is dan een reactie op omstandigheden waar ik me niet prettig bij voel. Bijvoorbeeld niet zo lang geleden toen een aangeschoten meneer heel erg intieme vragen aan het stellen was en ook nog handmatig begon te onderzoeken of alles aan mij wel echt was.....

Sommige mannen menen dat ze daar het recht toe hebben.

Vroeger dacht ik dat zulk gedrag kwam doordat mannen eigenlijk geen raad weten met hun eigen mannelijkheid. De sociale druk en de hormonen en .. nouja, gewoon.. 'Man' zijn is iets wat sterker is dan hemzelf. Het is niet voor niks dat een uitgesproken mannenbolwerk als de katholieke kerk eindeloos blijft herhalen dat de geest sterk is, maar het vlees zwak.

Zo zag ik dat altijd in de eindeloze jaren waarin ik druk doende was zoveel mogelijk te voldoen aan het beeld wat ik van een man had.
Dat wonderlijke experiment heeft me één ding geleerd: Als je maar lang genoeg iets probeert te zijn wat je niet kunt zijn, wil je op het laatst alleen maar dood. Zo lang heb ik het net niet volgehouden.

Wat betreft Vrouw Zijn, heb ik tegenwoordig het gevoel dat ik voor mijn theorie geslaagd ben, maar nog zo'n beetje de hele praktijkopleiding te gaan heb. Ik hoor best vaak beweren dat er hoegenaamd geen verschil is tussen mannen en vrouwen. Die beweringen worden onderbouwd met opmerkingen als "Er zijn ook vrouwen die van voetbal houden, hoor!"

Waarom worden vrouwen die niet van voetbal houden dan nooit uitgescholden voor 'HooMoo!' ?

(echte mannen vinden dit vast een typisch staaltje vrouwenlogica. Ik bedoel maar.. )

Ik vind het niet erg om rolbevestigend vrouw te zijn. Wat dat betreft is een gebroken arm een fraai hulpmiddel. Daardoor is het op dit moment voor mij onmogelijk om precies uit te dragen hoe ik me werkelijk voel. In mijn gewone doen vond ik dat heel moeilijk, maar ik kreeg in elk geval nog regelmatig complimenten over mijn uiterlijk.
De afgelopen weken waren het tegendeel, met als dieptepunt de dag waarop ik 'meneer' werd genoemd.

En natuurlijk was het een man die dat zei.

Gelukkig is mijn arm aan het genezen en het voorjaar komt er aan. Als het goed is kan ik op 'rokjesdag' de truukendoos weer volop gebruiken.

Laat de mannen maar lekker naar me staren.
Rokjesdag is voor mij een tentamen en ik wil minstens een negen halen!

You Bet!

zondag 17 februari 2013

Kwetsbaar

Een paar weken geleden schrok ik van een reactie die ik kreeg op mijn blog. Sindsdien heb ik me meer dan eens afgevraagd of het misschien beter zou zijn hiermee te stoppen. Misschien het hele blog van het internet af gooien, of alles wat te persoonlijk is ertussenuit halen, of gewoon opnieuw beginnen.

Nu ben ik me ervan bewust dat het allemaal te maken heeft met veiligheid. Hoe kwetsbaar stel ik me op als ik eerlijk vertel wat mij beweegt en waar ik moeite mee heb, hoeveel verdriet en onmacht ik soms voel. Maar ook hoe blij ik kan zijn met bijna niks en hoe verbaasd ik kan zijn over mijn eigen leven?

In de afgelopen weken ben ik gaan letten op 'kwetsbaarheid'. Mijn eigen kwetsbaarheid, met name fysiek, was natuurlijk zeer actueel. Een gebroken arm kan erg leerzaam zijn in dat opzicht.
Ik heb hele verschillende, hele wonderlijke, manieren gezien waarop anderen zich kwetsbaar tonen.

De anderen waar ik nu aan denk, zijn niet de eerste de beste. Integendeel. Ik denk nu met name aan mensen die beroemd zijn of die aan de top staan in hun vakgebied.

Wat ik bij deze mensen vooral zie, is dat ze niet bang zijn voor tegenslag. Ik zie dat ze niet bang zijn om gezien te worden. Ze worden vaak gezien als heel sterk en dapper. Zelf zien ze dat helemaal niet zo. Ze worden vooral gedreven door een zeker soort nieuwsgierigheid.
Ik verbaas me er eigenlijk over hoe makkelijk het kan zijn om plezier in het leven te hebben.

Als ik eenmaal weet wat het betekent om een gebroken arm te hebben, houd ik op met huilen. Ik vreet een pijnstiller en ik ga de deur uit om wat leuks te beleven. Tegen de tijd dat de pijnstiller is uitgewerkt en alle anderen dronken beginnen te worden, ga ik gewoon weer naar huis. Na een beetje gekerm en nog een pijnstiller kruip ik moe maar voldaan in bed.
De volgende ochtend stel ik vast dat de mensen die het meest opvallen niet degenen zijn die het meest drukte en lawaai maken, maar dat degenen die het meest zichzelf zijn uiteindelijk de boventoon voeren.

Ik heb lang genoeg geprobeerd een druktemaker te zijn maar dat ligt me niet. De grijze massa is niet mijn natuurlijke biotoop.
Eigenlijk heb ik geen keus. Mijn blog hoort er gewoon bij.

dinsdag 12 februari 2013

Censuur?

Ik kom er toch op terug. Die ene niet zo leuke reactie op een eerder blog zegt eigenlijk meer over die ander dan over mij. Die ander heeft heel veel meer bronnen om van alles over mij te weten te komen dan alleen dit blogje, niet in de laatste plaats ikzelf (Hoe moeilijk kan het zijn om gewoon face to face te vragen wat ik nou eigenlijk had willen zeggen met m'n blog?).

Ik weet dat ze geregeld contact hebben met mensen die mij behoorlijk goed kennen.

En dan velt men een oordeel op grond van één lullig, misbegrepen blogpostje ?

Dat is bijna net zo sneu als stoppen met bloggen omdat één mens op de hele (digitale) wereld nogal rottig op mijn blog reageert.

Dus ik ga toch maar door, denk ik. Ik kan het niet laten.
Ik ben trouwens ook veel te nieuwsgierig naar het verdere verloop van de dagelijkse dingen die ik hier zoal beschrijf.

Had ik al verteld dat ik een gebroken arm heb ?

Daarom is dit een kort blogje.
Typen met alleen links schiet niet op en mijn rechterarm doet best wel pijn.

Au!